Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 04-02-2010 - Kopenhagenakkoord: wereld 'engageert' zich op rampkoers
04-02-2010 - Kopenhagenakkoord: wereld 'engageert' zich op rampkoers
Voorop
- Kopenhagenakkoord: wereld 'engageert' zich op rampkoers
Actueel
- BBL pleit in Vlaams parlement voor betere en snellere procedures
- Herschikking van het landbouwbudget zorgt voor duidelijk milieuvoordeel
- Nieuw Vlaams kader voor inplanting windmolens in de maak
- Bestrijdingsmiddelen nefast voor biodiversiteit
~ Voorop ~
Vorige zondag was een belangrijke dag voor het 'Kopenhagenakkoord'. De landen die dit akkoord willen ondertekenen, moesten dat tegen 31 januari laten weten. Bij ondertekening van het Kopenhagenakkoord moesten industrielanden ook aangeven welke CO2-reducties ze tegen 2020 willen nastreven.
We berichtten eerder al over het vrijwillige en zwakke akkoord (lees meer hier en hier), dat tijdens de laatste uurtjes van de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen beslecht werd. Dat dit akkoord niet zal volstaan om een onomkeerbare klimaatverandering af te wenden, wordt nu nog eens pijnlijk duidelijk.
De belangrijkste industrielanden en heel wat groei- en ontwikkelingslanden hebben de voorbije dagen braafjes hun huiswerk voor het Kopenhagenakkoord afgeleverd. Zoals we eerder al berichtten, blijft Europa vasthouden aan haar oude belofte van 20 procent reductie tegen 2020 en 30 procent indien andere industrielanden gelijkaardige inspanningen leveren. Gezien de recente evoluties en wetenschappelijke inzichten, is deze doelstelling ruim ontoereikend. Bovendien heeft de 20/30-strategie van Europa in Kopenhagen volledig gefaald. Maar Europa slaagt er vooralsnog niet in om het geweer van schouder te veranderen.
|
~ Actueel ~
Het thema ‘versnelling Maatschappelijk Belangrijke Investeringsprojecten’ kwam er in oorsprong op initiatief van de Vlaamse regering, die betreurde dat belangrijke infrastructuurprojecten zeer traag vorderden. Daarbij werd nogal gemakkelijk met de vinger gewezen naar ‘inspraakprocedures’ die vertragend zouden werken. Het kwam er dus voor BBL op aan de puntjes op de i te zetten tijdens de parlementaire hoorzitting. Versnelling, kwaliteit en draagvlak kunnen best samengaan, aldus Erik Grietens. Hij legde enkele structurele tekortkomingen van de bestaande procedure bloot en formuleerde hiervoor doeltreffende alternatieven. Hij pleitte daarbij voor vroegere inspraak, betere MER’s en het samenvoegen van procedures.
Erik Grietens
|
~ Actueel ~
Een herschikking van het Europese landbouwbudget kan de milieu-impact van landbouw significant verbeteren. Dat blijkt uit een studie van LEI (Landbouweconomisch Instituut van Wageningen University & Research centre) en IEEP (Institute for European Environmental Policy).
In die studie werden de economische, sociale en milieu-effecten van verschillende graden van modulatie onderzocht. Modulatie betekent de overheveling van fondsen uit de eerste pijler (marksteun en directe subsidies) naar de tweede pijler (plattelandsontwikkelingsprogramma’s) van het Europese landbouwbeleid. Binnen de plattelandsontwikkelingsprogramma’s kunnen de lidstaten agromilieumaatregelen uitwerken. En het is net de verhoging van deze fondsen die volgens de studie het milieu merkbaar ten goede komt.
Het verschuiven van 20 procent van het landbouwbudget van de eerste naar de tweede pijler, heeft een verwaarloosbare impact op de economische leefbaarheid van de landbouwbedrijven op EU-niveau. Wel levert deze modulatie uitgesproken voordelen op voor het milieu. Verplichte modulatie zou een positieve invloed hebben op biodiversiteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, landschap en klimaat.
~ Actueel ~
In het Vlaams parlement werd minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters geïnterpelleerd over de inplanting van windmolens in Vlaanderen. Hierover is immers nogal wat onduidelijkheid ontstaan door het nieuwe decreet Ruimtelijke Ordening. Dat decreet maakt het makkelijker om windmolens in te planten in landbouwgebied, waar dat voorheen enkel mogelijk was op industrieterreinen. Welke voorwaarden er gelden voor inplanting in landbouwgebied, is echter niet zo duidelijk. Ondertussen ontwikkelen verschillende provincies en intercommunales al wel hun eigen streekvisie voor inplanting van windmolens.
De minister antwoordde dat binnen het departement Ruimtelijke Ordening eind vorig jaar een werkgroep opgestart is om een nieuw Vlaams afwegingskader voor windmolens op te stellen. Dat kader zal de huidige omzendbrief vervangen. Momenteel pleegt deze werkgroep overleg met lokale overheden, provincies en betrokken sectoren. Bedoeling van de minister is om tegen de zomer met een nieuw Vlaams afwegingskader op de proppen te komen. Het moet een transparante set van regels worden om het inplanten van windmolens te ondersteunen, daar waar het landschappelijk verantwoord is. Wordt zeker vervolgd.
|
~ Actueel ~
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de intensieve landbouw van vandaag heeft een doorslaggevend negatief effect op wilde plant- en diersoorten in de Europese akkerbouwgebieden. De intensivering van de landbouw heeft ook de kansen voor biologische bestrijding drastisch verminderd. Alleen door op grote schaal het gebruik van pesticiden tot een minimum terug te brengen, kunnen zowel het herstel van biodiversiteit op akkerland als het potentieel voor biologische bestrijding van plagen bevorderd worden. Tot deze conclusies komt een recent onderzoek van Wageningen University en acht andere Europese universiteiten.
Landbouw heeft een belangrijk effect op biodiversiteit. Met 43 procent van het oppervlak van de 27 EU-lidstaten is het immers de omvangrijkste vorm van landgebruik. De afgelopen vijftig jaar zijn door de intensivering van de landbouw veel wilde planten- en diersoorten regionaal of landelijk uitgestorven. In die periode zijn bedrijven en percelen vergroot en veranderde het landschap, doordat heggen en ruige akkerranden werden opgeruimd. De percelen werden meer bemest en meer met pesticiden bespoten. De studie toont nu aan dat dat een consistent negatief effect heeft op de biodiversiteit van wilde planten, kevers en broedvogels. Wanneer akkers op een biologische manier worden bewerkt of als er sprake is van beheersovereenkomsten waarbij er minder of geen pesticiden worden toegepast, blijkt dit in heel Europa positief voor het aantal planten- en keversoorten. Het aantal vogelsoorten blijft echter nagenoeg gelijk. Vogels, vlinders, en bijen zoeken voedsel in een groot gebied, waardoor ook pesticidengebruik op aangrenzende akkers voor hen negatief kan zijn. De verminderde biodiversiteit heeft bovendien een negatief effect op de mogelijkheden voor biologische bestrijding.