Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 18-02-2010 - Obama buigt voor nucleaire lobby
18-02-2010 - Obama buigt voor nucleaire lobby
Voorop
- Obama buigt voor nucleaire lobby
- Economische studies maken brandhout van kernenergie
Actueel
- De toekomst is hernieuwbaar
- Ronde tafel over voetbal(stadions): de duurzame opportuniteiten van het WK
- Belgische verbrandingslobby slaakt alarmkreet
- ‘Versneld naar snelle procedures’
- Landbouwers en bedrijven betwisten waterfacturen, Europese verplichtingen worden ‘vergeten’
- Hoge nitraatvervuiling in Vlaamse wateren
- 150.000 euro voor ‘Goede VIS’ en ‘VISwijzer’
~ Voorop ~
In een poging om alsnog republikeinse steun voor zijn energie- en klimaatbeleid te winnen, heeft VS-president Obama zopas aangekondigd dat hij 8,4 miljard dollar ‘lening’ zal uittrekken om twee nieuwe kerncentrales te bouwen in de staat Georgia. In totaal is hij bereid niet minder dan 54,5 miljard dollar vrij te maken voor de nucleaire industrie.
Het is een merkwaardige – maar niet verrassende – ontwikkeling in een land dat als geen ander staatsinterventie afwijst en de ‘vrije markt’ promoot, dat Obama de belastingbetaler wil laten opdraaien voor de onrendabele investering in kernenergie. De nucleaire industrie in de VS had reeds duidelijk gemaakt dat zij zelf niet bereid was nog langer te investeren, omdat geen enkele bank nog bereid was het risico te dekken. Een senaatscommissie berekende in 2003 reeds de kans dat de nucleaire industrie de ‘lening’ kan terugbetalen op ‘veel minder dan 50 procent’. Sindsdien zijn de reële kosten bij de bouw van kerncentrales verder de pan uit gerezen. De beslissing van Obama kan dus gezien worden als een zuiver politieke beslissing.
Het was opvallend dat Jos Delbeke, de Vlaming die aan het hoofd komt van het nieuwe directoraat-generaal klimaat van de EU, in een reactie op de plannen van Obama niet uitsloot dat ook in Europa opnieuw overheidsgeld naar de nucleaire sector zou vloeien, al toonde hij zich daar niet meteen een groot voorstander van.
Nu duidelijk wordt dat kernenergie niet alleen vervuilend en gevaarlijk is, maar ook onbetaalbaar, blijkt de druk vanuit de nucleaire lobby om het geld van de belastingbetaler in te zetten te groeien.
~ Voorop ~
(Een pleidooi voor) de bouw van nieuwe kerncentrales blijkt economisch hoogst onverantwoord. Een artikel in Gazet van Antwerpen van deze week, geeft een mooie samenvatting van recente studies die dit aantonen.
Uit studies van onder meer Citibank en het Internationaal Atoomagentschap blijkt dat de bouw en het beheer van een nieuwe kerncentrale enorme technologische en financiële risico’s met zich meebrengt. Door de hoge constructiekosten, de waarschijnlijke vertragingen en de onzekerheid over de energieprijzen is een investering in een kerncentrale economisch alles behalve interessant. De meest recente analyse ‘New Nuclear – the economics say no’ van de Citibank Groep concludeert dat ‘sommige van de risico's die ontwikkelaars lopen zo groot en variabel zijn, dat zelfs elk van die risico's afzonderlijk de grootste energiemaatschappij op de knieën zou kunnen krijgen.’
De weinige voorbeelden van nieuwe kerncentrales die reeds in aanbouw zijn, zoals Olkiluoto 3 in Finland, zijn tekenend. We schreven eerder al over de bouw van Olkiluoto 3. In 2004 werd gestart met de bouw van deze nieuwe centrale die vanaf mei 2009 elektriciteit zou moeten produceren. Maar door bijkomende vertragingen, zal er voor 2012 allicht geen elektriciteit geproduceerd worden. Bovendien lopen de kosten van de centrale torenhoog op. Terwijl bij de opstart sprake was van een inv estering van drie miljard euro, is er nu al meer dan 5,3 miljard euro gespendeerd.
Het Citibankrapport concludeert dat de opbrengst van de investering in de nieuwe Finse kerncentrale teniet gedaan kan worden door het uitstel en de groeiende kosten ‘tenzij die kosten op de een of andere manier doorgesluisd kunnen worden’. De vraag is of de samenleving, die zich de voorbije decennia blauw heeft betaald aan de kerncentrales uit de jaren ’70 en ’80 en nu ziet dat Electrabel grote sier maakt met het geld van de belastingbetaler en consument, een tweede keer tegen dezelfde steen wil stoten. In een geliberaliseerde energiemarkt zou dat in principe moeten uitgesloten zijn, maar het is voor politici moeilijk om aan de lokroep van het grote geld te weerstaan.
~ Actueel ~
Een studie van de Franstalige beroepsfederatie voor hernieuwbare energiebedrijven EDORA en diens Vlaamse tegenhanger ODE, toont aan dat België tegen 2020 16 tot 18 procent van de energievraag uit hernieuwbare energie kan halen. Hiermee zou ons land ruimschoots aan de Europese verplichting voldoen die stelt dat we tegen 2020 13 procent van onze energieconsumptie uit hernieuwbare bronnen moeten halen. Vandaag bedraagt het aandeel hernieuwbare energie in België een kleine 3 procent.
Van de vraag naar elektriciteit - goed voor een kwart van ons energieverbruik - zou 28 procent uit hernieuwbare energie kunnen komen. Windenergie, zowel op zee als op land, staat hierbij in voor het leeuwendeel van de groene energievoorziening. Daarnaast zal ook het aandeel zonne-energie aanzienlijk stijgen. Van de vraag naar warmte, de helft van de totale energievraag, zou 14 procent tegen 2020 kunnen worden gedekt door hernieuwbare energie. Volgens de studie zou voor transport - een kwart van de energievraag - 8 procent uit biobrandstoffen kunnen worden gehaald.
Met de start van de bouw van het tweede windturbinepark op zee vorige week, is er weer een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van windenergie op zee, maar om het geschetste toekomstbeeld werkelijkheid te laten worden, is er nog heel wat werk aan de winkel. Op zee is er nood aan nieuwe concessiezones voor windenergie, en op land is er nood aan een duidelijk ruimtelijk kader voor de inplanting van windturbines en andere hernieuwbare energie-installaties. Dit moet een gerichte versterking van het elektriciteitsnet mogelijk maken. Bovendien moet er een oplossing gevonden worden voor de sterke restricties die de luchtvaartsector momenteel oplegt bij de bouw van winturbines op land. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in warmtenetwerken en is er nood aan een gerichte ondersteuning voor hernieuwbare warmte.
We hebben dus nog heel wat werk voor de boeg. Maar het resultaat loont. Door te investeren in hernieuwbare energie verzekeren we ons niet alleen van een energievoorziening zonder CO2- en andere schadelijke uitstoot, we creëren hiermee ook duizenden jobs.
Bond Beter Leefmilieu ondersteunt volop een doordachte verdere uitbouw van hernieuwbare energie, maar blijft bijzonder waakzaam ten opzichte van de inzet van biomassa in het algemeen en biobrandstoffen in het bijzonder. Zonder sluitend duurzaamheidskader bestaat het risico dat de import van biomassa neerkomt op het exporteren van problemen en CO2-emissies. Biomassa die wel aan duurzaamheidscriteria voldoet, wordt daarenboven best efficiënt ingezet in vaste installaties. Biobrandstoffen in het transport vormen een zeer inefficiënt gebruik van waardevolle grondstoffen.
Sara van Dyck
~ Actueel ~
Op uitnodiging van Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen!) zaten vertegenwoordigers uit de voetbalwereld vorige week rond de tafel met UNIZO, Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse Bouwmeester en de Universiteit Leuven. Er werd gedebatteerd over de kandidatuur van België en Nederland voor het WK voetbal in 2018, de bouw van nieuwe stadions en de toekomst van het voetbal als volkssport nummer één.
Senator Alain Courtois gaf als inleiding tekst en uitleg bij de Belgisch-Nederlandse kandidatuur. Om mee te kunnen dingen moet België beschikken over minstens één stadion van 60.000 plaatsen en vier van 40.000 zitjes. Het grote stadion moet in Brussel komen, ter vervanging van het huidige Koning Boudewijnstadion op de Heizel. Indien Club Brugge een (ver)nieuw(d) stadion bouwt, moet er in Vlaanderen nog één stadion van 40.000 plaatsen bijkomen. Maar nog belangrijker volgens de senator zijn de andere opportuniteiten die een kandidatuur biedt: de sociale meerwaarde bijvoorbeeld via investeringen in jeugdvoetbal, de aandacht voor duurzame ontwikkeling, impulsen voor stadsherwaardering, … Aangezien de FIFA ervan uitgaat dat de stadions van de kandidaatlanden tegen het WK in orde zullen zijn, zal de toewijzing van het WK vooral gebaseerd zijn op dit soort criteria.
~ Actueel ~
De Belgische verbrandingslobby vreest dat een overcapaciteit aan afvalverbranding in Nederland en Duitsland zal leiden tot scherpe concurrentie op de binnenkort geliberaliseerde Europese afvalmarkt (zie dit artikel in De Tijd van 16/2/10). Bond Beter Leefmilieu signaleerde het probleem reeds enkele weken terug.
Het overaanbod aan afvalverbrandingscapaciteit zal volgens de verbrandingslobby leiden tot een daling van de tarieven voor het verbranden van bedrijfsafval. Om deze daling van inkomsten te compenseren, worden de prijzen voor verbranding van huishoudelijk afval opgetrokken. Deze afvalstroom wordt namelijk niet geliberaliseerd door Europa. De burgers zullen dus hogere facturen gepresenteerd krijgen, om de lagere tarieven voor bedrijfsafval te compenseren.
De verbrandingslobby vreest ook - terecht - dat recyclage moeilijker zal worden bij een (te) goedkope verbranding. Wat de verbrandingslobby echter niet vermeldt, is dat er ook in Vlaanderen overcapaciteit bestaat. Meer nog: dezelfden die de overcapaciteit bij de buren aanklagen, trachten de overcapaciteit aan afvalovens in Vlaanderen verder uit te bouwen. Getuige daarvan de vele nieuwe projecten die in de steigers staan. Eerst voor eigen deur vegen, denken wij dan.
~ Actueel ~
De Vlaamse overheid wil de aanleg van infrastructuurwerken en investeringsprojecten sneller laten verlopen. Zowel in de schoot van de Vlaamse regering als door een commissie van het Vlaams parlement wordt nagegaan hoe die versnelling kan worden gerealiseerd. Op een studiedag van de Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP), ACW, Bond Beter Leefmilieu en De Wakkere Burger werd hierover met een overvolle zaal van gedachten gewisseld en gedebatteerd.
Tijdens de studiedag bleek alvast dat zowel beleidsverantwoordelijken als middenveldorganisaties vragende partij zijn om in de conceptfase van een project meer openbaarheid en participatie te voorzien. Door in de vroege fase van de besluitvorming meer aandacht te besteden aan het onderzoek van alternatieven en hierover een open debat mogelijk te maken, kan een ruimer draagvlak ontstaan voor de gekozen oplossing. Zo kan de uitvoering van het project vlotter verlopen, omdat in die fase geen fundamentele discussies meer moeten worden gevoerd. Ook de Nederlandse commissie Elverding kwam tot deze conclusie.
Verder werd duidelijk dat de vertragingen van grote projecten zeer divers en complex zijn. En de oplossingen dus ook. Dit valt niet recht te zetten door snel-snel enkele termijnen aan te passen of een decreet te herzien. Er is ook behoefte aan een andere bestuurscultuur, een betere budgettaire planning, meer aandacht voor de inbedding van een project in zijn omgeving, meer samenwerking tussen administraties en beter projectmanagement.
En er is nood aan een overheid die zich laat leiden door het algemeen belang, eerder dan zich te laten opjagen door enkele particuliere belangen, die enkel snelsnel hun eigen project wensen gerealiseerd te zien. Vraag is of onze overheid aan deze criteria beantwoordt. De strapatsen in het kader van de ‘herziening’ van RSV1, laten alvast niet veel goeds vermoeden.
|
~ Actueel ~
De vorige Vlaamse regering voerde de eengemaakte waterfactuur in. Deze eengemaakte waterfactuur werd over het algemeen gezien als een van de belangrijke verwezenlijkingen van de vorige legislatuur op vlak van leefmilieu, ook al was de bedoeling ervan zuiver financieel. Nu blijkt echter dat het haastwerk waarmee de invoering van de eengemaakte waterfactuur gepaard ging, voor blijvende problemen zorgt. Grootverbruikers (veelal bedrijven) klagen over de grote verschillen tussen de gemeentelijke saneringsbijdragen en vragen een uniformisering (naar beneden toe). De landbouwsector is ontevreden over de chaotische facturering én over het feit dat sommige landbouwers (dixit Boerenbond) ‘moeten betalen voor een dienst waarvan ze geen gebruik maken’.
In beide gevallen wordt verwezen naar het principe van ‘kostenterugwinning’ uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Dit houdt in dat alle watergebruikers een bijdrage moeten betalen voor de waterdiensten die ze benutten. Individuele bedrijven stellen nu dat ze proportioneel te veel betalen voor bepaalde diensten of dat ze in sommige gevallen moeten betalen voor voorzieningen waarvan ze geen gebruik maken.
Daarbij worden de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water echter bewust verengd. Volgens deze richtlijn moet tegen 2010 het waterprijsbeleid 'adequate prikkels' bevatten zodat de gebruikers de watervoorraden efficiënt benutten én moeten de watergebruikssectoren (ten minste onderverdeeld in huishoudens, bedrijven en landbouw) een bijdrage leveren aan de terugwinning van kosten van waterdiensten.
Het gaat dus niet op om de discussie te verengen tot individuele gevallen of tot de economische kost van één waterdienst (hier waterzuivering): men moet de sectoren in beeld brengen, hun bijdrage in de totale kosten (inclusief milieukosten!) beoordelen én bekijken of het huidige prijsbeleid wel adequate prikkels geeft inzake bvb. rationeel watergebruik.
De overheid laat evenwel na deze sectorgegevens in kaart te brengen, of doet dat maar zeer gedeeltelijk. Dit geldt zowel voor drinkwater als voor afvalwater. De globale gegevens tonen echter aan dat de bijdragen die de gemeenten (en het gewest) vandaag ophalen, niet voldoende zijn om hun kosten inzake waterzuivering te dekken. Voor men gehoor gaat geven aan sectorale klachten, is het essentieel dat men dat kader wel heeft, én dat men uitklaart hoe men deze verplichtingen gaat invullen. Zoniet is het risico reëel dat de derde sector (huishoudens – u en ik dus) zal opdraaien voor de kosten die andere sectoren van zich afschuiven.
~ Actueel ~
Vlaanderen behoort nog steeds tot de Europese regio’s met de hoogste nitraatvervuiling in het oppervlakte- en grondwater. Dat staat te lezen in het vierjaarlijkse rapport van de Europese Commissie over de implementatie van de nitraatrichtlijn in de periode 2004-2007. We kampen nog steeds met een erg zware nutriëntendruk vanuit de veeteelt, en dat laat zich voelen in de waterkwaliteit. Zowel in het grondwater als in het oppervlaktewater worden nog te vaak nitraatconcentraties boven de norm gemeten.
De Europese nitraatrichtlijn heeft tot doel de nitraatvervuiling door bemesting in de landbouw te verminderen. In Vlaanderen is deze richtlijn uitgewerkt in het Mestactieplan (MAP). In de bestudeerde periode was het MAP II van kracht. Sinds eind 2007 geldt het MAP III, dat eind dit jaar afloopt. Metingen duiden erop dat met het MAP III voorzichtige vooruitgang wordt geboekt wat betreft nitraat in oppervlaktewater. De grondwaterkwaliteit verbetert echter (nog) niet. Wil Vlaanderen haar waterkwaliteit binnen afzienbare tijd op een aanvaardbaar niveau brengen, dan zal het volgende MAP (MAP IV) nog een paar tandjes moeten bijsteken.
~ Actueel ~
Twee medewerkers van de Nederlandse Stichting De Noordzee hebben de ‘Edgar Doncker Prijs 2010’ gewonnen, goed voor 150.000 euro. Christien Absil en Esther Luiten zijn de drijvende krachten achter de ontwikkeling en invoering van de ‘VISwijzer’. Ze krijgen de prijs vanwege hun grote bijdrage aan de bescherming van de natuur in de Noordzee. De jury prijst hun onvermoeibare inzet en constructieve aanpak met oog voor mens, maatschappij en economie.
De website ‘Goede VIS’ beoordeelt vissen, schaal- en schelpdieren die in Nederland en België te koop zijn op duurzaamheid. De ‘VISwijzer’ geeft het overzicht op papier. ‘Goede VIS’ wil consumenten en ondernemers in de visketen informeren, stimuleren en inspireren om te kiezen voor vissoorten die niet overbevist worden of die op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt.