Home > E-zines > beleidsb@BBeL > Archief > 24-11-2011 - Mestbeleid zet stap vooruit
24-11-2011 - Mestbeleid zet stap vooruit
Voorop
- Mestbeleid moet effectiviteit in 2014 bewijzen
Actueel
- Een euro voor energiebesparing brengt vijf euro in het laatje
- Milieubeweging en socio-economische partners adviseren samen over hernieuwbare energiebeleid
- Fiscaliteit bedrijfswagens ramp voor het milieu
- Hervorming Belasting op in verkeer stelling
- Fijn stof piekt weer
- Afval vissen op zee: mag het wat meer zijn?
Ook dat nog
- Investeren in België
~ Voorop ~
Minister Schauvliege zette een volgende stap om de nitraatresiduwaarden te verstrengen en zo de Vlaamse waterkwaliteit te verbeteren. De effectiviteit van deze maatregelen zal beoordeeld worden bij de evaluatie in 2014. De milieubeweging zal hier mee op toezien. Het komt er de volgende jaren op aan om de voornemens ook op het terrein waar te maken. Nu een mestbeleid met schokken voeren zoals in het verleden, zal Vlaanderen meer dan ooit in de problemen brengen bij Europa.
Na herhaaldelijk aandringen van de Europese Commissie om in overleg met de milieubeweging en de landbouwsector, werk te maken van strengere nitraatresiduwaarden in het landbouwgebied, schoot Minister Schauvliege dit najaar eindelijk in gang. Een aanscherping van de drempelwaarden voor nitraatresidu was absoluut noodzakelijk in Vlaanderen. Onze waterkwaliteit behoort nog steeds tot de slechtste in Europa.”, zegt Jeroen Gillabel van Bond Beter Leefmilieu (BBL). “Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het nitraatresidu de meest directe link legt tussen de situatie op het veld en de toestand van de waterkwaliteit.”
Natuurpunt en BBL waarderen de open dialoog die voor het eerst gevoerd werd met alle partners. Het resultaat is een moeilijke evenwichtsoefening tussen kwaliteit van het leefmilieu en bekommernissen van de landbouwsector.
“De milieubeweging steunt dit voorstel vooral omdat we deze gebiedsgerichte aanpak waardevol vinden om zeer gericht maatregelen te treffen om de waterkwaliteit te verbeteren,” zegt Annelore Nys van Natuurpunt. Of dit voldoende zal zijn om de doelstellingen voor zowel oppervlakte water als grondwater te halen tegen 2014 zal blijken bij de resultaten van de tussentijdse evaluaties in 2013 en 2014. De milieubeweging, zoals ook de Europese Commissie, zal dan het ‘bilan’ opmaken van de effecten die de geleverde inspanningen opbrachten.
Halen we de doelstellingen niet dan zal de Minister van Leefmilieu genoodzaakt zijn om drastische maatregelen te nemen die een grote impact zullen hebben op de bemestingspraktijken van landbouwers. Er is immers voor 2018 een doelstelling vastgelegd, die nog slechts 5% overschrijdingen van de norm toelaat. Vandaag stellen we nog een overschrijding vast in 1/3 van de meetpunten. Het is nu aan de landbouwers om te bewijzen dat de goede intenties ook gerealiseerd worden, om erger te voorkomen.
~ Actueel ~
Elke euro die de Duitse overheid in 2010 investeerde in het energiezuiniger maken van gebouwen, zorgde voor vijf euro inkomsten. Deze opmerkelijke bevinding is te lezen in een nieuwe studie van het Jüllich Research Center. De studie toont aan dat de energierenovatie van gebouwen niet alleen tonnen CO2 bespaart en de energiefactuur van de gezinnen verlicht, maar bovendien goed is voor de economie, de tewerkstelling én de Duitse staatskas.
De Duitse federale overheid stelt via de Duitse ontwikkelingsbank (KfW) lage interest leningen en premies ter beschikking voor de energierenovatie van gebouwen. In 2010 maakte de overheid hiervoor 1,4 miljard euro vrij.
Geld dat loont, zo blijkt. In 2010 keurde KfW voor 8,9 miljard aan voordelige leningen goed. Hieruit vloeide voor 21,5 miljard investeringen voort. Dankzij deze investeringen werden bij handelaars en in de bouwsector in één jaar tijd 340.000 jobs gecreëerd of gevrijwaard, wat op zijn beurt ten goede kwam aan de Duitse staatskas. Zo incasseerde de Duitse overheid 5,4 miljard euro extra bijdragen en taksen van bedrijven en werknemers. Bovendien bespaarde de overheid 1,9 miljard aan werkloosheidsuitkeringen en sociale zekerheidsbijdragen.
De 1,4 miljard overheidsuitgaven voor energierenovatie, zorgden alles samen dus voor een voordeel van maar liefst 7,2 miljard voor de Duitse staatskas. Een mooi voorbeeld van hoe een toekomstgericht beleid er voor kan zorgen dat elke geïnvesteerde euro meteen vijf euro opbrengt.
~ Actueel ~
MINA-raad en SERV brachten vorige week een advies uit over het Vlaamse hernieuwbare energiebeleid. Het advies neemt niet alleen het huidige groenestroomcertificatensysteem onder de loep, maar geeft ook aanbevelingen over het bredere hernieuwbare energiebeleid.
Een beleid voor hernieuwbare energie gaat immers over veel meer dan het ondersteunen van groene stroom alleen. Zo moet er ook aandacht zijn voor andere beleidsinstrumenten en is er nood aan een doordachte ruimtelijke planning van hernieuwbare energie. Dit bepaalt in belangrijke mate hoever we met hernieuwbare energiebronnen kunnen springen.
SERV en MINA-raad vragen de Vlaamse Regering daarom om via een transitieaanpak in breed overleg een overkoepelende energiesysteemvisie voor Vlaanderen te ontwikkelen en van hethernieuwbare energiebeleid een daadwerkelijk speerpunt te maken in de vereiste vergroening van de economie en de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Essentieel is om hierbij vanuit een breed en langetermijnperspectief te vertrekken. Volgens de raden zijnde doelstellingen voor 2020 immers slechts een opstap naar nog veel meer hernieuwbare energie.
~ Actueel ~
Mark De Haes, CEO van Mercedes-Benz BeLux, zei deze week in verschillende kranten dat een hervorming van de fiscaliteit voor bedrijfswagens slecht voor het milieu zou zijn. Veel mensen zouden dan een milieuvervuilende “tweedehands wagen” kopen. Die stelling duikt met de regelmaat van de klok op: ze is zelfs de meest populaire misvatting over de milieu-impact van bedrijfswagens. Jammer genoeg is het complete nonsens. De huidige fiscaliteit voor bedrijfswagens is een ramp voor het milieu: ze stimuleert overbodig wagengebruik.
Stel dat de regering de fiscale gunstregeling vandaag vanuit milieu oogpunt bijstelt: ze maakt het minder aantrekkelijk om loon in de vorm van een wagen uit te keren. Die beslissing verandert niets aan het bestaande wagenpark. Er zullen precies even veel vervuilende en minder vervuilende wagens op de Belgische wegen rondrijden als de dag ervoor. Nergens in dit land rollen er “vervuilende tweedehands wagens” van de band.
Want kan er wel veranderen? De wagens in gebruik zullen in totaliteit wat minder kilometers afleggen omdat het duurder is om met een particuliere wagen te rijden. Nu draaien de meeste gebruikers van een bedrijfswagen niet op voor de kost van een kilometer meer of minder voor privé doeleinden. Ze hebben bijvoorbeeld een gratis tankkaart.
~ Actueel ~
Op 18 november stelde minister Schauvliege de hervorming van de Belasting op in verkeer stelling (BIV) voor. “Bond Beter Leefmilieu vindt het goed dat de BIV hervormd wordt op basis van milieukenmerken. Maar in de concrete uitwerking is er heel wat misgelopen. De sturing richting zuinige wagens is beperkt in het grootste deel van de markt. De hervorming zal ook geen rem zetten op de schadelijke verdieseling. Diesel voertuigen tot en met de recente EURO 5 wagens stootten te veel stikstofoxiden uit, en zijn een van de belangrijkste oorzaken van de te hoge concentraties vervuiling in de lucht. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de BIV hervorming niet wordt aangegrepen om de verdieseling tegen te gaan,” zegt Mathias Bienstman van Bond Beter Leefmilieu.
~ Actueel ~
Begin deze week gingen verschillende meetposten voor fijn stof zwaar in het rood. Door de windstille dagen en de temperatuursinversie, bleven we letterlijk in onze eigen vuiligheid zitten.
Het weer speelt zeker een rol, maar is natuurlijk niet de echte oorzaak. Het weer stoot geen fijn stof uit, auto’s en fabrieken wel. En op dat vlak is al lang duidelijk dat een meer doortastend beleid nodig is.
In heel 2011 werden al meer overschrijdingen vastgesteld dan in de twee voorgaande jaren samen. Het zou nu stilaan duidelijk mogen worden dat de voorbije “Actieplannen fijn stof” weinig of geen zoden aan de dijk zetten. Zoals BBL al meermaals schreef, bevatten die actieplannen weinig concrete maatregelen, maar vooral bijkomend studiewerk, overleg, samenwerking tussen administraties,… Daardoor zal het fijn stof echt niet verminderen.
Volgens BBL zijn er extra maatregelen nodig op drie niveaus.
Om het probleem aan de bron aan te pakken, moet de verdere verdieseling van het wagenpark worden tegengegaan. Dat kan door in te grijpen via de verkeersfiscaliteit, bv. door de accijnzen op diesel en benzine gelijk te trekken. Het systeem van de omgekeerde Cliquet bevoordeelt echter juist dieselwagens. Ook de recente hervorming van de BIV is een gemiste kans, omdat deze vooral kijkt naar de CO2-uitstoot. Daardoor worden kleine dieselwagens gestimuleerd, aangezien die een lage CO2-uitstoot hebben, maar wordt dus ook de verdieseling verder in de hand gewerkt. Een meer samenhangend fiscaal beleid is een eerste noodzaak.
Daarnaast moet het Vlaamse ruimtelijke ordenings- en infrastructuurbeleid worden bijgestuurd. Door nieuwe kantoor- en bedrijvenzones, voetbalstadions of shoppingcentra te plannen op locaties die enkel met de auto te bereiken zijn, wordt te veel bijkomend autoverkeer veroorzaakt. Dat zal op zijn beurt voor bijkomende overschrijdingen zorgen. Telkens weer waarschuwen milieu-effect-rapporten voor deze ontwikkeling, maar systematisch worden deze door de overheid ter zijde geschoven.
Een derde maatregel waar we al lang op wachten, is de invoering van lage emissie zones in de steden. Lage emissie zones of milieuzones zijn centrale gebieden in de stad waar oude, vervuilende (vracht)wagens niet in mogen. In Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen zijn er al heel wat steden die zo’n lage emissiezone invoeren. Een milieuzone blijkt de grootste impact te hebben op dieselroet, de meest schadelijke fractie van het fijn stof. Die fractie zou tot 30% dalen in een milieuzone. Maar in België is er nog steeds geen wettelijk kader om milieuzones mogelijk te maken.
~ Actueel ~
Kunststoffen zijn niet meer weg te denken uit de maatschappij van vandaag, en daar waar kunststoffen ingezet worden, dragen ze (door hun bijzondere eigenschappen) bij tot het verminderen van energiegebruik en CO2-uitstoot. Dat is de boodschap die de kunststofindustrie al geruime tijd benadrukt. Voor bepaalde materialen en toepassingen klopt dat ook.
Wat de sector echter vergeet te vermelden is dat kunststoffen zelf ook een ernstige negatieve impact kunnen hebben op mens en milieu. Zo belandt heel wat plastic afval in zee, waar het nauwelijks wordt afgebroken. Dit heeft geleid tot het ontstaan van gigantische drijvende "afval-eilanden" - ook wel de plastic-soep genoemd, die waardevolle ecosystemen aantasten.
Om dit laatste probleem aan te pakken, is de Europese kunststofsector gestart met een project om afval uit zee op te vissen: Waste Free Oceans. Vissersboten, uitgerust met speciaal daarvoor ontworpen netten, schuimen de Europese wateren af op zoek naar kunststofafval. Dit afval wordt aan land gebracht waar het vervolgens gerecycleerd of verbrand wordt. In België gebruikte de Belgische kunststofsectorfederatie Federplast de aankondiging van dit project begin november in Oostende om de inspanningen tot verduurzaming van de sector in de verf te zetten.
Het Waste Free Oceans initiatief is een lovenswaardige inspanning van de sector om de historische vervuiling van haar producten aan te pakken. Tegelijk blijft het water naar de zee dragen, zolang het probleem niet aan de bron wordt aangepakt. Slechts 30% van het kunststofafval wordt effectief gerecycleerd in ons land, en 63% wordt verbrand met energierecuperatie. De overige 7% komt nog steeds in het milieu terecht.
Het omvangrijke aandeel verbranding is grotendeels te wijten aan de groenestroomcertificaten die verbranding van recycleerbaar kunststof lucratiever maken dan recyclage. Anderzijds is een groot deel van het kunststofafval vandaag de dag niet recycleerbaar. Dan is verbranding het enige alternatief om te vermijden dat het afval in het milieu terecht komt.
Naast aandacht voor kunststofafval in zee, besteedt de sector vooral veel middelen in de zoektocht naar grondstoffen gebaseerd op biomassa. Dit doet ze omdat fossiele grondstoffen steeds duurder worden, en omwille van de broeikasgasemissies die eraan gekoppeld zijn. In plaats van op zoek te gaan naar andere grondstoffen voor dezelfde niet-recycleerbare materialen, zou de prioriteit moeten zijn om niet-recycleerbare materialen te vervangen door recycleerbare alternatieven. Op die manier zal de vraag naar nieuwe grondstoffen vanzelf dalen, en wordt het afvalprobleem van kunststof op een meer effectieve manier aangepakt dan door het afval te gaan opvissen uit de zee en het te verbranden.
De Europese kunststofsectorfederatie heeft deze week een oproep een voorstel gedaan naar de Europese politici om de sector minder regels op te leggen en meer te ondersteunen. Dit kan een terechte vraag zijn, op voorwaarde dat de sector zelf verantwoordelijkheid toont voor alle impacts van haar activiteiten. Zolang dit niet gebeurt, is het noodzakelijk dat de overheid de sector streng reguleert. Kunststoffen kunnen deel uit maken van een duurzame toekomst, maar dan moeten ze deel uit maken van gezonde, gesloten kringlopen met zo weinig mogelijk materiaal. Daar zijn we op dit moment nog ver van verwijderd. We nodigen de sector dan ook uit om met open vizier werk te maken van een systeeminnovatie.
~ Ook dat nog ~
“Het feit dat ik zo veel in België investeer, bewijst dat ik in het land geloof” laat ondernemer Bart Verhaege optekenen in Trends, terwijl hij zich met zijn familie vestigt in belastingparadijs Zwitserland.