Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 06-03-2007 - Maatschappelijke raden adviseren over studie Commissie Energie 2030
06-03-2007 - Maatschappelijke raden adviseren over studie Commissie Energie 2030
Voorop
- Maatschappelijke raden bijzonder kritisch voor CE2030
Adviezen over CE2030
- Band tussen methodologie en conclusie is zoek
- Meerderheid steunt aanbevelingen Commissie Energie 2030 niet
- Moet de levensduur van de kerncentrales worden verlengd?
- Is dit het standpunt van de werkgevers?
~ Voorop ~
De drie belangrijkste federale maatschappelijke raden (de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Algemene Raad van de Commissie voor de regulering van de Elektriciteit- en Gasmarkt (Creg)) hebben eind vorige week hun advies uitgebracht over het rapport van de Commissie Energie 2030 (ook ‘Commissie D’haeseleer' genoemd, naar de voorzitter). In de drie gevallen zijn de adviezen uiterst kritisch voor het rapport. Wat sterk opvalt is dat enkel de werkgevers het oorspronkelijke rapport blijven verdedigen. Alle andere maatschappelijke groepen (vakbonden, producenten van groene energie, consumenten-, milieu- en Noord-Zuidbewegingen) komen tot de gemeenschappelijke vaststelling dat er methodologisch heel wat aan te merken valt op de studie en dat 9 van de 10 ‘aanbevelingen’ van de commissie D’haeseleer niet zomaar kunnen worden gevolgd. Er wordt ook telkens vastgesteld dat de aanbevelingen die de Commissie Energie 2030 formuleert, vaak los staan van resultaten van de studie zelf.
Meer info: Bram Claeys
|
~ Adviezen over CE2030 ~
De raden bogen zich in eerste instantie over de door de CE2030 gebruikte methodologie. Daar kwamen toch een aantal unaniem gedragen vaststellingen uit. Iedereen was het er over eens dat zowel de sociaal-economische aspecten van het energiebeleid als de ecologische gevolgen ervan te weinig werden onderzocht. Ook de kritiek dat het rapport zich te eenzijdig concentreerde op de elektriciteitssector, die minder dan 17 % van de Belgische energievraag vertegenwoordigt, terwijl de resterende 83 % te weinig worden belicht, was eenparig.
“Maar’, zeggen de werkgevers: ‘een betere methode zou niet tot andere aanbevelingen hebben geleid’, de methodologische opmerkingen doen dan ook niet terzake.
Werkgevers staan met die visie alleen. Alle andere actoren zijn juist van oordeel dat aanbevelingen met een ‘wetenschappelijke pretentie’ moeten voortvloeien uit de ingezette gegevens en de correcte methodologische verwerking. Anders zijn de aanbevelingen niet meer dan wetenschappelijk verpakte politieke meningen.
In de Creg wijzen de vakbonden, de milieubeweging en de sector van de hernieuwbare energie er bovendien op dat de CE2030 zich teveel begraaft in een pure modelscenarioberekening, terwijl ze juist veel meer gebruik had moeten maken van de mogelijkheden van een toekomstverkenning, waarbij alle criteria van de duurzame ontwikkeling volwaardig aan bod moeten komen, en gebruik makend van een participatieve procesformule. Om het in de woorden van het advies te zeggen: “De analyse moet ondersteund worden door een wetenschappelijk verantwoorde vorm van toekomstverkenning, op voorwaarde dat de nu gangbare toekomstverkenningspraktijken aangepast worden om normatief geïnspireerde analyses mogelijk te maken.”
Daarenboven heeft een meerderheid van de Creg-leden zware bedenkingen bij de selectie van gegevens die de CE2030 heeft gemaakt voor de scenarioberekeningen zelf. Met name lijken de aannames voor kernenergie deze technologie te bevoordelen, en de aannames voor hernieuwbare energie en energiebesparing juist te zorgen dat deze opties het extra moeilijk hebben. Er wordt dan ook gevraagd dat een bijkomende scenariostudie dit zou onderzoeken.
Meer info: Bram Claeys
~ Adviezen over CE2030 ~
De Commissie Energie 2030 formuleerde twee soorten ‘aanbevelingen’. Eerst zijn er de krachtlijnen (de zogenaamde “guiding principles”), dan volgen de eigenlijke aanbevelingen, met als meest in het oog springende, de aanbeveling om de levensduur van de kerncentrales te verlengen.
Over de krachtlijnen is er weinig discussie. Het gaat dan ook over principes als stabiliteit in de wetgeving, harmonisatie binnen België, en de erkenning dat verregaande CO2-reductiedoelstellingen op ons af komen en de nood aan gediversifieerde energiebronnen. Niet echt wereldschokkende stellingen, die mits wat commentaar wel algemeen worden gedragen.
Helemaal anders ligt het bij de 10 concrete aanbevelingen van de Commissie Energie 2030 (waaronder de controversiële aanbeveling over de kerncentrales). Slechts één van de tien aanbevelingen kan rekenen op de steun van de een meerderheid: het voorstel om het energiebeleid voortaan structureel op te volgen.
Negen van de tien aanbevelingen stuiten op een verdeeld advies. De raden vragen verder unaniem om de gedecentraliseerde energieopwekking mee te nemen in het energiebeleid, en dan in het bijzonder in de ontwikkeling van de transportnetten.
Op te merken valt overigens dat de raden de CE2030 niet volgen in haar vraag om de Belgische offshore politiek te herbekijken.
In één geval slagen vakbonden, milieubeweging en consumenten er niet een gemeenschappelijke visie te formuleren: over de opslag van CO2 onder de grond zijn de meningen te sterk verdeeld.
Meer info: Bram Claeys
~ Adviezen over CE2030 ~
De vraag die maatschappelijk en politiek centraal staat, en ook in de adviesraden tot de grootste debatten aanleiding gaf, is de vraag of er een noodzaak bestaat om de levensduur van de kerncentrales te verlengen. De meerderheid van de leden (vakbonden, milieubeweging, consumenten- en ontwikkelingsorganisaties) van de raden volgt deze aanbeveling niet. Zij stellen integendeel dat zo snel mogelijk werk moet worden gemaakt van een taks die de monsterwinsten op de afgeschreven centrales afroomt, en van investeringen in nieuwe productiecapaciteit om de wegvallende nucleaire capaciteit te vervangen. De problemen met de vrijmaking van de elektriciteitmarkt en de onzekerheid over de wet op zich zijn de belangrijkste redenen voor het uitblijven van die investeringen.
Meer info: Bram Claeys
~ Adviezen over CE2030 ~
Dat het VBO, Fedichem en Unizo kiezen voor de verlenging van de levensduur van de kerncentrales is oud nieuws. Ook in de bespreking van het rapport CE2030 weken ze niet af van dit standpunt. Tot nu toe ging die houding echter meestal gepaard met een zekere terughoudendheid tegenover kernenergie in het algemeen.
Vaak werden de problemen van het kernafval erkend, maar wogen economische argumenten door.
Het standpunt dat nu door de werkgevers naar voren wordt geschoven verschilt grondig van de ‘rationele’ benadering die tot nu toe in werkgeverskringen heerste. Zo is er voor de werkgevers plots geen ernstig afvalprobleem meer, in tegendeel: radioactiviteit is minder problematisch dan ‘luchtemissies’ van klassieke centrales, zoals NOx en SO2, aangezien het radioactief afval in vaten op te slaan valt, in tegenstelling tot die lastige gassen die zomaar de lucht in vliegen.
Wie dit soort ‘argumenten’ hanteert, maakt het wel bijzonder moeilijk om als geloofwaardig te worden beschouwd. En de werkgevers volharden: het veiligheidsprobleem ‘is vooral een kwestie van perceptie’ en kernenergie draagt bij tot de wereldvrede omdat ze energie haalt uit plutonium van afgedankte kernwapens.
Vraag is van wie deze passage komt: Irans Ahmadinejad? Noord Korea’s Kim Jong Il? Frankrijks Electrabel? Als het al ooit de bedoeling van federaal minister Verwilghen zou zijn geweest om op basis van een wetenschappelijk rapport de consensus over kernenergie naderbij te brengen, dan kan hij samen met ons vaststellen dat zijn opzet mislukt is.
Meer info: Bram Claeys