Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 14-07-2011 - Nood aan groenere belastingen in België
14-07-2011 - Nood aan groenere belastingen in België
Beste lezer,
De beleidsB@BBeL gaat na deze editie even met zomervakantie. Vanaf half augustus zijn we er weer met een wekelijkse nieuwsbrief.
De beleidsploeg van Bond Beter Leefmilieu
Actueel
- OESO pleit voor groenere belastingen in België
- Milieubeweging en bouwsector vragen betere watertoets
- Vlaams parlement vraagt nieuwe instrumenten tegen wateroverlast
- Beroep tegen vergunning vliegclub Drongengoedbos
- Testrijders tevreden over combinatie elektrische auto en de trein
- Voorstel Europese Commissie voor hervorming visserijbeleid: een dubbeltje op zijn kant
~ Actueel ~
Begin deze week presenteerde de OESO haar rapport over de Belgische openbare financiën. Het rapport gaat onder meer in op de sanering van de hoge staatsschuld en de oplopende kosten van de vergrijzing, maar bevat ook een belangrijk hoofdstuk over de vergroening van de fiscaliteit. Daarin stelt de OESO vast dat België een energie-intensieve industrie heeft, terwijl het energieverbruik in woningen en voor transport hoger ligt dan in vele andere Europese landen. Omgekeerd liggen de milieubelastingen dan weer lager dan in de ons omringende landen. Dat is volgens de OESO niet alleen schadelijk voor het leefmilieu, maar dreigt ook de economische ontwikkeling te schaden.
De energiepolitiek is volgens de OESO een sleutel tot groene groei. Daarom pleit de OESO voor de invoering van een CO2-taks, gecombineerd met ondersteunende maatregelen voor gezinnen met lage inkomens. Om de negatieve effecten van het autoverkeer te beperken, roept de OESO op om de kilometerheffing voor vrachtwagens uit te breiden en de fiscale voordelen voor bedrijfswagens af te bouwen. Volgens de OESO kan het systeem van een kilometerheffing – dat nu alleen voorzien is voor vrachtvervoer – in een eerste fase best uitgebreid worden naar bedrijfswagens en vervolgens toegepast worden op het ganse wagenpark. Tot slot stelt de OESO dat de taksen op diesel best verhoogd worden, omdat de verdieselijking van ons wagenpark voor problemen met luchtkwaliteit in de steden zorgt.
~ Actueel ~
Vorige week adviseerden MINA-raad en SERV een gezamenlijk over de watertoets. Opmerkelijk: milieuverenigingen en bouwsector adviseerden samen. De overstromingen van eind vorig jaar vormden de aanleiding voor het advies. Bij deze overstromingen liepen ook nieuwe verkavelingen onder water liepen. Daaruit blijkt dat de watertoets niet werkt zoals het hoort. De watertoets zou voordat nieuwe bouwwerken starten moeten nagaan of er schade kan ontstaan door wateroverlast. Als dat het geval is moet het wateradvies de nodige maatregelen voorzien om daaraan te verhelpen of moeten compensaties voor waterbuffering worden voorzien. Als ook dat niet volstaat, moet de vergunning worden geweigerd.
In de praktijk blijkt dit niet altijd zo goed te verlopen. Soms wordt advies gevraagd aan de verkeerde instantie, zijn de adviezen niet duidelijk genoeg gemotiveerd of gaat het advies niet in op de echt relevante aspecten. Daarom vragen de raden dat er duidelijkere handleidingen komen voor de administratie om de impact van bouwwerken op het watersysteem te beoordelen. Ook de bouwheer zelf moet in de vergunningsaanvraag beter aangeven hoe hij omgaat met de ligging in een watergevoelig gebied.
Verder vragen de raden om meer aandacht te besteden aan de watertoets op niveau van ruimtelijke plannen. Soms moeten maatregelen genomen worden die één perceel overstijgen, bijvoorbeeld het verbreden van een beek om de buffercapaciteit te verhogen. Een dergelijke maatregel kan niet worden opgelegd via een bouwvergunning voor één kavel, maar moet verankerd worden in het ruimtelijk plan voor een groter gebied. Een goede oplossing op planniveau kan veel problemen nadien, bij de vergunningsaanvraag, voorkomen.
Daarnaast vragen de raden om een schadevergoeding te voorzien indien de watertoets leidt tot een bouwverbod. Gemeentebesturen zijn niet snel geneigd om een bouwvergunning in overstromingsgebied te weigeren, omdat dit voor een groot waardeverlies voor de eigenaar zorgt. Duur aangekochte bouwgrond is dan immers geen bouwgrond meer. Dat wil geen enkele burgemeester zijn kiezers aandoen. Een billijke schadevergoeding, zonder dat dit leidt tot speculatie, kan dit oplossen. Een andere piste is het voorzien van een grondenruil met gronden in eigendom van de overheid.
Tot slot wordt in het advies gewezen op de gebrekkige handhaving van de watertoets. Of de opgelegde maatregelen uit het wateradvies ook daadwerkelijk op het terrein worden uitgevoerd, wordt amper en meestal helemaal niet gecontroleerd. Dit moet volgens de raden een duidelijke prioriteit worden in het stedenbouwkundig handhavingsbeleid.
~ Actueel ~
Na maanden studiewerk hebben de meerderheidspartijen in het Vlaams parlement hun resolutie over het voorkomen van wateroverlast overgemaakt aan de regering. Hoewel de resolutie voorzichtig geformuleerd is, bevat ze enkele punten die een stap vooruit kunnen zijn, als ze ook worden uitgevoerd op het terrein. De opvallendste punten waarvoor gepleit wordt zijn het ontwikkelen van nieuwe instrumenten om het behoud van het waterbergend vermogen in de overstromingsgevoelige gebieden te waarborgen. Het gaat dan meer concreet om het invoeren van een erfdienstbaarheid, waardoor als bewarende maatregel een bouwverbod kan worden ingevoerd in afwachting van een bestemmingswijziging. Daarnaast vraagt het Vlaams parlement aan de regering om bijkomende budgetten te zoeken voor de financiering van het ruimtelijke beleid (via een verhoging van de planbaten) en om planologische ruil mogelijk maken tussen overstromingsgevoelige gebieden en droge gronden. Ook vraagt het parlement om werk maken van de overstromingsgebieden in het Sigmaplan en de bekkenbeheerplannen. Verder pleit het Vlaams parlement voor het doelgericht en versneld aanpakken van erosie. Daarbij wordt de deur voorzichtig op een kier gezet om naar een verplichte erosiebestrijding te gaan in het landbouwbeleid, waar dat nu enkel op vrijwillige basis gebeurt.
Het is nu aan de betrokken ministers Muyters (ruimtelijke ordening), Schauvliege (leefmilieu), Crevits (openbare werken) en Peeters (landbouw) om deze aanbevelingen van het parlement ook effectief om te zetten in regelgeving en uit te voeren op het terrein. En dat liefst voor er nieuwe overstromingen plaatsvinden. Het parlement zal nog heel wat werk hebben om de ministers hiervoor achter hun veren te zitten.
Groen! diende een eigen resolutie in, waarin terecht extra aandacht gevraagd wordt voor blauwe RUP’s voor natuurlijke overstromingsgebieden.
~ Actueel ~
De vliegclub Ursel kreeg recent een milieuvergunning van het gemeentebestuur om een sportvliegveld uit te baten in het Drongengoedbos. Diverse verenigingen, waaronder Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt en Natuurpunt en Partners Meetjesland, gingen hiertegen in beroep bij de provincie. De vliegactiviteiten in het Drongengoed zijn niet alleen onwenselijk, maar ook onvergunbaar.
Het Drongengoed is het grootste bosgebied in de provincie Oost-Vlaanderen, de bosarmste regio’s van heel West-Europa. Het Drongengoed heeft bovendien een hoge natuurwaarde en is daarom Europees beschermd als Habitatrichtlijngebied. Dit is een stuk robuuste natuur die ook als dusdanig moet beheerd worden. Het lawaai van recreatieve sportvliegtuigen is hiermee niet verzoenbaar. De sportvliegerij zorgt voor een ernstige verstoring voor zeldzame vogels zoals de nachtzwaluw en wespendief, Europese doelsoorten voor het Drongengoed. Bovendien maakt het Drongengoedbos deel uit van twee potentiële stiltegebieden. Deze stilte, een troef voor de recreatieve ontwikkeling van het Meetjesland, moet volop uitgespeeld worden. De ecologische en landschappelijke kwaliteit van het Drongengoed is een grote meerwaarde voor het toerisme in de regio, dat blijkt duidelijk uit de cijfers van Toerisme Meetjesland. Het gemeentelijk structuurplan stelt terecht voor om de sportvliegactiviteiten af te bouwen; een stelling die ook de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening en Milieuraad meermaals onderschreven.
Het vliegveld wordt trouwens al jaren uitgebaat zonder over de nodige bouw- en milieuvergunningen te beschikken. Volgens een recent arrest van de Raad van State over een geweigerde bouwvergunning voor vliegtuigloodsen, zijn de activiteiten bovendien gewoonweg niet vergunbaar. Volgens de Raad van State is het vliegveld een hoogdynamische recreatieve activiteit, zodat enkel de afgifte van een tijdelijke of voorwaardelijke vergunning tot de mogelijkheden behoort. De Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen moet zich na de zomervakantie over de beroepen uitspreken. Wordt vervolgd…
~ Actueel ~
Drie maanden lang hebben acht testrijders hun verplaatsingen afgelegd met een elektrische wagen in combinatie met de trein en deelwagens van cambio. De deelnemers bespaarden tot 75% CO2[1]. De NMBS-Holding, Siemens en de FOD Economie organiseerden dit proefproject ‘Plug and Ride’ in samenwerking met Bond Beter Leefmilieu, CIEM, VITO, Leaseplan, cambio en Infrabel.
Tevreden gebruikers
De gebruikers van het proefproject ‘Plug and Ride’ zijn zeer tevreden. De aangeboden mobiliteitsoplossingen (elektrische wagen, openbaar vervoer en cambio) volstonden, op twee uitzonderingen na, voor het afleggen van de verplaatsingen.
De testrijders ervaren de trein als stressreducerend ten opzichte van de auto en vertragingen niet als problematisch. Goede communicatie over vertragingen en voldoende zitplaatsen vormen belangrijke aandachtspunten. Testrijder Anne: ”Ik ben opnieuw overtuigd om meer met de trein te rijden.”
De testrijders onthaalden cambio zeer positief. Vier op acht proefpersonen zullen cambio zeker gebruiken in de toekomst.
Vraag naar elektrische wagens
Alle testrijders waren positief over de elektrische wagen die ze gratis ter beschikking kregen. Dat bleek ook uit het hoge aantal afgelegde kilometers, gemeten door VITO. Vijf elektrische wagens legden samen 9105 km af op drie maanden tijd, of ongeveer 600 km per wagen per maand. De beperkte (en onzekere) autonomie van de batterij en de lange laadtijd bleken struikelblokken. Twee testrijders moesten eenmalig onderweg opladen. Mocht de totale kost die van een gelijkaardig conventioneel voertuig benaderen, dan overwegen de testrijders de aankoop van een elektrisch voertuig. Voor het opladen zijn informatie en gebruiksgemak van de laadinfrastructuur belangrijk.
Adviezen door Bond Beter Leefmilieu en CIEM
“’Plug and ride’ bewijst dat treinstations ideaal zijn om verschillende vervoersmogelijkheden te bundelen. We moeten echter goed nadenken over welke vervoersmogelijkheden we best aanbieden als aanvulling op de trein. In functie van energie-efficiëntie en duurzaam ruimtegebruik, kiezen we in de grote stations in centrumsteden best voor de fiets of elektrische fiets en het lokaal openbaar vervoer. Gewone en elektrische wagen worden bij voorkeur ingezet in het buitengebied, voor het bereiken van (voorstad)stations,” vertelt Roel Vanderbeuren van Bond Beter Leefmilieu.
~ Actueel ~
Op 13 juli presenteert de Europese Commissie haar voorstel voor een hernieuwd ‘Gemeenschappelijk Visserijbeleid’ (GVB) in het Europees Parlement. Deze hervorming biedt een unieke kans om de actuele problemen van overbevissing en beschadigde mariene ecosystemen bij de bron aan te pakken. Het uitgangspunt om te gaan werken op basis van langetermijnplannen is positief, maar het voorstel schiet tekort op een essentieel punt: het terugdringen van de overcapaciteit en de transitie naar een duurzame visserijvloot. Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en SeaFirst Foundation rekenen op het Europees Parlement en de visserijministers om het Commissievoorstel aan te passen tot een gedragen ambitieuze tekst.
Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en de SeaFirst Foundation zijn blij met de algemene toon van het voorstel. Een aantal elementen in het voorstel zijn positief, zoals het beheer van visvoorraden op basis van de Maximum Sustainable Yield (MSY), de bredere toepassing van de lange termijn managementplannen en de intentie om het probleem van de bijvangst aan te pakken. Toch schiet het voorstel aanzienlijk tekort. De Commissie laat de afbouw van de overcapaciteit aan de markt over en voorziet geen dwingende instrumenten om de transitie naar een duurzame vloot te verzekeren.