Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 01-06-2010 - Verkiezingsspecial: het leefmilieubeleid onder de kwakkellegislatuur
01-06-2010 - Verkiezingsspecial: het leefmilieubeleid onder de kwakkellegislatuur
Bij elke federale of gewestelijke verkiezing tracht Bond Beter Leefmilieu een eerlijke balans op te maken van de milieuprestaties van de voorbije legislatuur. Dat was deze keer geen aangename opdracht. Er valt namelijk weinig vrolijk nieuws te melden. Of het nu ging om de opstelling van ons land in de internationale klimaatdiscussie, om de vergroening van de fiscaliteit of om het eenvoudig uitvoeren van reeds lang gemaakte afspraken omtrent milieu- en gezondheid, telkens bleek er wel iets de daadkracht in de weg te staan. Bovendien bleek deze regering bereid om de wet op de kernuitstap te koop te stellen tegen de ronde som van 250 miljoen euro per jaar. Een absoluut dieptepunt in een regeerperiode zonder hoogtepunten. Maar zelfs dat liep uiteindelijk mis.
In deze eerste extra Beleidsbabbel naar aanleiding van 13 juni vindt u ook het memorandum van de milieubeweging aan de komende federale regering. Volgende week volgt een tweede deel met onze analyse van de milieuprogramma’s van de politieke partijen.
Evaluatie voorbije legislatuur
- Klimaatbeleid: tussen stilstand en erger
- Energie: zo veel mogelijk nucleair, nauwelijks efficiëntie en zwak in hernieuwbaar
- Mobiliteit en milieu: enkel aandacht voor Zaventem
- Vergroening van de fiscaliteit: was hiervoor een staatssecretaris nodig?
- Milieu en gezondheid: zwak, zwak, zwak
- Biodiversiteit en vergroening van ontwikkelingssamenwerking: lichtpuntjes
- Noordzee: non-beleid
- Duurzame Ontwikkeling: dode letter
- Productbeleid: drie jaar stilte
- Toegang tot de rechtbank: terug naar af
Wat verwacht de milieubeweging?
- Kiezen voor hernieuwbare energie
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Bij de start van de legislatuur (we spreken uiteindelijk 21 december 2007, met het aantreden van Guy Verhofstadt als interimpremier) klonk er toch enige ambitie door in het regeerakkoord. België zou “de internationale gemeenschap aanzetten zich in te zetten voor verregaande reducties van de uitstoot van broeikasgassen”. Meer nog, ons land zou “vanaf 2010 jaarlijks een ‘Wereldtop over klimaat, milieu en energie’ organiseren”.
Het is enigszins anders gelopen. In de aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen slaagde ons land er niet in om de federale en gewestregeringen op één lijn te krijgen. Resultaat: zowel in de Europese discussie voorafgaand aan de top, als op de top zelf, speelde ons land geen enkele rol. En dat ondanks het feit dat we over een ambtenarenkorps beschikken dat inzake dossierkennis en capaciteiten zijns gelijke niet kent in Europa. Maar als de politieke verantwoordelijken niet weten wat ze willen, blijft al die kennis en kunde onaangeroerd. Over de ambitie om jaarlijks een ‘Wereldtop’ bijeen te roepen werd nooit meer iets gehoord.
Samengevat: ons land is door gebrek aan visie en interesse, gecombineerd met intern geruzie van het internationale toneel verdwenen.
En hoe lagen de kaarten, wat betreft de binnenlandse aanpak van het klimaatbeleid? De evaluatie die het Rekenhof vorig jaar van het intern klimaatbeleid maakte, laat aan duidelijkheid niet te wensen over. Het ontbreekt ons land aan coördinatie en zelfs aan inzicht in de bereikte resultaten. Er is een gebrek aan bereidheid om samen te werken, zowel binnen de federale regering als tussen de gewesten en het federale niveau. Meer nog, ons land lijkt door de val van de regering ook gestrand over de verdeling van de doelstellingen van het Europese Energie- en Klimaatpakket.
Eén licht positief initiatief viel toch te melden: bij de administratie ligt er een ontwerp klimaatwet op tafel. Die wet zou onder meer een betere afstemming tussen de diverse beleidsniveaus moeten realiseren. Maar bij elke politieke tussenkomst, bleek de wet verder afgezwakt. De vraag is of wat overblijft nog de moeite loont om er ooit mee naar het parlement te trekken. Niet, dus.
Op één domein werd ons land in het verleden als voorbeeld werd geciteerd: wij hadden de hoogste kwaliteit inzake criteria voor de aankoop van emissierechten in het buitenland. Maar aan die criteria werden onder de voorbije legislatuur in één geval alvast voorbijgegaan. De federale regering kocht 2 miljoen ton CO2-rechten van de Hongaarse regering via een investering in het Hongaarse 'Green Investment Scheme'. Er werd een “joint board”opgericht om een zo goed mogelijke besteding van de middelen te bedingen. Toch blijft het zeer moeilijk om de additionaliteit van die reducties hard te maken.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Het absolute dieptepunt van de voorbije legislatuur viel te toen de tandem Van Rompuy-Magnette besliste de Belgische democratie te braderen en de wet op de kernuitstap te koop aanbood voor 250 miljoen euro per jaar.
Ten tijde van de vorming van de federale regering eind 2007 bleef er nochtans in het regeerakkoord geen spoor meer over van het eerdere oranje-blauwe akkoord om de levensduur van een deel van het nucleaire park te verlengen. Meer dan de afspraak dat een studie de toekomstige energievoorziening en de ‘ideale energiemix’ in kaart zou brengen, was er niet op het publieke forum. Voor het verbeteren van de energie-efficiënte van de overheid werd dan weer wel een ‘uitgebreid plan’ aangekondigd. Van dat laatste is nooit meer iets vernomen. Het verhogen van de energie-efficiëntie is nochtans veruit de goedkoopste en meest effectieve manier om aan de Europese 2020 doelstellingen te bereiken. Maar zelfs daar ging geen aandacht naar.
Dat gebrek aan interesse in energie-efficiënte werd nog eens bevestigd in de GEMIX-studie. Het energiebesparingspotentieel werd in deze studie flagrant onderschat. Er kan geen twijfel over bestaan – het werd trouwens nauwelijks ontkend – dat de GEMIX-studie het vijgenblad was dat de schaamte moest bedekken van de stille politieke afspraak om de levensduur van de kerncentrales te verlengen. Maar zelfs dat bedekken lukte nauwelijks. GEMIX kon niet overtuigend aantonen dat er inderdaad een probleem van energiebevoorrading zou ontstaan bij de sluiting van de oudste kerncentrales in 2015. Om dit alsnog ietwat aanvaardbaar te maken beriep GEMIX zich bovendien op een studie die aan de CREG werd toegewezen, maar waarvan de CREG zich achteraf distantieerde.
Op deze wankele constructie werd dan een afspraak met Electrabel gebouwd, om in ruil voor het 10 tot 20 jaar langer open houden van de oudste kerncentrales, jaarlijks 250 miljoen euro te storten in de Belgische staatskas. Het vormde meteen het absolute dieptepunt van de voorbije regeerperiode: er werd zelfs geen poging meer gedaan om de koehandel – een wet in ruil voor wat zilverlingen – te camoufleren.
Ondertussen talmt de ontwikkeling van hernieuwbare energie. De bouw van de windturbines voor de Belgische kust kent nu al jaren vertraging. Vandaag zijn er nog steeds maar zes turbines in werking met een gezamenlijk vermogen van 30MW. Terwijl er potentieel is voor 3800 MW. Met de ondertekening van het “North Seas Countries' Offshore Grid Initiative” toonde minister Magnette wel goede wil om het pad verder te effenen voor een doorgedreven ontwikkeling van offshore windenergie en een coördinatie van deze uitbouw met de aangrenzende Noordzeelanden Dat onze regering niet voluit voor hernieuwbare energie gaat, blijkt dan weer uit het volgende: in januari vorig jaar ondertekenen meer dan 50 landen het oprichtingsverdrag van IRENA, het internationaal agentschap voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Sinds Tsjechië zich begin dit jaar ook aansloot bij IRENA, is België samen met Hongarije de enige EU-lidstaat die nog geen lid is. En het “actieplan hernieuwbare energie”, dat eind juni bij de Europese Commissie moet worden ingediend, is niet tijdig klaar geraakt.
Het had heel wat voeten in de aarde, maar in 2009 verscheen een prospectieve studie elektriciteit. Deze studie, die ons inzicht zou moeten geven in de perspectieven van energiebevoorrading van ons land bleek al bij haar publicatie achterhaald. Zo mist ze het Europees 2020Klimaat- en Energiepakket, dat het kader aangeeft voor het energiebeleid voor de komende 10 jaar en ontbreekt er een duidelijke visie over hoe ons elektriciteitssysteem er op de korte, middellange en lange termijn zou moeten uitzien.
Als klap op de vuurpijl zal de federale overheid in de periode over een periode van twaalf jaar 384 miljoen investeren voor het opstarten van het nucleaire Myrrha-project. Ondanks het negatieve advies van de Inspectie van Financiën besliste onze regering om voor de zoveelste keer belastinggeld te dumpen in de bodemloze putten van de nucleaire sector. De miljoenen die voor deze onbewezen technologie met groot proliferatierisico worden tevoorschijn getoverd, zijn verloren voor echte oplossingen: energiebesparing en hernieuwbare energie. In werkelijkheid vloeit er op die manier tussen 2010 en 2014 jaarlijks 60 miljoen euro terug van de ‘bijdrage’ van Electrabel aan de staatskas naar de nucleaire sector.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Er was en is geen bereidheid bij de federale regering om de onderliggende oorzaken van de milieu- en mobiliteitsproblematiek aan te pakken. Inzake slimme kilometerheffing gebeurde er federaal niets. In de Europese discussie over het verstrengen van de milieucriteria voor nieuwe wagens koos ons land voluit de kant van de automobielindustrie, tegen de verbetering van de milieukwaliteit in. Verder pleitte staatsecretaris Schouppe voor supertrucks en ondersteunde hij de vraag van de automobielsector om het wagenpark sneller te vervangen. Op een eenvoudige vraag vanuit de ‘Lente van het Leefmilieu’ om de impact van de maximumsnelheid op milieu en klimaat (en verkeersveiligheid) te onderzoeken, kwam niet eens een antwoord.
Maar er was dus ook een bescheiden lichtpunt. Op federaal vlak werd afgesproken om het aantal nachtvluchten op Zaventem te beperken tot maximaal 16.000, wat mogelijk werd na het vertrek van DHL. Vanaf eind oktober 2009 traden ook strengere geluidsquota voor nachtvluchten in werking. Een stap in de goede richting, maar Zaventem blijft wel één van de weinige luchthavens in Europa waar de nacht al om zes uur ’s morgens stopt, in plaats van om zeven uur. Terwijl uit diverse onderzoeken juist blijkt dat geluidsoverlast vooral in de vroege ochtenduren een negatieve invloed heeft op de gezondheid van omwonenden. Op het einde van de legislatuur werd nog getracht een ‘definitief akkoord’ te bereiken over de vliegroutes en windnormen. Het bleek louter een overeenkomst tussen de partijen in de federale regering, waarbij noch de gewesten, noch de omwonenden betrokken waren. Het raakte bovendien niet bekrachtigd door het parlement.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
De OESO schreeuwt het al jaren van de daken: het gebrek aan groene fiscaliteit is voor België een belangrijk probleem. En dus werd er bij het aantreden van de regering een staatssecretaris benoemd die zich over de vergroening van de fiscaliteit zou buigen. Jammer genoeg hoorde deze staatssecretaris (Clerfayt, MR), tot een andere partij dan de minister van Leefmilieu, Klimaat en Energie (Magnette, PS) of Mobiliteit (Schouppe, CD&V). Op geen enkel ogenblik trachtten de excellenties zelfs maar de indruk te wekken dat zij elkaar kenden, laat staan tot eenzelfde regeringsploeg hoorden. Clerfayt kon op het einde van de legislatuur wel pronken met het succes van de ‘groene lening’. Maar of er voor één maatregel een staatssecretaris nodig was, is meer dan een open vraag.
Aan het fiscaal bevoordelen van de bedrijfswagen (één van de voornaamste oorzaken van de permanente congestie op de Brusselse ring, bijvoorbeeld, waar 1 auto op 3 in het spitsuur een bedrijfswagen is) werd niets gedaan. Het fiscaal bevoordelen van de dieselwagens werd nog versterkt toen minister Reynders de accijnsvervangende heffing voor diesel afschafte (maar voor het milieuvriendelijke LPG liet bestaan!).
In afspraak met de sociale partners – en zonder inbreng vanuit de milieubeweging – werd een systeem van ‘ecocheques’ ingevoerd. In theorie zou dit de consumptie van duurzame goederen moeten bevorderen. In praktijk bleek de productlijst verre van ecologisch en bovendien was er weinig of geen controle op de bestedingen. Als er al een nobele gedachte aan de basis van het systeem lag, dan bleek het kunst- en vliegwerk die in praktijk teniet te doen.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
België werkte in 2005 een pesticidenreductieprogramma (PRPB) uit. Oorspronkelijke doelstelling was om tegen 2010 de negatieve impact van pesticidengebruik in de landbouw met 25% te verminderen en de negatieve impact van pesticiden en biociden voor niet-landbouwkundig gebruik met 50% te verminderen. De uitvoering van het PRPB verloopt heel erg traag. Verschillende studies moeten nog worden uitgevoerd of afgewerkt, gegevens zijn nog niet beschikbaar, acties kunnen nog niet genomen worden. Bij de laatste actualisatie (eind 2009) is de deadline met 2 jaar vooruitgeschoven, naar 2012.
Om de Europese regelgeving te volgen, diende België tevens specifieke wetgeving rond asbest te vernieuwen. Het ontwerp van koninklijk besluit over het op de markt brengen van voorwerpen die asbest bevatten werd voorgelegd aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en daar unaniem naar de prullenmand verwezen, o.a. wegens een “schrijnend gebrek aan ambitie”.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Eind november 2009 werd door de Ministerraad het 'Federaal Plan voor de integratie van de biodiversiteit in 4 federale sleutelsectoren' goedgekeurd. Dit plan identificeert meer dan 70 acties om de bescherming van de biodiversiteit te integreren in 4 federale sectoren: economie, ontwikkelingssamenwerking, transport en wetenschapsbeleid. Voor de ontwikkelingssamenwerking werden er 13 actiefiches opgesteld die het aspect 'beschermen van de biodiversiteit in ontwikkelingssamenwerking' in het licht stellen. Een schuchter begin.
In maart 2010 heeft België heeft als eerste land in Europa een zwarte lijst voor dieren en planten opgesteld. Twintig soorten mogen niet meer ingevoerd worden, omdat ze volgens experts een groot gevaar vormen voor onze fauna en flora. Het sikahert, de pallas eekhoorn en de wasbeerhond zijn drie van de diersoorten die niet welkom zijn in België.
Daarnaast heeft de federale overheid zich, onder druk van de bosbouwsector, actief ingezet om de criteria voor duurzaam hout bij overheidsaankopen af te zwakken.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Na enig gepalaver in het begin van de legislatuur bleek er dan toch een staatssecretaris bevoegd voor de Noordzee. Of dit goede nieuws ooit bij de betrokkene is doorgedrongen, valt niet te achterhalen. Er viel in het Noordzeebeleid nauwelijks enige beweging te melden. Het masterplan voor de afbakening van de Noordzee, dat in 2003 werd opgestart, viel zo goed als stil. Wel werd de afbakening van bijkomende mariene Natura 2000-gebieden opgestart.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Onder de voorbije regering verdween ‘Duurzame Ontwikkeling’ uit beeld. Van ‘Duurzame Ontwikkeling’ als transversaal richtsnoer voor het regeerbeleid kwam niets in huis. De beloofde test met de Duurzame Ontwikkelingseffectbeoordeling (doeb) kwam er niet. De wet op de Duurzame Ontwikkeling werd zonder enig overleg met de stakeholders door het parlement gejaagd. Van de uitvoering van de Federale Plannen Duurzame Ontwikkeling kwam zo goed als niets in huis, Door de val van de regering viel ook de voorziene hersamenstelling van de Federale Raad Duurzame Ontwikkeling in het water.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Bij aanvang van de legislatuur lag een “Federaal Plan Producten” klaar, dat van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling een unaniem positieve appreciatie kreeg. Op het einde van de legislatuur lag het plan nog altijd klaar.
Er klein lichtpuntje is de oprichting van het “cradle-to-cradle platform” dat als doel heeft de invoering van cradle-to-cradle-initiatieven te ondersteunen.
~ Evaluatie voorbije legislatuur ~
Bij aanvang van de legislatuur lag een wetsvoorstel klaar in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Dit wetsvoorstel, dat de toegang tot de rechtbank voor milieuverenigingen regelde, was onder de vorige legislatuur reeds goedgekeurd in de senaat en werd door de interim-regering Verhofstadt op de lijst van te behandelen wetsvoorstellen in de kamer geplaatst. Daarna werd het stil rond het voorstel. Nochtans betreft het hier een internationaal engagement waarvoor België al op de vingers werd getikt.
~ Wat verwacht de milieubeweging? ~
De Vlaamse en Franstalige milieukoepels hebben, samen met de grootste lidorganisaties, Natuurpunt/Natagora, Greenpeace en WWF, een memorandum opgesteld, gericht aan de komende federale regering. In het memorandum, dat stilstaat bij alle federale bevoegdheidsdomeinen die een relatie hebben tot milieu en natuur, pleit de milieubeweging uitdrukkelijk voor hernieuwbare energie als basis voor ons energiesysteem. Deze keuze houdt in dat de gefaseerde uitstap uit de kernenergie noodzakelijk is. De milieubeweging pleit ook voor een veel sterker en consistenter klimaatbeleid en voor een veel grotere zorg voor de biodiversiteit, zowel in het eigen als in het internationaal beleid. Veel aandacht gaat ook naar verduurzaming van het transportsysteem.