Milieublog

Home > Milieublog

Milieublog: laatste berichten

Share

Het klimaatjaaroverzicht 2014: Extreem en hoopgevend

thema’sKlimaat & energie

22/12
2014

Zal het klimaat de jaaroverzichten halen? Dat is niet zeker. Het thema is door de economische crisis uit het aandachtsveld van velen verdwenen. Toch is er in 2014 zo veel belangwekkends gebeurd dat we er best even op terugblikken. Het is niet zeker of we onze deze klimaatgebeurtenissen zullen herinneren, maar het is wel zeker dat ze onze toekomst zullen bepalen.

Het warmste jaar in de metingen

Door menselijke activiteiten, zoals de verbranding van olie en steenkool, stapelen broeikasgassen zich op in de atmosfeer. Ze zorgen voor de klimaatverandering. Voor de industriële revolutie lag de concentratie aan broeikasgassen op 280 deeltjes CO2 per miljoen, of korter 280ppm.

In 2014 overtrof de concentratie de hele aprilmaand de symbolische grens van 400ppm. Dat is voor het eerst in meer dan 800.000 jaar, of de hele geschiedenis van de moderne mens. Nooit waren er zo veel klimaatveranderende gassen in de atmosfeer. Die hoge concentratie aan broeikasgassen is de belangrijkste verklaring voor het uitzonderlijk warme 2014. Het is het warmste jaar in de metingen.

In België was er geen winter en was de herfst abnormaal warm. Andere landen zijn getroffen door weersextremen: hevige overstromingen teisterden Zuid-Frankrijk, California beleeft de ergste droogte in mensenheugenis.

Oplossingen voor  klimaatverandering haalbaar en betaalbaar

Wetenschappers publiceerden in 2014 voor het IPCC een nieuw, baanbrekend overzichtsrapport waarin ze alle klimaatkennis synthetiseren. Ze stellen onomstotelijk vast dat het klimaat verandert. De atmosfeer en de oceanen warmen op, de hoeveelheid sneeuw en ijs neemt af en de zeespiegel stijgt. De menselijke uitstoot van broeikasgassen is de belangrijkste oorzaak van die klimaatverandering.

De mens kan zich niet aanpassen aan de opwarming waarnaar we met de huidige trend in broeikasgasemissies onderweg zijn. Een opwarming van 4 graden Celsius is ontwrichtend voor menselijke samenlevingen. Bijvoorbeeld omdat oogsten mislukken of hele streken onbewoonbaar worden door overstromingen of aanhoudende droogte.

Als de opwarming minder dan 2 graden Celsius bedraagt, worden de meeste maar niet alle risico’s ingeperkt. De energietransitie die daarvoor nodig is – de omschakeling naar een energiesysteem dat wereldwijd geen broeikasgassen meer uitstoot – is technisch haalbaar en betaalbaar.

Verhalen van klimaatontkenners in de prullenmand

Met het laatste IPCC-rapport verdwenen enkele populaire verhalen van klimaatontkenners in de  prullenmand. Zo weerlegden de klimaatwetenschappers de claim dat er een pauze is in de klimaatopwarming. Dat verhaal verscheen op initiatief van klimaatontkenners veelvuldig in de media, ook in ons land.

De klimaatontkenners gebruikten een selectief gekozen tijdsreeks van metingen (2008-2012) om aan te tonen dat de opwarming in de atmosfeer vertraagt. Door een te korte periode te gebruiken,  te starten bij een extreem warm jaar door het weersfenomeen El Niño en enkel naar de temperatuur in de atmosfeer te kijken, misleiden ze het brede publiek.

Het IPCC weerlegde het verhaal van de pauze in de opwarming. Elk decennia in de metingen is warmer dan het vorige. Daarbij is het hele klimaatsysteem van tel, dus ook de temperatuur in de oceanen.

De grootste klimaatbetoging ooit

Voor het eerst sinds de mislukte klimaattop in Kopenhagen kwamen wereldleiders in september terug samen om de strijd tegen de klimaatverandering te bespreken. Ze deden dat op vraag van VN-secretaris-generaal Ban Ki Moon.

Twee dagen voor de bijeenkomst vond de grootste klimaatmanifestatie uit de geschiedenis plaats. In New York kwamen meer dan 300.000 mensen op straat, in andere hoofdsteden nog eens minstens even veel. De internetbeweging Avaaz en de milieuactiegroep 350.org speelden een belangrijke rol in de protesten. Het straatgebeuren kreeg een verlengstuk in de conferentiezaal.

De vertegenwoordiger van de civiele samenleving, de dichteres Kathy Jetnil-Kijiner van de Marshalleilanden, bracht een adembenemende speech. In een lang gedicht aan haar acht maanden oude dochtertje bekritiseerde ze de besluitloosheid van politici en de immoraliteit van fossiele ondernemingen. Ze richtte haar hoop op de groeiende klimaatbeweging.

Europese Unie bezegelt klimaatbeleid tot 2030

De stem uit de straat kreeg gehoor. De drie grootste vervuilers –China, de VS en de EU – kondigden scherpere klimaatdoelstellingen aan voor het komende decennium. In een moeilijke economische context kwamen de 28 Europese regeringsleiders overeen om de broeikasgassen tegen 2030 met minstens 40% terug te brengen.

De emissiereductiedoelstelling is bindend en moet binnen Europa verwezenlijkt worden. In die zin is ze meer ambitieus dan de huidige doelstelling voor 2020. Die kan ook bereikt worden via de aankoop van bedenkelijke emissiekredieten buiten de Unie. Daarnaast engageerden de regeringsleiders zich voor minstens 27% hernieuwbare energie en energiebesparing in 2030. Die doelstellingen zijn erg zwak.

Naar verwachting zal de groei van hernieuwbare energie de doelstelling vanzelf overtreffen.

VS en China sluiten historische akkoord

Na de EU presenteerden de VS en China in november onverwacht ook klimaatdoelstellingen voor het volgende decennium. De VS wil de emissies van broeikasgassen verminderen met 26-28% tegen 2025. China zal de daling van haar emissies inzetten voor 2030. De gezamenlijke aankondiging van de twee grootmachten is een politieke doorbraak.

De aloude patstelling tussen de VS en China lijkt doorbroken. Volgens een analyse van de onderzoeksinstelling Ecofys brengen de aangekondigde engagementen van de VS, China en de EU de voorziene globale temperatuurstijging deze eeuw al naar beneden, tot 3 graden Celsius. Tenminste, als de landen doen wat ze beloven.

Om de opwarming te beperken tot de internationaal vastgelegde doelstelling van minder dan 2 graden Celsius is er nog veel werk. Maar 3 graden is toch al een stuk lager dan de 4 graden waarnaar de wereld op weg is met de huidige emissietrend.

Duitsland toont de weg vooruit

De vierde grootste economie ter wereld, Duitsland, toont wat écht nodig is voor het klimaat. Duitse politici betonneerden de transitie naar een hernieuwbaar energiesysteem in de Energiewende.

De klimaatdoelstellingen die Duitsland nastreeft, liggen in lijn met wat de wetenschap vraagt om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden. Zo wil Duitsland de emissies tegen 2020 verminderen met 40% in vergelijking met 1990. Door een samenloop van omstandigheden veerde het verbruik van steenkool de afgelopen jaren in Duitsland onverwacht op.

De economische crisis en schaliegasrevolutie in de VS zorgden ervoor dat kolen spotgoedkoop zijn. De lage Europese CO2-prijs straft de verbranding onvoldoende af. Daardoor verdrong steenkool gas uit de Duitse energiemix. Omdat het ernaar uitzag dat Duitsland haar klimaatdoelstelling voor 2020 niet zou halen, stuurde de regering van Merkel het beleid eind 2014 bij.

Door een versterkte inzet op energiebesparing en het sluiten van enkele steenkoolcentrales wil de regering alsnog de doelstelling halen. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar het behouden van de doelstelling getuigt van politieke moed.

Olieprijs crasht: investeringen in omstreden projecten vertragen

Het jaareinde had nog een laatste verrassing in petto. De olieprijs halveerde in een aantal maanden tijd. Het olieverbruik lijkt er niet onmiddellijk door op te veren. Volgens het IEA omdat een deel van de verminderde vraag niet cyclisch maar structureel is.

Zo beginnen de normen voor lager brandstofverbruik van wagens in de VS, de EU en China hun effect te tonen. Door de lage olieprijs likken oliebedrijven hun wonden. Een aantal kleinere zullen overkop gaan of overgenomen worden. Ze zullen inboeten aan lobbykracht in aanloop naar belangrijk presidentsverkiezingen in de VS.

De investeringen in dure en erg vervuilende oliewinning vertragen. Oliebedrijven schrappen honderden miljarden dollars voor ontginning van diepzee-, schalie- en teerzandolie. Daardoor zal de productie op termijn dalen en de olieprijs weer stijgen.

De lage prijs is een tijdelijk gegeven. China, Indonesië, Koeweit, India, Thailand, Egypte en Maleisië knipten al in subsidies voor fossiele brandstoffen, die wereldwijd nog meer dan 500 miljard dollar bedragen.

In 2015 het keerpunt?

Bezorgde burgers, wetenschappers, ondernemers en wereldleiders toonden in 2014 aan dat ze voor verandering willen gaan. Aan de andere zijde bevindt zich een fossiele sector, haar lobbyisten en politici die een pokerspel spelen met ieders toekomst.

De belangrijkste inzet voor 2015 is de strijd tussen het oude, fossiele energiemodel en het toekomstgerichte, hernieuwbare model. Op de laatste klimaatconferentie afgelopen december in Lima, bleek dat die strijd nog lang niet beslecht is. Aloude tegenstellingen verhinderden voortgang in de onderhandelingen.

Toch kwam er ook een wervend toekomstperspectief in de ontwerptekst voor het klimaatakkoord:  de optie om fossiele brandstoffen wereldwijd uit te faseren tegen 2050. Het klimaatakkoord dat moet afgesloten worden, eind 2015 in Parijs, biedt de kans om die wereldwijde transitie naar een hernieuwbaar systeem te verankeren.

reactiesreageer

aanpasdatum22 december 2014 | Mathias Bienstman

BBL past voor ongeloofwaardig MAP 5

thema’sWater, Landbouw

21/11
2014

Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt trokken zich terug uit het overleg ter voorbereiding van het nieuwe mestactieprogramma (MAP-5). Die beslissing gebeurde overdacht en ging niet over een nacht ijs. De milieubeweging nam lange tijd actief en constructief deel aan het overlegproces, dat de landbouwsector en wetenschappers schatplichtig aan de landbouwsector domineren. Alvorens ze haar beslissing nam maakte de milieubeweging zeer duidelijk aan zowel het kabinet van Minister Schauvliege als aan de collega’s van Boerenbond dat ze uit het proces zou stappen indien niet meer rekening gehouden wordt met een aantal pertinente milieubekommernissen. Tevergeefs...

 

Wie zich nu uitput in de verontwaardiging over de uitstap van de milieubeweging -Boerenbond op kop- speelt een hypocriet spel. Boerenbond doet de bekommernissen van de milieubeweging rond mestbeleid en waterkwaliteit af als onaanvaardbaar. Geen verrassend standpunt vanuit de landbouwsector. Maar vragen om een verscherpte aanpak van de fosfaatproblematiek, veruit het belangrijkste probleem voor de waterkwaliteit in Vlaanderen, en vragen om een proportionele maar aangescherpte sanctionering van probleembedrijven, is niet meer of niet minder dan de plicht van de milieubeweging. Voor minder kan de milieubeweging het niet doen. En dat moet de landbouwsector goed beseffen. We zitten tenslotte niet rond de tafel voor elkaars schone ogen.    Wie overleg écht ernstig neemt, geeft kans aan diverse stemmen, ook degene die minder aangenaam klinken. Zoniet is overleg slechts schone schijn. In het overleg over het Vlaamse mestbeleid is dat duidelijk een heikel punt. De milieubeweging vertolkt als enige de stem van de milieu-impact in dit pure milieudossier, waarbij de Europese Commissie nauwgezet meekijkt. Waar zitten de wetenschappers en de administraties die beschikken over de relevante milieugerelateerde kennis en cijfers? Hun stem weerklinkt alvast niet aan deze tafel. En dat komt zelfs finaal de landbouwsector niet ten goede.  

reactiesreageer

aanpasdatum21 november 2014 | Lieze Cloots

Goedkope olie kan om drie redenen een goede zaak zijn voor ons milieu

thema’sKlimaat & energie

7/11
2014

De olieprijs bevindt zich middenin een geostrategisch steekspel. Over de mogelijke politieke en economische gevolgen wordt druk gespeculeerd. Maar hoe zit het met het leefmilieu? Is goedkope olie een slechte zaak?

Op het eerste zicht lijkt dat zo. Prijsdalingen zetten aan tot meerverbruik, dus meer luchtvervuiling en broeikasgassen. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Als de lage olieprijzen niet te lang aanhouden, kan goedkope olie om minstens drie redenen een goede zaak zijn voor het milieu. Het verbruik van olie is door klimaatbeleid minder gevoelig voor de prijsdalingen dan in het verleden. Heel vervuilende olieprojecten geraken nu moeilijker aan financiering.  Tenslotte kan goedkope olie overheden ertoe brengen om te snoeien in de enorme subsidies voor het zwarte goud en zo de vraag en de vervuiling op termijn structureel laten afnemen.

In de VS, de EU en andere geïndustrialiseerde landen worden voertuigen steeds zuiniger onder invloed van emissienormen. Zo wil de EU het brandstofverbruik van wagens tegen 2020 bijna halveren in vergelijking met 2007. Zulke standaarden drukken structureel (de groei van) het oliegebruik, net zoals isolatienormen voor gebouwen dat doen. Analisten zien er één van de verklaringen in voor de dalende vraag naar olie. Samen met de mondiale groeivertraging en het hoge olieaanbod zorgen ze voor de spectaculaire prijsdalingen. Mogelijk remmen ze ook meer dan in het verleden het opveren van de vraag als reactie op die prijsdalingen.

Drie kansen

Terwijl het nadeel voor het leefmilieu van de lage olieprijs wat minder zeker is, zijn er ook een drietal kansen. Vooreerst geraken olieprojecten met de meeste risico's en milieuschade in financieel moeilijke papieren. Ze hebben een hoge olieprijs nodig om rendabel te zijn. Zo sneuvelt het ene na het andere project in de Canadese teerzanden omdat investeerders zich terugtrekken. Dat is zondermeer een goede zaak voor het milieu. Hier ondersteunt de lage olieprijs de campagnes van inheemse gemeenschappen, landbouwers en milieuorganisaties tegen destructieve olieprojecten.

Een tweede kans is de hogere olieprijs die daaruit op termijn volgt. Als er een aantal jaren minder geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van nieuwe olieprojecten, dan zal op termijn het aanbod dalen. Dat kan de olieprijs even spectaculair naar boven stuwen. Als op dat ogenblik de alternatieven zoals elektrische wagens  of warmtepompen een stuk goedkoper zijn, dan kan dat de transitie weg van olie versnellen. Media berichten over de ene na de andere doorbraak in batterijtechnologie voor elektrische voertuigen. De verwachtingen groeien dat de sprong voorwaarts volgt op het einde van dit decennium.

Groene belastingverschuiving

Elektrische wagens zouden veel verder rijden, minder kosten en sneller opladen. Topmerken zoals Tesla plannen modellen voor het grote publiek.  Een laatste voordeel is dat lagere prijzen het in principe makkelijker maken voor overheden om een groene belastingverschuiving door te voeren. Internationale instellingen zoals de OESO en het IEA dringen er steeds meer op aan om te knippen in de subsidies voor het verbruik van fossiele brandstoffen. Die bedragen nog altijd enkel honderden miljarden dollars per jaar. Ze worden vooral uitgekeerd in olieproducerende landen wiens begroting nu onder druk komt.

Een lagere prijs biedt de kans om die subsidies voor vervuiling drastisch te verlagen zonder massaal volksprotest. Maar ook in België kunnen we ingrijpen op de (bijna) gratis brandstof voor bedrijfswagens.  Als dat gebeurt zal het op termijn opnieuw de olievraag  en vervuiling structureel laten afnemen. Kortom, de lage olieprijs is niet enkel goed voor de economie, maar biedt ook kansen voor het milieu. Maar dan moeten overheden die kansen aangrijpen.

reactiesreageer

aanpasdatum7 november 2014 | Mathias Bienstman

Essenscia vergist zich van vijand

thema’sKlimaat & energie

27/10
2014

Vorige week beslisten de Europese staats- en regeringshoofden over een klimaat- en energiepakket voor 2030. De chemiefederatie Essenscia maakt zich grote zorgen over de kosten van het Europese klimaat- en energiebeleid (Europa moet zijn veldslagen kiezen, Trends, 16 oktober 2014). De organisatie wijst daarbij op de zware subsidiëring voor hernieuwbare energie en hogere prijzen voor emissiecertificaten op de CO2-markt. Essenscia kiest weliswaar duidelijk haar veldslagen, maar bestrijdt de verkeerde vijand.

Bond Beter Leefmilieu onderschrijft de stelling dat ons energie- en klimaatbeleid veel kostenefficiënter én effectiever kan. En ja, ook wij willen dat het licht blijft branden. Dat zal echter niet gebeuren door Europese ambities op het vlak van hernieuwbare energie en CO2-uitstoot te fnuiken. Integendeel. Een ambitieus energie- en klimaatpakket dat inzet op meer energiebesparing, meer hernieuwbare energie én minder CO2 is de enige garantie op een energiezekere toekomst én een betaalbare energiefactuur. 

Vervuilende energie ontvangt meer steun dan propere 

Hernieuwbare energie is kop van jut voor Essenscia. Deze energievorm zou teveel steun ontvangen. Uit een nieuwe studie van Europese Commissie blijkt echter dat van de 122 miljard euro aan energiesteun in 2012, 43 miljard ging naar fossiele brandstoffen, kernenergie en gratis emissierechten voor de industrie. Bovendien betaalden we meer dan 27 miljard euro aan het stimuleren van een hoger energieverbruik (o.a. door vrijstellingen op accijnzen voor fossiele brandstoffen.) Hernieuwbare energie kreeg slechts 41 miljard ondersteuning. 

Bovendien kost de huidige Europese energieproductie 200 miljard euro aan milieuvervuiling door de uitstoot van CO2, de uitputting van grondstoffen en luchtverontreining. Hiervan is 70% toe te schijven aan fossiele brandstoffen en kernenergie. 

Hernieuwbare energie wordt de goedkoopste energievorm

Bovendien wordt hernieuwbare energie, in tegenstelling tot kernenergie en fossiele brandstoffen, jaar na jaar goedkoper. Het is duidelijke welke kaart we moeten trekken om ook in de toekomst een betaalbare energiefactuur te hebben. 

Hogere CO2-prijs  

Essenscia klaagt ook over het risico van een te hoge CO2-prijs. Volgens de meeste economen is de huidige CO2-prijs echter te laag om een kostenefficiënte energietransitie te garanderen, omdat er te weinig wordt geïnvesteerd in (de ontwikkeling) van nieuwe technologie. Daardoor moeten we in de toekomst meer betalen dan nodig om de klimaatverandering tegen te gaan. Door die lage CO2-prijs heeft hernieuwbare energie bovendien meer steun nodig om rendabel te zijn.

De sector moet weten wat ze wil. Minder steun aan hernieuwbare energie? Dan moet ze haar strijd tegen een hogere CO2-prijs staken. Bovendien voelt de chemische sector de prijsstijging van CO2 amper, want ze krijgt haar emissierechten bijna allemaal gratis. 

2030-pakket beslissend voor een energiezekere toekomst

Federaties zoals Essenscia pleiten in naam van de kostenefficiëntie voor een enkele CO2-doelstelling in het 2030-pakket. Verschillende studies, waaronder een analyse van de Europese Commissie, tonen echter aan dat drie duidelijke doelstellingen voor hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en CO2-besparing het beste zijn voor onze welvaart (groei, jobs en leefkwaliteit). Bovendien blijkt dat de industrie veel meer zal moeten betalen voor één ton CO2 als we vasthouden aan één enkele doelstelling, dan wanneer we verschillende doelstellingen naar voor schuiven. Bedrijven zoals Unilever, Ikea en Philips hebben die boodschap alvast wél begrepen. 

Sara Van Dyck

 

 

 

 

reactiesreageer

aanpasdatum27 oktober 2014 | Sara Van Dyck

Hogere CO2-uitstoot komt niet door kernuitstap

thema’sKlimaat & energie

23/09
2014

De analyse in De Standaard van vandaag dat de Duitse kernuitstap het steenkoolgebruik en de broeikasgasemissies liet toenemen, is onjuist. Het is het zwakke Europese klimaatbeleid dat ervoor zorgt dat steenkool aantrekkelijk blijft in de hele Europese elektriciteitsmarkt. Daar heeft de Duitse kernuitstap niets mee te maken.

Sinds de start van de kernuitstap in Duitsland daalde de nucleaire productie van elektriciteit met 68 Twh. Tegelijkertijd kwam er voor 106 Twh hernieuwbare energie bij. De stijging van hernieuwbare energie maakte de  nucleaire productievermindering ruimschoots goed.

Recent steeg de productie uit het vervuilende steenkool en bruinkool. Maar die heropleving van steenkool is geen uniek Duits fenomeen. De steenkoolprijzen verlaagden in de eerste plaats door een verminderde vraag uit de VS door de schaliegasrevolutie.

Daarnaast is de Europese koolstofprijs te laag. De koolstofprijs zou de vervuiler moeten laten betalen en steenkool dus duurder maken dan het minder vervuilende aardgas, maar dat gebeurt onvoldoende. Kortom in heel Europa gaan gascentrales in de mottenballen en zitten steenkoolcentrales in de lift.

Wie stelt dat de kernuitstap het gebruik van steenkool in Duitsland deed opveren, verwart twee ontwikkelingen met elkaar. Daardoor blijven de juiste remedies uit. Toekomstgerichte, duurzame elektriciteitsvoorziening heeft hogere koolstofprijzen nodig. Dat erkent ook de Europese Commissie.

Hogere koolstofprijzen hebben twee grote voordelen: gas wordt weer rendabel tegenover steenkool en hernieuwbare energie heeft minder subsidies nodig. De inkomsten uit de hogere koolstofprijs kan de overheid gebruiken om de lasten op arbeid te verlagen en om een ambitieus energiebeleid te ondersteunen. Zo een strategie heeft een positief effect op de economie en de werkgelegenheid. Tegelijk neemt de vervuiling af. De oplossing voor Duitsland ligt dus in hoofdzaak bij Europa.

Sara Van Dyck

Bond Beter Leefmilieu, beleidsmedewerker energie

reacties2 reacties

aanpasdatum23 september 2014 | Sara Van Dyck

FANC moet Zweedse coalitie terugfluiten

thema’sKlimaat & energie

19/09
2014

Het eerste akkoord van de Zweedse coalitie is een feit: als eind dit jaar blijkt dat de scheurtjesreactoren Doel3 en Tihange2 effectief dicht moeten, mogen de oudste kerncentrales Doel 1 en 2 tien jaar langer draaien. Maar voor het zover is, moet het federaal agentschap voor nucleaire controle (FANC) het licht op groen zetten. Het FANC liet verstaan dat het theoretisch gezien mogelijk is om de centrales langer open te houden. Het FANC heeft echter als missie: de bevolking, werknemers en het leefmilieu doeltreffend te beschermen tegen het gevaar van ioniserende straling. Als ze die missie echt serieus neemt, moeten Doel 1 en 2 sluiten. Houden ze Doel1 en Doel2 toch langer open, dan zijn er enorme investeringen nodig en zien we meer dan een miljard wegvloeien. Dat geld kunnen we maar al te goed gebruiken voor echte oplossingen voor de bevoorradingszekerheid.

Doel1 en 2 niet veilig genoeg

Doel1 en Doel2 zijn de oudste en minst veilige kernreactoren. In 2012 beval een kritische, onafhankelijke analyse van de stresstests door nucleaire veiligheidsexperten zelfs de onmiddellijke sluiting van Doel 1 en Doel 2 omdat de risico’s te groot zouden zijn. De oude reactoren zijn bijvoorbeeld niet uitgerust met een gefilterd ventilatiesysteem om radioactieve gassen af te laten ingeval een incident zich voordoet.

Ook is het betonnen reactorgebouw maar net bestand tegen het neerstorten van een klein sportvliegtuig. Bij inslag van grotere objecten bestaat het risico op een nucleaire ramp in dichtbevolkt gebied. Om de veiligheid te vergroten tot op het niveau van de moderne kerncentrales zou een tweede omhulsel rond het bestaande moeten gebouwd worden met een wand van minstens 140 cm, wat praktisch onmogelijk is. Doel 1 en Doel 2 kunnen daarom alleen langer blijven draaien als de nucleaire toezichthouder FANC een oogje toeknijpt en het niet zo nauw neemt met de nucleaire veiligheid.

De oudste kerncentrales kregen van het FANC in 2011 al een reeks aanbevelingen om hun veiligheid te verbeteren. Uit een recent rapport van het FANC blijkt dat een groot deel van die maatregelen nooit genomen zijn omdat de centrales toch zouden sluiten in 2015. Wil men de centrales tien jaar langer openhouden, zal men die maatregelen wél moeten implementeren. Daarvoor zijn jaren tijd nodig. Bovendien heeft Electrabel voor haar centrales nieuwe splijtstof nodig. Die splijtstof bestellen neemt minstens een jaar tot 18 maanden in beslag. De kerncentrales zouden dus in het beste geval pas over enkele jaren weer stroom kunnen produceren. Dan zijn ze niet meer nodig voor de bevoorradingszekerheid.

Miljarden voor een oude technologie

Zet het FANC ondanks deze bezwaren toch het licht op groen? Dan zal het enorm veel geld kosten om de levensduur van Doel 1 en Doel 2 te rekken. Naar schatting gaat het om minstens één miljard euro. Maar deze kosten kunnen nog veel hoger oplopen.

Onze regeringsonderhandelaars schuiven wel vanuit een bijzonder zwakke positie aan de onderhandelingstafel. De vraag is enkel nog hoeveel geld Electrabel bij de regering zal opeisen “in naam van de bevoorradingszekerheid”.  Vast staat in elk geval dat Electrabel de afroming van de nucleaire rente opnieuw in vraag zal stellen. De Zweedse coalitie mag alvast beginnen nadenken waar ze die 550 miljoen euro per jaar elders denken op te halen.  

Het geld dat nodig is om de levensduur van Doel 1 en 2 te rekken, zijn kosten op het sterfhuis. Dit geld kan veel beter geïnvesteerd worden in duurzame alternatieven die al op korte termijn renderen. Nieuwe kerncentrales behoren niet tot dat lijstje. De keuze van de Zweedse coalitie om de deur open te zetten voor een nieuwe kerncentrale, is niet meer dan een zoethouder voor de N-VA. De andere partijen weten goed genoeg dat kerncentrales zo duur zijn, dat ze zonder gigantische overheidssteun niet van de grond zullen komen.

Als er de voorbije maanden iets duidelijk is geworden, dan is het dat kernenergie een onbetrouwbare energiebron is. Als het licht uitgaat deze winter, is het omdat we nog steeds veel te afhankelijk zijn van oude kerncentrales. De enige oplossing voor een zekere, veilige en propere energievoorziening ligt in een resolute keuze voor hernieuwbare energie en energiebesparing, aangevuld met meer interconnectie met het buitenland en flexibele gascentrales als back-up. De Zweedse coalitie dreigt die toekomst nu volledig te hypothekeren.

Sara Van Dyck
Beleidsmedewerker energie, Bond Beter Leefmilieu

Jan vande Putte,
Energy campaigner, Greenpeace België

reactiesreageer

aanpasdatum19 september 2014 | Sara Van Dyck

2013 breekt klimaatrecords: wetenschappers vragen dringend meer emissiereducties

thema’sKlimaat & energie

12/09
2014

In 2013 lag de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer op het hoogste punt ooit. Bovendien berichtte de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) dat de concentratie aan CO2 sinds 1984 ook sneller dan ooit gestegen is, waarschijnlijk doordat er minder broeikasgassen geabsorbeerd worden door vegetatie en oceanen.  Een eerder rapport van het WMO bracht de temperatuur voor 2013 in kaart. 2013 was volgens de organisatie het zesde warmste jaar in de metingen en het vierde warmste na correctie voor het weersfenomeen El Niño, dat tot warmere jaren leidt. Kortom, in 2013 gingen recordconcentraties aan broeikasgassen in de atmosfeer samen met recordtemperaturen. Kunnen we dan spreken van een vertraagde opwarming, zoals de krant De Standaard op 10 september schreef? (DS 10/09)

 

 

Klimaat staat voor evoluties over periodes van ongeveer 30 jaar. Aanhangers van de hypothese van de ‘vertraagde opwarming’ verwijzen naar de iets tragere opwarming tussen 1998 en 2012. De temperatuur nam toen slechts 0,05 graden per decennium toe, wat minder is dan de lange termijn trend van 0,12 graden. 

Het klimaatrapport van het IPCC, dat alle beschikbare kennis samenbrengt, is echter erg kritisch ten opzichte van het idee van ‘een vertraagde opwarming’. Een iets kouder decennium spreekt de opwarming van de aarde niet tegen, zelfs in tegendeel. In haar recent rapport schrijft het IPCC dat de voorbije drie decennia stuk voor stuk warmer waren dan hun voorganger, en de warmste sinds het begin van de metingen. De bevindingen zijn duidelijk: als we het risico op gevaarlijke klimaatverandering willen vermijden, moeten we nú de broeikasgasemissies reduceren. Voor die conclusie volstaat de beschikbare wetenschappelijke kennis.

Dat betekent niet dat bijkomend wetenschappelijk onderzoek overbodig is. Heel wat recent  onderzoek tracht te verklaren waar de warmte uit de atmosfeer in het vorig decennium naartoe ging. De oceanen bieden de meest plausibele verklaring. Wie zich echter te veel focust op de discussies in dat deelgebied van de klimaatwetenschap en er de conclusie uit trekt ‘dat wetenschappers het allemaal niet meer goed weten’, verliest het totaalplaatje uit het oog. Ook de temperatuur van de oceanen, het afsmelten van de ijskappen of de stijging van de zeespiegel zijn indicaties van de klimaatverandeirng. Zo stijgt de zeespiegel de laatste decennia sneller dan eerder voorzien. Het is die zeespiegelstijging die in de eerste plaats heel wat landen, waaronder België, zorgen baart. Ze zou ons dus nét tot meer klimaatactie moeten aanzetten, niet tot minder.

Gelukkig staat klimaatactie niet gelijk met “het fnuiken van de economie”, zoals het artikel in De Standaard suggereerde. Recente publicaties van het Internationaal Energieagentschap of de OESO komen er op uit dat  klimaatinvesteringen zich terug betalen door lagere brandstofkosten en de creatie van bijkomende jobs,  en  nauwelijks een effect hebben op de economische groei.  Over twee weken verzamelen wereldleiders zich in New York op vraag van VN-secretaris Ban Ki Moon. Hopelijk kunnen ze het hoofd koel houden en een adequaat antwoord formuleren op de uitdaging van deze tijd.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum12 september 2014 | Mathias Bienstman

Kernenergie, een recept voor problemen

thema’sKlimaat & energie

29/08
2014

Het is verbijsterend dat de onderhandelaars voor de federale regering de kernuitstap in vraag blijven stellen. De problemen met de kerncentrales vandaag maken net één ding duidelijk: het verlengd openhouden van oude centrales staat garant voor problemen. De nieuwe regering breekt beter met het verleden. Ze moet de bakens uitzetten voor een duurzame energietoekomst die bouwt op hernieuwbare energie en energiebesparing.

Het gaat onze kerncentrales niet voor de wind. Na de onverwachte – en mogelijk definitieve – uitval van de kernreactoren Doel 3 en Tihange 2, ligt nu ook Doel 4 stil. De plotse uitval van deze kernreactoren in combinatie met een onderhoud van de kernreactor van Tihange 1 tot half november, stemt nogal nerveus.

Hoogspanningsnetbeheerder Elia brengt haar noodplan voor deze winter in hoogste staat van paraatheid. Elia maakte afspraken met industriële spelers om af te schakelen in geval van een stroomtekort en geeft een aantal producenten een vergoeding om hun stilgelegde gascentrales komende winter standby te houden. De vrees bestaat echter dat deze maatregelen niet zullen volstaan. Doemscenario’s waarbij bepaalde landelijke gemeenten het zonder elektriciteit zullen moeten stellen, lijken waarschijnlijker dan ooit.

Falend energiebeleid

De krapte op onze elektriciteitsmarkt is het pijnlijk resultaat van het falende energiebeleid van de afgelopen jaren. Na de stemming van de kernuitstap in 2003, werd deze meteen weer in vraag gesteld. Zou het licht wel blijven branden zonder kernenergie? Jaren van twijfel zaaien over een potentiële levensduurverlenging van onze oude kerncentrales, zorgden enkel voor onduidelijkheid. Hierdoor bleven investeringen in nieuwe capaciteit uit. Zo eist onze hoge afhankelijkheid van kernenergie vandaag zijn tol. Een scenario waarbij het licht ook effectief dreigt uit te gaan, lijkt waarheid te worden.

Energiebesparing

Wraakroepend is dat de regering in lopende zaken, noch de nieuwe regeringen met een doortastende aanpak voor komende winter op de proppen lijken te komen. De ogen zijn vooral gericht op netwerkbeheerder Elia. Nochtans is het een politieke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het licht blijft branden.

De mogelijkheden om als overheid werk te maken van snelle, doortastende én ook structurele energiebesparingsmaatregelen blijven in het huidige debat over de bevoorradingszekerheid sterk onderbelicht. Elektriciteitsbesparende maatregelen kunnen nochtans niet alleen bijdragen aan een oplossing voor de problemen op korte termijn, maar bovenal een structureel antwoord bieden aan de bevoorradingszekerheid op de lange termijn, het klimaatprobleem én een stijgende energiefactuur.

Snel elektriciteit besparen kán

Voorbeelden van Japan over Alaska tot Nieuw-Zeeland, tonen aan dat (dreigende) elektriciteitstekorten een impuls kunnen geven om op zeer korte tijd drastisch (tot meer dan 20% in een periode van 6 weken) energie te besparen. Elektriciteitsbesparing, waarbij het elektriciteitsverbruik structureel wordt verlaagd, lijkt in het Belgische lijstje van oplossingen voor deze winter echter te ontbreken. Nochtans is er in België een enorm potentieel om elektriciteit te besparen.

Met drie gerichte elektriciteitsbesparingsmaatregelen (de gedeeltelijke vervanging van elektrische verwarming in huishoudens,een efficiëntere verlichting in gebouwen in de dienstensector en efficiëntere en beter afgestelde pompen en motoren in de industrie) kan de piekvraag met 8,5% dalen. Dat is 1116MW en meer elektriciteit dan Doel4 kan opwekken (1006 MW).

Om een succesvol energiebesparingsprogramma op te zetten, moeten onze overheden dringend de handen in elkaar slaan en het potentieel aan energiebesparing voor de verschillende sectoren in kaart brengen. Het Vlaamse regeerakkoord geeft aan van energie-efficiëntie een topprioriteit te willen maken. Met deze cruciale winter voor de deur, kan de regering aantonen dat het haar menens is. Ze moet samen met de collega’s van de federale regering en de andere gewesten een noodplan voor energie-efficiëntie opmaken.

Never waste a crisis

Het is verbijsterend dat de onderhandelaars voor de federale regering de kernuitstap in vraag blijven stellen. De huidige crisis illustreert vooral dat het huidige verouderde elektriciteitssysteem dat afhankelijk is van kernenergie, niét werkt. Inzetten op een nieuwe kerncentrale dan maar, zoals de N-VA voorstelde? Voorbeelden uit Finland en Frankrijk tonen aan dat de bouw van een nieuwe kerncentrale een dure operatie is. De kerncentrale in Finland, die in 2009 al in gebruik zou gaan, zal naar verwachting pas tegen 2020 stroom leveren en 8,5 miljard in plaats van de oorspronkelijk geraamde 3 miljard euro kosten.

Wind- en zonne-energie worden daarentegen jaar na jaar goedkoper. Wind zal naar verwachting tegen 2017 dé goedkoopste vorm van energie-opwekking zijn. Zonne-energie is vandaag al rendabel zonder subsidies. Hoogtijd voor een nieuwe wind dus. Een combinatie van energiebesparing en hernieuwbare energie is het enige recept dat garant staat voor een zekere, veilige, betaalbare, en zuivere energietoekomst.

reacties3 reacties

aanpasdatum29 augustus 2014 | Sara Van Dyck

Maak toegang tot Europese markt afhankelijk van klimaatengagement

thema’sKlimaat & energie

6/06
2014

De twee grootste vervuilers China en de VS kondigden deze week aan dat ze de uitstoot van broeikasgassen drastisch willen terugdringen. Is het einde van de lange lijdensweg voor het onderhandelen van een mondiaal klimaatakkoord daarmee eindelijk in zicht? Veel zal afhangen van hoe sterk de fossiele industrie de plannen kan uithollen. Europa moet niet machteloos toezien: ze kan via haar handelsbeleid de druk opvoeren op de achterblijvers.

De bedrijfswereld in de VS is niet mals voor de klimaatplannen van Obama. De machtige Chamber of Commerce reageerde kort maar krachtig: “De regelgeving zal een immense kost en een zware regeldruk leggen op de Amerikaanse jobmotor, met een diepe impact op de economie, de bedrijven en de gezinnen.”  De Republikeinse leider in het Huis van afgevaardigden  John Boehner ging nog een stap verder en noemde het plan “krankzinnig”. Het Amerikaanse milieuagentschap weerlegde de claims: de klimaatplannen maken de economie net sterk en innovatief.

De discussie overstijgt de Amerikaanse politiek. Om klimaatverandering tegen te gaan moet de vervuiling door broeikasgassen wereldwijd minstens halveren tegen het midden van de eeuw. China, de VS en de EU zijn samen verantwoordelijk voor bijna 60% van alle uitstoot. China en de VS riepen in het verleden elkaars inactiviteit in om niets te doen. Maar ook in de EU remt de bedrijfswereld klimaatbeleid af met het argument dat die twee landen achter blijven. Een geloofwaardig klimaatakkoord voor 2015 lijkt pas mogelijk als de drie blokken tegelijk bewegen. Voor het eerst maakt zo een doorbraak echt kans, hoewel het om gevaarlijke klimaatopwarming af te wenden al erg laat is. Als de bedrijfswereld in de VS er daarentegen in slaagt Obama’s klimaatplannen te torpederen, dan riskeren de internationale klimaatonderhandelingen verder aan te modderen. De wereld stevent dan af op een temperatuurstijging van 4 graden deze eeuw.

De American Chamber of Commerce voert al jarenlang het lijstje aan van de meest spenderende Amerikaanse lobbygroepen. Jaarlijks spendeert ze om en bij de 100 miljoen dollar om politici te kneden. Ze heeft een geschiedenis van aanvallen op het klimaatbeleid. Niet alleen oliegiganten zoals Exxon of Chevron wegen op haar koers, maar ook de steenkoolindustrie. Nochtans zit niet alle financiële vuurkracht in de VS aan de zijde van de oude, fossiele economie. Bij de tien grootste Amerikaanse ondernemingen op de beurs worden de oliegiganten in aantal overtroffen door bedrijven die met een groen imago uitpakken. Zo wil Google draaien op 100% hernieuwbare energie. Apple streeft hetzelfde doel na. CEO Tim Cook provoceerde de aandeelhoudersvergadering eerder dit jaar door te zeggen dat er geen plaats is voor klimaatontkenners. Ook de supermarktketen Wall-Mart gaat voor hernieuwbaar. Ze mocht president Obama eerder dit jaar ontvangen voor een speech over z’n klimaatbeleid. De vraag is of deze toppers gewoon meesurfen op de groene golf of achter de schermen een tegengewicht vormen voor de olie- en steenkoolbelangen in de bedrijfsfederaties.

Europa moet niet machteloos toekijken naar de belangenstrijd in de VS. Om een positieve uitkomst te bekomen kan de EU ook haar eigen economisch gewicht in de schaal leggen. In de EU ontkent geen enkele relevante speler het belang van een mondiaal klimaatakkoord. Ook bedrijfsfederaties zoals Business Europe zijn voor. Maar de hefbomen om het af te dwingen lijken beperkt. Nochtans lonken heel wat Amerikaans ondernemingen naar meer toegang tot onze markt, die de grootste vormt ter wereld. Zo is de Amerikaanse Chamber of Commerce een grote pleitbezorger van het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS (TTIP).  Moet de toegang tot de Europese markt niet afhangen van een geloofwaardig Amerikaans engagement voor een klimaatakkoord? Zo komt de druk te liggen bij de ondernemingen die elk klimaatbeleid boycotten en de ontkenningsindustrie financieren om goede kwartaalcijfers te scoren.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum6 juni 2014 | Mathias Bienstman

Een snellere beslissing is geen betere beslissing

thema’sJuridische zaken, Wetten en regels

20/05
2014

Tijdens de afgelopen legislatuur was het politiek bon ton om te verkondigen dat vergunningen voor bedrijven of infrastructuurwerken veel te lang aanslepen. Volgens de ondernemerswereld zijn snelle en eenvoudige vergunningsprocedures zelfs een noodzaak om economisch te overleven. Als die procedures niet snel vlotter verlopen, met een minimum aan administratieve lasten en liefst met niet te veel inspraak van lastige bewonersgroepen, zullen bedrijven wegtrekken en komt ons land tot stilstand. Onze ministers sprongen al snel op deze kar. Met het nieuwe decreet op de omgevingsvergunning - waarbij de bouw- en milieuvergunning geïntegreerd worden in één vergunning - zullen de procedures vanaf volgend jaar veel sneller verlopen. Gedaan met al die vertraging en lang wachten op een beslissing.

Maar wat blijkt ondertussen? Cijfers van Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (Groen), tonen aan dat minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in driekwart van de beroepsdossiers voor milieuvergunningen de voorziene termijn overschrijdt. In 2011 werd voor 121 van de 162 beroepsdossiers pas na de voorgeschreven termijn van vijf maanden een beslissing genomen. Momenteel liggen op het bureau van minister Schauvliege 86 beroepsdossiers, waarvan bij 63 de wettelijke termijn al is overschreden. Het gaat echter om een ‘termijn van orde’ , niet om een vervaltermijn. Wanneer de minister die termijn niet naleeft, wordt de termijn gewoon uitgesteld. De betrokken bedrijven die een milieuvergunning nodig hebben, of burgers die in beroep gaan tegen de vergunningsvoorwaarden, kunnen niet anders dan afwachten.

In een tribune in De Tijd verdedigt minister Schauvliege zich met het argument dat het om ingewikkelde dossiers gaat, die maatschappelijk gevoelig liggen. Daarom is het voor de minister belangrijk dat er eerst een ruim overleg is met alle belanghebbende partijen, zoals gemeentebesturen, exploitanten, burgercomités en onafhankelijke experts. Vaak vergt dat bijkomend onderzoek en grondig studiewerk. En dat vraagt uiteraard tijd, waardoor de beroepstermijnen niet worden gehaald. Maar belangrijker dan een tijdige beslissing, is een goede beslissing, aldus de minister. Volledig terecht volgens BBL. Bovendien verhoogt de inspraak ook het maatschappelijk draagvlak en vermijdt men nodeloze juridische procedures nadien, aldus nog de minister. Want daar is uiteindelijk niemand mee gebaat.

Maar wat dan met de omgevingsvergunning?

Omdat het vanaf nu allemaal sneller moet gaan, worden de huidige termijnen van orde in het nieuwe decreet voor de omgevingsvergunning vervangen door echte vervaltermijnen. De volgende minister van Leefmilieu zal daardoor gedwongen worden om snel te beslissen over beroepsdossiers. De wettelijke termijn kan niet meer overschreden worden. Wanneer de beslissing niet binnen de vastgestelde termijn wordt genomen, wordt het beroep automatisch verworpen en valt men terug op de eerder genomen beslissing van de provincie.

We durven nu al voorspellen dat die vervaltermijnen voor meer vertraging dan versnelling zullen zorgen. Er mag immers van uit gegaan worden dat de beroepsdossiers in de toekomst nog ingewikkelder zullen worden, aangezien zowel over de milieu- als de bouwaspecten moet worden beslist. En hoe zit het dan met het noodzakelijke overleg en het grondige onderzoek, dat volgens de minister nodig is om een goed afgewogen beslissing te kunnen nemen in beroepsdossiers? Daar zal daar in de toekomst geen tijd meer voor zijn, of het zal toch op een drafje moeten worden afgehandeld. Gefrustreerde burgers, comités of milieuverenigingen die vinden dat met hun argumenten weinig of geen rekening werd gehouden, zullen vervolgens via juridische weg verder gaan.

Maar ook voor bedrijven is deze regeling niet zonder gevaar. De meeste beroepsdossiers bij de minister gaan immers over milieuvergunningen die in eerste aanleg door de provincie worden geweigerd. Veelal omdat het om lokaal omstreden dossiers gaat, waarbij het lokale bestuur uit politieke overwegingen mee op de kar springt van een bewonerscomité. Denk maar aan het inplanten van windmolens of het uitbaten van een afvalverwerkend bedrijf. Als de provincie zo’n aanvraag weigert, kan de minister zichzelf vervolgens perfect buiten schot houden, door de termijn gewoon te laten verstrijken en niet te beslissen.

BBL heeft er steeds voor gewaarschuwd dat sneller beslissen niet noodzakelijk ook voor betere beslissingen zorgt. Het ziet er alvast naar uit dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen – die al een aanzienlijke achterstand heeft opgebouwd – in de toekomst nog veel meer vergunningsdossiers zal mogen behandelen, zowel van gefrustreerde burgers als van gefrustreerde bedrijven. Want hoe minder inspraak er vooraf is, hoe meer juridische procedures er nadien zullen volgen. Met nog veel meer vertraging tot gevolg.

reactiesreageer

aanpasdatum20 mei 2014 | Erik Grietens