HOME

DE CAMPAGNE

CHARTER LICHTHINDER

GEMEENTEN

LICHTHINDER

LINKS

CONTACT

LICHTHINDER

Homepage > Lichthinder > Technieken


Technieken

Onder lichtvervuiling verstaat men de verhoogde helderheid van de atmosfeer door rechtstreeks of weerkaatst opwaarts licht. Hierdoor ontstaat er een hemelgloed of lichtkoepel. Vooral rechtstreeks opwaarts licht moet vermeden Om lichthinder en lichtvervuiling aan te pakken heb je een minimale technische kennis nodig. We beginnen met het verlichtingstoestel of de armatuur. Het belangrijkste onderdeel is natuurlijk de lamp. De lamp verbruikt best zo weinig mogelijk energie. Verder is ze best zo klein mogelijk. Dit biedt het voordeel dat men de lichtstralen beter kan beheersen.

Een goede spiegel is heel belangrijk voor energiebesparend en lichthindervrij verlichten. De spiegel maakt het immers mogelijk om al het licht van de lamp efficiënt op het doelgebied te richten. Hierdoor verhoogt een spiegel het totaalrendement van het toestel. In het ideale geval zorgt de spiegel er voor dat er – mits goede plaatsing - énkel licht in het doelgebied terechtkomt.

 

De lichtkap is het doorzichtige deel van het toestel waar het licht doorvalt. De lichtkap is best niet troebel om geen ongewenste lichtbreking te veroorzaken. Een lichte bolling van de lichtkap zorgt voor een betere spreiding. Een diepe bolling of een hoekige lichtkap kunnen dan weer zorgen voor te veel opwaartse weerkaatsing.

 

De voorschakelapparatuur is nodig voor ontladingslampen en bevat een steeds een ballast en in sommige gevallen een starter en condensator. Tegenwoordig bestaan er elektronische ballasten met een dimfunctie.

Welke vormen van lichthinder zijn er?

De volgende figuur toont de verschillende soorten lichthinder. In het ideale geval valt de lichtbundel van een verlichtingstoestel enkel op het doelgebied. Het doelgebied is het gebied dat men wil verlichten.

 

 

Onder lichtvervuiling verstaat men de verhoogde helderheid van de atmosfeer door rechtstreeks of weerkaatst opwaarts licht. Hierdoor ontstaat er een hemelgloed of lichtkoepel. Vooral rechtstreeks opwaarts licht moet vermeden worden. De hoeveelheid weerkaatst licht hangt af van het reflectievermogen van het weerkaatsende oppervlak, b.v. de weg. De onderstaande figuur toont de hemelgloed of lichtkoepel veroorzaakt door de vroegere sportverlichting van Sinaai (links) en het stadhuis van Sint-Niklaas (rechts) vanop enkele kilometers afstand.

Wanneer een lichtbron het waarnemingsvermogen vermindert, spreekt men van verblinding. Verblinding treedt op wanneer er een verre horizontale doorstraling is. Verblinding kan vermeden worden door de lichtbundel af te snijden op 20° onder het ‘horizontaal vlak door het toestel (HVT)’. Dit feit staat bekend als ‘de 20°-graden regel’. Om aan de 20°-graden regel te voldoen en toch eenzelfde oppervlak te verlichten, moeten er voldoende verlichtingspunten zijn die elk een eigen compartiment verlichten.

Wanneer de buitenverlichting ongewenst de gebouwen binnendringt, spreekt men van doordringing of inbraak.

 

Hoe kan lichtvervuiling vermeden worden?

  • door rechtstreeks opwaarts licht te vermijden
  • door de hoeveelheid weerkaatst licht te beperken

Lichthinder kan volledig vermeden worden door:

  • uitsluitend het doelgebied aan te stralen (zonder doordringing in gebouwen)
  • niet hoger dan 20° onder het horizontaal vlak door het toestel aan te stralen (tegen verblinding)

Meer technische informatie is te vinden op de Databank Lichthinder www.emis.vito.be/lichthinder