Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 26-02-2010 - Nitraatresidu sterk gestegen in 2009
26-02-2010 - Nitraatresidu sterk gestegen in 2009
Voorop
- Nitraatresidu sterk gestegen in 2009
Actueel
- 2.500 bedrijfsgebouwen staan leeg
- Wat met leegstaande woongebouwen?
- Slechts 80 van de 7.000 hectare bedreigd bos geregulariseerd
- Spaanse wind moet wijken voor kernenergie
- Rechtszaak tegen het non-akkoord tussen Belgische regering en Suez
- ‘Stern for nature’ waarschuwt bedrijven voor impact milieukost
~ Voorop ~
Het gemiddelde nitraatresidu in de Vlaamse landbouwgronden is vorig jaar – na twee jaar daling - terug gestegen. Dat blijkt uit het nitraatresidurapport 2010 dat de Mestbank zopas bekend maakte. In 2007 trad het nieuwe mestdecreet in voege. Sindsdien waren de resultaten, zowel inzake nitraatresidu als inzake waterkwaliteit bemoedigend. Maar na nauwelijks twee jaar lijkt het gunstige effect van het nieuwe mestdecreet al uitgewerkt. Het gemiddelde nitraatresidu in 2009 was 90 kg NO3--N/ha, terwijl dat in 2007 en 2008 nog respectievelijk 71 en 75 kg NO3--N/ha bedroeg.
De stijging van het gemiddelde nitraatresidu kan, zoals door de Mestbank aangehaald, ten dele verklaard worden door de droogte in augustus en september 2009. Hierdoor hebben de gewassen tijdens die laatste maanden weinig of geen stikstof meer kunnen opnemen uit de bodem en is er meer stikstof uit de laatste bemestingsronde achtergebleven in de bodem, met een hoog nitraatresidu tot gevolg.
Maar dat is slechts een gedeeltelijke verklaring. Bij de landbouwers die een 'beheersovereenkomst (BO) verminderde bemesting' hadden afgesloten met de Vlaamse Landmaatschappij, werden immers geen verhoogde nitraatresidu’s opgemeten. Integendeel, daar lag het gemiddelde nitraatresidu op 47 kg NO3--N/ha, lager nog dan in de twee voorgaande jaren! Toen was het gemiddelde respectievelijk 50 en 48 kg NO3--N/ha. Aangezien het hoogst onwaarschijnlijk is dat zich precies boven deze percelen andere weersomstandigheden voordeden, moet de verklaring elders worden gezocht. De landbouwers met BO krijgen een vergoeding voor het beperken van hun dierlijke mestgebruik. Tenminste, ze krijgen die vergoeding als hun nitraatresidu lager ligt dan 86 kg NO3--N/ha. Om die vergoeding niet te mislopen, hebben de landbouwers hun bemestingsgedrag klaarblijkelijk aangepast aan de specifieke weersomstandigheden van de zomer van 2009. Omdat de gewassen de stikstof uit de mest toch niet zouden kunnen opnemen en die stikstof in de bodem zou blijven zitten, hebben ze hun gronden niet meer bemest. Een goede landbouwpraktijk, met andere woorden.
Landbouwers zonder BO hebben deze logica blijkbaar niet gevolgd. Hoewel landbouwkundig niet noodzakelijk, hebben zij op het einde van het groeiseizoen nog wel dierlijke mest uitgereden. Men moest het overschot aan dierlijke mest kwijt, en de schrik voor een boete wegens een te hoog nitraatresidu woog daar blijkbaar niet tegenop. Dat is ook niet te verwonderen, gezien de boetes zowel in 2007 als in 2008 zijn kwijtgescholden. Bovendien zijn de strafmaten voor 2009 ook nog niet vastgelegd. In een dergelijk klimaat van straffeloosheid blijkt het Vlaamse mestoverschot nog steeds een serieuze bedreiging voor de waterkwaliteit.
~ Actueel ~
Naast meer dan tienduizend hectaren leegstaande bedrijfsgronden, staan er in Vlaanderen ook zo’n 2.500 bedrijfsgebouwen leeg. Dat blijkt uit het antwoord van minister voor ruimtelijke Ordening Philippe Muyters (N-VA) op een parlementaire vraag van Carl Decaluwé (CD&V).
De Vlaamse overheid werkt met een leegstandheffing en premies voor aankoop of sanering van leegstaande bedrijfspanden. Dat beleid blijkt globaal echter weinig impact te hebben. Het aantal leegstaande bedrijfsgebouwen blijkt de afgelopen tien jaar vrij constant rond de 2.500 te blijven schommelen.
Uitschieter is de provincie Antwerpen met meer dan 700 leegstaande bedrijfspanden, gevolgd door Oost- en West-Vlaanderen, beide met ongeveer 500 leegstaande gebouwen. Uit de cijfers van de minister blijkt verder dat er jaarlijks slechts een dertigtal aanvragen worden ingediend bij het Vernieuwingsfonds voor verweving of sanering van leegstaande bedrijven. Veel te weinig dus om de leegstand echt aan te pakken.
Omdat in 2009 ongeveer tien premieaanvragen méér werden ingediend voor verwerving of sanering dan in 2008, ziet de minister een positieve trend. Daarom acht hij de evaluatie van de effectiviteit van het Vernieuwingsfonds en de leegstandsheffing niet nodig, ‘laat staan een grondige bijstelling ervan’. Het ziet er dus naar uit dat in het kleine en dichtbevolkte Vlaanderen ook de volgende jaren 2.500 bedrijfsgebouwen ongebruikt zullen blijven.
~ Actueel ~
Naast een heffing op leegstaande bedrijfsgebouwen is er – of beter, was er – ook een Vlaamse heffing op leegstaande woongebouwen. Die Vlaamse belasting werd begin dit jaar met de invoering van het grond- en pandendecreet echter afgeschaft en vervangen door de mogelijkheid van een gemeentelijke belasting. Geen verplichting dus. Gemeentebesturen hadden voordien reeds de mogelijkheid om een eigen belasting te heffen of opcentiemen te innen bovenop de Vlaamse heffing.
Uit een parlementaire vraag hierover van Els Robeyns (SP.a), blijkt dat minder dan de helft van de Vlaamse gemeenten dat ook effectief deden. Slechts één gemeente op vier heeft een eigen leegstandsheffing. Het valt te vrezen dat de gemeenten die voordien al geen beleid voerden tegen leegstand, ook in de toekomst geen eigen heffing zullen invoeren, waardoor de speculatieve leegstand van woningen in heel wat gemeenten opnieuw dreigt toe te nemen. Wel stelt de Vlaamse overheid een modelreglement ter beschikking van de gemeenten om een eigen heffing in te voeren. Het is nu af te wachten hoeveel gemeenten dat ook effectief zullen doen.
Uit de parlementaire vraag blijkt verder dat de heffing voor het Vlaams Gewest in 2008 een kwart miljoen euro opleverde. Geld dat zeer zinvol besteed zou kunnen worden in de stedelijke vernieuwingsprojecten, maar nu niet meer beschikbaar is. De Vlaamse heffing voor verkrotte en onbewoonbaar verklaarde woningen blijft gelukkig wel bestaan.
~ Actueel ~
Uit een parlementaire vraag van Dirk Peeters (Groen!) aan minister voor ruimtelijke ordening Philippe Muyters, blijkt dat er in Vlaanderen ongeveer 30.000 ha zonevreemde bossen liggen. Het grootste deel daarvan ligt in landbouw- of recreatiegebied en is niet onmiddellijk bedreigd. Iets meer dan 7.000 ha van die zonevreemde bossen liggen echter in woon- en industriegebieden, vooral in de provincies Limburg en Antwerpen. Die bossen kunnen gekapt worden om plaats te maken voor woningen of bedrijven, mits compensatie zoals voorzien in het bosdecreet. Die compensatie loopt echter niet van een leien dakje: het geld in het boscompensatiefonds blijft voor een groot deel ongebruikt. Uit de cijfers van de minister blijkt nu dat de afgelopen zes jaar voor slechts 83 ha van die 7.000 ha bedreigd bos een ruimtelijk uitvoeringsplan opgesteld werd, waarbij het bos werd ingekleurd in een groene bestemming.
|
~ Actueel ~
Op 24 februari leverden de Spaanse windturbines maar liefst 12.902 megawatt elektriciteit. Hiermee sneuvelde het recente Spaanse windenergierecord van november vorig jaar. Toen leverde de Spaanse wind een recordvermogen van 11.500 MW, wat overeenstemt met 50 procent van het Spaanse elektriciteitsverbruik of maar liefst 11 kernreactoren.
Helaas kon al de schone Spaanse windenergie deze week niet gebruikt worden. De rigide Spaanse kerncentrales konden wegens een gebrek aan flexibiliteit hun productie niet afstemmen op de vraag. Hierdoor moesten honderden perfect werkende windturbines voor uren stilgelegd worden. Dit toont aan dat windturbines wél flexibel geregeld worden. Helaas ging er zo gedurende verscheidene uren wel meer dan 800 MW schone windenergie verloren ten koste van kernenergie.
De kerncentrales bleven gans de tijd onverstoord op hun maximumcapaciteit draaien. In tegenstelling tot windenergie, en in mindere mate ook gas- en steenkoolcentrales, kunnen kerncentrales namelijk niet geregeld worden. Willen we hernieuwbare energie verder kunnen laten groeien, dan staat kernenergie in de weg. Greenpeace Spanje riep dan ook om werk te maken van een afbouw van Spaanse kernenergie. Enkel zo kan het potentieel aan hernieuwbare energie maximaal uitgebouwd worden. Hiermee kan niet alleen CO2 bespaard worden, maar ook geld. Op dagen met veel windenergie was de Spaanse elektriciteit namelijk goedkoper dan ooit.
Als onze politici beslissen om de Belgische kerncentrales langer open te houden, dreigen we in ons land op een zelfde scenario af te stevenen. Onze kerncentrales bezetten namelijk 55 procent van het elektriciteitsnet. Willen we een toekomst met echt groene en CO2-vrije hernieuwbare energie, dan zullen er keuzes moeten gemaakt worden. Het enige wat er nodig is, is een flinke dosis politieke moed. En die lijkt momenteel ver zoek.
~ Actueel ~
Eind vorig jaar gooide onze regering het op een akkoordje met de energiereus GDF Suez (Electrabel). In een protocolakkoord beloofde onze regering aan de energiereus dat ze hun kerncentrales langer mogen openhouden dan voorzien in de wet op de kernuitstap. Zoals we eerder al schreven, stelt dit protocolakkoord juridisch niets voor. De CREG stelde dit akkoord al openlijk in vraag.
Vier milieuorganisaties (Vrienden van de Aarde, APERe, vzw Grappe en Nature et Progrès) zijn nu naar de rechter gestapt om het akkoord te laten vernietigen. Hiermee zetten ze een eerste stap om de federale regering ervan te overtuigen om op haar beslissing terug te keren. De organisaties willen aantonen dat het akkoord tussen de Belgische regering en GDF Suez over het langer openhouden van de oudste kerncentrales tot 2025, onwettig is. Vorige week vond voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg de eerste zitting van het proces plaats.
Minister Magnette wil het protocolakkoord in wetgeving omzetten door een wet voor een levensduurverlenging van de kerncentrales door het parlement te laten goedkeuren. Volgens de advocaat van de vier milieuorganisaties, zou een nieuw wetsontwerp om de uitstap uit de kernenergie te vertragen, afwijken van een grondwettelijk recht van 2003, dat de bescherming van een gezond leefmilieu waarborgt door middel van de ‘stand still’-verplichting.
Er zijn overigens nog tal van andere, voor de hand liggende, redenen waarom een verlenging van de levensduur van de 3 oudste kerncentrales met 10 jaar niet gerechtvaardigd is. Het Gemix- rapport, dat door minister Magnette besteld werd om de verlenging van de levensduur te verantwoorden, is immers gemanipuleerd. De conclusie van de Gemix-studie dat er een bevoorradingsprobleem zou kunnen zijn na 2015, is gebaseerd op foute gegevens. Volgens de CREG zijn daarvoor geen aanwijzingen. Wel zal er maximaal ingezet moeten worden op een verbetering van onze energie-efficiëntie, de meest verstandige en noodzakelijke manier om onze klimaatdoelstellingen te halen. En dat heeft minister Magnette blijkbaar nog steeds niet begrepen.
~ Actueel ~
Vorige week publiceerde The Guardian een inzage in een VN-rapport over de milieukost die bedrijven veroorzaken. Het document wordt pas later dit jaar officieel uitgegeven maar wordt nu al het ‘Stern for nature’-rapport genoemd, naar het ophefmakende rapport van Lord Stern die de economische kost van klimaatverandering in kaart bracht.
Het ‘Stern for nature’-rapport schat dat de globale milieukost van de 3.000 grootste bedrijven in de wereld, jaarlijks gezamenlijk zo’n 2,2 triljoen dollar (of zo’n 1.600 miljard euro) milieuschade veroorzaken. Een getal om van te duizelen, hoewel het ‘slechts’ overeenkomt met ongeveer een derde van de jaarlijkse winst van diezelfde bedrijven.
De milieukost bestaat voor het grootste deel uit de geassocieerde kost van broeikasgassen, lokale luchtvervuiling (fijn stof) en oververbruik- en vervuiling van grondwater. De sectoren die hier de grootste verantwoordelijkheid voor hebben, zijn volgens het rapport de grote producenten en verbruikers van energie en de grootverbruikers van water. Het rapport pleit dan ook voor een subsidiestop voor bepaalde sectoren. Hierbij wordt dan specifiek gedacht aan de energie, transport en landbouw.
De boodschap van het rapport is duidelijk: de negatieve impact van de economie op het ecosysteem Aarde is bijzonder groot. De rekening zal hiervoor gepresenteerd worden, op één of andere manier. Bedrijfsleiders kunnen dit niet langer negeren of het zou wel eens het einde van hun onderneming kunnen betekenen. Dit VN-rapport roept bedrijfsleiders op om proactief actie te ondernemen omdat dit bepalend is voor de toekomst van hun onderneming.
Deze conclusies plaatsen het concept ‘duurzaam ondernemen’ in een breder daglicht. Het gaat veel verder dan het ‘evenwicht’ behouden tussen de drie pijlers (economie, sociaal en ecologie). In essentie komt het neer op een vooruitziend risicobeheer op lange termijn in het belang van de onderneming, de maatschappij en de ecosystemen zonder dewelke geen enkel bedrijf kan overleven.