Milieublog

Home > Milieublog

Milieublog: laatste berichten

Share

Hogere CO2-uitstoot komt niet door kernuitstap

thema’sKlimaat & energie

23/09
2014

De analyse in De Standaard van vandaag dat de Duitse kernuitstap het steenkoolgebruik en de broeikasgasemissies liet toenemen, is onjuist. Het is het zwakke Europese klimaatbeleid dat ervoor zorgt dat steenkool aantrekkelijk blijft in de hele Europese elektriciteitsmarkt. Daar heeft de Duitse kernuitstap niets mee te maken.

Sinds de start van de kernuitstap in Duitsland daalde de nucleaire productie van elektriciteit met 68 Twh. Tegelijkertijd kwam er voor 106 Twh hernieuwbare energie bij. De stijging van hernieuwbare energie maakte de  nucleaire productievermindering ruimschoots goed.

Recent steeg de productie uit het vervuilende steenkool en bruinkool. Maar die heropleving van steenkool is geen uniek Duits fenomeen. De steenkoolprijzen verlaagden in de eerste plaats door een verminderde vraag uit de VS door de schaliegasrevolutie.

Daarnaast is de Europese koolstofprijs te laag. De koolstofprijs zou de vervuiler moeten laten betalen en steenkool dus duurder maken dan het minder vervuilende aardgas, maar dat gebeurt onvoldoende. Kortom in heel Europa gaan gascentrales in de mottenballen en zitten steenkoolcentrales in de lift.

Wie stelt dat de kernuitstap het gebruik van steenkool in Duitsland deed opveren, verwart twee ontwikkelingen met elkaar. Daardoor blijven de juiste remedies uit. Toekomstgerichte, duurzame elektriciteitsvoorziening heeft hogere koolstofprijzen nodig. Dat erkent ook de Europese Commissie.

Hogere koolstofprijzen hebben twee grote voordelen: gas wordt weer rendabel tegenover steenkool en hernieuwbare energie heeft minder subsidies nodig. De inkomsten uit de hogere koolstofprijs kan de overheid gebruiken om de lasten op arbeid te verlagen en om een ambitieus energiebeleid te ondersteunen. Zo een strategie heeft een positief effect op de economie en de werkgelegenheid. Tegelijk neemt de vervuiling af. De oplossing voor Duitsland ligt dus in hoofdzaak bij Europa.

Sara Van Dyck

Bond Beter Leefmilieu, beleidsmedewerker energie

reacties2 reacties

aanpasdatum23 september 2014 | Sara Van Dyck

FANC moet Zweedse coalitie terugfluiten

thema’sKlimaat & energie

19/09
2014

Het eerste akkoord van de Zweedse coalitie is een feit: als eind dit jaar blijkt dat de scheurtjesreactoren Doel3 en Tihange2 effectief dicht moeten, mogen de oudste kerncentrales Doel 1 en 2 tien jaar langer draaien. Maar voor het zover is, moet het federaal agentschap voor nucleaire controle (FANC) het licht op groen zetten. Het FANC liet verstaan dat het theoretisch gezien mogelijk is om de centrales langer open te houden. Het FANC heeft echter als missie: de bevolking, werknemers en het leefmilieu doeltreffend te beschermen tegen het gevaar van ioniserende straling. Als ze die missie echt serieus neemt, moeten Doel 1 en 2 sluiten. Houden ze Doel1 en Doel2 toch langer open, dan zijn er enorme investeringen nodig en zien we meer dan een miljard wegvloeien. Dat geld kunnen we maar al te goed gebruiken voor echte oplossingen voor de bevoorradingszekerheid.

Doel1 en 2 niet veilig genoeg

Doel1 en Doel2 zijn de oudste en minst veilige kernreactoren. In 2012 beval een kritische, onafhankelijke analyse van de stresstests door nucleaire veiligheidsexperten zelfs de onmiddellijke sluiting van Doel 1 en Doel 2 omdat de risico’s te groot zouden zijn. De oude reactoren zijn bijvoorbeeld niet uitgerust met een gefilterd ventilatiesysteem om radioactieve gassen af te laten ingeval een incident zich voordoet.

Ook is het betonnen reactorgebouw maar net bestand tegen het neerstorten van een klein sportvliegtuig. Bij inslag van grotere objecten bestaat het risico op een nucleaire ramp in dichtbevolkt gebied. Om de veiligheid te vergroten tot op het niveau van de moderne kerncentrales zou een tweede omhulsel rond het bestaande moeten gebouwd worden met een wand van minstens 140 cm, wat praktisch onmogelijk is. Doel 1 en Doel 2 kunnen daarom alleen langer blijven draaien als de nucleaire toezichthouder FANC een oogje toeknijpt en het niet zo nauw neemt met de nucleaire veiligheid.

De oudste kerncentrales kregen van het FANC in 2011 al een reeks aanbevelingen om hun veiligheid te verbeteren. Uit een recent rapport van het FANC blijkt dat een groot deel van die maatregelen nooit genomen zijn omdat de centrales toch zouden sluiten in 2015. Wil men de centrales tien jaar langer openhouden, zal men die maatregelen wél moeten implementeren. Daarvoor zijn jaren tijd nodig. Bovendien heeft Electrabel voor haar centrales nieuwe splijtstof nodig. Die splijtstof bestellen neemt minstens een jaar tot 18 maanden in beslag. De kerncentrales zouden dus in het beste geval pas over enkele jaren weer stroom kunnen produceren. Dan zijn ze niet meer nodig voor de bevoorradingszekerheid.

Miljarden voor een oude technologie

Zet het FANC ondanks deze bezwaren toch het licht op groen? Dan zal het enorm veel geld kosten om de levensduur van Doel 1 en Doel 2 te rekken. Naar schatting gaat het om minstens één miljard euro. Maar deze kosten kunnen nog veel hoger oplopen.

Onze regeringsonderhandelaars schuiven wel vanuit een bijzonder zwakke positie aan de onderhandelingstafel. De vraag is enkel nog hoeveel geld Electrabel bij de regering zal opeisen “in naam van de bevoorradingszekerheid”.  Vast staat in elk geval dat Electrabel de afroming van de nucleaire rente opnieuw in vraag zal stellen. De Zweedse coalitie mag alvast beginnen nadenken waar ze die 550 miljoen euro per jaar elders denken op te halen.  

Het geld dat nodig is om de levensduur van Doel 1 en 2 te rekken, zijn kosten op het sterfhuis. Dit geld kan veel beter geïnvesteerd worden in duurzame alternatieven die al op korte termijn renderen. Nieuwe kerncentrales behoren niet tot dat lijstje. De keuze van de Zweedse coalitie om de deur open te zetten voor een nieuwe kerncentrale, is niet meer dan een zoethouder voor de N-VA. De andere partijen weten goed genoeg dat kerncentrales zo duur zijn, dat ze zonder gigantische overheidssteun niet van de grond zullen komen.

Als er de voorbije maanden iets duidelijk is geworden, dan is het dat kernenergie een onbetrouwbare energiebron is. Als het licht uitgaat deze winter, is het omdat we nog steeds veel te afhankelijk zijn van oude kerncentrales. De enige oplossing voor een zekere, veilige en propere energievoorziening ligt in een resolute keuze voor hernieuwbare energie en energiebesparing, aangevuld met meer interconnectie met het buitenland en flexibele gascentrales als back-up. De Zweedse coalitie dreigt die toekomst nu volledig te hypothekeren.

Sara Van Dyck
Beleidsmedewerker energie, Bond Beter Leefmilieu

Jan vande Putte,
Energy campaigner, Greenpeace België

reactiesreageer

aanpasdatum19 september 2014 | Sara Van Dyck

2013 breekt klimaatrecords: wetenschappers vragen dringend meer emissiereducties

thema’sKlimaat & energie

12/09
2014

In 2013 lag de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer op het hoogste punt ooit. Bovendien berichtte de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) dat de concentratie aan CO2 sinds 1984 ook sneller dan ooit gestegen is, waarschijnlijk doordat er minder broeikasgassen geabsorbeerd worden door vegetatie en oceanen.  Een eerder rapport van het WMO bracht de temperatuur voor 2013 in kaart. 2013 was volgens de organisatie het zesde warmste jaar in de metingen en het vierde warmste na correctie voor het weersfenomeen El Niño, dat tot warmere jaren leidt. Kortom, in 2013 gingen recordconcentraties aan broeikasgassen in de atmosfeer samen met recordtemperaturen. Kunnen we dan spreken van een vertraagde opwarming, zoals de krant De Standaard op 10 september schreef? (DS 10/09)

 

 

Klimaat staat voor evoluties over periodes van ongeveer 30 jaar. Aanhangers van de hypothese van de ‘vertraagde opwarming’ verwijzen naar de iets tragere opwarming tussen 1998 en 2012. De temperatuur nam toen slechts 0,05 graden per decennium toe, wat minder is dan de lange termijn trend van 0,12 graden. 

Het klimaatrapport van het IPCC, dat alle beschikbare kennis samenbrengt, is echter erg kritisch ten opzichte van het idee van ‘een vertraagde opwarming’. Een iets kouder decennium spreekt de opwarming van de aarde niet tegen, zelfs in tegendeel. In haar recent rapport schrijft het IPCC dat de voorbije drie decennia stuk voor stuk warmer waren dan hun voorganger, en de warmste sinds het begin van de metingen. De bevindingen zijn duidelijk: als we het risico op gevaarlijke klimaatverandering willen vermijden, moeten we nú de broeikasgasemissies reduceren. Voor die conclusie volstaat de beschikbare wetenschappelijke kennis.

Dat betekent niet dat bijkomend wetenschappelijk onderzoek overbodig is. Heel wat recent  onderzoek tracht te verklaren waar de warmte uit de atmosfeer in het vorig decennium naartoe ging. De oceanen bieden de meest plausibele verklaring. Wie zich echter te veel focust op de discussies in dat deelgebied van de klimaatwetenschap en er de conclusie uit trekt ‘dat wetenschappers het allemaal niet meer goed weten’, verliest het totaalplaatje uit het oog. Ook de temperatuur van de oceanen, het afsmelten van de ijskappen of de stijging van de zeespiegel zijn indicaties van de klimaatverandeirng. Zo stijgt de zeespiegel de laatste decennia sneller dan eerder voorzien. Het is die zeespiegelstijging die in de eerste plaats heel wat landen, waaronder België, zorgen baart. Ze zou ons dus nét tot meer klimaatactie moeten aanzetten, niet tot minder.

Gelukkig staat klimaatactie niet gelijk met “het fnuiken van de economie”, zoals het artikel in De Standaard suggereerde. Recente publicaties van het Internationaal Energieagentschap of de OESO komen er op uit dat  klimaatinvesteringen zich terug betalen door lagere brandstofkosten en de creatie van bijkomende jobs,  en  nauwelijks een effect hebben op de economische groei.  Over twee weken verzamelen wereldleiders zich in New York op vraag van VN-secretaris Ban Ki Moon. Hopelijk kunnen ze het hoofd koel houden en een adequaat antwoord formuleren op de uitdaging van deze tijd.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum12 september 2014 | Mathias Bienstman

Kernenergie, een recept voor problemen

thema’sKlimaat & energie

29/08
2014

Het is verbijsterend dat de onderhandelaars voor de federale regering de kernuitstap in vraag blijven stellen. De problemen met de kerncentrales vandaag maken net één ding duidelijk: het verlengd openhouden van oude centrales staat garant voor problemen. De nieuwe regering breekt beter met het verleden. Ze moet de bakens uitzetten voor een duurzame energietoekomst die bouwt op hernieuwbare energie en energiebesparing.

Het gaat onze kerncentrales niet voor de wind. Na de onverwachte – en mogelijk definitieve – uitval van de kernreactoren Doel 3 en Tihange 2, ligt nu ook Doel 4 stil. De plotse uitval van deze kernreactoren in combinatie met een onderhoud van de kernreactor van Tihange 1 tot half november, stemt nogal nerveus.

Hoogspanningsnetbeheerder Elia brengt haar noodplan voor deze winter in hoogste staat van paraatheid. Elia maakte afspraken met industriële spelers om af te schakelen in geval van een stroomtekort en geeft een aantal producenten een vergoeding om hun stilgelegde gascentrales komende winter standby te houden. De vrees bestaat echter dat deze maatregelen niet zullen volstaan. Doemscenario’s waarbij bepaalde landelijke gemeenten het zonder elektriciteit zullen moeten stellen, lijken waarschijnlijker dan ooit.

Falend energiebeleid

De krapte op onze elektriciteitsmarkt is het pijnlijk resultaat van het falende energiebeleid van de afgelopen jaren. Na de stemming van de kernuitstap in 2003, werd deze meteen weer in vraag gesteld. Zou het licht wel blijven branden zonder kernenergie? Jaren van twijfel zaaien over een potentiële levensduurverlenging van onze oude kerncentrales, zorgden enkel voor onduidelijkheid. Hierdoor bleven investeringen in nieuwe capaciteit uit. Zo eist onze hoge afhankelijkheid van kernenergie vandaag zijn tol. Een scenario waarbij het licht ook effectief dreigt uit te gaan, lijkt waarheid te worden.

Energiebesparing

Wraakroepend is dat de regering in lopende zaken, noch de nieuwe regeringen met een doortastende aanpak voor komende winter op de proppen lijken te komen. De ogen zijn vooral gericht op netwerkbeheerder Elia. Nochtans is het een politieke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het licht blijft branden.

De mogelijkheden om als overheid werk te maken van snelle, doortastende én ook structurele energiebesparingsmaatregelen blijven in het huidige debat over de bevoorradingszekerheid sterk onderbelicht. Elektriciteitsbesparende maatregelen kunnen nochtans niet alleen bijdragen aan een oplossing voor de problemen op korte termijn, maar bovenal een structureel antwoord bieden aan de bevoorradingszekerheid op de lange termijn, het klimaatprobleem én een stijgende energiefactuur.

Snel elektriciteit besparen kán

Voorbeelden van Japan over Alaska tot Nieuw-Zeeland, tonen aan dat (dreigende) elektriciteitstekorten een impuls kunnen geven om op zeer korte tijd drastisch (tot meer dan 20% in een periode van 6 weken) energie te besparen. Elektriciteitsbesparing, waarbij het elektriciteitsverbruik structureel wordt verlaagd, lijkt in het Belgische lijstje van oplossingen voor deze winter echter te ontbreken. Nochtans is er in België een enorm potentieel om elektriciteit te besparen.

Met drie gerichte elektriciteitsbesparingsmaatregelen (de gedeeltelijke vervanging van elektrische verwarming in huishoudens,een efficiëntere verlichting in gebouwen in de dienstensector en efficiëntere en beter afgestelde pompen en motoren in de industrie) kan de piekvraag met 8,5% dalen. Dat is 1116MW en meer elektriciteit dan Doel4 kan opwekken (1006 MW).

Om een succesvol energiebesparingsprogramma op te zetten, moeten onze overheden dringend de handen in elkaar slaan en het potentieel aan energiebesparing voor de verschillende sectoren in kaart brengen. Het Vlaamse regeerakkoord geeft aan van energie-efficiëntie een topprioriteit te willen maken. Met deze cruciale winter voor de deur, kan de regering aantonen dat het haar menens is. Ze moet samen met de collega’s van de federale regering en de andere gewesten een noodplan voor energie-efficiëntie opmaken.

Never waste a crisis

Het is verbijsterend dat de onderhandelaars voor de federale regering de kernuitstap in vraag blijven stellen. De huidige crisis illustreert vooral dat het huidige verouderde elektriciteitssysteem dat afhankelijk is van kernenergie, niét werkt. Inzetten op een nieuwe kerncentrale dan maar, zoals de N-VA voorstelde? Voorbeelden uit Finland en Frankrijk tonen aan dat de bouw van een nieuwe kerncentrale een dure operatie is. De kerncentrale in Finland, die in 2009 al in gebruik zou gaan, zal naar verwachting pas tegen 2020 stroom leveren en 8,5 miljard in plaats van de oorspronkelijk geraamde 3 miljard euro kosten.

Wind- en zonne-energie worden daarentegen jaar na jaar goedkoper. Wind zal naar verwachting tegen 2017 dé goedkoopste vorm van energie-opwekking zijn. Zonne-energie is vandaag al rendabel zonder subsidies. Hoogtijd voor een nieuwe wind dus. Een combinatie van energiebesparing en hernieuwbare energie is het enige recept dat garant staat voor een zekere, veilige, betaalbare, en zuivere energietoekomst.

reacties3 reacties

aanpasdatum29 augustus 2014 | Sara Van Dyck

Maak toegang tot Europese markt afhankelijk van klimaatengagement

thema’sKlimaat & energie

6/06
2014

De twee grootste vervuilers China en de VS kondigden deze week aan dat ze de uitstoot van broeikasgassen drastisch willen terugdringen. Is het einde van de lange lijdensweg voor het onderhandelen van een mondiaal klimaatakkoord daarmee eindelijk in zicht? Veel zal afhangen van hoe sterk de fossiele industrie de plannen kan uithollen. Europa moet niet machteloos toezien: ze kan via haar handelsbeleid de druk opvoeren op de achterblijvers.

De bedrijfswereld in de VS is niet mals voor de klimaatplannen van Obama. De machtige Chamber of Commerce reageerde kort maar krachtig: “De regelgeving zal een immense kost en een zware regeldruk leggen op de Amerikaanse jobmotor, met een diepe impact op de economie, de bedrijven en de gezinnen.”  De Republikeinse leider in het Huis van afgevaardigden  John Boehner ging nog een stap verder en noemde het plan “krankzinnig”. Het Amerikaanse milieuagentschap weerlegde de claims: de klimaatplannen maken de economie net sterk en innovatief.

De discussie overstijgt de Amerikaanse politiek. Om klimaatverandering tegen te gaan moet de vervuiling door broeikasgassen wereldwijd minstens halveren tegen het midden van de eeuw. China, de VS en de EU zijn samen verantwoordelijk voor bijna 60% van alle uitstoot. China en de VS riepen in het verleden elkaars inactiviteit in om niets te doen. Maar ook in de EU remt de bedrijfswereld klimaatbeleid af met het argument dat die twee landen achter blijven. Een geloofwaardig klimaatakkoord voor 2015 lijkt pas mogelijk als de drie blokken tegelijk bewegen. Voor het eerst maakt zo een doorbraak echt kans, hoewel het om gevaarlijke klimaatopwarming af te wenden al erg laat is. Als de bedrijfswereld in de VS er daarentegen in slaagt Obama’s klimaatplannen te torpederen, dan riskeren de internationale klimaatonderhandelingen verder aan te modderen. De wereld stevent dan af op een temperatuurstijging van 4 graden deze eeuw.

De American Chamber of Commerce voert al jarenlang het lijstje aan van de meest spenderende Amerikaanse lobbygroepen. Jaarlijks spendeert ze om en bij de 100 miljoen dollar om politici te kneden. Ze heeft een geschiedenis van aanvallen op het klimaatbeleid. Niet alleen oliegiganten zoals Exxon of Chevron wegen op haar koers, maar ook de steenkoolindustrie. Nochtans zit niet alle financiële vuurkracht in de VS aan de zijde van de oude, fossiele economie. Bij de tien grootste Amerikaanse ondernemingen op de beurs worden de oliegiganten in aantal overtroffen door bedrijven die met een groen imago uitpakken. Zo wil Google draaien op 100% hernieuwbare energie. Apple streeft hetzelfde doel na. CEO Tim Cook provoceerde de aandeelhoudersvergadering eerder dit jaar door te zeggen dat er geen plaats is voor klimaatontkenners. Ook de supermarktketen Wall-Mart gaat voor hernieuwbaar. Ze mocht president Obama eerder dit jaar ontvangen voor een speech over z’n klimaatbeleid. De vraag is of deze toppers gewoon meesurfen op de groene golf of achter de schermen een tegengewicht vormen voor de olie- en steenkoolbelangen in de bedrijfsfederaties.

Europa moet niet machteloos toekijken naar de belangenstrijd in de VS. Om een positieve uitkomst te bekomen kan de EU ook haar eigen economisch gewicht in de schaal leggen. In de EU ontkent geen enkele relevante speler het belang van een mondiaal klimaatakkoord. Ook bedrijfsfederaties zoals Business Europe zijn voor. Maar de hefbomen om het af te dwingen lijken beperkt. Nochtans lonken heel wat Amerikaans ondernemingen naar meer toegang tot onze markt, die de grootste vormt ter wereld. Zo is de Amerikaanse Chamber of Commerce een grote pleitbezorger van het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS (TTIP).  Moet de toegang tot de Europese markt niet afhangen van een geloofwaardig Amerikaans engagement voor een klimaatakkoord? Zo komt de druk te liggen bij de ondernemingen die elk klimaatbeleid boycotten en de ontkenningsindustrie financieren om goede kwartaalcijfers te scoren.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum6 juni 2014 | Mathias Bienstman

Een snellere beslissing is geen betere beslissing

thema’sJuridische zaken, Wetten en regels

20/05
2014

Tijdens de afgelopen legislatuur was het politiek bon ton om te verkondigen dat vergunningen voor bedrijven of infrastructuurwerken veel te lang aanslepen. Volgens de ondernemerswereld zijn snelle en eenvoudige vergunningsprocedures zelfs een noodzaak om economisch te overleven. Als die procedures niet snel vlotter verlopen, met een minimum aan administratieve lasten en liefst met niet te veel inspraak van lastige bewonersgroepen, zullen bedrijven wegtrekken en komt ons land tot stilstand. Onze ministers sprongen al snel op deze kar. Met het nieuwe decreet op de omgevingsvergunning - waarbij de bouw- en milieuvergunning geïntegreerd worden in één vergunning - zullen de procedures vanaf volgend jaar veel sneller verlopen. Gedaan met al die vertraging en lang wachten op een beslissing.

Maar wat blijkt ondertussen? Cijfers van Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (Groen), tonen aan dat minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in driekwart van de beroepsdossiers voor milieuvergunningen de voorziene termijn overschrijdt. In 2011 werd voor 121 van de 162 beroepsdossiers pas na de voorgeschreven termijn van vijf maanden een beslissing genomen. Momenteel liggen op het bureau van minister Schauvliege 86 beroepsdossiers, waarvan bij 63 de wettelijke termijn al is overschreden. Het gaat echter om een ‘termijn van orde’ , niet om een vervaltermijn. Wanneer de minister die termijn niet naleeft, wordt de termijn gewoon uitgesteld. De betrokken bedrijven die een milieuvergunning nodig hebben, of burgers die in beroep gaan tegen de vergunningsvoorwaarden, kunnen niet anders dan afwachten.

In een tribune in De Tijd verdedigt minister Schauvliege zich met het argument dat het om ingewikkelde dossiers gaat, die maatschappelijk gevoelig liggen. Daarom is het voor de minister belangrijk dat er eerst een ruim overleg is met alle belanghebbende partijen, zoals gemeentebesturen, exploitanten, burgercomités en onafhankelijke experts. Vaak vergt dat bijkomend onderzoek en grondig studiewerk. En dat vraagt uiteraard tijd, waardoor de beroepstermijnen niet worden gehaald. Maar belangrijker dan een tijdige beslissing, is een goede beslissing, aldus de minister. Volledig terecht volgens BBL. Bovendien verhoogt de inspraak ook het maatschappelijk draagvlak en vermijdt men nodeloze juridische procedures nadien, aldus nog de minister. Want daar is uiteindelijk niemand mee gebaat.

Maar wat dan met de omgevingsvergunning?

Omdat het vanaf nu allemaal sneller moet gaan, worden de huidige termijnen van orde in het nieuwe decreet voor de omgevingsvergunning vervangen door echte vervaltermijnen. De volgende minister van Leefmilieu zal daardoor gedwongen worden om snel te beslissen over beroepsdossiers. De wettelijke termijn kan niet meer overschreden worden. Wanneer de beslissing niet binnen de vastgestelde termijn wordt genomen, wordt het beroep automatisch verworpen en valt men terug op de eerder genomen beslissing van de provincie.

We durven nu al voorspellen dat die vervaltermijnen voor meer vertraging dan versnelling zullen zorgen. Er mag immers van uit gegaan worden dat de beroepsdossiers in de toekomst nog ingewikkelder zullen worden, aangezien zowel over de milieu- als de bouwaspecten moet worden beslist. En hoe zit het dan met het noodzakelijke overleg en het grondige onderzoek, dat volgens de minister nodig is om een goed afgewogen beslissing te kunnen nemen in beroepsdossiers? Daar zal daar in de toekomst geen tijd meer voor zijn, of het zal toch op een drafje moeten worden afgehandeld. Gefrustreerde burgers, comités of milieuverenigingen die vinden dat met hun argumenten weinig of geen rekening werd gehouden, zullen vervolgens via juridische weg verder gaan.

Maar ook voor bedrijven is deze regeling niet zonder gevaar. De meeste beroepsdossiers bij de minister gaan immers over milieuvergunningen die in eerste aanleg door de provincie worden geweigerd. Veelal omdat het om lokaal omstreden dossiers gaat, waarbij het lokale bestuur uit politieke overwegingen mee op de kar springt van een bewonerscomité. Denk maar aan het inplanten van windmolens of het uitbaten van een afvalverwerkend bedrijf. Als de provincie zo’n aanvraag weigert, kan de minister zichzelf vervolgens perfect buiten schot houden, door de termijn gewoon te laten verstrijken en niet te beslissen.

BBL heeft er steeds voor gewaarschuwd dat sneller beslissen niet noodzakelijk ook voor betere beslissingen zorgt. Het ziet er alvast naar uit dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen – die al een aanzienlijke achterstand heeft opgebouwd – in de toekomst nog veel meer vergunningsdossiers zal mogen behandelen, zowel van gefrustreerde burgers als van gefrustreerde bedrijven. Want hoe minder inspraak er vooraf is, hoe meer juridische procedures er nadien zullen volgen. Met nog veel meer vertraging tot gevolg.

reactiesreageer

aanpasdatum20 mei 2014 | Erik Grietens

Russisch gas en de energie-onafhankelijkheid van Europa

thema’sKlimaat & energie

7/04
2014

De situatie in Oekraïne en Rusland zorgt voor heel wat spanning in Europa. Niet in het minst op energievlak. De vraag hoe Europa verder kan zonder afhankelijk te zijn van de grillen van Poetin, wordt weer zeer pertinent. Europa importeerde vorig jaar immers nog één derde van haar gas uit Rusland. 

De Europese Unie ontstond vanuit een energieproject: de Europese gemeenschap voor kolen en staal. Nu, vierenzestig jaar later, is het tijd voor een Europese Energie-Unie 2.0. Dat was de boodschap van Europees president Van Rompuy op de Europese Lentetop op 21 maart. Tijd voor een (van Rusland) onafhankelijke en liefst ook duurzame Europese energie dus. De vraag is alleen hoe.

Schaliegas als gamechanger? Het bezoek van president Obama aan ons land, zette schaliegas weer duidelijk op de kaart. Als antwoord op de Europese vraag of Obama wil bekijken of hij deze Amerikaanse “gamechanger” kan exporteren naar Europa, stelde de wereldleider dat we best ook in Europese bodem op zoek gaan naar deze nieuwe fossiele brandstof. Bart Sturtewagen van De Standaard stelde het in een opiniestuk vorige week bijzonder scherp: “is er straks nog elektriciteit en warmte als we schaliegas blijven uitsluiten?” We kunnen hem geruststellen. Een gamechanger zal schaliegas niet zijn. Als we al abstractie maken van alle milieu- en economische obstakels, dan nog kan schaliegas in het beste geval 2 tot 3% van de Europese energievraag tegen 2030 dekken. Niet echt overtuigend om onze energie-onafhankelijkheid te verhogen dus.

Energiebesparing als sleutelelement De Raadsconclusies van de Europese Lentetop leren wat het sleutelelement is in dit energievraagstuk: energiebesparing. Volgens de Europese Raad is een verminderde energievraag de eerste stap om onze energie-onafhankelijkheid te verhogen (en dat we zo bijdragen aan een oplossing voor het klimaatvraagstuk is daarbij mooi meegenomen). Enkele dagen na de Top stelde energiecommissaris Oettinger dat er nood is aan een bindende Europese energiebesparingsdoelstelling. Dit is een sterk signaal met oog op een nieuw Europees energie- en klimaatpakket voor 2030. De huidige voorstellen voor 2030 zijn immers zeer vaag op het vlak van energiebesparing. Een tip voor Oettinger: volgens een studie van het Fraunhoferinstituut kan Europa haar energiegebruik met 40 procent verminderen. Zo maken we meteen komaf met de afhankelijkheid van Russisch gas. 

Hernieuwbare energie Hernieuwbare energie zorgt voor het sluitstuk van een onafhankelijke en betaalbare energievoorziening. Het is perfect mogelijk om tegen 2050 onze energievraag bijna volledig te dekken met hernieuwbare energie - als we vandaag de juiste keuzes maken. En ook op dat vlak schieten de Europese voorstellen voor 2030 te kort. Europa gaat niet verder dan een voorstel voor 27% hernieuwbare energie tegen 2030. Dit volstaat niet voor een nieuwe Europese Energie-Unie. Enkel door haar ambitie op te schroeven naar 45% hernieuwbare energieproductie tegen 2030, brengt de unie een gemeenschappelijk project van betaalbare, zekere én duurzame energie binnen bereik.

Laat ons hopen dat de crisis in Oekraïne toch een positieve kant heeft: met name dat de Europese lidstaten effectief eens ernstig gaan nadenken over hoe we in de toekomst kunnen komen tot een duurzame en onafhankelijke Europese Energie Gemeenschap.  

Sara Van Dyck

reactiesreageer

aanpasdatum7 april 2014 | Annelies Hickendorff

Rare jongens, die werkgevers

thema’sMilieu & politiek

28/02
2014

Wereldvreemd, irrealistisch, utopisch of ronduit gevaarlijk. Waar is de tijd dat de milieubeweging die vleiende etiketten kreeg opgekleefd? Als we de berichtgeving in de zakenkrant De Tijd mogen geloven is die omschrijving toepasbaar op de verkiezingsmemoranda van werkgeversorganisaties Voka en UNIZO. “De voorstellen van de werkgeversorganisaties zijn irrealistisch en zelfs een beetje wereldvreemd”, stelt de econoom Gert Peersman. Fiscaal hoogleraar Michel Maus spreekt over een “utopisch verhaal”.

Nu moeten we bekennen dat sommige voorstellen ook ons economisch inzicht te boven gaan. Zo zei UNIZO-topman Karel Van Eetvelt eerder in De Tijd: “We zullen een koopkrachtdaling moeten organiseren.” De kmo-organisatie wil een lastenverlaging van 7 miljard euro financieren door de lonen en uitkeringen te bevriezen. Dat lijkt op het eerste zicht een interessante zaak voor ondernemingen die van de export leven. Niet meteen voor de doorsnee zelfstandige die het van de binnenlandse vraag moet hebben.

Voka pleit op zijn beurt voor een loonlastenverlaging van 8,9 miljard, een verlaging van de personenbelasting van 2,4 miljard én besparingen van 10 miljard euro bij de overheid en de sociale zekerheid. De werkgeversorganisatie wil de miljarden onder meer vinden in de zorg, het onderwijs of de pensioenen. De voorstellen zijn niet altijd even concreet geformuleerd: zo wil Voka “de kinderbijslag en ouderenzorg marktgericht en effectiever maken” of “de uitgavenstijging voor pensioenen en inactiviteit temperen”.  Snoeien om te groeien is een beproefd recept. Over het algemeen leiden besparingen niet onmiddellijk tot economische groei. In het beste geval doen ze dat na verloop van tijd. Maar Voka ziet het anders: het ankerpunt van zijn besparingsvoorstellen is 2% economische groei bereiken.  Het spreekt voor zich dat we daarvoor ook nieuwe wegen nodig hebben en “milieunormen die niet verder gaan dan de reeds ambitieuze Europese verplichtingen.”

In De Tijd wezen Maus en Peersman al op de pijnpunten van deze voorstellen. Maus:  “zoals Voka 21 miljard euro wegknippen kun je niet doen zonder de verzorgingsstaat af te bouwen. Ik denk niet dat veel mensen daarop zitten te wachten.” Peersman benadrukt dat het door de vergrijzing niet evident is om de overheidsuitgaven te bevriezen. “De verwachting is dat de uitgaven voor de pensioenen en de gezondheidszorg fors zullen stijgen”.

Nog boeiender wordt het als de economen zich achter de voorstellen van de milieubeweging scharen. Eerder dan één grote besparingsronde, pleiten ze voor een lastenverschuiving. Econoom Koen Schoors noemt het bijvoorbeeld “bijzonder ergerlijk dat de werkgevers zwijgen als vermoord over een lastenverschuiving naar consumptie, milieu en vermogen.”

Mochten de werkgevers zich alsnog bedenken, kunnen ze te rade in de fiscale fiches van de milieubeweging. Ze bevatten zelfs ideeën voor nóg meer besparingen. Niet in vage formuleringen, maar heel concreet uitgewerkt. Zo pleiten we voor de afbouw van het fiscaal gunstregime voor bedrijfswagens, het stelsel van de professionele diesel, de steun aan regionale luchthavens of het accijnsvoordeel voor biobrandstoffen. We stellen ook een lastenverschuiving voor richting milieuschadelijke producten en gedrag, zoals luchtvervoer, wegvervoer en energieverspillend vastgoed.

Maar we laten het niet bij een lastenverschuiving. Eind maart lanceren we ook een écht investeringsprogramma. Eentje dat verder gaat dan de 150 miljoen in nieuw beton en 150 miljoen in innovatie, zoals Voka voorstelt.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum28 februari 2014 | Annelies Hickendorff

Fors inzetten op hernieuwbare energie en energiebesparingen is hard nodig

thema’sKlimaat & energie

30/01
2014

Het Europese klimaatplan voor 2030 stelt teleur, omdat het voorbijgaat aan de positieve ontwikkelingen inzake hernieuwbare energie. Je mag niet uitgaan van de problemen van vandaag voor het beleid in het komende decennium.

De Europese Commissie heeft gisteren een eerste versie gepubliceerd van een klimaatplan voor 2030. In vergelijking met het 20-20-20-pakket van 2008 verdwijnt de bindende doelstelling voor hernieuwbare energie voor individuele lidstaten. Evenmin ligt er een doelstelling voor energiebesparing op tafel. De Commissie wil daarmee wachten tot later dit jaar, na een evaluatie van het bestaande beleid.

Van de energie-intensieve industrie komen positieve reacties. Ze vreest de stijgende kosten van het ondersteuningsbeleid voor hernieuwbare energie. Als die kosten doorgerekend worden in de energiefactuur tasten ze de competitiviteit aan, luidt de redenering. Diezelfde industrie komt net uit een crisis en ondervindt stevige concurrentie vanuit de Verenigde Staten. Schaliegas drukt daar tijdelijk de elektriciteits- en gasprijs. Sommige industrietakken hebben het inderdaad niet gemakkelijk. Maar de problemen van vandaag nemen als uitgangspunt voor het beleid in het volgende decennium is riskant en mogelijk kortzichtig. Het gaat voorbij aan evoluties die de huidige situatie doen keren. Je koopt toch ook geen trui voor komende zomer op basis van het winterweer? Zo zullen de prijzen voor hernieuwbare energie nog dalen. Nu al komen er hier of elders in de wereld zonne- en windmolenparken bij, en dat zonder overheidssteun. Het is niet onwaarschijnlijk dat de grootste rem op de verdere ontplooiing van hernieuwbare energie de komende tien jaar niet de prijs zal zijn, maar andere barrières zoals de werking van het energienet, de procedures voor vergunningen of het lokaal draagvlak.

CO2-prijs Door het verdwijnen van bindende nationale doelstellingen voor hernieuwbare energie zullen veel overheden minder moeite doen om die barrières te slechten. Een kostenefficiënte vermindering van de CO2-uitstoot, bijvoorbeeld door het installeren van goedkope hernieuwbare energie, blijft daardoor onbenut. Die situatie doet zich nu al voor in het domein van de energiebesparing. Veel rendabele investeringen gebeuren niet. Denk aan het klassieke voorbeeld waarbij de huiseigenaar geen baat heeft bij energierenovaties, omdat de huurder de energiefactuur betaalt.

Als die kostenefficiënte emissieverminderingen niet gebeuren zal in het huidige systeem de CO2-prijs hoger liggen dan nodig om de reductiedoelstelling te bereiken. Hij zal stijgen tot er voldoende emissiereducties gebeuren. Zo kan een grotere druk ontstaan om gemakkelijke maar duurdere emissiereducties uit te voeren, bijvoorbeeld in de industrie. Dat is een van de opvallende bevindingen van de impactstudie van de Europese Commissie. Zonder bindende en ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie en energiebesparing ligt de CO2-prijs in 2030 twee tot vier keer hoger dan wanneer die doelstellingen er wel zijn.

Bij andere cruciale variabelen - zoals de kosten van het energiesysteem, de elektriciteitsprijs of de economische groei - is het verschil tussen de beleidsscenario’s veel minder groot. Uit de gehanteerde modellen blijkt zelfs dat een ambitieus energiebesparingsbeleid de kosten van de energie drukt en de groei en werkgelegenheid stimuleert. Het Europese beleid moet vorm krijgen vanuit een rigoureuze analyse, niet vanuit de waan van de dag. Het is aan onze overheid om bindende doelstellingen voor hernieuwbare energie en energiebesparing naar voren te schuiven.

reactiesreageer

aanpasdatum30 januari 2014 | Mathias Bienstman

Files eisen hun (stads)tol

thema’sVerkeer, Lucht

30/01
2014

“12 euro tol maakt Brussel horendol”, titelde een artikel in De Standaard op 22 januari, naar aanleiding van een strategisch lek van een studie besteld door de Brusselse regering over stadstol. Aangezien geen enkele politieke partij uiteindelijk te vinden lijkt voor een tarief van 12 euro voor stadstol, is het duidelijk dat het lek eerder dient om het draagvlak van een stadstol an sich onderuit te halen in plaats van een eerlijk debat te voeren. Bovendien wijst een studie van Touring uit dat automobilisten bereid zijn 10,58 euro te betalen voor vlot verkeer.

“Als de stad geen tol eist van de files, eisen de files hun tol van de stad.”

Volgens de berekeningen van de Brusselse werkgeversorganisatie BECI bedragen de “externe kosten” van autoverkeer in Brussel 511 miljoen euro per jaar.  Deze kosten worden niet betaald door de auto in de file, maar worden doorgeschoven naar de hele maatschappij. Denk maar aan klimaatverandering, luchtvervuiling, ziekte, vroegtijdig overlijden, etc. En, last but not least, de verloren tijd die elke bijkomende auto veroorzaakt aan alle mensen die in de file vaststaan. Iedereen zegt : Het moet anders. Wij zeggen : tijd dus voor een stadstol.
Wist u dat de Vlaamse regering al een stadstol voor Brussel heeft goedgekeurd?  Een stadstol van 3 euro per dag en een kilometerheffing van 0,07 euro per km maken deel uit van het goedgekeurde scenario voor de uitbreiding van de Ring rond Brussel (R0). Bovendien zal de stadstol van 3 euro per dag een grotere impact op het verkeer op de R0 hebben (dus minder files) dan de uitbreiding van de R0 op zich. Toch zet de Vlaamse regering door met de uitbreiding zonder de begeleidende stadstol of kilometerheffing.
Zelfs de autolobby (FEBIAC, Touring) is ondertussen voorstander van een fileheffing onder de vorm van een “slimme kilometerheffing”, om op die manier meer het gebruik en minder het bezit van een auto te belasten. 

Voor de Brusselse context is de stadstol een goede oplossing. Het bestaat al in verschillende steden ter wereld in verschillende vormen. De cameras die automatisch nummerplaten lezen van wie betaalt en wie niet, vind je niet alleen in steden als Stockholm en Londen. Ook in bijvoorbeeld Mechelen worden ze gebruikt om doorgaand verkeer te weren.

Het voorbeeld van Stockholm toont bovendien aan dat vooral de stadstol zelf en niet zozeer het bedrag belangrijk is. In Stockholm bedraagt de tol ‘maar’ 2,20 euro in spitsuren. In de daluren is dit bedrag lager, of zelfs niet van toepassing. De opbrengsten gaan naar beter openbaar vervoer. Dankzij de stadstol, daalde het autoverkeer er met 20% en nam het gebruik van openbaar vervoer en fiets significant toe. De zichtbare verbetering van de leefkwaliteit in de stad veranderde de aanvankelijke weerstand tegen de tol in een groot draagvlak. De stadstol is nu helemaal ingeburgerd en net zo vanzelfsprekend als parkeermeters. En de luchtkwaliteit is er serieus op verbeterd.
Blijft nog de vraag: welk tarief voor de tol?  In 2012 voerde automobilistenvereniging Touring een studie uit, waaruit blijkt dat de autobestuurders bereid zijn om gemiddeld 10,58 euro per dag te betalen voor vlot verkeer. BECI heeft in 2013 dan weer de waarde van een verliesuur berekend op 11,72 euro. Een bedrag dat voor transporteerders nog hoger oploopt, tot zelfs 36 euro per uur.
De negatieve vaak emotionele politieke reacties op de 12 euro tol tonen dat deze berekende maatschappelijke kost van filerijden helaas nog steeds een ongemakkelijke waarheid is, an unconvenient truth. Je kan wel vinden dat de auto die in de file rijdt daar niet de tol van moet betalen, maar je eist dan wel een tol van iedereen.

Erik Grietens 

reactiesreageer

aanpasdatum30 januari 2014 | Erik Grietens