Milieublog

Home > Milieublog

Milieublog: laatste berichten

Share

Believers en non-believers

thema’sKlimaat & energie

25/08
2010
Het was weer prijs, deze zomer. Half Pakistan onder water, half Rusland afgebrand, overstromingen in Duitsland, Polen en Tsjechië, modderstromen in China. En dan de eeuwig weerkerende vraag: is dit nu te wijten aan de klimaatverandering of niet? 

Het antwoord op die vraag is bijzonder eenvoudig: wij weten dat niet en wij kunnen dat ook niet weten. Om de heel eenvoudige reden dat er altijd al bosbranden geweest zijn en er altijd al overstromingen geweest zijn en je dus over elke overstroming afzonderlijk en elke bosbrand afzonderlijk geen zinnige dingen kunt zeggen. Maar deze eenvoudige wetenschap zorgt er niet voor dat commentatoren allerhande, zich wat terughoudend opstellen. De ene ziet geen verband met de klimaatopwarming, de andere is overtuigd van het tegendeel en daar verschijnen ze weer in de media: de ‘believers’ en de ‘non-believers’. Klimatologie is nochtans een wetenschap, net als fysica, scheikunde of biologie. Het is dus geen geloof en er valt niets te believen. En of de rampen van de voorbije zomer nu wel of niet te maken hebben met de klimaatverandering, verandert niets aan de wetenschappelijke kennis over het klimaatfenomeen. En die wetenschappelijke kennis laat ons vandaag toe te veronderstellen dat extreme weerfenomenen in de toekomst vaker zullen voorkomen dan in het verleden. Zijn we daar 100 % zeker van? Neen. Want een van de zaken waar de wetenschap het over eens is, is dat bij een gevoelige stijging van de temperatuur, de te verwachten klimaatwijziging onvoorspelbare vormen kan aannemen. De extreme weerfenomenen van de voorbije zomer, of ze nu een verband hadden met de klimaatverandering of niet, geven dus een beeld van wat ons mogelijk te wachten staat de komende decennia. De vraag is dus veeleer of de wereld nog bereid is een inspanning te doen om zulke toekomst te voorkomen, of dat we liever dweilen met de kraan open.

Jan Turf

reacties1 reactie

aanpasdatum25 augustus 2010 | Jan Turf

Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen

thema’sVerkeer, Klimaat & energie, Lucht, Landbouw

23/07
2010

Consumenten hebben behoefte aan duidelijke informatie over biobrandstoffen. In haar doctoraatsonderzoek ging Liesbeth Van de Velde (Universiteit Gent) na wat het sociale draagvlak is voor biobrandstoffen. Zij stelde vast dat de consument wel overtuigd van de milieurelevantie van biobrandstoffen maar twijfelt over de kwaliteit en veiligheid. Verder waren de ondervraagden zich wel bewust van de maatschappelijke problemen die gepaard gaan met de productie van alternatieve brandstoffen, zoals het spanningsveld met voedselproductie. Maar over het algemeen lijken de consumenten weinig vertrouwd te zijn met biobrandstoffen als alternatieve energiebron.

Volgens de doctoraalonderzoekster is er daarom een efficiënte communicatiestrategie nodig om de publieke kennis en aanvaarding van biobrandstoffen te verhogen. Wetenschap, milieu- en consumentenorganistaties kunnen volgens het onderzoek een belangrijke rol vervullen binnen de informatiecampagne. Bond Beter Leefmilieu wil haar rol in dit debat zeker vervullen en geeft hierbij alvast een bescheiden bijdrage.

Tegen 2020 wil Europa 20% van haar verbruik opwekken met hernieuwbare energie en ook 10% hernieuwbare energie voor transport halen. Hoewel ook groene elektriciteitsproductie een rol kan spelen bij het invullen van deze doelstelling, wordt algemeen aangenomen dat de 10%-doelstelling een enorme impuls zal geven aan de productie van biobrandstoffen. Die biobrandstoffen moeten in Europa aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. Deze Europese duurzaamheidscriteria zijn echter absoluut onvoldoende om de duurzaamheid van biobrandstoffen te garanderen. Zo worden onder andere de indirecte effecten van veranderend landgebruik niet in rekening gebracht.

We schreven eerder al over dit probleem: biobrandstofgewassen vervangen in eerste instantie voedingsgewassen. Daardoor wordt de veodselproductie elders, op nieuw land, hernomen. Arme boeren in het zuiden kappen uit noodzaak dikwijls opnieuw een extra stukje regenwoud. Nieuw land in gebruik nemen zorgt in alle gevallen voor extra CO2-emissies. Verscheidene studies illustreren dat de remedie zo erger dreigt te worden dan de kwaal. Meer en meer wordt duidelijk dat biobrandstoffen hierdoor helemaal niet CO2-neutraal zijn maar dat ze zelfs de uitstoot van CO2 te doen stijgen. Er is dan ook dringend nood aan duurzaamheidscriteria die alle effecten correct in rekening brengen. Maar in een poging om haar beleid inzake biobrandstoffen te redden, blijkt de Europese Commissie belastende studies achter te houden.   

Biomassa is een schaars goed. Europa moet dan ook een denkproces opstarten over het zinvol inzetten van de beperkt beschikbare biomassa. Deze moet gebruikt worden in de sectoren waar de grootste ecologische winsten gerealiseerd kunnen worden. In eerste instantie moet het recht op gezond en voldoende voedsel voor iedere wereldburger gevrijwaard blijven. Daarnaast kan biomassa ingezet worden als grondstof voor materiaaltoepassingen (biogebaseerde economie). In derde instantie kan biomassa ook voor energetische doeleinden gebruikt worden. Als biomassa wordt ingezet voor de productie van energie, moet bovendien bekeken worden in welke sectoren die het meest efficiënt kan worden ingezet. Rechtstreeks gebruik van biomassa voor een lokale, energie-efficiënte, gedecentraliseerde productie van warmte of de gecombineerde productie van warmte en elektriciteit in centrales geniet dan ook de voorkeur. Qua energiepotentieel is de productie van vloeibare biobrandstoffen voor de transportsector net een minder efficiënte technologie. Voor transport biedt elektrische aandrijving op basis van zonne- en windenergie een veel beter alternatief dan biobrandstoffen. Maar bovenal zullen we in de eerste plaats met zijn allen minder autokilometers moeten afleggen.

Meer info: rapport 'Biofuels, handle with care' (Transport & Environment) over de gevaren van blind gebruik van biobrandstoffen.  

Sara Van Dyck

reactiesreageer

aanpasdatum23 juli 2010 | Sara Van Dyck

De crisis en het verenigingsleven: milieubeweging deelt in de klappen maar blijft optimistisch

thema’sMilieubeweging

23/06
2010

Vandaag publiceerde De Standaard de resultaten van de eerste financiële barometer van het verenigingsleven in België, een grootscheepse enquête in opdracht van de Koning Boudewijnstichting. Ook BBL werkte mee aan het opzet van dit onderzoek. In april werden 315 verantwoordelijken van Belgische verenigingen – directeurs, CEO’s, of leden van de Raad van Bestuur – bevraagd. 6 procent van de respondenten zijn leidinggevenden van natuur- en milieuverenigingen.

Uit de resultaten blijkt dat de impact van de financiële crisis op het Belgische verenigingsleven al bij al meevalt. Zeven op de tien Belgische verenigingen voelen – voorlopig – weinig of niets van de financiële aardverschuiving. Bij vier op tien verenigingen bleven de jaarlijkse ontvangsten bij de penningmeester vorig jaar stabiel, drie op tien had zelfs meer inkomsten. De crisis heeft dan ook weinig impact op de vrijgevigheid van de Belgen. Er zijn nauwelijks minder donoren in ons land en slechts bij een kwart van de verenigingen zien ze het gemiddeld bedrag van de giften dalen.

Milieuverenigingen lijken het minst getroffen door de crisis: de helft zag zijn inkomsten het voorbije jaar zelfs stijgen. De ondervraagden uit de milieusector stellen vast dat hun donateurs in deze moeilijke tijden niet afhaken en hun gemiddelde bijdrage of gift stabiel blijft. Deze verenigingen schatten de toekomst het meest positief in: 39% verwacht dat de inkomsten zullen stijgen. De helft van de milieuorganisaties denkt dat de jaarlijkse ontvangsten het komende jaar onveranderd zullen blijven.

In het algemeen kunnen we dus vaststellen dat de crisis in het verenigingsleven zijn eerste sporen nalaat. De milieuverenigingen kijken de toekomst optimistisch tegemoet. We beseffen in onze sector dat ecologische, sociale en economische duurzaamheid meer dan ooit een ‘drie-eenheid’ moeten vormen, willen we globaal en lokaal uit het financieel-economische moeras komen.

Toch blijkt uit de cijfers ook dat er reden is om het optimisme te temperen: 26% van de milieuverenigingen het voorbije jaar zijn subsidies zag dalen. Daarmee zijn we - na de cultuursector (42% van ondervraagde verenigingen) - de tweede maatschappelijke sector die de klappen van de overheidsbesparingen opvangt. Dit terwijl de besparingen nog maar nauwelijks op gang waren gekomen in de periode vóór het onderzoek (april 2010). Pas in 2010 en 2011 zullen de effecten van de besparingen volop spelen: de Vlaamse overheid zal gevoelig minder middelen begroten voor de aankoop en het beheer van natuurgebieden door verenigingen, er zullen minder subsidies zijn voor werking en personeel binnen de milieuverenigingen. En het is bang afwachten wat vanaf 2012 de effecten zullen zijn op de Vlaamse begroting van de federaal te besparen 22 miljard euro.

We kijken dan ook met spanning uit naar de resultaten van de tweede financiële barometer in april 2011.

Klik hier voor de samenvatting van het onderzoeksrapport.

reactiesreageer

aanpasdatum23 juni 2010 | Danny Jacobs

Helft Belgische bedrijven bevindt zich op Mars

17/06
2010

Afgelopen week verschenen maar liefst drie studies die een aantal prangende tegenstellingen blootleggen tussen de Belgische bedrijven, hun grote globale concurrenten en de Belgische werknemers.

Zo stelde een recente globale studie van Ernst & Young, uitgevoerd onder een driehonderdtal grote ondernemingen (elk groter dan 1 miljard US $ jaarlijkse omzet) dat er een heel groot bewustzijn bestaat rond klimaatverandering. Bedrijfsleiders zijn zich bewust van zowel de bedreigingen als de opportuniteiten dat dit met zich meebrengt. Niet minder dan 70 procent onder hen voorziet tussen 2010 en 2012 hogere uitgaven voor initiatieven rond klimaatverandering. De motivatie hiervoor was zowel om kosten te besparen als om omzet te genereren rond klimaatveranderingsissues. Ongeveer de helft van de ondervraagden denkt hierbij aan het opstarten van nieuwe ondernemingen of activiteiten en het investeren in nieuwe producten en diensten. Tevens werd de verhoogde interesse en druk van de aandeelhouders rond dit thema gezien als een motivatie om actie te ondernemen.

Op hetzelfde moment publiceerde het Nieuwsblad de resultaten van een studie uitgevoerd door Indigov, in opdracht van softwareleverancier SAP. Deze resultaten zijn gebaseerd op een enquête onder 648 grote en kleinere Belgische bedrijven. Het contrast tussen Belgische en grote buitenlandse bedrijven is opmerkelijk. Zo vond niet minder dan 57 procent van de ondervraagde Belgische ondernemingen dat duurzaamheid slechts een modeverschijnsel is.

Bij amper een op de vier bedrijven heeft het onderwerp duurzaamheid ooit op de agenda van de directieraad gestaan. Minder dan een op vijf heeft iemand in de rangen die een duurzaamheidsbeleid uitstippelt.. Bij die zeldzame Belgische bedrijven die wel duurzaamheidgerelateerde maatregelen hebben genomen, zijn kostenbesparingen de voornaamste drijfveer. De tweede belangrijkste motivatie is het bedrijfsimago. Indigov heeft wel aangegeven dat de resultaten voor grotere Belgische bedrijven minder schrijnend zijn dan die voor de kleinere bedrijven.

Vorige week voerde Jobat nog een andere studie uit bij meer dan 6000 respondenten. Daaruit blijkt dan weer dat 9 op de 10 werknemers het belangrijk vinden dat het bedrijf waarvoor ze werken milieubewust denkt en handelt. Niet minder dan 6 op de 10 sollicitanten houdt rekening met de aanwezigheid van een doordachte ecostrategie en milieubewustheid om al dan niet bij een bedrijf te solliciteren.

We kunnen hier drie zaken uit concluderen, die telkens een negatieve impact zullen hebben op de economie en de kansen voor onze bedrijven. Ten eerste: meer dan de helft van de Belgische bedrijven stelt zich, door een gebrek aan inzicht in het belang van duurzaamheid, bloot aan potentiële bedreigingen en mist een strategie om in te spelen op de potentiële opportuniteiten die een doordachte duurzaamheidsstrategie biedt.  Ten tweede: meer dan de helft van de werkgevers zien het belang niet van een duurzaamheidstrategie voor het aantrekken en behouden van talent. Ten derde blijkt dat grote globale bedrijven gemiddeld wél veel meer aandacht hebben voor duurzaamheid, zowel als opportuniteit als bedreiging.

Als concurrenten een toekomstgerichte strategie hebben, en meer dan de helft van de Belgische ondernemingen duurzaamheid een modeverschijnsel noemt, hebben we een groot probleem.

Kostenbesparingen (energie-efficientie, papierverbruik, wagenpark) zijn belangrijk en komen veelal neer op gezond verstand bedrijfsvoering. Daar is niets fout mee. Het realiseren van nieuwe opportuniteiten onder de vorm van nieuwe producten en diensten is minstens zo belangrijk voor de langetermijnstrategie van een onderneming. Hier de boot missen kan desastreuze gevolgen hebben. Niet alleen het hoe is belangrijk, op termijn primeer het wat.

Een aantal federaties die zogezegd de belangen verdedigen van hun bedrijfsleden zouden er goed aan doen zich toe te leggen op het ondersteunen van hun leden bij het opzetten en uitrollen van wel doordachte duurzaamheidstrategieën. Vandaag zien wij het nog bijna dagelijks dat bedrijfsfederaties achterhoedegevechten leveren tegen duurzaamheidinitiatieven in de domeinen van fiscaliteit, mobiliteit, energie, materiaalkringlopen, enz….

Minimalistisch bekeken is duurzaamheidbeleid niets minder dan de langetermijn risicomanagementstrategie van een onderneming. Tijd om de mouwen op te rollen en samen te vechten voor die zaken die voor onze ondernemers en werknemers het verschil gaan maken. Diegene die het schoentje past, trekke het aan: een ommezwaai van 180˚ , aub. Als u het niet doet, doen uw concurrenten het. Dat zou pas een modeverschijnsel zijn.

Kristof Debrabandere

Meer info: 

- Ernst & Young studie: Action amid uncertainty: the business response to climate change. http://www.ey.com/Publication/vwLUAssets/Action_amid_uncertainty/$FILE/Action_amid_uncertainty.pdf

- Jobat studie: http://www.jobat.be/lib/pdf/Jobat-Groene-werkgever-20090620.pdf

- Nieuwsblad artikel over Indigov studie: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20100609_040

reacties2 reacties

aanpasdatum17 juni 2010 | Kristof Debrabandere

De religieuze koffiemolens van Dedecker

thema’sKlimaat & energie, Duurzame ontwikkeling, Milieu & politiek, Milieubeweging

18/05
2010

Op maandag 18 mei mocht ik aanzitten aan de tafel van Phara. Een hele eer. Het thema was ook best grappig. ‘Is ecologisme de nieuwe religie?’, was de vraag. Jean-Marie Dedecker – of all people! – bracht de originele gedachte aan. Ik mocht dus als pastoor van de nieuwe religie gaan uitleggen hoe wij tegenwoordig omgingen met het eco-doopsel, de bio-sacramenten en de duurzame tenhemelopneming.

 

Het is me niet gelukt. Wat zich als een spirituele dialoog aankondigde, ontwikkelde zich al snel tot een cursus Dedeckeriaanse dialectiek. Zo leerde ik dat het Orakel van de middenkust “ook tegen CO2 in de lucht” is en “voor het milieu” en “tegen verbranden van olie”. Maar, en daarin was Jean-Marie echt onnavolgbaar: “ge moogt dat tegen de mensen niet zeggen”. Want tegen de mensen zeggen dat er een klimaatprobleem is, dat maakt de mensen bang. Waaruit ik meende te mogen afleiden dat Jean-Marie eerder gediend is met de domme mens, dan met de bange mens. Mijn welgemeende pogingen om hem uit te leggen dat het misschien niet zozeer de bedoeling moet zijn om mensen bang te maken, maar eerder om ze slim te maken, zodat ze kiezen voor groene energie, maakte weinig indruk. “Ge moet de mensen de waarheid zeggen”, herhaalde hij stelselmatig. “Dat gaat allemaal veel te veel kosten!”. Ik dacht nog: “Jean-Marie, zeg dat toch niet zo luidop, ge gaat de mensen bang maken”, maar hij ging zo op in zijn betoog, dat hij mijn uitgestoken hand niet greep. Er was ook iets met de Chinezen die binnenkort allemaal met een auto zouden rijden en met Afrikanen, maar in die religies ben ik minder thuis, dus daar heb ik mij niet aan gewaagd.

Gelukkig kwam Jean-Marie na een tijdje terug op voor mij vertrouwd terrein. “Gij wilt de zee vol koffiemolens plaatsen, maar dat is larie. Ik heb het ware geloof! Ik geloof in kernenergie”, riep hij devoot uit en sloeg zijn ogen ten hemel. Ja, daar kon ik echt niets tegen inbrengen. Dus neen, Phara, ecologisme wordt niet de nieuwe religie. Koffiemolens! En dat in het tijdperk van de Senseo. Het lukt ons nooit.

Jan Turf

Wie het religieuze onderonsje gemist heeft, kan  het nog eens herbekijken via deze link.

reacties1 reactie

aanpasdatum18 mei 2010 | Jan Turf

Waarom België zo slecht scoort op de EPI-index

thema’sWater, Verkeer, Klimaat & energie, Lucht, Landbouw, Afval, Duurzame ontwikkeling, Ruimte en natuur, Milieu & gezondheid, Wetten en regels, Milieu & politiek, Consumenten, Milieubeweging

14/05
2010

Waarom België zo slecht scoort op de EPI-index Op de ‘Environmental Performance Index’ (EPI), die jaarlijks wordt gepubliceerd door de universiteiten van Yale en Columbia, is ons land verder weggezakt. Waar we vorig jaar nog op plaats 57 stonden, landen we nu onzacht op plaats 88. DE EPI geeft ook de ‘pijnpunten’ aan: we doen het ontzettend slecht inzake waterkwaliteit en luchtkwaliteit. Ook op vlak van klimaat scoren we ondermaats. En biodiversiteit is al helmaal om te huilen. Net als de voorbije jaren wuiven de diverse ministers  van leefmilieu die ons land rijk is, met het argument dat ‘kleine landen benadeeld worden’ in de index. Het argument is correct, maar weinig ter zake doend. Of het zou moeten zijn dat ons land spectaculair zou zijn gekrompen het voorbije jaar, om de vrije val te verklaren.  

In werkelijkheid geeft de score het gebrek aan milieubeleid van de voorbije 10 jaar weer. Op heel wat indicatoren, zo blijkt ook uit Mira-T, is de milieukwaliteit in Vlaanderen in de tweede helft van de jaren ’80 gevoelig verbeterd, waarna er een stagnatie optrad. Onder de vorige legislatuur werd er onder mom van ‘no gold plating’ beslist om geen eigen, aan Vlaanderen aangepast, milieubeleid te voeren, maar zich tevreden te stellen met het halen van de Europese minimumnormen. Maar zelfs die minima worden niet gehaald, noch inzake fijn stof, noch inzake verzurende emissies, noch inzake waterkwaliteit.

De nieuwe regering Peeters heeft er zich toe geëngageerd om het roer om te gooien en wil onder meer inzetten op betere waterkwaliteit, minder fijn stof en meer hernieuwbare energie. Dat werd afgesproken in het Pact 2020. Het is nog te vroeg om de resultaten van dit nieuwe beleid te kunnen meten. Maar erg geruststellend zijn de eerste signalen niet. Zo lijkt het beleid inzake ruimtelijke ordening volledig te ontsporen: in plaats van stadskernvernieuwing, inbreiding en beschermen van de open ruimte, zien we vooral dat heel wat open ruimte wordt aangesneden voor nieuwe (overbodige en slecht gelegen) bedrijventerreinen, woonuitbreidingsgebieden en bijkomende wegen. Het resultaat van dit alles: meer versnippering, meer verkeer en een verdere degradatie van onze leefomgeving.

Het is echt de hoogste tijd om te bezinnen. 

Meer info: Environmental Performance Index 2010

reactiesreageer

aanpasdatum14 mei 2010 | Jan Turf

SOS Etienne

thema’sDuurzame ontwikkeling

17/03
2010

Professor Etienne Vermeersch was de voorbije dagen niet uit de media te branden. Eerst maakte hij zijn opwachting in Terzake om er zijn visie op het hoofddoekendebat te geven, daarna kreeg hij een podium in Peeters en Pichal om er te waarschuwen voor het onbeperkte voortplantingsgedrag van de Mens. Vermeersch was er weerom zijn genuanceerde zelf: de Mens moet ophouden met zich voort te planten, zo niet goedschiks, dan maar kwaadschiks, was zowat de kern van zijn betoog.

We moeten deze gepensioneerde moraalfilosoof dankbaar zijn. Door te pleiten voor gedwongen geboortebeperking, stelt hij de zaken op scherp. En laat hij ons toe om ook scherp te antwoorden: Professor, uw stelling raakt kant noch wal. Ten eerste: uw bewering dat de mensheid per generatie zal verdubbelen is inderdaad enkel verkoopbaar in de kleuterschool. Elke demograaf zal u uitleggen dat het kindertal afneemt naargelang de welvaart en het onderwijsniveau stijgen. De Verenigde Naties gaan ervan uit dat we in de richting gaan van 9 miljard mensen op aarde tegen 2050, waarna de bevolkingsgroei zich zou stabiliseren. Is die inschatting juist? Het is in elk geval onze ‘best guess’. Beter dan die van u in elk geval, die van de volstrekt hypothetische gedachte uitgaat dat elk koppel op aarde 4 kinderen zal krijgen. Waar haalt u het trouwens uit?

Maar nu even ernstig. Wat is het echte probleem? Het echte probleem is de vraag of wij met 9 miljard mensen op aarde de planeet leefbaar kunnen houden. Neen, zegt professor Vermeersch. En hij heeft daar wel een punt: indien 9 miljard mensen de ecologische voetafdruk van de huidige Westerling produceren, dan gaat onze planeet er onherroepelijk aan. Dat geldt trouwens ook voor 8 miljard, 7 miljard, 6 miljard, 5 miljard, …

Nu kun je aan de druk op onze planeet twee zaken doen: ofwel zorg je dat er minder mensen zijn, ofwel zorg je er voor dat de ecologische voetafdruk van elke mens gevoelig kleiner wordt. Vermeersch kiest voor het eerste. Wij wensen hem veel succes, maar tenzij hij een werelddictatuur instelt, met inbegrip van Endlösungspraktijken, zal hij er niet in slagen om het aantal aardbewoners gevoelig te verminderen. Hij gaf trouwens zelf aan dat je met onze huidige levenswijze maximum 1 miljard mensen op aarde zou mogen overhouden. Begin er maar aan.

Het alternatief is veel eenvoudiger: verminder de ecologische voetafdruk van elke aardbewoner. Begin met onze energieconsumptie en energieproductie drastisch te wijzigen. Enkel nog energie uit hernieuwbare bronnen, gecombineerd met een spectaculaire verbetering van de energie-efficiëntie en plots krijg je een factor 10-effect. (Met bevolkingsvermindering krijg je dat pas als je het aantal aardbewoners herleid tot 700 miljoen!).

Kies daarnaast voor een doorgedreven ‘cradle-to-cradle’ benadering, waardoor onze natuurlijke rijkdommen bewaard worden en de mensheid gaat nog een eeuwigheid mee.

Ik weet het, het is allemaal een beetje kort door de bocht. Maar ik was vorig jaar in China. Ik heb ze ontmoet, de ‘niet-bestaande’ kinderen, die officieel nooit geboren zijn. Toegegeven: hun ecologische voetafdruk is klein. Ze hebben geen recht op onderwijs, want ze bestaan niet. Ze hebben geen recht op medische verzorging, want ze bestaan niet. Ze hebben geen enkel recht. Zelfs niet het recht op leven. Maar dat, geachte professor, is niet uw zorg.

reacties6 reacties

aanpasdatum17 maart 2010 | Jan Turf

Hoe meer rijstroken, hoe meer verkeer …

thema’sVerkeer

12/02
2010

Elke dag regent (of sneeuwt) het nieuwe plannen om onze autowegen uit te rusten met extra rijstroken. E131, E40,  Brusselse  Ring: zodra er fileleed te bespeuren valt klinkt de roep om extra rijstroken luid op. Logisch? Zo lijkt het toch. Effectief? Allerminst. Bijkomende rijstroken hebben op termijn maar één effect: meer verkeer, meer uitstoot en … meer files.

Het voorbeeld van de Londense ringweg bewijst dat het aanleggen van nieuwe infrastructuur geen oplossing is voor verkeersdruk. Zes maand na de opening ervan, was het verkeersvolume al met bijna 10 procent gestegen. Enkele jaren later slibde de weg al  dicht met files. Reden? Tot 110 procent van de verkeerstroom was nieuw, extra verkeer. Modellen en prognoses hadden dit extra verkeer niet voorzien.

Je zou natuurlijk kunnen denken dat Londen een uitzondering vormt. Niets is minder waar.  Uitbreiding van de infrastructuur kan op langere termijn leiden een aanzienlijke toename van het verkeersvolume, zo blijkt uit tal van studies. Een extra rijstrook betekent op korte termijn een stijging van 15 à 20 procent van het verkeer, op lange termijn kan het oplopen tot 30 à 50 procent extra wagens. Dus naast meer congestie, worden er ook meer broeikasgassen uitgestoten.

Maar hoe zit dat dan met de studie, waar minister Crevits naar verwijst, en die zou pleiten voor een extra rijstrook op de E313? Die studie geeft inderdaad aan dat er op korte termijn een (beperkte) tijdswinst valt te boeken door het aanleggen van een extra strook. Vooral voor de Antwerpse ring zou dit een ontlasting kunnen betekenen. Maar de studie neemt het nieuwe verkeer - met uitzondering van mensen die het openbaar vervoer vaarwel zeggen - niet in rekening. Zo klopt het natuurlijk: als je slechts marginaal meer wagens over meerdere stroken laat rijden, dan vlot de doorstroming beter. Maar daar zit nu net het probleem: zodra er meer ruimte is komen er meer wagens.

Is er dan geen oplossing? Gek genoeg is die er wel. En zo mogelijk nog gekker: ze staat in dezelfde studie, die minister Crevits aanhaalt. Bij de eenvoudige invoering van een slimme kilometerheffing zou het resultaat dubbel zo goed zijn, als bij het aanleggen van een bijkomende rijstrook.

Nederlandse studies geven aan dat instrumenten als de slimme kilometerheffing, de congestie met 50 procent kan verminderen. Bovendien hebben fiscale maatregelen meer potentie om bij te dragen aan een innovatieve, competitieve economie.  

Het is dus zeer belangrijk dat de overheid bij infrastructuuringrepen een maatschappelijke kosten-baten analyse uitvoert. De elementen die in zulke analyse onderzocht moeten worden, liggen voor de hand. Zowel het Vlaams regeerakkoord als het Pact 2020 tonen de weg: minder fijn stof, minder CO2, minder geluidsoverlast door het verkeer, een modal shift in het woon-werkverkeer en een betere doorstroming. Hoe meer rijstroken, hoe verder we van deze doelstellingen verwijderd zijn. Vraag is of het doorlopende gehuil van Touring en co – tegen snelheidsbeperkingen, tegen maatregelen ter bevordering van de verkeersveiligheid, tegen strenge normen voor propere wagens, tegen slimme kilometerheffing, tegen regen, tegen sneeuw, tegen dit en tegen dat – het van de doelstellingen van het Pact 2020 haalt. Wij hopen van niet.

reactiesreageer

aanpasdatum12 februari 2010 | Bruno Van Zeebroeck

Miljoenen weggesluisd naar MYRRHA?

thema’sKlimaat & energie

22/01
2010

Vorige week verscheen een rapport van een groep experten van de OESO over de wetenschappelijke waarde van het MYRRHA-project van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol. Met MYRRHA (Multi-purpose hybrid research reactor for high-tech applications) plant het SCK de bouw van een internationale onderzoeksinfrastructuur, met een nieuwe testreactor voor de zogenaamde ‘vierde generatie kerncentrales (Gen IV)’, een fata morgana van de nucleaire industrie.

Volgens het rapport is MYRRHA een ‘innovatief en opwindend project dat uniek zal zijn in de wereld’. Klimaatminister Paul Magnette lijkt nu op basis van dit rapport middelen te willen vrijmaken voor het MYRRHA. Nochtans zijn er nog een aantal vragen die onbeantwoord blijven.

De 'reactoren van de 4de generatie' of Gen. IV zijn geen duidelijk omschreven technologie. Deze reactoren bestaan enkel op papier, en het is erg onzeker of ze realiseerbaar zijn. Er zijn immers nog tal van technische problemen die overwonnen moeten worden. Een ware fata morgana die maar één zekerheid kent: een groot proliferatierisico. In ‘4e generatie’ kernreactoren wil men namelijk technologieën ontwikkelen om plutonium te  produceren en te scheiden. Dit zal de afstand tussen burgerlijke en militaire toepassingen verkleinen en de kans op nucleair terrorisme dramatisch vergroten.

En dan is er het kostenplaatje. In 2010 zou in eerste instantie 12 miljoen euro uit onze begroting moeten gevist worden. Een bedrag dat nog peanuts is vergeleken met wat er de volgende jaren naar MYRRHA zou moeten vloeien. De kostprijs van Gen IV is bovendien erg onzeker: het is onduidelijk hoeveel tijd en geld het zal kosten om de reactor te ontwikkelen.De uiteindelijke kostprijs zou op het einde van de rit de bouw ervan kunnen verhinderen.

De geschiedenis herhaalt zich. In de jaren ’80 maakte toenmalig minister van Wetenschapsbeleid Verhofstadt de strategische vergissing om de financiële steun voor windenergie te stoppen en in plaats daarvan de Kalkar kweekreactor te financieren. Het Kalkar project mislukte en werd een pretpark. Hierdoor verloor België haar positie als wereldleider op het vlak van windenergie en verspilde een slordige 600 miljoen euro.

De miljoenen euro’s die naar het SCK zouden gaan voor onderzoek naar 4de generatie reactoren, zouden we veel beter besteden aan de echte oplossingen, met name energiebesparing en hernieuwbare energie. Het nucleair onderzoek in ons land (grotendeels betaald door de belastingbetaler) zou zich beter bezighouden met het oplossen van de enorme problemen van kernafval en nucleaire veiligheid in plaats van er nieuwe nucleaire problemen bij te creëren.

reactiesreageer

aanpasdatum22 januari 2010 | Sara Van Dyck

De schande van Kopenhagen

thema’sKlimaat & energie

23/12
2009
Twee weken lang kon u hier elke dag de gebeurtenissen in Kopenhagen op de voet volgen, dankzij de blogs van BBL-beleidsmedewerker Sara Van Dyck, de laatste week versterkt met de scherpe analyses van BBL-voorzitter Hans Bruyninckx. Als de top van Kopenhagen een mislukking was, dan lag het in elk geval niet aan een gebrek aan inzet van de milieubeweging. De werkelijke oorzaak van de mislukking lag ongetwijfeld bij het gebrek aan ambitie van de westerse landen en bij de angst voor een rem op de economische ontwikkeling bij de belangrijkste groeilanden. Wellicht was het wantrouwen tussen Europa en de groeilanden nooit zo diep. De komende maanden zullen we nood hebben aan een open, eerlijke en grondige analyse van de oorzaken en gevolgen van de mislukking. Zonder zulke analyse zullen we de klimaattrein niet terug op de sporen te krijgen. Iedereen zal ook de moed moeten hebben om in eigen boezem te kijken. Bond Beter Leefmilieu wil in elk geval mee bijdragen tot deze analyse. We nodigen de andere partijen – vakbonden, bedrijven, noord-zuidbeweging, administraties, politiek, … - uit om de oefening ook te maken en de inzichten te delen.

reactiesreageer

aanpasdatum23 december 2009 | Jan Turf