E-zines

Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 19-10-2011 - Fiscale gunstregeling bedrijfswagens heeft perverse sociale gevolgen

19-10-2011 - Fiscale gunstregeling bedrijfswagens heeft perverse sociale gevolgen

Share

Bedrijfswagens
Een bedrijfswagen: Warren Buffet kan er enkel van dromen

Energie en klimaat
België verspilde vorig jaar 1,7 miljard aan fossiele brandstoffen
Spannende klimaatconferentie in Durban
Nieuwe Deense regering kiest voor toekomst

Ruimte en natuur
Wonen onder Hoogspanning?
Ruimte, regio en mobiliteit
Vorming natuurwaardeverkenner

Milieu in België
België voorlaatste Europese lidstaat voor milieu



~ Bedrijfswagens ~

Een bedrijfswagen: Warren Buffet kan er enkel van dromen

In de VS betaalt Warren Buffet minder belasting dan zijn secretaresse. “Hier in België is het nog gekker: een kaderlid betaalt vijf maal minder voor het privé gebruik van zijn BMW 5 bedrijfswagen dan zijn secretaresse voor haar particuliere Volkswagen Golf. Dat komt omdat de overheid met 4 miljard euro belastingsgeld het privé gebruik van bedrijfswagens subsidieert”, zegt Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu. Bond Beter Leefmilieu belicht de perverse sociale gevolgen van de fiscaliteit rond bedrijfswagens naar aanleiding van een voorstel tot hervorming van die fiscale gunstregeling door de Belgische milieufederaties.

Fiscale gunstregeling bedrijfswagens: perverse sociale gevolgen

De steun voor bedrijfswagens heeft perverse sociale gevolgen. Bond Beter Leefmilieu vergeleek de maandelijkse kost voor een werknemer van het gebruik van de populaire bedrijfswagen BMW5, met de maandelijkse kost van een particuliere Volkswagen golf. (zie annex) Blijkt dat door de steun van de overheid het 5 maal goedkoper is om met de BMW5 dan met de Golf rond te rijden. De BMW 5 kost als bedrijfswagen voor de gebruiker slechts 100 euro per maand als er jaarlijks 20.000 kilometer met gereden wordt. De Golf bekostigd door een particulier kost maandelijks 555 euro om er dezelfde afstand met af te leggen. De overheid bevoordeelt een fractie van de automobilisten, namelijk degenen die via hun werk een bedrijfswagen krijgen. Andere automobilisten, pendelaars en zachte weggebruikers betalen via hun belastingen voor het spotgoedkoop autogebruik van een klein deel van de bevolking.

 

Bedrijfswagens rijden meer

Bovendien doen bedrijfswagens het aantal gereden kilometers sterk toenemen. Volgens een studie, uitgevoerd in 2009 door verschillende universiteiten, leidt een bedrijfswagen gemiddeld jaarlijks tot 9200 extra gereden kilometers in vergelijking met particuliere wagens van mensen met hetzelfde profiel. Het feit dat heel wat bedrijfswagens een gratis tankkaart krijgen of een peulschil bijdragen aan de tankkosten, is daar niet vreemd aan. Het gebruik van bedrijfswagens niet langer fiscaal bevoordelen zou de files doen verkorten, de luchtkwaliteit in België verbeteren en de groeiende uitstoot van CO2 van het wegverkeer tegen gaan.

Deze regeling is absurd vindt Bond Beter Leefmilieu. Het is beter om de oorzaak van de scheefgroei aan te pakken: de hoge loonlasten. Daarbij aansluitend kan een fiscaal gunstige regeling voor een mobiliteitsbudget uitgewerkt worden. Dat is een som geld waarmee de werknemer eender welk vervoermiddel kan kiezen.


reactiesreageer

lees het volledige persbericht
Persbericht: Fileleed en vervuiling door bedrijfswagens op kosten van belastingbetaler
Groene fiscaliteit: bedrijfswagen


~ Energie en klimaat ~

België verspilde vorig jaar 1,7 miljard aan fossiele brandstoffen

In België verspilden we vorig jaar ongeveer 1,7 miljard aan accijnsvrijstellingen en subsidies voor fossiele brandstoffen. Het overgrote deel (1,5 miljard) gaat naar de accijnsvrijstelling op het gebruik van fossiele brandstoffen door de energie-intensieve industrie. In ruil voor een toetreding tot een energieconvenant met een aantal engagementen op het vlak van energiebesparing, krijgen deze bedrijven goedkopere energie. Staan de kosten voor de staat wel in verhouding tot de twijfelachtige energiebesparingen van de industrie?

Het toekennen van taksvrijstellingen en subsidies voor fossiele brandstoffen is volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) een verspilling van kostbare middelen. Volgens het IEA betaalden we vorig jaar wereldwijd 409 miljard dollar subsidies aan fossiele brandstoffen. Als er niets verandert aan het huidige beleid, kan dit bedrag tegen 2020 oplopen tot maar liefst 660 miljard dollar of 0,7 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. Deze cijfers staan in schril contrast met de subsidies voor hernieuwbare energie. In 2009 ging slechts 59 miljard dollar naar hernieuwbare energie, een bedrag dat zou kunnen stijgen tot 110 miljard dollar in 2015.

De hoge subsidies voor fossiele brandstoffen ondermijnen het klimaatbeleid, aldus het IEA. Het IEA roept dan ook op om een einde te maken aan deze subsidies en vraagt om de overheidsuitgaven te heroriënteren naar maatregelen die helpen om onze CO2-uitstoot te beperken. Volgens het hoofd van het IEA, Fatih Birol, zorgt het kunstmatig goedkoop houden van energie voor een verspilling van brandstoffen.

In 2009 engageerden de regeringsleiders van de G20 zich al om de inefficiënte subsidies voor fossiele brandstoffen uit te faseren, de G20 riep toen ook andere landen op om dit te doen. Het is uitkijken naar een beleid dat dit engagement ook echt waar maakt.

Als onze nieuwe regering nog op zoek is naar bijkomende middelen om haar beleid te vergroenen, dan weet ze alvast wat haar te doen staat.

Sara Van Dyck


reactiesreageer

Het OESO rapport met de gegevens over België
Meer informatie over de analyse van het IEA


~ Energie en klimaat ~

Spannende klimaatconferentie in Durban

Van 28 november tot 9 december gaat de jaarlijkse klimaatconferentie door in Durban. Ofwel nemen de onderhandelaars er een volgende horde op weg naar een globaal bindend klimaatakkoord, ofwel komen er enkel vrijblijvende engagementen. Europa spreekt zich duidelijk uit voor een wettelijk bindend akkoord om de opwarming tot minder dan 2 graden te beperken. Toch maakte de Europese Raad van milieuministers van 10 oktober het moeilijker om te slagen in Durban. De Raad stelt al te strenge voorwaarden voor een tweede Kyoto periode.

In de raadsconclusies van 10 oktober stellen de Europese milieuministers zich wel open om een tweede verbintenisperiode voor Kyoto te aanvaarden maar koppelden ze hier ook een aantal voorwaarden aan: de milieuministers willen slechts voor een 2e Kyoto periode gaan als landen zoals China en de VS zich ook engageren later op de trein van bindende reductiedoelstellingen te stappen.

Naar aanleiding van die Europese Raad verstuurden BBL, IEW, Greenpeace, WWF en 11.11.11 een brief aan de milieu- en klimaatministers in ons land. De organisaties beklemtoonden het belang van een Europese reductiedoelstelling voor broeikasgassen van 30% tegen 2020 om onder 2 graden opwarming te blijven, het snel vrijmaken van de beloofde Belgische bijdrage van 150 miljoen euro voor klimaatinspanningen in ontwikkelingslanden en het gaaf houden van de kansen om in Durban te komen tot een 2de verbintenisperiode voor het Kyoto protocol. In afwachting van een globaal klimaatakkoord geeft die tweede Kyoto periode het belangrijk signaal dat we verder willen inzetten op wettelijk bindende afspraken voor de aanpak van de klimaatverandering. Vooral Vlaanderen moet een tandje bij steken.

Mathias Bienstman

lees verder >


reactiesreageer


~ Energie en klimaat ~

Nieuwe Deense regering kiest voor toekomst

Met de socio-economische onderhandelingen voor de deur, kunnen onze regeringsleiders in spe misschien wat mosterd halen bij de Denen. De nieuwe Deense regering is het toonbeeld van ambitie op het vlak van klimaat en energie.

Zo engageren de Denen zich om tegen 2020 40% minder CO2 uit te stoten en dat zonder gebruik van emissiekredieten uit het buitenland. Ze zullen deze doelstelling– naar het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk en Schotland –verankeren in een klimaatwet. Met deze wet wil de regering de vinger aan de pols houden en zorgen dat de klimaatambities ook effectief gehaald worden. De Deense regering is er zich van bewust dat deze transitie niet vanzelf zal gaan en wil dan ook haar gemeenten en inwoners zeer nauw betrekken bij deze ambitieuze Deense klimaatstrategie. De aanpak van de klimaatverandering moet zo een motor vormen voor innovatie, het creëren van tewerkstelling en een hogere export van groene technologie.

Daarnaast kiest de Deense regering resoluut voor de energie van de toekomst. Denmarken wil tegen 2050 volledig op hernieuwbare energie draaien, alle elektriciteit en warmte moeten bovendien al tegen 2035 hernieuwbaar worden opgewekt. Ook op het internationaal vlak willen de Denen het onderste uit de kan halen. Met het Deens voorzitterschap voor de deur is het veelbelovend dat Denemarken volop wil inzetten op een bindende Europese doelstelling voor 20% energiebesparing. Bovendien wil Denemarken aan de kar trekken voor een verhoging van de Europese emissiereductiedoelstelling van 20 naar 30%. Inspiratie te over voor Di Rupo en co.

Sara Van Dyck


reactiesreageer


~ Ruimte en natuur ~

Wonen onder Hoogspanning?

De Vlaamse regering legde op 22 juli het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) vast dat moet leiden tot de verbetering van het hoogspanningsnetwerk in Vlaanderen'. Tijdens het openbaar onderzoek kan elke burger bezwaar indienen (nog tot 10 november).

Het GRUP moet vooral toelaten dat Elia, die verantwoordelijk is voor het vervoer van elektriciteit, een nieuwe 380kV hoogspanningslijn voorziet tussen Zomergem en Zeebrugge: het project Stevin. In Zeebrugge en ook in Zomergem zal een nieuw hoogspanningsstation komen. Het tracé voor de hoogspanningsverbinding doorkruist de gemeenten Brugge, Blankenberge, Zuienkerke, Damme, Maldegem, Sint-Laureins, Eeklo en Zomergem. De hoogspanningsverbinding zal deels bovengronds en deels ondergronds lopen.

Het project moet de elektriciteitsbevoorrading van de West-Vlaamse regio en de economische ontwikkeling van de haven van Zeebrugge verzekeren. Het project is ook nodig om de groene elektriciteit van de windmolenparken naar het binnenland te transporteren. Windenergie in de Belgische Noordzee speelt een essentiële rol in het Belgische klimaatbeleid en het realiseren van de hernieuwbare energiedoelstellingen tegen 2020 in het bijzonder. Bovendien moeten onze windturbines op termijn ook deel uitmaken van een elektriciteitsnetwerk op de Noordzee. Zo’n offshore netwerk zal een belangrijke rol vervullen in het veilig stellen van onze bevoorradingszekerheid en een verbetering van de Europese energiemarkt (recent is hierover nog een interessante studie verschenen, zie http://www.offshoregrid.eu/). Het uitbouwen van een modern en goed uitgebouwd elektriciteitsnetwerk op zee en aan land is essentieel om de doelstelling 100% hernieuwbare energie tegen 2050 mogelijk te maken. Het Stevin project is alvast onontbeerlijk voor de realisatie van deze doelstellingen.

Omwille van de impact op het landschap en de mogelijke gezondheidsrisico’s is het bij de inplanting van nieuwe hoogspanningslijnen van cruciaal belang om de juiste ruimtelijk afweging te maken. Het Stevin tracé gaat uit van logische uitgangspunten op het vlak van landschappelijke inpassing. Vanuit de toepassing van het voorzorgprincipe in verband met magnetische straling doet het plan echter de wenkbrauwen fronsen.

Karlien Vandecasteele

lees verder >


reacties1 reactie

Documenten van het GRUP
Studie over maatregelen om de mogelijke gezondheidsinvloed van hoogspanningslijnen te beperken


~ Ruimte en natuur ~

Ruimte, regio en mobiliteit

Kobe Boussauw, onderzoeker aan de vakgroep geografie van de Universiteit Gent, heeft zijn doctoraat over de wisselwerking tussen ruimtelijke ordening en mobiliteit uitgegeven in boekvorm. In dit wetenschappelijk doorwrochte werk toont hij aan dat een duurzaam verplaatsingspatroon slechts tot stand kan komen binnen een ruimtelijk kader waarin korte afstanden centraal staan.

Op basis van een analyse van pendelstromen komt Boussauw tot een aantal aanbevelingen voor de bijsturing van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Zo stelt hij voor om een goede spreiding van voorzieningen na te streven, bij voorkeur geconcentreerd in centra en subcentra. Schaalvergroting waarbij verschillende vestigingen van bijvoorbeeld scholen, winkels of ateliers vervangen worden door één campus, hypermarkt of industrieterrein, moet ontmoedigd worden wegens de afname van de ruimtelijke nabijheid. Gespecialiseerde kantoorjobs moeten dan weer wel geconcentreerd worden en zoveel mogelijk op centrale locaties bij belangrijke spoorstations gelegen zijn (Brussel, Antwerpen, eventueel ook Mechelen, Gent en Leuven). Dit zijn belangrijke aanbevelingen voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Daarnaast stelt Boussauw ook voor om een duurzaam ruimtelijk beleid te ondersteunen met een aangepast fiscaal beleid. Het variabel maken van transportkosten in functie van de afgelegde afstand kan helpen om prijsverschillen van het vastgoed binnen en buiten de agglomeraties te verzachten.

Erik Grietens


reactiesreageer

Bestel het boek


~ Ruimte en natuur ~

Vorming natuurwaardeverkenner

In september lieten we jullie al weten dat de ‘natuurwaardeverkenner’ online stond. De natuurwaardeverkenner is een online rekeninstrument dat VITO, Departement LNE en Universiteit Antwerpen ontwikkelden en heeft als doel de economische waarde van natuur te berekenen. Op 11 oktober organiseerde de BBL een vorming in verband met de natuurwaardeverkenner. De vorming bestond uit een toelichting van het instrument door Tanya Cerulus van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) en de toepassing op een voorbeeldcase. Vervolgens pasten de deelnemers het instrument toe op een zelfgekozen case.

Het instrument is nuttig in de context van maatschappelijke kosten-batenanalyses omdat het toelaat om de impact op ecosysteemdiensten, van bijvoorbeeld een groot infrastructuurproject, mee in rekening te brengen in dezelfde eenheid als de andere kosten- en batenposten. Zo berekende LNE dat het verdwijnen van de natuur in het kader van de Oosterweelverbinding in Antwerpen (oa. het Sint-Annabos en het Noordkasteel) overeenkomt met een verlies aan maatschappelijke waarde in de grootte-orde van 150.000.000 euro. Je kunt het instrument niet enkel gebruiken bij een negatieve impact op natuur, maar ook om de waarde van nieuwe natuur te berekenen (natuurontwikkelingsprojecten). 

De waarde van natuur is veel groter dan de waarde die je kunt berekenen met de natuurwaardeverkenner. Naast het effect dat natuur heeft op de welvaart van mensen is er ook de intrinsieke waarde van de natuur. Deze maakt geen deel uit van deze economische waarderingsoefening.

Toch zijn we ervan overtuigd dat het instrument waardevol is en kan leiden tot beter geïnformeerde (overheids)beslissingen over projecten met impact op ecosystemen. BBL wil dan ook alle administraties, studiebureaus, ngo’s,… aansporen het instrument te leren gebruiken en zich te verdiepen in het handboek. Voor meer informatie over het instrument kan je contact opnemen met Tanya Cerulus van LNE.

De natuurwaardeverkenner bouwt voort op de studie “Economische waardering van ecosysteemdiensten” in opdracht van LNE. De resultaten van deze waarderingsstudie werden samengebracht in de handleiding “economische waardering van ecosysteemdiensten”.

Door een aantal functies te vereenvoudigen ten opzichte van de handleiding zocht het instrument naar een evenwicht tussen gebruiksgemak en accuraatheid. De handleiding geeft aan waar je de benodigde data kunt opzoeken. Indien data niet beschikbaar zijn of gedateerd moet je beroep doen op het eventuele milieueffectenrapport (MER) om een realistische inschatting te krijgen. Indien voor het betreffende gebied geen MER beschikbaar is kan je beroep doen op experts met accurate terreinkennis. Indien ook dit niet mogelijk is moet je bepaalde parameters schatten.

LNE waarschuwde ervoor dat een ondoordacht gebruik van de natuurwaardeverkenner verstrekkende gevolgen hebben. Iedere gebruiker zou de handleiding moeten lezen die meer uitleg geeft bij de cijfers en functies uit de studie.

Het instrument vertoont momenteel nog enkele beperkingen en lacunes. Zo kan de natuurwaardeverkenner slechts de economische waarde van een beperkt aantal ecosysteemdiensten inschatten. De belevingswaarde kan je enkel berekenen voor gebieden van 10 tot 200 ha en voor inwoners van Vlaanderen. Tijdens de vorming kwamen ook enkele kinderziektes aan het licht.

In de toekomst zal het instrument verder worden uitgebreid en ontwikkeld en zullen ook linken worden gelegd met andere toepassingen en maatregelen. De tool zal in 2012 worden geactualiseerd.

Karlien Vandecasteele


reactiesreageer


~ Milieu in België ~

België voorlaatste Europese lidstaat voor milieu

Zaterdag publiceerde Natuur & Milieu een analyse Ranking the stars waarin ze Nederland vergelijken met de andere Europese lidstaten op het gebied van klimaat, milieu en natuur.  Uit de analyse leren we dat ook België bedroevend slecht scoort.

Op de Europese ladder presteert België ronduit slecht op de belangrijkste milieu-indicatoren, zoals bodem, lucht, water en hernieuwbare energie. Dat is slecht voor onze gezondheid en onze economie. Lees verder voor meer details over lucht-, bodem-, en waterkwaliteit, natuur, klimaat en hernieuwbare energie. 

Kris Van Rossem

lees verder >


reactiesreageer

Ranking de stars