E-zines

Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 19-09-2008 - Veel meer bos gekapt dan gecompenseerd

19-09-2008 - Veel meer bos gekapt dan gecompenseerd

Share

Voorop
Veel meer bos gekapt dan gecompenseerd

Actueel
Nederland wordt klimaatbestendig – en Vlaanderen?
Industriecommissie van Europees Parlement wil doelstellingen biobrandstoffen bijsturen
Afbakening stedelijk gebied Antwerpen
Ruimtelijke Uitvoeringsplannen: een overzicht



~ Voorop ~

Veel meer bos gekapt dan gecompenseerd

Uit het antwoord van Vlaams minister voor leefmilieu Hilde Crevits op twee parlementaire vragen blijkt dat er de afgelopen jaren veel meer zonevreemd bos gekapt werd dan er opnieuw aangeplant werd. Volgens het bosdecreet kunnen bossen die op het gewestplan ingekleurd zijn als woonzone of industriegebied gekapt worden om te verkavelen of te industrialiseren, op voorwaarde dat een zelfde oppervlakte opnieuw bebost wordt. Dit uiteraard om te voorkomen dat het bosarme Vlaanderen nog bosarmer wordt. Voor waardevolle loofbossen moet de gekapte oppervlakte zelfs dubbel gecompenseerd worden.

De bouwheer kan op twee manieren compenseren: ofwel door zelf bos aan te planten op andere percelen, ofwel door een zogenaamde bosbehoudsbijdrage te storten op de rekening van de Vlaamse overheid, die er dan zelf grond mee koopt om te bebossen.

In de praktijk blijkt deze regeling niet van een leien dakje te lopen. De afgelopen jaren werden in totaal 1300 ha zonevreemd bos gekapt, terwijl er slechts 470 ha bos werd aangeplant. Voor 1100 ha werd een bosbehoudsbijdrage betaald. Met die spaarpot - waar ondertussen al 13 miljoen euro in zit - werden slechts 310 ha te bebossen grond aangekocht. En op veel van die aangekochte gronden moet de eerste boom nog worden geplant. 

Erik Grietens


reactiesreageer

weekvanhetbos.be


~ Actueel ~

Nederland wordt klimaatbestendig – en Vlaanderen?

Begin september publiceerde de Nederlandse Deltacommissie een rapport waarin de grote lijnen worden uitgezet om Nederland klimaatbestendig te maken in de komende jaren. Uitgangspunt is het ‘mee ontwikkelen met de klimaatverandering en ecologische processen’. Zo wil men de kust van Nederland versterken door het aanbrengen van zand dat door de natuurlijke stroming van de zee wordt afgezet op de kust. De grote rivieren krijgen meer ruimte. Naast overstromingen is ook de beschikbaarheid van zoet water voor landbouw, industrie en de productie van drinkwater expliciet meegenomen. Een sterk punt is dat men meteen de beleidsmatige (deltawet) en financiële verankering (inkomsten uit gas in een deltafonds) mee aanreikt.

Algemeen werd het plan positief onthaald in Nederland – al is er meteen ook kritiek op de voorgestelde uitvoering. De oproep van de bevoegde staatssecretaris om samen naar duurzame oplossingen te zoeken, werd dan ook snel opgepikt door waterbeheerders, maar ook verschillende natuurorganisaties zoals WWF en Vogelbescherming Nederland.

In Vlaanderen voorlopig nog niets van dit alles. De mogelijke effecten van klimaatverandering zijn (nog) niet samenhangend in beeld gebracht – een visie over hoe ze aan te pakken ontbreekt al helemaal. De grote lijnen van de te verwachten effecten zijn uiteraard gekend (bvb recent nog in beeld gebracht voor rivieren) – en worden soms ad hoc in individuele projecten (bvb het SIGMA-plan)  doorgerekend. Een samenhangende visie over hoe we de komende decennia kunnen omgaan met de effecten van klimaatverandering op wateroverlast en watertekort is echter nog veraf. Nochtans geen overbodige luxe – want het risico op een grote overstroming is vandaag in Vlaanderen zo’n 100 keer groter dan in Nederland, en inzake waterbeschikbaarheid is er vandaag helemaal geen beleid.

Wim Van Gils

reactiesreageer


~ Actueel ~

Industriecommissie van Europees Parlement wil doelstellingen biobrandstoffen bijsturen

Op 11 september boog de Commissie Industrie en Energie (ITRE) van het Europese Parlement zich over een voorstel tot bijsturing van de doelstelling  inzake hernieuwbare brandstof voor het verkeer. De Europese Commissie had voorgesteld om het verkeer tegen 2020 tenminste op 10% biobranstoffen te laten rijden. ITRE wil nu dat 4% wordt verkregen via 'tweede generatie biobrandstoffen' of elektriciteit van hernieuwbare oorsprong. Tweede generatie biobrandstoffen hebben minder milieu-impact dan deze van de eerste generatie. Ze zijn onder meer afkomstig van reststromen van de landbouw - zoals bijvoorbeeld maïskolven - maar ook houtpellets en dergelijke kunnen in aanmerking komen. Momenteel zijn die als tweede generatie brandstoffen nog niet commercieel beschikbaar.

Tegen 2015 zou een eerste tussendoel moeten worden bereikt: 5% biobrandstof, waarvan 1% tweede generatie of elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. ITRE plant in 2014 een evaluatie, met het oog op een eventuele bijsturing van de doelstellingen voor 2020. Onder meer de evoluties inzake de tweede generatie biobrandstoffen zal daarbij worden bekeken.

De voorbije maanden kwamen biobrandstoffen in een negatief daglicht te staan. Vooral de eerste generatie biobrandstoffen liggen zwaar onder vuur. Studies van toonaangevende wetenschappelijke instellingen wijzen op de concurrentie met voedselgewassen, de negatieve impact op biodiversiteit en de twijfelachtige CO2-winst die ermee geboekt kan worden.

Biobrandstoffen mogen volgens ITRE enkel in aanmerking komen indien ze 45% minder CO2 uitstoten dan fossiele brandstoffen. In 2015 moet dit percentage nog verder worden opgetrokken tot 60%. Om rekening te houden met de indirecte milieu-impact,  is het idee gelanceerd om een risico-factor (risk adder) in te voeren. Een symbolische daad weliswaar, want op korte termijn zou die gelijk gesteld worden aan nul…

Volgende stap in dit dossier is de Raad van Milieuministers op 20 en 21 oktober 2008.

Esmeralda Borgo


reactiesreageer


~ Actueel ~

Afbakening stedelijk gebied Antwerpen

Vorige week keurde de Vlaamse regering het ontwerp ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor het stedelijk gebied Antwerpen goed. In dit plan worden de krachtlijnen vastgelegd voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Het is een vrij ingrijpend plan, waarin een hele reeks nieuwe verkavelingen, bedrijventerreinen, een stadsrandbos én een nieuw voetbalstadion worden voorzien.

Er worden vooreerst zestien zones voorzien voor bijkomende woningbouw. In totaal moet dit volstaan voor ongeveer 8.000 bijkomende woongelegenheden. Het gaat voornamelijk om gebieden aan de rand van de stad en in de randgemeenten, zoals Wijnegem, Wommelgem, Mortsel, Bouchout, Kontich… Daarnaast worden een aantal zones aangeduid voor bedrijventerreinen. Het gaat om Petroleum-Zuid – gelegen naast het natuurgebied Hobokense polder - en de gebieden Schaarbeek/Hogen Akkerhoek en Satenrozen/Keizershoek aan de E17 en de E19. Ook voor de luchthaven van Deurne is er een deelplan voorzien. Naast het luchthavengebied zelf wordt ruimte voorzien voor kmo’s en kantoren. Deze moeten de verdere exploitatie van de luchthaven rendabeler maken en de privé-sector over de brug halen om mee te investeren in de verlieslatende luchthaven, wat tot nu toe niet echt lijkt te lukken.

Verder worden 130 hectare extra bosgebied ingekleurd, in de open ruimte tussen de A12 en de E19 in het zuiden van Antwerpen, in de gemeenten Edegem, Kontich en Aartselaar. Het gaat niet om een echt bos, maar eerder om een groene long met een afwisseling van bos, open ruimte en bestaande bebouwing, met plaats voor zachte recreatie. 

Tot slot wil Antwerpen, zoals Brugge en Gent, ook een nieuw voetbalstadion. Er worden twee mogelijke locaties naar voor geschoven voor dit multifunctioneel stadion. De noordelijke kop van het te ontwikkelen bedrijventerrein Petroleum-Zuid en de zone rond het Mexico Eiland, op het Eilandje. Een definitieve keuze wordt gemaakt na het openbaar onderzoek. Dat openbaar onderzoek zal lopen van 6 oktober 2008 tot en met 4 december 2008.

Erik Grietens


reactiesreageer


~ Actueel ~

Ruimtelijke Uitvoeringsplannen: een overzicht

Momenteel liggen ook een hele reeks ruimtelijke uitvoeringsplannen in openbaar onderzoek. Tijdens dit openbaar onderzoek kan iedereen bezwaar indienen, dat nadien beoordeeld wordt door de Vlaamse Commissie Ruimtelijke Ordening. Het gaat om volgende plannen (door op de naam te klikken komt u op de website met de plannen zelf):

Kleiwinning

Nog tot 27 september loopt het openbaar onderzoek over het  voorontwerp Bijzonder Oppervlaktedelfstoffenplan ‘Alluviale klei van Schelde- en Maasbekken en Polderklei”. Het plan heeft betrekking op de gemeenten Damme, Diksmuide, Dilsen-Stokkem, Gistel, Knokke-Heist, Lanaken, Maaseik, Maasmechelen, Nazareth, Oostende, Oudenaarde, Oudenburg en Wortegem-Petegem. Het plan maakt een inschatting van de toekomstige behoefte aan klei en duidt de zones aan waar in de toekomst klei kan ontgonnen worden.

Erik Grietens 


reactiesreageer