Milieublog

Home > Milieublog

Milieublog: laatste berichten

Share

Tesla brengt energietransitie in versnelling

thema’sKlimaat & energie

8/05
2015

Milieuorganisaties die Tesla, fabrikant van elektrische wagens, toejuichen. Het brengt sommigen in verwarring. Zijn we niet langer voor autovrije steden? Staan we niet stil bij alle schaarse grondstoffen die nodig zijn voor de batterijen? Sinds wanneer vinden we Amerikaanse miljardairs bewonderenswaardig?

Gemeenschappelijke vijand

Het lijkt bijna even vreemd als een supporter van Anderlecht die een speler van Brugge toejuicht. Nochtans is het mogelijk. Al die speler uitkomt voor de nationale ploeg. Iedere supporter laat de stammentwisten varen als het nationale elftal aantreedt, want in de landencompetitie telt de rivaliteit tussen clubs niet.

Zo is het ook met Tesla. De onderneming vecht momenteel een strijd uit in de belangrijkste competitie. Tesla is een aanvoerder van het hernieuwbare model en strijdt met het oude, fossiele model. Het overleven van 40% van alle planten- en diersoorten hangt af van de snelle doorbraak van hernieuwbare energie, net als het welzijn van miljoenen mensen.  Er rest slechts vijf jaar om de mondiale broeikasgasemissies definitief op een dalend pad te brengen. Elon Musk, oprichter van Tesla, laat er geen twijfel over bestaan: zijn missie is om de klimaatverandering te keren en het fossiele systeem te ontwrichten. Dat maakt hem een bondgenoot van de klimaatbeweging.

De aandacht die Musks boodschap wereldwijd krijgt is verpletterend. De verscheidenheid van sociale groepen die hij aanspreekt overdonderend. Wereldleiders, jonge ingenieurs, diplomaten, autoliefhebbers, lokale boeren, ondernemers: allen raken ze geënthousiasmeerd door het hernieuwbare energiemodel en de strijd tegen de klimaatverandering. Hernieuwbaar is stilaan de nieuwe hegemonie en Musk is het soort ambassadeur, waarvan velen dromen.

Niet alles wat Tesla voorstelt, is vanuit technisch of milieuoogpunt noodzakelijk de beste oplossing. Misschien is het net van de toekomst meer gebaat met interconnectie en vraagsturing dan veel opslag. Maar die vragen horen thuis in de competitie eronder, die van de clubs. Het gaat dan over de rivaliserende opties in het hernieuwbare energiemodel, iets wat het grote publiek nu nog minder met bezig is. Voor BBL is de richting op dit niveau duidelijk: we zijn voor een hernieuwbare en circulaire deeleconomie met sterke, autoluwe kernen. In zo een model krijgen burgers meer vat op het  energiesysteem en de economie.

Op het hoogste niveau, de strijd tussen het hernieuwbare en fossiele model, zorgen ondernemers zoals Elon Musk en activisten zoals Bill McKibben van 350.org voor de disruptieve golf op het kerende tij van vergroening. Ze versterken de inspanningen van duizenden burgerbewegingen, coöperatieven, vooruitziende beleidsmakers, ondernemers en andere voorlopers. Om die ontwrichting te illustreren, twee voorbeelden.

Steenkool, de meest vervuilende brandstof, is nog steeds de dominante energiebron. Dagelijks wordt er wereldwijd 20 miljoen ton opgestookt. De sector tracht politici in opkomende en arme landen te verleiden met een eenvoudige boodschap: steenkool is de goedkoopste energiebron en best geschikt om miljoenen mensen uit de energiearmoede te tillen. Wat Tesla voorstelt is een beter alternatief: zonne-energie en opslag. Zo hoeven ontwikkelingslanden geen duur elektriciteitsnet meer op te bouwen om elke uithoek van elektriciteit te voorzien. De onderneming maakt het mogelijk de fossiele ontwikkeling over te slaan en onmiddellijk voor het decentrale, hernieuwbare model te kiezen. Vele anderen ontwikkelden al gelijkaardige technologie. Maar het disruptieve karakter van Tesla schuilt niet enkel in de technologische voorsprong. Ze slaagt er ook in haar oplossing beter uit te dragen en te presenteren als de meest aantrekkelijke.

Een tweede voorbeeld. Volgens futurist Tony Seba rijden er in 2030 veel minder voertuigen rond in de ontwikkelde landen door de doorbraak van elektrische , zelfrijdende wagens. Bezit van een wagen wordt overbodig. Het resterend wagenpark zal niet langer 93% van de tijd stilstaan maar continu mensen van A naar B brengen: daarvoor zijn minder voertuigen nodig.  Omdat die zelfrijdende wagens ook nog eens dichter bij elkaar kunnen rijden en niet meer hoeven te parkeren, zouden we snelwegen kunnen openbreken en duizenden parkeerplaatsen in de steden omvormen tot parken. Kortom, de elektrische zelfrijdende wagen kan mogelijk voor spectaculair minder energie- en ruimtegebruik door het autosysteem zorgen. In één golf van een decennium zou het bestaande fossiele vervoerssysteem worden weggevaagd, schrijft Seba. Tesla is daarin de voorloper.

Iedereen is supporter van een club en van de nationale ploeg. We hoeven onze voorkeur voor autoluwe kernen of zachte vervoersmodi niet op te geven om de positieve rol van Tesla in de energietransitie te erkennen. Momenteel is de onderneming een versterkende kracht, die velen hoop geeft op het einde van 150 jaar dominantie van steenkool, olie en gas. Maar technologische innovatie alleen volstaat niet. De energietransitie is gedragen door een brede beweging en mikt op structurele veranderingen, waarin de economie zoals we die kennen op de schop gaat.

> Zie ook op deredactie.be

reactiesreageer

aanpasdatum8 mei 2015 | Mathias Bienstman

Fossiel onder toenemende druk door desinvesteringscampagne ‘Fossil Free’

thema’sKlimaat & energie

30/04
2015

Zelden heeft een klimaatcampagne zo snel aan vaart gewonnen als de oproep om niet langer geld te investeren in ondernemingen die fossiele brandstoffen produceren. In de Angelsaksische wereld kreeg de ‘Fossil Free’ campagne van de organisatie 350.org een enorme boost door de steun van de toonaangevende krant The Guardian. Superrijken en grote fondsen trekken zich in sneltempo terug uit fossiele ondernemingen. Ook in België groeit de druk op banken, onder meer via de website bankwijzer.be.

In 2013 deed president Obama zijn klimaatplannen uit de doeken tijdens een speech voor studenten aan de Georgetown Universiteit in Washington. Op het einde van de toespraak volgt er een verrassing wanneer Obama enigszins cryptisch zegt: “Convince those in power to reduce our carbon pollution.  Push your own communities to adopt smarter practices.  Invest. Divest.” Studenten schreeuwen hun opwinding uit. Met die twee laatste woorden vat de president immers de essentie samen van een transitie van energie- en maatschappijmodel: investeren in hernieuwbaar, desinvesteren uit fossiel. Bovenal spreekt hij impliciet de steun uit voor een campagne die snel vaart wint aan Amerikaanse universiteiten: de oproep om het geld van de instituties niet langer te investeren in producenten van fossiele brandstoffen. De activisten gebruiken een actiemiddel dat dateert van de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika: ze willen het maatschappelijk draagvlak voor de gas, olie en steenkoolindustrie afbouwen, door de financiële band met die industrie door te knippen.

In 2015 krijgt de campagne een enorme boost. De aftredend hoofdredacteur van The Guardian, Alan Rusbridger, start het uniek en baanbrekend journalistiek experiment Keep it in the ground. Hij wil met de krant voor de toekomst kiezen en iets doen aan de klimaatverandering, een probleem dat te vaak onderbelicht blijft in de dagelijkse berichtgeving. The Guardian plaatst wekenlang klimaatberichtgeving op de voorpagina en steunt de desinvesteringscampagne, met een stroomversnelling als resultaat. Dagelijks trekken grote financiers en fondsen zich terug uit olie, gas en steenkool. Laatst nog prins Charles. Het nieuwe doelwit van de campagne is de stichting van Bill Gates.

In financieel opzicht heeft de desinvesteringscampagne een zelf-versterkend effect. Hoe groter ze wordt, hoe waarschijnlijker dat er meer klimaatregulering komt die het fossiele bedrijven moeilijker maakt om rendabel te blijven, wat het financieel interessanter maakt om te desinvesteren, waardoor de campagne weer groter wordt, enz.

In België blijft de campagne nog wat onder de radar. Maar de eerste kiemen zijn al gelegd. Een groep vrijwilligers schrijft universiteiten aan om hun investeringsbeleid te bevragen. De website bankwijzer.be geeft informatie over het investeringsbeleid van grootbanken. De site scoort de financiële instellingen ook voor hun klimaatbeleid en biedt de mogelijkheid om actie te ondernemen.

reactiesreageer

aanpasdatum30 april 2015 | Mathias Bienstman

Hoe de tax shift ons minder wasmachines moet doen kopen

thema’sEconomie

23/04
2015

Door een veto uit te spreken over hogere lasten op (sommige) consumptiegoederen, vat Open VLD het debat over de tax shift verkeerd aan. Veto’s helpen niet in de zoektocht naar voldoende opbrengsten om de schadelijke lasten op arbeid fors te verlagen. Als we willen evolueren naar een kringloopeconomie, moeten we daarnaar handelen: arbeid moet goedkoper en producten moeten belast worden volgens hun milieu-impact, ook via de btw.

Is er een goede reden waarom schaal- en schelpdieren tegen 6 procent en tractorbanden tegen 12 procent belast worden, terwijl het standaardtarief voor de btw 21 procent is? Helpen die lage tarieven de economie, de werkgelegenheid of de levenskwaliteit beter dan lagere loonlasten? Liever een betaalbare aannemer of verpleger, dan een goedkope scampi of tractorband, zou je denken.

In de lijst van producten en diensten die een lager btw-tarief genieten, zit niet al te veel logica. Sommige, zoals geneesmiddelen of vervoer voor invaliden, hebben een duidelijk sociaal doel. Dat rechtvaardigt een lager tarief. Maar vele zijn ooit op de lijst gekomen wegens voorbijgestreefde doelen of onder druk van een belangengroep. Slachtafval, olie en vetten, steenkool, vlees, snijbloemen: alle worden ze belast tegen een verlaagd tarief. Iemand een idee waarom?

Vliegtuigtickets zijn zelfs helemaal vrijgesteld van btw. Ze kunnen nochtans een populair misverstand uit de wereld helpen: heffingen op vervuiling kunnen wél stabiele inkomsten opleveren. Een heffing op vliegtuigtickets zal alleen de groei van het vliegverkeer wat afremmen of in het beste geval stabiliseren. Zo’n heffing is vanuit milieuoogpunt beter dan niets, want nu ontsporen de luchtvervuiling en de geluidsoverlast door het vele vliegverkeer. Net zo met salariswagens. Ophouden met ze jaar na jaar te subsidiëren, is een blijvende besparing.

Dat de overheid een kritische blik werpt op de btw-tarieven, is niet meer dan logisch. Om de lasten op arbeid voldoende te verlagen, helpen alle beetjes: in de btw, in de milieufiscaliteit en bij de inkomsten uit vermogens. Lagere lasten op arbeid zijn niet alleen belangrijk voor de jobcreatie en competitiviteit. Ze maken arbeidsintensieve producten en diensten ook relatief goedkoper en zijn daarom cruciaal in de uitbouw van een kringloopeconomie. Het moet opnieuw interessant worden om een defecte wasmachine hier te laten herstellen, in plaats van een nieuw exemplaar te kopen uit een lageloonland. Maak dat de monteur niet langer door de hoge lasten uit de markt geprijsd wordt.

In de toekomst zullen we steeds meer producten delen, herstellen, hergebruiken of als dienst benutten. Het is handig en leuk, het spaart ook grondstoffen. Maar zolang arbeid peperduur is, kan die circulaire economie moeilijk van de grond komen. De tax shift biedt de kans om jobs te creëren en de economie op een toekomstgericht, duurzaam pad te brengen. Tenminste, als de taboes sneuvelen.

reacties1 reactie

aanpasdatum23 april 2015 | Mathias Bienstman

1,3 miljoen euro uit klimaatfonds voor ExxonMobil

thema’sKlimaat & energie

16/04
2015

Stel je voor dat de Vlaamse overheid geld voor tabakspreventie aan de sigarettenfabrikant PhilipMorris geeft. Het land zou op z’n kop staan. Dat de Vlaamse overheid klimaatgeld aan ExxonMobil geeft om olie te raffineren, stuit voorlopig op veel te weinig tegenwind. Nochtans is er alle reden toe.

Dit weekend maakte zakenkrant De Tijd bekend dat de Vlaamse overheid 50 miljoen euro geeft aan 104 energie-intensieve bedrijven. De krant meldt dat ‘de energiesteun’ er komt als compensatie voor ‘klimaatinspanningen.’ In de top tien van begunstigden staan grote multinationals zoals ArcelorMittal, BASF en dus ook ExxonMobil. Het Amerikaans oliebedrijf krijgt 1,3 miljoen euro van de Vlaamse regering.

ExxonMobil produceert veel gebruikte brandstoffen. Maar het bedrijf zit ook in zowat elk omstreden olieproject ter wereld. Van schaliegas in de VS over teerzanden in Canada tot oliewinning in ecologisch kwetsbaar gebied in Rusland. Het financierde zeker tot in 2010 allerlei twijfelzaaiers, die mist spuien over de ernst van de opwarming van de aarde. Met als doel om maatregelen tegen de klimaatverandering, en dus tegen de gevaarlijke stijging van de zeespiegel, tegen te houden.

Waarom geeft de Vlaamse regering klimaatgeld aan een onderneming wiens kernactiviteit de klimaatverandering veroorzaakt?  De steun vloeit voort uit Europese regelgeving. Die laat een uitzondering toe op het principe ‘de vervuiler betaalt’ voor bedrijven die mogelijks door de lasten op vervuiling uit de EU dreigen te vertrekken. Door achterkamerpolitiek vallen ongeveer alle industriële ondernemingen in Europa onder de uitzonderingsregeling. Ze mogen gratis vervuilen en krijgen op de koop toe als enigen de CO2-kost in de elektriciteitsprijs terugbetaald.

De 50 miljoen euro van Vlaanderen dient voor dat laatste. Het Vlaams regeerakkoord schrijft: “Tot 2020 voorzien we de huidige maximale compensatieregeling voor de indirecte carbon leakage (dit is de CO2-kost in elektriciteit, MB) met middelen uit het klimaatfonds.” Omdat het fonds nog wacht op een nationale verdeling van Europees klimaatgeld, is de energiesteun voorlopig voorgefinancierd uit algemene middelen. Die ‘maximaal’ mag je gerust letterlijk nemen. Toen we de berekening van de steun natrokken, stoten we op een zware oversubsidiëring.  Er wordt maar liefst 3 maal meer terugbetaald dan de werkelijke CO2-kost in de elektriciteitsprijs.

Zou Exxon uit ons land vertrekken als ze de steun niet kreeg? Dat lijkt erg onwaarschijnlijk. Deze zomer legde minister-president Bourgeois de eerste steen voor een nieuwe, grote unit van de olieraffinaderij in de Antwerpse haven. De investering verankert het bedrijf voor decennia in ons land. De dreiging om te vertrekken, helpt om subsidies los te weken, maar staat ver van de realiteit.

Kortom ExxonMobil krijgt klimaatgeld voor een kost en een risico dat er nauwelijks is. Dit is een verspilling van overheidsmiddelen. Als de 50 miljoen euro geïnvesteerd wordt in concrete projecten zoals energierenovaties, is er wél een positief effect op de broeikasgasemissies en werkgelegenheid. De meeste andere Europese landen gebruiken het klimaatgeld daarvoor. De toekomstgerichte spelers bij de 104 ondernemingen die nu ‘energiesteun’ krijgen, leveren trouwens producten voor de koolstofarme economie zoals isolatie of nieuwe materialen. Ze hoeven dus niet te verliezen bij een betere bestemming van de middelen uit het Vlaams klimaatfonds.

reacties1 reactie

aanpasdatum16 april 2015 | Mathias Bienstman

Milieubeweging blijft ggo’s kritisch opvolgen

thema’sLandbouw

3/04
2015

Deze week riep dierenrechtenactivist Stijn Bruers de milieubeweging op om het ggo-dossier te laten vallen. Bruers stelt dat er een wetenschappelijke consensus bestaat over de veiligheid en voordelen van ggo’s op het vlak van gezondheid, milieu en sociale rechtvaardigheid. Bond Beter Leefmilieu (BBL) waardeert provocatieve pleidooien zoals dat van Bruers en wil continu nieuwe wetenschappelijke bevindingen evalueren. Maar het ggo-dossier helemaal links laten liggen lijkt BBL, net zoals Greenpeace en VELT, geen goed idee.

Ggo’s wel of niet schadelijk?

Volgens Bruers zijn er geen aanwijzingen dat een landbouw die gebruik maakt van commerciële ggo-gewassen schadelijker zou zijn voor milieu en mens dan een conventionele landbouw zonder ggo’s. Bruers ziet dan ook niet langer een reden om de techniek in het verdomhoekje te plaatsen.

De milieubeweging ziet ggo’s als de exponent van een intensief, industrieel en geliberaliseerd landbouwmodel. De twee verdiensten van het model, een hoge productie aan een dalende prijs, gaan hand in hand met een afwenteling van schade op de leefomgeving en periodieke crisissituaties voor boer of consument. Nu al veroorzaakt de mondiale landbouwproductie een diepe ecologische crisis. Ggo’s brengen daar tot nu toe geen structurele verbetering in, zelfs in tegendeel.

De petrochemische multinational Monsanto manipuleerde soja zodat het bestand zou zijn tegen het herbicide Roundup. Die praktijk waarbij een concern in een pakket een ggo en een bestrijdingsmiddel verkoopt, was van het begin af erg omstreden en heeft het verzet tegen ggo's mee gevoed. Vorige week bestempelde de WHO Roundup als zeker kankerverwekkend voor dieren, en waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen. De teelt van een van de populairste ggo's blijkt dus schadelijk voor mens en dier.

Ondertussen voeden wetenschappers en beleidsmakers het debat over de milieurelevantie en gezondheidsrisico's van ggo’s verder. BBL is voorstander van een breed en wetenschappelijk geïnformeerd, maatschappelijk debat. Daarnaast moet de consument de keuze krijgen of hij ggo-producten wil of niet. Vandaag is die keuzevrijheid niet gegarandeerd, terwijl de meerderheid van EU-consumenten, en de Vlamingen, niet voor ggo-voeding te vinden is.

BBL volgt Bruers in de analyse dat de hoge consumptie van dierlijke eiwitten bij ons en de groeiende consumptie ervan in opkomende landen, in toenemende mate de milieu-impact van de landbouw bepaalt. Voor het einde van de eeuw moeten de uitstoot van alle broeikasgassen, waaronder de methaan- en lachgasuitstoot door de veestapel, mondiaal naar nul evolueren. Dat is een buitengewoon moeilijke opdracht, waarin vleesmatiging ongetwijfeld een rol speelt. De landbouw kan zich daarbij richten op een agro-ecologisch model dat ernaar streeft om voldoende en gezond voedsel te produceren, de ecologische draagkracht te respecteren en de landbouwer van een eerlijk inkomen te voorzien.

reacties1 reactie

aanpasdatum3 april 2015 | Freek verdonckt

Landbouw heeft nood aan wervend verhaal, niet aan lastercampagne

thema’sLandbouw

27/03
2015

De afgelopen week kwam de Vlaamse landbouw meermaals negatief in het nieuws. Niet één van alle 700 rivieren, kanalen of beken haalt een behoorlijke waterkwaliteit. Belangrijkste oorzaak is de (historische) vervuiling door de landbouw. Het antibioticagebruik in de varkenshouderij is in Vlaanderen te hoog. Die overconsumptie draagt bij tot de verspreiding van resistente bacteriën, en betekent dus een gevaar voor de volksgezondheid. Glyfosaat tenslotte, het actief bestanddeel van veelgebruikte pesticiden zoals Roundup, blijkt kankerverwekkend. Het is in de eerste plaats een gevaar voor landbouwers die er vaak met werken.

De berichten zijn exemplarisch voor de keerzijde van een industrieel en geliberaliseerd landbouwmodel. Ze bedreigt niet alleen de natuur en de consument, maar ook de gezondheid en het inkomen van de landbouwer. Want het grootste drama speelt zich momenteel ongetwijfeld af bij de vele landbouwers die spartelen om te overleven. Ze zitten in de tang tussen hoge schulden en dalende afzetprijzen. Ook over hen lazen we de laatste maanden verontrustende verhalen in de pers.

Omdat een aantal van de problemen systemisch is, dit betekent samenhangt met structurele evoluties die onze regio overstijgen, komt een oplossing er niet van de ene op de andere dag. De redenen voor dalende prijzen voor varkensvlees bijvoorbeeld, lopen uiteen van de boycot van Rusland tot concurrentie uit opkomende landen.

Wat opvalt in de reactie van de Boerenbond op de crisissituatie is dat de organisatie op alle mogelijke paarden tegelijk wedt. Ze vraagt (export)steun en wil bijgevolg de consumptie van varkensvlees buiten de EU met belastinggeld subsidiëren. Ze zet kwekers in de kijker die voor kwaliteitsvlees en thuisverkoop gaan en zich zo kunnen afschermen van dalende prijzen op de globale markt. Ze zoekt naar manieren om de afzet in Vlaanderen te vergroten of de druk op de prijzen vanuit de keten te verminderen. Tot slot en meer recent, fulmineert ze steeds heftiger tegen de aarzelende vergroeningspolitiek vanuit Europa en Vlaanderen.

Een dergelijke aanpak verzacht op de korte termijn ongetwijfeld de pijn. De eerste toegevingen en steun vanuit onze overheden voor de getroffen boeren ligt al op tafel. Mogelijk zal de landbouwsector er opnieuw in slagen om maatregelen rond vergroening af te zwakken en verder door te schuiven in de tijd. Maar dat riskeert een pyrrusoverwinning te zijn. Want meer druk zetten op het leefmilieu, de belastingbetaler of de landbouwer zelf, verandert niets aan de systeemcrisis, maar ondergraaft wel het maatschappelijk draagvlak voor de sector.

De landbouw heeft nood aan een coherent en geloofwaardig verhaal dat begrijpelijk is voor de consument. Hoe kunnen boeren kwalitatieve, gezonde producten, goede prijzen en milieubescherming verzoenen? De lastercampagne van de Boerenbond, die van de vergroeningspolitiek de zondebok maakt, geeft nog geen begin van een antwoord op die pertinente vraag.

reactiesreageer

aanpasdatum27 maart 2015 | Mathias Bienstman

Tax shift verdubbelt economisch voordeel lage olieprijs

thema’sVerkeer, Klimaat & energie

16/01
2015

De lage olieprijs zal de consumptie aanzwengelen en zo de economie goed doen. Als de overheid een deel van de prijsdaling omzet in een loonlastenverlaging verdubbelt het economisch voordeel.

   

Een tijd geleden was u blij wanneer de dieselprijs naar 1,2 euro zakte. Plots kostte een volle tank 20 euro minder dan enkele maanden eerder. Nu de prijs onder de 1 euro daalt, bent u ongetwijfeld nóg gelukkiger. Maar als u rechtlijnig bent in de beleving, dan zou u nog steeds tevreden moeten zijn als de prijs terug naar 1,2 euro stijgt.

Stel u nu voor dat zoiets het effect is van een accijnsverhoging. Waarschijnlijk slaat de stemming dan snel om: ‘vadertje staat zit weer aan m’n centen.’

Als zo’n accijnsverhoging gebruikt wordt voor een belastingverschuiving of tax shift is het nochtans een goede zaak, ook voor u. Wanneer de overheid de hogere inkomsten uit brandstofaccijnzen integraal gebruikt om de loonlasten te verlagen, zorgt ze evengoed voor meer koopkracht want uw nettoloon neemt (na verloop van tijd) toe. De werkgelegenheid zal er sneller door stijgen dan nu.
Een accijnsverhoging kan ook de negatieve effecten van de lage olieprijs opvangen. Het risico bestaat dat we met z’n allen nog meer gaan rondrijden. Waardoor de files langer worden en de luchtvervuiling toeneemt. Die filekost loopt volgens de OESO nu al op tot 2% van het bbp. Hoeveel zal het brandstofverbruik toenemen door de lagere prijs? Studies komen op een prijselasticiteit van de vraag uit van -0,2 tot -0,3. Dat betekent dat een halvering van de prijs aan de pomp het brandstofverbruik doet toenemen met 15%.  Zoiets is dramatisch voor de files en de luchtvervuiling.

Zo’n vaart hoeft het niet te lopen. Er zijn redenen waarom de prijselasticiteit lager is dan in het verleden. Zo voelen de honderdduizenden automobilisten met een bedrijfswagen en tankkaart de prijsdaling niet of nauwelijks, waardoor ze niet tot meerverbruik aanzet. Ook zetten de huidige files vanzelf een rem op meer autokilometers. En tenslotte vangt Europese normering veranderende aankoopkeuzes op. Als consumenten plots weer meer verbruikende wagens kopen, halen de producenten de CO2-normen niet. Ze zullen dan zuinige wagens goedkoper en brandstof verspillende duurder moeten maken.

Maar zelfs een lichte verhoging van het brandstofverbruik zou al een slechte zaak zijn voor de file- en milieukost van het wegverkeer. De overheid kan dat risico wegnemen en de economie verder aanzwengelen door lasten te verschuiven van arbeid naar brandstof. In de eerste plaats door de accijnzen op diesel gelijk te schakelen met die op benzine. U hoeft er zelfs niet ongelukkiger van te worden. Tenminste, als u rechtlijnig bent in de beleving. 

   

reactiesreageer

aanpasdatum16 januari 2015 | Mathias Bienstman

Het klimaatjaaroverzicht 2014: Extreem en hoopgevend

thema’sKlimaat & energie

22/12
2014

Zal het klimaat de jaaroverzichten halen? Dat is niet zeker. Het thema is door de economische crisis uit het aandachtsveld van velen verdwenen. Toch is er in 2014 zo veel belangwekkends gebeurd dat we er best even op terugblikken. Het is niet zeker of we onze deze klimaatgebeurtenissen zullen herinneren, maar het is wel zeker dat ze onze toekomst zullen bepalen.

Het warmste jaar in de metingen

Door menselijke activiteiten, zoals de verbranding van olie en steenkool, stapelen broeikasgassen zich op in de atmosfeer. Ze zorgen voor de klimaatverandering. Voor de industriële revolutie lag de concentratie aan broeikasgassen op 280 deeltjes CO2 per miljoen, of korter 280ppm.

In 2014 overtrof de concentratie de hele aprilmaand de symbolische grens van 400ppm. Dat is voor het eerst in meer dan 800.000 jaar, of de hele geschiedenis van de moderne mens. Nooit waren er zo veel klimaatveranderende gassen in de atmosfeer. Die hoge concentratie aan broeikasgassen is de belangrijkste verklaring voor het uitzonderlijk warme 2014. Het is het warmste jaar in de metingen.

In België was er geen winter en was de herfst abnormaal warm. Andere landen zijn getroffen door weersextremen: hevige overstromingen teisterden Zuid-Frankrijk, California beleeft de ergste droogte in mensenheugenis.

Oplossingen voor  klimaatverandering haalbaar en betaalbaar

Wetenschappers publiceerden in 2014 voor het IPCC een nieuw, baanbrekend overzichtsrapport waarin ze alle klimaatkennis synthetiseren. Ze stellen onomstotelijk vast dat het klimaat verandert. De atmosfeer en de oceanen warmen op, de hoeveelheid sneeuw en ijs neemt af en de zeespiegel stijgt. De menselijke uitstoot van broeikasgassen is de belangrijkste oorzaak van die klimaatverandering.

De mens kan zich niet aanpassen aan de opwarming waarnaar we met de huidige trend in broeikasgasemissies onderweg zijn. Een opwarming van 4 graden Celsius is ontwrichtend voor menselijke samenlevingen. Bijvoorbeeld omdat oogsten mislukken of hele streken onbewoonbaar worden door overstromingen of aanhoudende droogte.

Als de opwarming minder dan 2 graden Celsius bedraagt, worden de meeste maar niet alle risico’s ingeperkt. De energietransitie die daarvoor nodig is – de omschakeling naar een energiesysteem dat wereldwijd geen broeikasgassen meer uitstoot – is technisch haalbaar en betaalbaar.

Verhalen van klimaatontkenners in de prullenmand

Met het laatste IPCC-rapport verdwenen enkele populaire verhalen van klimaatontkenners in de  prullenmand. Zo weerlegden de klimaatwetenschappers de claim dat er een pauze is in de klimaatopwarming. Dat verhaal verscheen op initiatief van klimaatontkenners veelvuldig in de media, ook in ons land.

De klimaatontkenners gebruikten een selectief gekozen tijdsreeks van metingen (2008-2012) om aan te tonen dat de opwarming in de atmosfeer vertraagt. Door een te korte periode te gebruiken,  te starten bij een extreem warm jaar door het weersfenomeen El Niño en enkel naar de temperatuur in de atmosfeer te kijken, misleiden ze het brede publiek.

Het IPCC weerlegde het verhaal van de pauze in de opwarming. Elk decennia in de metingen is warmer dan het vorige. Daarbij is het hele klimaatsysteem van tel, dus ook de temperatuur in de oceanen.

De grootste klimaatbetoging ooit

Voor het eerst sinds de mislukte klimaattop in Kopenhagen kwamen wereldleiders in september terug samen om de strijd tegen de klimaatverandering te bespreken. Ze deden dat op vraag van VN-secretaris-generaal Ban Ki Moon.

Twee dagen voor de bijeenkomst vond de grootste klimaatmanifestatie uit de geschiedenis plaats. In New York kwamen meer dan 300.000 mensen op straat, in andere hoofdsteden nog eens minstens even veel. De internetbeweging Avaaz en de milieuactiegroep 350.org speelden een belangrijke rol in de protesten. Het straatgebeuren kreeg een verlengstuk in de conferentiezaal.

De vertegenwoordiger van de civiele samenleving, de dichteres Kathy Jetnil-Kijiner van de Marshalleilanden, bracht een adembenemende speech. In een lang gedicht aan haar acht maanden oude dochtertje bekritiseerde ze de besluitloosheid van politici en de immoraliteit van fossiele ondernemingen. Ze richtte haar hoop op de groeiende klimaatbeweging.

Europese Unie bezegelt klimaatbeleid tot 2030

De stem uit de straat kreeg gehoor. De drie grootste vervuilers –China, de VS en de EU – kondigden scherpere klimaatdoelstellingen aan voor het komende decennium. In een moeilijke economische context kwamen de 28 Europese regeringsleiders overeen om de broeikasgassen tegen 2030 met minstens 40% terug te brengen.

De emissiereductiedoelstelling is bindend en moet binnen Europa verwezenlijkt worden. In die zin is ze meer ambitieus dan de huidige doelstelling voor 2020. Die kan ook bereikt worden via de aankoop van bedenkelijke emissiekredieten buiten de Unie. Daarnaast engageerden de regeringsleiders zich voor minstens 27% hernieuwbare energie en energiebesparing in 2030. Die doelstellingen zijn erg zwak.

Naar verwachting zal de groei van hernieuwbare energie de doelstelling vanzelf overtreffen.

VS en China sluiten historische akkoord

Na de EU presenteerden de VS en China in november onverwacht ook klimaatdoelstellingen voor het volgende decennium. De VS wil de emissies van broeikasgassen verminderen met 26-28% tegen 2025. China zal de daling van haar emissies inzetten voor 2030. De gezamenlijke aankondiging van de twee grootmachten is een politieke doorbraak.

De aloude patstelling tussen de VS en China lijkt doorbroken. Volgens een analyse van de onderzoeksinstelling Ecofys brengen de aangekondigde engagementen van de VS, China en de EU de voorziene globale temperatuurstijging deze eeuw al naar beneden, tot 3 graden Celsius. Tenminste, als de landen doen wat ze beloven.

Om de opwarming te beperken tot de internationaal vastgelegde doelstelling van minder dan 2 graden Celsius is er nog veel werk. Maar 3 graden is toch al een stuk lager dan de 4 graden waarnaar de wereld op weg is met de huidige emissietrend.

Duitsland toont de weg vooruit

De vierde grootste economie ter wereld, Duitsland, toont wat écht nodig is voor het klimaat. Duitse politici betonneerden de transitie naar een hernieuwbaar energiesysteem in de Energiewende.

De klimaatdoelstellingen die Duitsland nastreeft, liggen in lijn met wat de wetenschap vraagt om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden. Zo wil Duitsland de emissies tegen 2020 verminderen met 40% in vergelijking met 1990. Door een samenloop van omstandigheden veerde het verbruik van steenkool de afgelopen jaren in Duitsland onverwacht op.

De economische crisis en schaliegasrevolutie in de VS zorgden ervoor dat kolen spotgoedkoop zijn. De lage Europese CO2-prijs straft de verbranding onvoldoende af. Daardoor verdrong steenkool gas uit de Duitse energiemix. Omdat het ernaar uitzag dat Duitsland haar klimaatdoelstelling voor 2020 niet zou halen, stuurde de regering van Merkel het beleid eind 2014 bij.

Door een versterkte inzet op energiebesparing en het sluiten van enkele steenkoolcentrales wil de regering alsnog de doelstelling halen. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar het behouden van de doelstelling getuigt van politieke moed.

Olieprijs crasht: investeringen in omstreden projecten vertragen

Het jaareinde had nog een laatste verrassing in petto. De olieprijs halveerde in een aantal maanden tijd. Het olieverbruik lijkt er niet onmiddellijk door op te veren. Volgens het IEA omdat een deel van de verminderde vraag niet cyclisch maar structureel is.

Zo beginnen de normen voor lager brandstofverbruik van wagens in de VS, de EU en China hun effect te tonen. Door de lage olieprijs likken oliebedrijven hun wonden. Een aantal kleinere zullen overkop gaan of overgenomen worden. Ze zullen inboeten aan lobbykracht in aanloop naar belangrijk presidentsverkiezingen in de VS.

De investeringen in dure en erg vervuilende oliewinning vertragen. Oliebedrijven schrappen honderden miljarden dollars voor ontginning van diepzee-, schalie- en teerzandolie. Daardoor zal de productie op termijn dalen en de olieprijs weer stijgen.

De lage prijs is een tijdelijk gegeven. China, Indonesië, Koeweit, India, Thailand, Egypte en Maleisië knipten al in subsidies voor fossiele brandstoffen, die wereldwijd nog meer dan 500 miljard dollar bedragen.

In 2015 het keerpunt?

Bezorgde burgers, wetenschappers, ondernemers en wereldleiders toonden in 2014 aan dat ze voor verandering willen gaan. Aan de andere zijde bevindt zich een fossiele sector, haar lobbyisten en politici die een pokerspel spelen met ieders toekomst.

De belangrijkste inzet voor 2015 is de strijd tussen het oude, fossiele energiemodel en het toekomstgerichte, hernieuwbare model. Op de laatste klimaatconferentie afgelopen december in Lima, bleek dat die strijd nog lang niet beslecht is. Aloude tegenstellingen verhinderden voortgang in de onderhandelingen.

Toch kwam er ook een wervend toekomstperspectief in de ontwerptekst voor het klimaatakkoord:  de optie om fossiele brandstoffen wereldwijd uit te faseren tegen 2050. Het klimaatakkoord dat moet afgesloten worden, eind 2015 in Parijs, biedt de kans om die wereldwijde transitie naar een hernieuwbaar systeem te verankeren.

reactiesreageer

aanpasdatum22 december 2014 | Mathias Bienstman

BBL past voor ongeloofwaardig MAP 5

thema’sWater, Landbouw

21/11
2014

Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt trokken zich terug uit het overleg ter voorbereiding van het nieuwe mestactieprogramma (MAP-5). Die beslissing gebeurde overdacht en ging niet over een nacht ijs. De milieubeweging nam lange tijd actief en constructief deel aan het overlegproces, dat de landbouwsector en wetenschappers schatplichtig aan de landbouwsector domineren. Alvorens ze haar beslissing nam maakte de milieubeweging zeer duidelijk aan zowel het kabinet van Minister Schauvliege als aan de collega’s van Boerenbond dat ze uit het proces zou stappen indien niet meer rekening gehouden wordt met een aantal pertinente milieubekommernissen. Tevergeefs...

 

Wie zich nu uitput in de verontwaardiging over de uitstap van de milieubeweging -Boerenbond op kop- speelt een hypocriet spel. Boerenbond doet de bekommernissen van de milieubeweging rond mestbeleid en waterkwaliteit af als onaanvaardbaar. Geen verrassend standpunt vanuit de landbouwsector. Maar vragen om een verscherpte aanpak van de fosfaatproblematiek, veruit het belangrijkste probleem voor de waterkwaliteit in Vlaanderen, en vragen om een proportionele maar aangescherpte sanctionering van probleembedrijven, is niet meer of niet minder dan de plicht van de milieubeweging. Voor minder kan de milieubeweging het niet doen. En dat moet de landbouwsector goed beseffen. We zitten tenslotte niet rond de tafel voor elkaars schone ogen.    Wie overleg écht ernstig neemt, geeft kans aan diverse stemmen, ook degene die minder aangenaam klinken. Zoniet is overleg slechts schone schijn. In het overleg over het Vlaamse mestbeleid is dat duidelijk een heikel punt. De milieubeweging vertolkt als enige de stem van de milieu-impact in dit pure milieudossier, waarbij de Europese Commissie nauwgezet meekijkt. Waar zitten de wetenschappers en de administraties die beschikken over de relevante milieugerelateerde kennis en cijfers? Hun stem weerklinkt alvast niet aan deze tafel. En dat komt zelfs finaal de landbouwsector niet ten goede.  

reactiesreageer

aanpasdatum21 november 2014 | Lieze Cloots

Goedkope olie kan om drie redenen een goede zaak zijn voor ons milieu

thema’sKlimaat & energie

7/11
2014

De olieprijs bevindt zich middenin een geostrategisch steekspel. Over de mogelijke politieke en economische gevolgen wordt druk gespeculeerd. Maar hoe zit het met het leefmilieu? Is goedkope olie een slechte zaak?

Op het eerste zicht lijkt dat zo. Prijsdalingen zetten aan tot meerverbruik, dus meer luchtvervuiling en broeikasgassen. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Als de lage olieprijzen niet te lang aanhouden, kan goedkope olie om minstens drie redenen een goede zaak zijn voor het milieu. Het verbruik van olie is door klimaatbeleid minder gevoelig voor de prijsdalingen dan in het verleden. Heel vervuilende olieprojecten geraken nu moeilijker aan financiering.  Tenslotte kan goedkope olie overheden ertoe brengen om te snoeien in de enorme subsidies voor het zwarte goud en zo de vraag en de vervuiling op termijn structureel laten afnemen.

In de VS, de EU en andere geïndustrialiseerde landen worden voertuigen steeds zuiniger onder invloed van emissienormen. Zo wil de EU het brandstofverbruik van wagens tegen 2020 bijna halveren in vergelijking met 2007. Zulke standaarden drukken structureel (de groei van) het oliegebruik, net zoals isolatienormen voor gebouwen dat doen. Analisten zien er één van de verklaringen in voor de dalende vraag naar olie. Samen met de mondiale groeivertraging en het hoge olieaanbod zorgen ze voor de spectaculaire prijsdalingen. Mogelijk remmen ze ook meer dan in het verleden het opveren van de vraag als reactie op die prijsdalingen.

Drie kansen

Terwijl het nadeel voor het leefmilieu van de lage olieprijs wat minder zeker is, zijn er ook een drietal kansen. Vooreerst geraken olieprojecten met de meeste risico's en milieuschade in financieel moeilijke papieren. Ze hebben een hoge olieprijs nodig om rendabel te zijn. Zo sneuvelt het ene na het andere project in de Canadese teerzanden omdat investeerders zich terugtrekken. Dat is zondermeer een goede zaak voor het milieu. Hier ondersteunt de lage olieprijs de campagnes van inheemse gemeenschappen, landbouwers en milieuorganisaties tegen destructieve olieprojecten.

Een tweede kans is de hogere olieprijs die daaruit op termijn volgt. Als er een aantal jaren minder geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van nieuwe olieprojecten, dan zal op termijn het aanbod dalen. Dat kan de olieprijs even spectaculair naar boven stuwen. Als op dat ogenblik de alternatieven zoals elektrische wagens  of warmtepompen een stuk goedkoper zijn, dan kan dat de transitie weg van olie versnellen. Media berichten over de ene na de andere doorbraak in batterijtechnologie voor elektrische voertuigen. De verwachtingen groeien dat de sprong voorwaarts volgt op het einde van dit decennium.

Groene belastingverschuiving

Elektrische wagens zouden veel verder rijden, minder kosten en sneller opladen. Topmerken zoals Tesla plannen modellen voor het grote publiek.  Een laatste voordeel is dat lagere prijzen het in principe makkelijker maken voor overheden om een groene belastingverschuiving door te voeren. Internationale instellingen zoals de OESO en het IEA dringen er steeds meer op aan om te knippen in de subsidies voor het verbruik van fossiele brandstoffen. Die bedragen nog altijd enkel honderden miljarden dollars per jaar. Ze worden vooral uitgekeerd in olieproducerende landen wiens begroting nu onder druk komt.

Een lagere prijs biedt de kans om die subsidies voor vervuiling drastisch te verlagen zonder massaal volksprotest. Maar ook in België kunnen we ingrijpen op de (bijna) gratis brandstof voor bedrijfswagens.  Als dat gebeurt zal het op termijn opnieuw de olievraag  en vervuiling structureel laten afnemen. Kortom, de lage olieprijs is niet enkel goed voor de economie, maar biedt ook kansen voor het milieu. Maar dan moeten overheden die kansen aangrijpen.

reactiesreageer

aanpasdatum7 november 2014 | Mathias Bienstman