Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 27-07-2010 - Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen
27-07-2010 - Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen
Beste lezer,
De beleidsB@BBeL gaat na deze editie even met zomervakantie. Vanaf half augustus zijn we er weer met een wekelijkse nieuwsbrief.
De beleidsploeg van Bond Beter Leefmilieu
Voorop
- Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen
Actueel
- Industrie steunt hogere Europese emissiereductie
- Duurzaam materialenbeheer prominent op de Europese agenda
- Conferentie 'Elektrische mobiliteit 2020': schrijf nu in
- De Spaanse afvalverbrandingssector in cijfers
~ Voorop ~
Consumenten hebben behoefte aan duidelijke informatie over biobrandstoffen. In haar doctoraatsonderzoek ging Liesbeth Van de Velde (Universiteit Gent) na wat het sociale draagvlak is voor biobrandstoffen. Zij stelde vast dat de consument wel overtuigd van de milieurelevantie van biobrandstoffen maar twijfelt over de kwaliteit en veiligheid. De ondervraagden waren zich wel bewust van de maatschappelijke problemen die gepaard gaan met de productie van alternatieve brandstoffen, maar over het algemeen lijken ze weinig vertrouwd te zijn met biobrandstoffen als alternatieve energiebron.
Volgens de doctoraalonderzoekster is er daarom een efficiënte communicatiestrategie nodig om de publieke kennis en aanvaarding van biobrandstoffen te verhogen. Wetenschap, milieu- en consumentenorganistaties kunnen volgens het onderzoek een belangrijke rol vervullen binnen de informatiecampagne. Bond Beter Leefmilieu wil haar rol in dit debat zeker vervullen en geeft hierbij alvast een bescheiden bijdrage.
Tegen 2020 wil Europa 20% van haar verbruik opwekken met hernieuwbare energie en ook 10% hernieuwbare energie voor transport halen. Hoewel ook groene elektriciteitsproductie een rol kan spelen bij het invullen van deze doelstelling, wordt algemeen aangenomen dat de 10%-doelstelling een enorme impuls zal geven aan de productie van biobrandstoffen. Die biobrandstoffen moeten in Europa aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. Deze Europese duurzaamheidscriteria zijn echter absoluut onvoldoende om de duurzaamheid van biobrandstoffen te garanderen. Zo worden onder andere de indirecte effecten van veranderend landgebruik niet in rekening gebracht.
~ Actueel ~
In navolging van de oproep van de milieu- en energieministers van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, vragen nu ook zwaargewichten van de Europese industrie om een hogere Europese emissiereductiedoelstelling. CEO’s en bestuursleden van 27 grote industriële organisaties zoals Asda, Barilla, BT, Deutsche Telecom, Lloyds Banking Group, Nestlé, Philips, Tesco and Vodafone vragen in een brief in de Financial Times om de Europese doelstelling van twintig procent te verhogen naar dertig procent. Zij stellen terecht dat Europa de uitdaging moet aangaan en haar industrie moet helpen in de omslag naar een koolstofarme economie. Zoniet dreigt Europa achterop te hinken in de transitie die de wereldeconomie de komende decennia zal doormaken.
Deze brief verschijnt nadat andere industriële organisaties zoals de Europese koepel voor de staalindustrie en de Associatie van de Europese Kamers van Koophandel en Industrie de vraag voor een Europese emissiereductiedoelstelling afschilderden als naïef en onhaalbaar. Deze bedrijven bedriegen zichzelf. Hoe langer drastischere reducties worden uitgesteld, hoe moeilijker het wordt. De luidste roepers tegen een verhoogde emissiereductiedoelstelling blijken overigens net diegenen te zijn die, dankzij een te zwakke doelstelling monsterwinsten kunnen maken (zie ook hier). Laat ons hopen dat de Europese ministers wél op de lange termijn kunnen denken en zich laten leiden door de voorlopers binnen onze industrie.
~ Actueel ~
Op 12 en 13 juli vond in Gent een informele leefmilieuraad plaats, onder leiding van Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege. Gedurende anderhalve dag werd het thema duurzaam materialenbeheer in een brede context besproken.
De Europese leefmilieuministers zijn het eens over het feit dat duurzaam materialenbeheer veel meer inhoudt dan enkel een doorgedreven afvalbeleid. Duurzaam materialenbeheer is niet enkel een motor voor duurzame groei, het is een voorwaarde om tot een “resource efficiënt” Europa te komen, of een Europa dat zijn middelen (materialen, water, energie en land) zo efficiënt mogelijk inzet.
Dit laatste is essentieel om op lange termijn de sociaal-economische toekomst van Europa te garanderen. Om deze reden wordt duurzaam materialenbeheer nu op Europees niveau als strategisch gezien. Er werd ook gesteld dat er absolute grenzen zijn aan de eindige middelen (materialen, water, energie en land) die Europa economisch kan inzetten (inclusief import & export).
Dit betekent dat er nood is aan concrete kwantitatieve tussentijdse doelstellingen om ons verbruik van die steeds schaarser wordende middelen te verlagen en zo een absolute ontkoppeling te maken tussen niet-duurzaam gebruik en economische groei. Indien Europa hier in slaagt (de alternatieven zijn niet echt fraai te noemen), zullen de voordelen ook op vele andere domeinen voelbaar zijn, bijvoorbeeld op vlak van biodiversiteit, energieverbruik, waterbeheer, gezondheid,... Het is dan ook positief dat minister Schauvliege als eerste voorzitter een volledige informele leefmilieuraad exclusief aan dit thema heeft gewijd.
|
~ Actueel ~
Loopt het tijdperk van de verbrandingsmotor op zijn laatste benen? Staat de elektrische motor klaar om de fakkel over te nemen? Zal elektrische mobiliteit voor nieuwe tewerkstelling zorgen in de tanende auto-assemblage? En hoe zit het eigenlijk met de actieradius van zo’n voertuig? Staan de batterijen wel op punt? Zijn de milieuvoordelen echt zo groot als wordt beweerd? Elektrisch rijden roept vandaag nog heel wat vragen op. Tijd om antwoorden te formuleren…
Op 14 september 2010 gaat in de KBC-gebouwen te Brussel de conferentie ‘Elektrische mobiliteit 2020’ door. Deze dag is een initiatief van Bond Beter Leefmilieu met de steun van Argus, het milieupunt van KBC en Cera. Het initiatief kadert in Vlaanderen in Actie (ViA) en wil de paden verkennen voor de ontwikkeling van de elektrische mobiliteit in Vlaanderen. De conferentie gaat in op milieu- en energieaspecten, technologie, industrieel-economische ontwikkeling en mobiliteit. Ook de genodigden komen uit alle hoeken van de samenleving: ondernemers, syndicalisten, onderzoekers, politici, mensen uit de administratie, de mobiliteitswereld en de milieubeweging.
Tijdens de conferentie willen we de uitdagingen en vooral de kansen belichten die elektrische mobiliteit biedt. Alle deelnemers ontvangen het basisrapport dat sterktes en zwaktes van elektrische mobiliteit in Vlaanderen analyseert. Het volledige programma en inschrijvingsformulier vindt u op http://bblv.eventplus.be
~ Actueel ~
Greenpeace Spanje heeft net een (Spaanstalig) rapport uitgebracht dat de conclusies van een sociaal-economische studie van de Spaanse afvalverbrandingssector bevat. De studie focust op deze Spaanse sector, die echter een gelijkaardige grootteorde heeft als de Vlaamse. De tien Spaanse afvalovens verbranden jaarlijks zo’n 1,9 miljoen ton huishoudelijk restafval. Vlaanderen verbrandt jaarlijks in een tiental ovens zo’n 1,3 miljoen ton vergelijkbaar afval. Hoewel het afvalbeleid en de situatie in Spanje niet vergeleken mag worden met Vlaanderen, zijn er toch een pak parallellen.
Zo heeft de studie berekend dat per ton verbrand restafval, ongeveer 19 euro aan subsidies worden verleend aan de afvalovens, onder het mom van productie van hernieuwbare energie. In Vlaanderen wordt deze subsidie geschat tussen de 20 en 25 euro per ton afval, of ongeveer 26 miljoen euro per jaar.
Op basis van enkele internationale studies, werd een inschatting gemaakt van de indirecte milieukosten die gepaard gaan met afvalverbranding. Deze kosten worden momenteel afgewenteld op mens en omgeving. Voor afvalovens die voornamelijk elektriciteit produceren met een energie-efficiëntie van ongeveer 25% (vergelijkbaar met de betere afvalovens in Vlaanderen), wordt een externe milieukost berekend van ongeveer 55 euro per ton. Ovens die zowel elektriciteit als warmte afzetten en zo een totaal energetisch rendement van rond de 80% bereiken, zien hun externe milieukost per ton ongeveer halveren.
De meest opvallende statistiek echter is de impact van afvalverbranding op werkgelegenheid. Niet alleen werd een negatieve correlatie vastgesteld tussen schaalgrootte van een afvalverbrandingsinstallatie en tewerkstelling (hoe groter een afvaloven, hoe lager de relatieve tewerkstelling), maar stelde men vast dat de tewerkstelling die had kunnen gecreëerd worden door het restafval niet te verbranden maar voor te bereiden tot hergebruik of effectief recycleren, tussen de 7 en 39 maal groter had kunnen zijn. Een heel ruime inschatting, weliswaar. Toch is het duidelijk dat zelfs met de meest conservatieve cijfers, een afvalverbrandingsoven niet enkel afval verbrandt, maar eveneens werkgelegenheid door de schouw jaagt.