Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 23-12-2009 - Nederland trekt aan alarmbel wegens overcapaciteit afvalverbranding - Vlaanderen talmt
23-12-2009 - Nederland trekt aan alarmbel wegens overcapaciteit afvalverbranding - Vlaanderen talmt
Voorop
- Nederland trekt aan alarmbel wegens overcapaciteit afvalverbranding - Vlaanderen talmt
- Crisis keldert energie-efficiëntie bedrijven
MIRA-S
- Vlaanderen in 2030: de scenario’s van MIRA-S
- Water: MIRA en NARA plaatsen grote vraagtekens bij aanpak stroomgebiedbeheerplannen
- Mobiliteit: inzetten op groene elektrische voertuigen
- Ruimtelijke ordening: nood aan beter beleid
- Industrie en transitie: vraag om structurele veranderingen
~ Voorop ~
In Nederland is er een convenant in de maak tussen Minister Cramer en de afvalverbrandingssector. Afspraak is dat er tot 2020 geen nieuwe afvalverbrandingsinstallaties gebouwd zullen worden.
Tussen 2006 en 2011 zal de afvalverbrandingscapaciteit in Nederland met meer dan een derde toegenomen zijn (van 5,5 miljoen tot 7,4 miljoen ton). Dit terwijl de hoeveelheid afval er stagneerde of zelfs afnam. Nu de prijzen voor afvalverbranding in sommige gevallen gehalveerd zijn (!), vindt de sector blijkbaar dat de tijd rijp is om een moratorium voor bijkomende verbrandingscapaciteit (lees: concurrentie) in te voeren. Ondertussen wordt naar Engeland gekeken om het tekort aan Nederlands afval te compenseren. Volgens de recyclage-industrie komt het moratorium wellicht te laat, goedkope verbranding van recycleerbare materialen ondermijnt hun sector.
Er zijn parallellen te trekken met Vlaanderen. Ook hier is er overcapaciteit. Alleen talmt Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege met de herziening van het Uitvoeringsplan, waardoor er officieel nog altijd een tekort is aan verbrandingscapaciteit. Van die lacune maakt de afvalsector gebruik om snel-snel nog aanvragen in te dienen voor bijkomende verbrandingsovens.
~ Voorop ~
Uit het jaarlijkse voortgangsrapport van het benchmarkingconvenant blijkt dat de Vlaamse bedrijven aanzienlijk terrein verliezen op het vlak van energie-efficiëntie. Onze bedrijven dreigen de doelstelling om tegen 2012 tot de efficiëntste ter wereld te behoren, niet te halen
Het benchmarkingconvenant bestrijkt 80 procent van het industrieel energiegebruik, en is daarmee een van de belangrijkste energiebeleidsinstrumenten dat Vlaanderen rijk is. De mate waarin het convenant succesvol is, heeft dus een zeer grote impact op het klimaatbeleid van ons land. Uit de voorbije rapporteringen bleek telkens dat onze bedrijven op koers zaten en beter scoorden dan de wereldtop. We namen deze resultaten de voorbije jaren al kritisch onder de loep (zie ook hier).
Uit het nieuwe jaarverslag blijkt nu dat onze bedrijven hun voorsprong op de wereldtop bijna volledig uit handen hebben gegeven. De economische crisis lijkt op dit vlak een nefaste rol te spelen.
Het absolute energieverbruik en de absolute CO2-uitstoot mogen dankzij de crisis dan wel lager liggen, op de energie-efficiëntie heeft de economische crisis een nefaste impact. En het is deze parameter die essentieel is in de omslag naar een energie-efficiënte en koolstofarme economie.
~ MIRA-S ~
Op 11 december stelden de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en het Instituut voor Natuur- en Bosbeheer (INBO) het gezamenlijke MIRA/NARA rapport 2009 voor in het Vlaams parlement. Tussen het mediatiek geweld van Kopenhagen en de Zenne viel de prestatie van onze milieuadministratie wat minder op, maar dat willen we nu goedmaken door dit MIRA-hoofdstuk in deze editie van de beleidsbabbel.
Elk jaar publiceert MIRA een ‘T’-rapport, dat de toestand van ons leefmilieu in kaart brengt. Dit jaar was het opzet anders. In het ‘S’-rapport wordt, vertrekkende van de huidige to estand van ons leefmilieu en van de verwachte economische groei, nagegaan hoe het leefmilieu in Vlaanderen er zou kunnen uitzien in 2030. Daarbij worden drie verschillende scenario’s ingezet. Het ‘referentie’-scenario gaat uit van ongewijzigd beleid. Het ‘Europa’-scenario onderzoekt wat zou gebeuren indien we de Europese doelstellingen zouden omzetten in beleid en het ‘VISI’-scenario onderzoekt wat het effect zou zijn van een krachtig(er) milieubeleid.
~ MIRA-S ~
De stroomgebiedbeheerplannen zijn het pièce de résistance van de Kaderrichtlijn water. De ontwerpplannen zijn al in openbaar onderzoek geweest en kregen daarbij ernstige kritiek vanuit MINA, SERV en SALV (zie ook dit artikel)
~ MIRA-S ~
Het visionaire of meest duurzame scenario in MIRA-S zet volop in op elektrische voertuigen. Het scenario koppelt hieraan een vergroening van de energievoorziening en een beheersing van de vraag naar transport.
Dit is een logisch keuze:
~ MIRA-S ~
In het Milieurapport 2009 is een volledig hoofdstuk gewijd aan het thema landgebruik. De manier waarop we met ons land omgaan, heeft immers een belangrijke invloed op verschillende milieuthema’s, zoals versnippering, biodiversiteit, lucht- of waterkwaliteit.
Volgens MIRA 2009 zal de versteende oppervlakte in Vlaanderen nog gevoelig toenemen. Door de groei van de bevolking en de economie is er meer nood aan residentiële en commerciële bebouwing. De overheid heeft echter een grote impact op de manier waarop ruimte bebouwd wordt. Als gekozen wordt voor een beleid van verdichting in steden en dorpskernen - het zgn. Europa-scenario, dat overeen komt met de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen - zal de bebouwde oppervlakte met 13 procent uitbreiden. Als het nu gevoerde beleid wordt verder gezet - het referentie-scenario - zal dat oplopen tot 17 procent. Dat maakt enkele duizenden hectare verschil.
|
~ MIRA-S ~
De Milieuverkenning geeft een interessante vooruitblik op wat de toekomstige milieu-impact en economische activiteit van de industrie in Vlaanderen in 2030 zou kunnen zijn. De toekomstige ontwikkelingen zijn met behulp van drie beleidsscenario’s met toenemend ambitieniveau in beeld gebracht. Het me est ambitieuze niveau is het zogenaamde ‘visionair scenario’, dat vertrekt van de globale klimaatmaatregelen die ook in Vlaanderen moeten ingevoerd worden. Zo gaat dit scenario uit van een (verplichte) daling van de totale Vlaamse uitstoot aan broeikasgassen in 2030 van 50 procent, in vergelijking met 1990.