HOME

DE CAMPAGNE

CHARTER LICHTHINDER

GEMEENTEN

LICHTHINDER

LINKS

CONTACT

GEMEENTEN

Homepage > Gemeenten > Voorbeeldprojecten


Voorbeeldprojecten

Lokale besturen die inschrijven op het ambitieuze niveau spelen een voortrekkersrol in de campagne. Naast de uitvoering van de acties van het instapniveau en het verdergaand niveau werken zij aan een voorbeeldproject waarbij ze gratis begeleiding op maat ontvangen van het Platform Lichthinder: bij het opmaken van een actieplan voor de vervanging van verlichting of het maken van plannen voor een gebiedsgerichte aanpak van de lichthinder. Omdat er maar twee gemeenten waren die inschreven op het ambitieuze niveau, hebben we deze begeleiding op maat ook aangeboden aan gemeenten die inschreven op een lager niveau. Uiteindelijk hebben we een aantal mooie projecten kunnen verzamelen die een bron van inspiratie kunnen zijn voor andere lokale besturen. We overlopen nu deze zgn. voorbeeldprojecten.

Putte: een audit buitenverlichting voor gemeenten
Om gemeenten te helpen lichthinder te inventariseren en maatregelen uit te werken om deze te verminderen, biedt het Platform Lichthinder vier modules aan waaruit de gemeenten kunnen kiezen.

Module 1: Overtreding op de Vlarem-wetgeving door derden
Hier wordt vooral gekeken naar industriegebieden, reclameverlichting en sportverlichting. Ter plaatse worden de zware overtredingen opgelijst en wordt er nagekeken hoe de verlichting is opgesteld.

Module 2: Evaluatie verlichting overheidsgebouwen
Er wordt hierbij gekeken naar de verlichting van monumenten en locaties in beheer van de gemeente. De verlichtingsinstallaties worden kritisch geëvalueerd met zicht op de voorbeeldfunctie van de gemeente.

Module 3: Evaluatie openbare verlichting
Er wordt een evaluatie gemaakt van de straatverlichting, met de nadruk op de verlichtingsniveaus, de plaatsing van de verlichting en de verlichtingstoestellen. De situatie wordt vergeleken met de normen vooropgesteld door de CIE als zijnde nodig voor een veilig verkeer op de overeenkomstige wegtypes. Er wordt eveneens gezien of de toestellen correct zijn gemonteerd en of de plaatsing rationeel gebeurd is.

Module 4: Beleidsvoorstellen gebundeld
Deze module bundelt de evaluaties en bijhorende beleidsvoorstellen voor de gemeente. Deze module kan eigenlijk gezien worden als een synthese van voorgaande modules in het geval ze samen met de andere modules wordt genomen.

Preventie Lichthinder vzw is in Putte gestart met een volledige audit. Tijden de Nacht van de Duisternis 2005 werden de eerste resultaten voorgesteld aan pers, milieuraad, middenstand en geïnteresseerden. Gemeenten waar nog een audit zal worden uitgevoerd: Boom, Ranst, Olen, Mechelen, Hoogstraten, Mechelen en Herselt

Herentals
In Herentals staat de restauratie van de middeleeuwse stadspoorten en de herverlichting van de Sint-Waldetrudiskerk op het programma. Er werd een overleg georganiseerd waarbij het Platform Lichthinder, Netmanagement, de duurzaamheidsambtenaar en een ambtenaar van de technische dienst aanwezig waren.

De Sint-Waldetrudiskerk
De verlichting van deze kerk is sterk verouderd en kan niet meer gebruikt worden. Netmanagement beschikte reeds over verlichtingsontwerpen uit 1999 van 2 constructeurs. De plannen en de gebruikte toestellen waren echter verouderd. De voorbije 5 jaar zijn de visies omtrent klemtoonverlichting bij de constructeurs immers sterk geëvolueerd in de goede richting.
We gaven daarom het advies om beide constructeurs opnieuw een lichtstudie te laten maken. Deze lichtstudies kunnen dan verder geëvalueerd worden door het Platform Lichthinder en – omdat de kerk een beschermd monument is – ook met Monumenten en Landschappen.

Bovenpoort en Zandpoort
De restauratie van beide poorten zou de week na ons overleg gegund worden Bij inzage van de plannen bleek dat er reeds bekabeling van verlichting ontworpen was, maar dat het hier enkel ging om binnenverlichting. De buitenverlichting wordt dus niet aan de binnenverlichting gekoppeld maar rechtstreeks aan het openbare verlichtingsnet. Voordeel hiervan is dat deze verlichting dan valt onder de onderhoudsopdracht van de netbeheerder. Een ander voordeel was dat wij iets meer tijd hadden om advies te geven. De installatie van de buitenverlichting zal gelijktijdig gebeuren met de geplande werken aan de de omliggende straten.

Herentals is één van de eerste Vlaamse gemeenten die een lichtplan van de stad hebben laten opstellen. Een lichtplan zet de lijnen uit van de verlichting in de stad. Bij vervanging van verlichting wordt er steeds naar gestreefd om het ontwerp zo nauw mogelijk te laten aansluiten aan het lichtplan.

Ook de stadspoorten komen voor in het lichtplan.

Voor de Zandpoort (zie figuur: huidig (links) en ontwerp (rechts)) werden de volgende richtlijnen gesteld in het lichtplan:

  • Momenteel is er verlichting vanuit de hoogte vanop 4 palen. In het lichtplan wil men dit behouden om de gelijkmatigheid te behouden. Echter met volgende aanpassingen:
    • stralers met een medium-spreidingshoek ipv breedstralende
    • toepassen van anti-verlichtingstoebehoren
    • verlaging van de installatiehoogte: niet hoger dan de kroonlijsten van de omliggende huizen
  • Belangrijk: gelijkmatige verlichting van de buitenkant; verlichting van de boog
  • Voor de inwendige verlichting van de boog werd in het lichtplan voorgesteld om een LED-lijn te gebruiken: gelijkmatige verlichting zonder verblinding van de automobilist.

Met deze richtlijnen wordt dit monument niet alleen mooi aangestraald, maar zal er ook een minimum aan lichthinder veroorzaakt worden. Het Platform Lichthinder heeft hier dan ook geen verdere opmerkingen over.

Tervuren: advies bij een offerte
Op de parking van het centrum Papeblok wordt nieuwe verlichting geplaatst. De dienst infrastructuurwerken (IW) van Tervuren heeft een paar voorstellen met verschillende hoogten van palen aan netbeheerder Iverlec gevraagd. Er kwamen hierop twee voorstellen van twee constructeurs binnen.

Offerte:
Voorstel 1: 15 lampen van 70 W op kleinere palen H 5 m en met een prijskaartje van € 16070,93
Voorstel 2: 6 lampen van 70 W op hogere palen H 6.3 m en met een prijskaartje van € 4521.50


De dienst IW had hierbij volgende bedenkingen:
"Gezien de grote hoogte van de palen is lichtspreiding ongeveer te vergelijken en zal de parking in de beide gevallen degelijk verlicht worden. De voorkeur gaat naar voorstel 2 op basis van de kostprijs bij installatie, het meer dan dubbele verbruik en gelet dat de parking nog steeds een voorlopig karakter heeft in het kader van een eventuele uitbreiding van GC Papeblok."

De dienst IW vroeg daarna aan de milieudienst advies over het vermijden van lichthinder. De milieudienst koppelde de vraag door aan het Platform Lichthinder. Ondertussen werd aan de schepen van leefmilieu gevraagd om het dossier uit te stellen en te wachten op het advies.

Advies Platform Lichthinder (op basis van de offerte): "voorstel 2 vergeleken met voorstel 1: energieverbruik minder dan de helft en lichtvervuiling ook minder dan de helft”
Beide toestellen zijn goed full-cutoff mits correcte montage, daar is dus geen reden voor een voorkeur. Ze gebruiken beide dezelfde bronnen (SON-T 70 W) (= Natrium Hogedruk lamp) met gelijke output per bron, maar in voorstel 1 wordt 15 x 70 W gebruikt en in voorstel 2 slechts 6 x 70 W. De spiegeloptieken van beide toestellen brengen dit licht met een vrijwel gelijk rendement op het doelgebied. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de verlichtingssterkte en de daaruitvolgende luminantie (het verlichtingsniveau van het oppervlak) in voorstel 1 meer dan het dubbele van voorstel 2 zal bedragen. Een hogere luminantie betekent een hogere opwaartse flux (straling) door het spiegelend effect van het parkingoppervlak. De onrechtstreekse lichtvervuiling bij voorstel 1 is dus ongeveer dubbel zo groot als bij voorstel 2.

 

Riemst: wegverlichting van een doortocht
Via module 4 van het mobiliteitsconvenant geeft het Vlaamse gewest aan steden en gemeenten een basissubsidie voor het plaatsten van verlichting in de doortocht. De gemeente kiest deze zelf en bepaalt daarmee ook de meerwaarde ervan. Het gewest betaalt voor een functioneel niveau, de gemeente legt bij voor het gewenste stijlniveau.

Er zijn echter ook randvoorwaarden in het mobiliteitsconvenant:

  • het lichtniveau moet een bepaalde minimumwaarde behalen en gelijkmatig zijn
  • de verlichting mag de weggebruikers niet verblinden, geen hinder veroorzaken in de woningen en geen lichtpollutie veroorzaken.

In de gemeente Riemst gaat het over de verlichting van 2 doortochten en een rond punt in het centrum van Riemst. De gemeente besteedt de aanleg van de verlichting uit aan de distributienetbeheerder Interelektra.

Tijdens een overleg werd er samengezeten met Interelectra, de schepen van leefmilieu, de duurzaamheidsambtenaar, de mobiliteitsambtenaar, de ambtenaar ruimtelijke ordening, de provinciale coördinator gewestelijke wegverlichting van AEMA en de verantwoordelijke van het studiebureau.

Het studiebureau deed het ontwerp uit de doeken. Het ging hier over twee doortochten met op het kruispunt een rond punt. Qua verlichting had het studiebureau een welbepaald toestel in gedachten. Dit toestel werd in een deelgemeente van Riemst reeds gebruikt. Deze herkenbare verlichting zou op die manier bijdragen tot de structuur van de gemeente. Bovendien was iedereen het over eens dat het een heel mooi decoratief toestel is.

Toestel: decoratief reflectortoestel, full cutoff met vlakke lichtkap; lamp: CDM-T (wit licht). Het is een zeer goed toestel. Het toestel werd wel vaak onder een te grote hoek geplaatst maar dit moet hier worden voorkomen: een horizontale plaatsing is noodzakelijk om lichtvervuiling te beperken.

Interelectra legde uit dat zij een aantal regels hanteren om paalafstanden te bepalen. Als afstand wordt gerekend: 4 x de paalhoogte. Als er toevallig een boom of parkeerplaats ligt, wordt er opgeschoven.

Dit is een goede berekeningsmethode. Er moet altijd geschoven worden met de inplanting, zeker in een bebouwde kom. Het advies is hier dat dit deel uitmaakt van een lichtstudie. In de praktijk kan de lichtstudie worden opgemaakt door de verlichtingsconstructeur. Bij een lichtstudie wordt onder meer rekening gehouden met de ondergrond (effect op weerkaatsing en dus op de verlichtingssterkte). Hierdoor kan er gecontroleerd worden of het benodigde verlichtingsniveau gehaald wordt, maar ook of dit – met oog op lichtvervuiling – niet te sterk overschreden wordt.

Bij de verlichting van een doortocht is het aangewezen dat de verlichting duidelijk maakt dat de weggebruiker in een gewijzigde verkeerssituatie is terechtgekomen. Verschillen in lichtpunthoogte en lichtpuntafstand maken immers verschillende zones en conflictsituaties herkenbaar. Hoe kan dit worden gerealiseerd?

  • meer inplantingpunten, bijvoorbeeld aan weerszijden van de weg.
  • palen verlagen. De onderlinge paalafstand moet dan wel verkleinen.
  • niets veranderen aan de palen, maar een hoger vermogen van lampen. Dit is mogelijk qua installatiekost en verbruik de voordeligste oplossing.
  • Wit licht: dit heeft een sterk overgangseffect. De milieubelasting van wit licht is groter (b.v. aantrekking van insecten), maar in goed afgeschermde toestellen valt dit best mee. Een voordeel van wit licht is dat de herkenbaarheid van kleuren is. En omdat wit licht als helderder wordt ervaren, kan men het verlichtingsniveau beperken.

De netbeheerder zal samen met het studiebureau bekijken wat de kosten zijn van de verschillende configuraties. Best wordt de keuze achteraf nog geëvalueerd aan de hand van een lichtstudie.

Het is heel nuttig om – zoals hier is gebeurd - de verlichting reeds mee te nemen in het ontwerp. Zo kan concurrentie met de parkeer/boomstrook aan weerszijden van de weg (plaatsing in het dwarsprofiel) worden vermeden.

De Pinte
De milieudienst van De Pinte voerde het schriftelijk leefomgevingsonderzoek (SLO) uit, een instrument aangeboden door de Samenwerkingsovereenkomst Milieu, cluster hinder. Lichthinder is één hoofdstuk in deze enquête, die gericht is naar de burger. Via het gemeentelijk infoblaadje werd deze enquête verspreid. Uit de 150 teruggestuurde formulieren kwamen een aantal lichthinderbronnen duidelijk naar voor: de twee gewestelijke wegen E17 en N60, enkele grote bedrijven en de gemeentelijke sportterreinen.

Als vervolg op het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek (SLO) door de milieudienst van De Pinte uitgevoerd, werd er samen met de duurzaamheidsambtenaar een bezoek gebracht aan de 3 storende sportterreinen. We namen foto’s (overdag) van de individuele schijnwerpers en overzichtsfoto’s waarop de inplanting duidelijk zichtbaar is. Deze foto’s werden naderhand voorgelegd aan de vrijwilligers van Preventie Lichthinder vzw. Met hen werd er besproken wat er best moest gebeuren met deze verlichting.

Op de meeste palen stonden telkens meerdere toestellen, vaak symmetrische schijnwerpers die sterk geïnclineerd waren om het hele terrein te verlichten. Bij deze toestellen is het onmogelijk om het hele terrein te verlichten zonder verre doorstraling naar de omgeving. Deze toestellen moeten dan ook worden vervangen door sterk asymmetrische toestellen.

Op een sportterrein van Moerkensheide waren zwak asymmetrische toestellen aanwezig (zie onderstaande figuren). Bij deze toestellen leek mij een juiste beoordeling iets minder evident, omdat beter richten hier een oplossing zou kunnen zijn.

 

De vrijwilligers maakten me echter al snel duidelijk dat de uitvalshoek t.o.v. het frontglas van dit toestel 45° is (zie figuur) en dat de afsnijding van de lichtbundel maar gebeurt op uitvalshoek 85°. Dit maakt dat als je dit toestel meer dan 15° opwaarts inclineert (wat hier het geval was) t.o.v. de positie “frontglas horizontaal”, je al met verre horizontale doorstraling vanaf de bron zit. Deze toestellen zijn geschikt om een terrein te verlichten van maximaal tweemaal zo diep als de paalhoogte. Voor deze toepassing zijn ze echter niet geschikt.

Het algemene besluit was dat er voor de 3 velden minimaal een volledige vervanging van de toestellen diende te gebeuren. Of de palen ook moeten vervangen wordt aan de ontwerpers overgelaten.

De gemeente De Pinte heeft opdracht gegeven aan Preventie Lichthinder om de vernieuwing van de verlichting verder te ondersteunen.

Algemene voorwaarden voor goede sportverlichting die aan ontwerpers gesteld kunnen worden zijn:

  • De minimumnorm vereist op het terrein moet gehaald worden. Deze mag echter zo weinig mogelijk overschreden worden.
  • Er mag slechts een directe ULR (upward lux ratio, percentage van licht dat opwaarts straalt) zijn van 0%.
  • Een afsnijding van de hoofdbundel van minimum 15° t.o.v. het horizontaal vlak door het toestel. 15° onder het horizontaal vlak door het toestel is de grens van de verblinding, zeker bij de hoge vermogens en kleine harde bronnen bij sportverlichting. Op deze manier wordt er ook voor gezorgd dat er geen lichthinder optreedt naar de verre omgeving van het sportveld.

 

 

 

Oudlandpolder: een donkertegebied in spe

De problematiek van lichthinder is een aandachtspunt in het provinciaal milieubeleid van de provincie West-Vlaanderen. Het provinciebestuur van West-Vlaanderen wil een beleid voeren ter ondersteuning van donkertegebieden. Daarom wil ze samenwerken met het Platform Lichthinder om samen een beter inzicht te krijgen in de aanwezigheid van licht(hinder)bronnen in de omgeving van de Oudlandpolder en hun invloed op de donkerte aldaar.

De Oudlandpolder is het open-ruimtegebied in de driehoek Blankenberge, Brugge en Oostende op het grondgebied van Blankenberge, Zuienkerke en De Haan. De nabijheid van de verstedelijkte kust, de stad Brugge en de bedrijvigheid in de zeehavens van Zeebrugge en Oostende zijn enkele van de factoren die een uitgesproken invloed hebben op de visueel - landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied. De Provincie wil de gemeenten ondersteunen om de aanwezige donkerte zoveel mogelijk te vrijwaren en waar mogelijk nog te versterken.

Het Platform Lichthinder betrekt voor deze inventarisatie vrijwilligers van lokale verenigingen:hun terreinkennis is groter en bovendien wordt zo het lokale draagvlak vergroot. Een opleiding op maat en een handleiding moeten de lokale vrijwilligers in staat stellen om de inventarisatie uit te voeren. Preventie Lichthinder coördineert de actie en heeft op maat een methodiek ontwikkeld waarbij met meetapparatuur en kruispeilingen de grootste lichthinderbronnen in de omgeving worden gelokaliseerd.

Bij deze grootschalige inventarisatie wordt het volledige projectgebied bekeken. In zones met relatief veel lichthinder kan het provinciebestuur in een latere fase in overleg met de gemeenten een meer gedetailleerde inventaris laten uitvoeren.


Bornem
In Bornem heeft het Platform Lichthinder advies gegeven over de verlichting van de Boomstraat, een winkelstraat, en de verlichting op het Cardijnplein.
Eén van de monumenten op het Cardijnplein is ‘het monument van de gesneuvelden’. Het voorstel was om dit monument te verlichten met twee grondspots. In het beste geval zijn dit twee asymmetrische grondspots (zie figuur), maar dan nog zal een groot deel van de lichtbundel langs en over het standbeeld verdwijnen. Een sterk asymmetrische grondspots met lamellen is eigenlijk enkel gerechtvaardigd als er geen andere oplossing is, én als het te verlichten object genoeg body heeft om alle lichtstralen op te vangen (zie onderstaande figuur). Beter wordt neerwaarts verlicht vanop palen of aanpalende gebouwen, zoals bijv. ‘Het Woord’ in Sint-Niklaas (zie verder).

Sint-Niklaas: een geïntegreerde benadering, met zichtbaar succes
Met de realisaties in Sint-Niklaas kan eigenlijk een hele website gevuld worden. Hier volgt een greep uit het aanbod. Maar laten we beginnen met de werkwijze die in Sint-Niklaas gehanteerd wordt.
De stad Sint-Niklaas laat zich goed informeren. Gemeenten hebben veelal geen lichttechnische ingenieurs in dienst. Daarom betrekt Sint-Niklaas de volgende spelers zo goed mogelijk bij hun projecten:

  • de distributienetbeheerder
    door de openbaredienstverplichting worden de netbeheerders verplicht om jaarlijkse acties uit te voeren ter bevordering van rationeel energiegebruik, gemeenten te sensibiliseren om vlak van lichthinder en aanbestedingsdossiers op te stellen.
  • de constructeur
    lichtstudies, metingen en simulaties zijn noodzakelijk om te komen tot een goed ontwerp.
  • maatschappelijk draagvlak: inspraak van natuur- en milieuorganisaties, sterrenkundige verenigingen, ... is meer dan gewenst. Ingeval van verlichting van monumenten en stad- of dorpsgezichten is een advies vanuit monumenten- en landschapszorg noodzakelijk.

In bouwprojecten wordt van in het begin plaats gemaakt voor de verlichting:

  • vanaf de voorontwerpfase krijgt openbare verlichting als techniek een plaats. Concurrentie met bomen, parkeervakken, ... wordt aldus voorkomen. Lichtpunthoogte, lichtkleur, verlichtingssterkte, brandregimes, monumentverlichting, ... worden vooraf vastgelegd en in het project geïntegreerd.
  • in de ontwerpfase wordt er een plenaire vergadering georganiseerd met de netbeheerder, gemeentelijke diensten en externe adviseurs, waarbij elke constructeur zijn ontwerp kan toelichten
  • de netbeheerder stelt na deze "lichttoets" de offerte op en houdt hierbij rekening met lichthinder, energieverbruik en zijn onderhoudsopdracht (zie Vlaams besluit van 26 maart 2004).

Enkele realisaties ...

 

Terreinverlichting stedelijk sportcentrum Sinaai

Dit project is een primeur voor de samenwerking tussen de stad en Antares - Werkgroep Lichthinder VVS. Door gebruik van efficiënte, asymmetrische toestellen en een slimme inplanting op dit sportterrein in Sinaai is er een zeer gelijkmatige lichtspreiding op het terrein en wordt met een matig vermogen (50% van het oorspronkelijk geplande) een even goed resultaat bereikt als met veel zwaardere toestellen. Het lichtverlies naar de woningen in de buurt, de natuur en de nachtelijke hemel is tot een minimum beperkt.

Verlichting Grote Markt met monumentverlichting stadhuis en "Het woord"
Voor de verlichting van de nieuw aangelegde Grote Markt – 3 ha groot en daarmee de grootste van België – werden een aantal voorwaarden aan de ontwerpers opgelegd: 

  • zeer beperkt gebruik van opwaarts licht door zo weinig mogelijk en goed afgeregelde grondspots
  • geen obstakels (palen) op het middenplein, dat bestemd wordt als multifunctioneel evenementenplein
  • gebruik van wit licht om een goede herkenbaarheid te garanderen
  • beperkte lichtpunthoogte voor de verlichting van de rijwegen rond het evenementenplein, zodat de lichtbundels onder de boomkruinen (tulpenboom) blijven
  • aandacht voor rationeel energiegebruik

Om bepaalde avondactiviteiten (o.m. lantaarnballet, vuurwerk) op het evenementenplein mogelijk te maken werd aan de netbeheerder gevraagd om de verlichting op een afzonderlijk circuit te schakelen zodat ze afzonderlijk gedoofd kan worden.

De bestaande monumentverlichting van het stadhuis gaf aanleiding tot een uitgesproken lichtvervuiling. Bovendien zorgde de verlichting met vele projectoren van 400 W voor een heel vlakke verlichting, die voorbijging aan het neo-gotisch karakter van het stadhuis. De bedoeling van het verlichtingsontwerp was te zorgen voor een subtiele verlichting met accent op de verticale lijnen van de monumentale voorgevel. Het gebruik van grondspots (opwaartse flux) diende zeer beperkt te worden geïnterpreteerd.

     

"Het Woord"
Voor de verlichting van de nieuw aangelegde Grote Markt – 3 ha groot en daarmee de grootste van België – werden een aantal voorwaarden aan de ontwerpers opgelegd:

  • zeer beperkt gebruik van opwaarts licht door zo weinig mogelijk en goed afgeregelde grondspots
  • geen obstakels (palen) op het middenplein, dat bestemd wordt als multifunctioneel evenementenplein
  • gebruik van wit licht om een goede herkenbaarheid te garanderen
  • beperkte lichtpunthoogte voor de verlichting van de rijwegen rond het evenementenplein, zodat de lichtbundels onder de boomkruinen (tulpenboom) blijven
  • aandacht voor rationeel energiegebruik

Om bepaalde avondactiviteiten (o.m. lantaarnballet, vuurwerk) op het evenementenplein mogelijk te maken werd aan de netbeheerder gevraagd om de verlichting op een afzonderlijk circuit te schakelen zodat ze afzonderlijk gedoofd kan worden.

De bestaande monumentverlichting van het stadhuis gaf aanleiding tot een uitgesproken lichtvervuiling. Bovendien zorgde de verlichting met vele projectoren van 400 W voor een heel vlakke verlichting, die voorbijging aan het neo-gotisch karakter van het stadhuis. De bedoeling van het verlichtingsontwerp was te zorgen voor een subtiele verlichting met accent op de verticale lijnen van de monumentale voorgevel. Het gebruik van grondspots (opwaartse flux) diende zeer beperkt te worden geïnterpreteerd.