Home > Milieublog
Milieublog: laatste berichten
Het Europees parlement stemde vorige week een ingreep in de Europese emissiehandel (ETS) weg. Nu het stof is gaan liggen, wordt duidelijk dat daarmee niet alleen het Europese maar ook het Vlaamse klimaatbeleid op losse schroeven komt te staan. Waarom staken vijf Vlaamse Europarlementsleden een stok in het wiel? Vorige week stemde het Europees Parlement nipt een voorstel weg om emissierechten vertraagd te veilen (backloading). Die ingreep zou tijdelijk het overaanbod aan rechten verminderen en de prijs ervan ondersteunen. Ze vond geen meerderheid in het parlement. Momenteel kost het industriële installaties en elektriciteitscentrales zo goed als niets meer om broeikasgassen uit te stoten. Rechten om een ton CO2 uit te stoten, worden geveild aan de prijs van een koffie. Daardoor verdwijnt de impuls om emissies terug te dringen. De cruciale stemming ondermijnt niet alleen het Europese klimaatbeleid. De Vlaamse overheid rekende er op dat de veiling van emissierechten jaarlijks 100 miljoen euro zou opleveren. Met die euro’s wilde Vlaanderen gezinnen en ondernemingen ondersteunen, bijvoorbeeld als ze werk maken van energiebesparing. Aan de huidige prijs van emissierechten zal er minder dan 50 miljoen euro in het Vlaamse klimaatfonds terecht komen. Om werk te maken van een krachtig beleid is minstens vijf maal zo veel nodig. De meeste Vlaamse Europarlementsleden stemden voor een sterker klimaatbeleid, van Bart Staes (Groen) over Jean-Luc Dehaene (CD&V) tot Guy Verhofstadt (Open VLD). Ze legden de duimen tegen een kleine meerderheid van conservatieve en eurosceptische parlementsleden, voornamelijk uit Oost-Europa. In hun gelederen vinden we ook vijf Vlamingen terug. Frank Vanhecke, Philip Claeys (Vlaamse Belang), Dirk-Jan Eppink (Lijst Dedecker), Annemie Neyts (Open Vld) en Mark Demesmaeker (N-VA). Vooral Demesmaeker verbaast met zijn stemgedrag. Niet alleen steunt de Vlaamse regering waar de N-VA deel van uitmaakt de maatregel die Demesmaeker wegstemde. Hij zorgde er ook voor dat Vlaanderen een pak minder geld heeft voor haar beleid. Mathias Bienstman
Daar kunnen goede redenen voor zijn. Demesmaeker verduidelijkt zijn keuze in een persbericht: “Een lage prijs betekent niet noodzakelijk dat de emissiehandel niet werkt. Het is bewust opgezet als een marktsysteem, het is niet aan de Europese Commissie om de prijs op te leggen.” Verder vindt hij dat het vertraagd in omloop brengen van emissierechten in economisch moeilijke tijden “instabiliteit zou creëren en het investeringsvertrouwen ondermijnen.”
28 april 2013 | Mathias Bienstman
Verkeer, Ruimte en natuur, Wetten en regels, Milieu & politiek
28 april 2013 |
Paasmaandag zorgde voor ideale weersomstandigheden voor groene stroom. Zon en wind leverden samen 30% van de totale elektriciteitsvraag. Het groeiend marktaandeel van hernieuwbare energie wordt helaas maar wat graag aan de schandpaal genageld. De ene dag als oorzaak van peperdure elektriciteitsrekeningen omwille van de groenestroomcertificaten of het bijbetalen voor stroomoverschot. De volgende dag als de schuld van tè goedkope stroom die de gascentrales wegconcureert. De oorzaak van de discussie? Groene stroom levert een reële bijdrage aan onze energievoorziening, maar we blijven het beschouwen als een leuk extraatje. Het is tijd om met een andere blik naar groene stroom te kijken. Vandaag vormt kernenergie de basis van ons elektriciteitssysteem. Andere stroombronnen moeten dansen naar de pijpen van deze oude reus. Eerst nemen we elektriciteit af van de kerncentrales en dan pas van andere energiebronnen. Als we kiezen voor 100% hernieuwbare energie in de toekomst moeten we de rollen omdraaien. Eerst gebruiken we alle groene stroom, dan pas komen andere energiebronnen aan zet. Kernenergie staat in de weg van de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. De productie van de centrales kan amper afgestemd worden op het feitelijke energieverbruik en de permanent geleverde hoeveelheid wordt daarom gegarandeerd afgenomen door het net. Dat stugge karakter staat haaks op de flexibele aard van hernieuwbare energiebronnen die geen CO2 uitstoten én onze kinderen niet opschepen met een zware erfenis van langlevend nucleair afval. Hernieuwbare energie verdient daarom de centrale rol in het elektriciteitssysteem. Aangezien groene stroom na het afbetalen van de investering gratis is, niet milieu-belastend en enkel afhankelijk van de wisselvalligheid van de weergoden, komt het voordeel van gegarandeerde afname toe aan hernieuwbare energie. Andere installaties vullen vervolgens het gebrek aan, in functie van de vraag. Rol van gascentrales behouden Flexibele aardgascentrales spelen in de overgang naar dat nieuw energiesysteem een cruciale rol, namelijk om de periodiciteit van hernieuwbare energie op te vangen. Zij kunnen gemakkelijk worden afgestemd op de elektriciteitsvraag. De redenering dat hernieuwbare energiebronnen een dreiging vormen door overcapaciteit op het net, kan dan ook overboord. Een dergelijk scenario kan zich alleen voordoen zolang we groene energie beschouwen als een ‘leuk extraatje’. Omgekeerde logica Eens de investering afbetaald is, levert hernieuwbare energie goedkope elektriciteit, zonder brandstof- of andere variabele kosten. Bij ideale weersomstandigheden de productie stilleggen van goedkope energie of de consument laten betalen voor stroomoverschot is de logica op zijn kop. De samenleving draagt de kosten om hernieuwbare energie mogelijk te maken. De baten van goedkope stroom komen dus ook toe aan diezelfde burger.
4 april 2013 | Jonathan Lambregs
Duurzame ontwikkeling, Milieubeweging
Na amper zes maanden bood Philippe Maystadt deze week zijn ontslag aan als voorzitter van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO). De FRDO geeft adviezen aan de Belgische federale overheid over het federale beleid voor duurzame ontwikkeling. De beslissing valt na de zoveelste botsing van Philippe Maystad met het VBO en hij voelt dat hij hun vertrouwen kwijt is en zijn rol niet meer correct kan vervullen. Dit is een erg betreurenswaardige beslissing, die als enig voordeel heeft dat ze een aantal zaken op scherp stelt.
Bij zijn aantreden aan het hoofd van de FRDO in september 2012 verklaarde Philippe Maystadt: ”De federale Raad moet het debat stimuleren en verder gaan dan algemeenheden. En dat zal botsen met bepaalde conservatieve krachten”. En zo geschiedde. Zelfs het vastleggen van de prioriteiten van de Raad voor de komende vijf jaar werd een twistpunt waar geen consensus over werd gevonden.
Philippe Maystadt had de intentie en ambitie om zijn schouders mee te zetten onder belangrijke maatschappelijke debatten die thuishoren op de agenda van de FRDO. Vergroening van fiscaliteit, een lange termijnvisie op een duurzaam energiebeleid, groene, inclusieve en slimme groei, eerlijke verdeling van hulpbronnen, …
De FRDO is het enige forum in België waar naast de economische en sociale dimensies ook ecologische overwegingen en Noord-Zuidkwesties aan de orde zijn. Het leidt tot complexe maar boeiende debatten, met vele partners rond de tafel. Maar de VBO vertegenwoordigers binnen de FRDO bleken nog amper mandaat te krijgen om zich met deze thema’s bezig te houden. Ook binnen sommige geledingen van de vakbonden leek dat overigens geen evidentie.
Grote debatten over een duurzame welvaart kunnen onmogelijk losgekoppeld worden van prangende kwesties zoals duurzamer omgaan met hulpbronnen en grondstoffen en het herstel van het ecologische evenwicht. Dat is ook het inzicht waarmee Philippe Maystadt terugkeerde na een jarenlange inzet aan de top van Europese en internationale instellingen. Tot zijn frustratie bleek dat inzicht in België nog geen evidentie. Zowel politici als sociale partners hebben veel moeite om ecologische elementen structureel te integreren in hun denken. Ze blijven uitgaan van een strikte sociaaleconomische logica, die vooral inzet op zaken zoals competitiviteit en behoud van koopkracht, als enig medicijn tegen de huidige maatschappelijke uitdagingen. De behoudsgezinde krachten voeren daarbij de boventoon. Nochtans bestaat er bij zowel werkgevers als werknemers ook een achterban die er alle belang bij heeft om aan deze strikte sociaal economische een ecologische dimensie toe te voegen. Dat deel van de achterban ziet in dat het behoud van competitiviteit (werkgevers) of koopkracht (werknemers) enkel duurzaam kan zijn indien er bijvoorbeeld ook aandacht gaat naar de afbouw van milieuschadelijke subsidies, naar veel sterkere stimuli voor energiebesparing, naar impulsen aan de sector van hernieuwbare energie…
Zolang beleidsmakers deze thema’s niet expliciet bovenaan de agenda plaatsen zal hier weinig verandering in komen. Maar als de sociale partners het geluid van hun toekomstgerichte achterban niet meer laten weerklinken zullen politici niet geneigd zijn stappen te zetten. Een impasse dus?
De milieubeweging roept alle leden van de FRDO op om de huidige impasse te doorbreken en open en constructief van gedachten te wisselen over de duurzame ontwikkeling in al zijn dimensies.
28 maart 2013 |
Maandenlang heeft Joke Schauvliege aan hun mouw getrokken. Van alles heeft ze geprobeerd: ronde tafels waar de vakministers hun voorstellen zouden presenteren, extra middelen, extra tijd,… niets heeft geholpen. Haar collega’s op landbouw, mobiliteit en economie bleven stoïcijns doof. Afgelopen vrijdag 1 februari werd Joke Schauvliege dan het veld ingestuurd om het resultaat van dit miserabel parcours bekend te maken: een Vlaams klimaatbeleidsplan ver beneden de lat. En dat besefte ze maar al te goed. Minimale communicatie over een minimaal plan. Dat de media het plan amper oppikten kwam haar goed uit. De schade bleef beperkt.
Onze regering baarde een klimaatbeleidsplan vol kunstgrepen, ondoordachte maatregelen en halve waarheden, om de werkelijkheid zoveel mogelijk te maskeren: Vlaanderen haalt haar klimaatdoelstellingen tegen 2020 in de verste verte niet. Deze regering heeft bitter weinig ambities voor haar klimaatbeleid. Ze verdedigt enkel de status quo in het transport- en landbouwbeleid. Haar grootste zorg is om de competitiviteit van gevestigde bedrijfssectoren te vrijwaren. En de schaarse middelen daaraan te besteden. Dit is een gok die Vlaanderen zeer zuur kan opbreken. De regering verzuimt om voluit te investeren in nieuwe competitieve groene sectoren, terwijl ze geen enkele impact heeft op de beslissingen van de hier gevestigde multinationals. Kijk maar naar Ford en Arcelor Mittal. Tegelijk zadelt ze Vlaanderen op met een koolstofschuld die alleen maar zal toenemen. Hoe gaan ze dat ooit uitleggen?
7 februari 2013 |
Verkeer, Klimaat & energie, Lucht
De studies die de schade van dieseluitlaatgassen voor mens en milieu aantonen, stapelen zich op. Toch stuurt de federale fiscaliteit nog altijd richting diesels in het bedrijfswagenpark. Vlaanderen toont nú al aan dat het anders kan. Een vergroende voertuigfiscaliteit moet niet enkel naar zuinige wagens sturen, maar moet ook voor minder luchtvervuiling zorgen.
Voorbije zomer verhoogde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de classificatie van dieseluitlaatgassen van ‘mogelijk kankerverwekkend’ naar ‘kankerverwekkend’ . De uitlaatgassen komen daarmee in de meest schadelijke categorie, samen met asbest of cyanide. Christophe Portier, een expert die betrokken was bij de beslissing, verduidelijkte aan het nieuwsagentschap Reuters: “De groep experten is het er unaniem over eens: dieseluitlaatgassen veroorzaken longkanker. We moeten onze blootstelling eraan beperken.” Voor alle duidelijkheid: bij een gezondheidskuur moet u zich evenmin achter een benzinewagen plaatsen. Benzinewagens met directe injectie stoten bijvoorbeeld veel ultra fijn stof uit. Maar vooralsnog schaalt de WHO het gevaar van benzine uitstoot nog een categorie lager in dan die van diesel.
De Europese Unie legt steeds striktere euronormen op voor nieuwe voertuigen. Die hebben al tot een verbetering geleid: nieuwe wagens vervuilen minder. Toch is er een opvallend verschil tussen diesel- en benzinewagens. Niet alleen mogen dieselwagens die momenteel op de markt komen driemaal zo veel stikstofoxiden (NOx) uitstoten als benzinewagens. Verschillende studies tonen aan dat de uitstoot van stikstofoxiden door dieselauto’s de norm in realistische rijomstandigheden ver overschrijdt. Dit in tegenstelling tot benzinewagens. Zelfs de dieselwagens die in de toekomt op de markt zullen komen -EURO-6 norm, die verplicht wordt vanaf 2014 – halen volgens de eerste tests de wettelijk vastgelegde uitstootlimieten niet. Mede door de hoge NOx uitstoot van dieselwagens overtreedt Vlaanderen in haar steden en langs snelwegen de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide.
Toch lezen we regelmatig krantenkoppen zoals “Verkoop milieuvriendelijke wagens met bijna de helft gedaald” wanneer de verkoop van dieselauto’s terugvalt. De reden: diesels hebben gemiddeld genomen een iets lagere CO2-uitstoot per kilometer dan benzinewagens. Wie de impact op mens en milieu van uitlaatgassen reduceert tot de CO2-uitstoot komt tot zulke misleidende berichten. Maar zelfs dat laatste voordeel van dieselauto’s staat nu op losse schroeven. Recent onderzoek toont aan de “black carbon”, waaronder dieselroet, driemaal slechter is voor het klimaat dan eerder gedacht. De deeltjes houden warmte vast en zorgen ervoor dat sneeuw en ijsvlaktes minder zonlicht weerspiegelen. Black carbon zou na CO2 van alle menselijke vervuiling het meest de klimaatopwarming veroorzaken. Kortom, het minieme klimaatvoordeel van dieselwagens staat ook op losse schroeven.
In België komen bijna de helft van de wagens als bedrijfswagen op de markt. Het overgrote deel daarvan zijn dieselwagens. De Standaard berichtte dat van de 8.000 nieuwe bedrijfswagens die Athlon Car Lease in 2012 inschreef, 97,5 procent dieselwagens zijn. Dat komt in grote mate doordat de federale overheid bedrijfswagens met een lagere CO2-uitstoot bevoordeelt, maar geen rekening houdt met de luchtvervuiling die ze veroorzaken. Bedrijven kunnen bij aankoop van een diesel een hoger bedrag inbrengen in de vennootschapsfiscaliteit. De Vlaamse overheid heeft die benadering al losgelaten. Met de Belasting op In Verkeersstelling (BIV) stuurt ze niet alleen naar zuinige wagens, maar ook naar minder luchtvervuiling (NOx, fijn stof enz.). Waarop wacht de federale overheid om een kleine aanpassing in de bedrijfswagenfiscaliteit door te voeren? De afschaffing van een federale CO2 premie heeft er bijvoorbeeld al toe geleid dat er minder diesels verkocht worden aan particulieren. Maar toch moedigt diezelfde overheid in de bedrijfswagenmarkt nog steeds de aankoop van voertuigen aan die volgens een betrouwbare maatstaf zoals de ecoscore het minst milieuvriendelijk zijn.
Mathias Bienstman (beleidsmedewerker klimaat, Bond Beter Leefmilieu), Dirk Avonts (professor Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, Universiteit Gent), Bruno De Borger (Gewoon Hoogleraar Economie en Transporteconomie, Universiteit Antwerpen), Tobias Denys (Projectverantwoordelijke, Onderzoeksteam Transport & Mobiliteit, VITO) Christophe Depamelaere (Sportarts), Marc Goethals (Cardioloog, OLV Ziekenhuis Aalst), Miguel Vertriest (beleidsmedewerker Netwerk Duurzame Mobiliteit),
25 januari 2013 | Mathias Bienstman
Vorige week woensdag vroegen verschillende Vlaamse parlementsleden aan minister Schauvliege waar het lang verwachte Klimaatbeleidsplan 2013-2020 blijft. De minister antwoordde onder meer “Het is belangrijk dat het een goed plan is, dat goed onderbouwd is. Dat is ook wat verenigingen, waaronder de Bond Beter Leefmilieu (BBL), uitdrukkelijk aan ons gevraagd hebben. Ze stellen dat het niet geeft dat het iets langer duurt, als het maar goed onderbouwd is. Daar zijn we op dit moment mee bezig.”
Iets later verwoordde de minister dezelfde boodschap nog krachtiger: “Ik weet wat er leeft. Ik heb met de BBL rond de tafel gezeten. Ze hebben me in december heel uitdrukkelijk gezegd dat ze liever hebben dat het plan budgettair goed onderbouwd is en dat ik nog even de tijd neem in plaats van het snel-snel op de tafel van de Vlaamse Regering te leggen. Ik kan u alleen maar vertellen wat de BBL op dat moment heeft verklaard.”
BBL stelt vast dat onze boodschap over de noodzaak aan een goed en geloofwaardig klimaatbeleidsplan is overgekomen. Met een extra uitstel van een maand heeft de minister nu geen enkel excuus meer. Ze moet nu komen met een goed plan met bijkomende, doeltreffende reductiemaatregelen voor de komende periode. Wij zijn dan ook bijzonder benieuwd. Vooral in de sectoren landbouw en transport was er voor het jaareinde nog geen zicht op maatregelen die jaar na jaar de broeikasgasemissies kunnen terugdringen.
Het is goed dat de minister nu aan die maatregelen werkt: beter laat dan slecht. Onze uitspraak past dan ook in die context. Als er te weinig maatregelen voorliggen, is het nodig om verder te werken. Maar het zou natuurlijk beter geweest zijn als er op tijd een goed en geloofwaardig plan was. Het is nu aan de minister en de Vlaamse regering om in de feiten te bewijzen dat het uitstel gerechtvaardigd was. Ze moeten eind deze maand de maatregelen presenteren die de uitstoot in Vlaanderen (niet-ets) met 15% terugdringt tegen 2020 en de opstap naar -21% mogelijk maken.
Parlementaire vraag: http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showJournaalLijn.action?id=827048
11 klimaatmaatregelen: http://www.bondbeterleefmilieu.be/page.php/7/show/13997
18 januari 2013 | Mathias Bienstman
Op dinsdag 15 januari verschijnen 11 mensen voor de strafrechter, omdat ze samen met honderden andere burgers bij een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid GGO-aardappelen door bio-aardappelen hebben vervangen. De 11 worden beschuldigd van bendevorming en kijken aan tegen een schadeclaim van 200.000€ en een zware straf.
Een actie van burgerlijke ongehoorzaamheid aanklagen als bendevorming is buiten alle proportie. Het komt neer op het criminaliseren van politieke actie op zich. Deze draconische beschuldigingen, die leiden tot lange en ingewikkelde processen, zijn een vorm van intimidatie.
Actie voeren voor duurzame landbouw is geen criminele daad. Politieke acties nodigen uit tot debat, het zijn geen aanleidingen om op een stigmatiserende manier actie en betrokkenheid in de kiem te smoren. Wie de democratie genegen is, kan zich niet neerleggen bij deze criminalisering van geëngageerde burgers.
Meer en meer zijn het ongeorganiseerde bewegingen van burgers die actie ondernemen. Ze bezetten bomen, laten de banden van 4x4’s leeglopen, doen aan guerrilla tuinieren, richten coöperaties op,… Ze eisen naast het klassiek georganiseerde middenveld steeds nadrukkelijker een plek op in het maatschappelijk debat. En dat boezemt blijkbaar ongemak en angst in. Gevestigde politieke en andere actoren zullen hier nochtans mee moeten leren omgaan. De urgentie van onze ecologische problemen en de onmacht van het politieke bestel om daar adequaat op te reageren zal deze trend in de toekomst alleen maar doen toenemen.
17 januari 2013 |
Een belangrijk deel van de inzet van de klimaattop in Doha is in twee vragen te vatten. Wordt de doorbraak van de klimaattop in Durban geconsolideerd met een goede verstandhouding tussen de partijen en duidelijke afspraken om tot een globaal akkoord te komen in 2015? Of plooien de ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen terug op hun oude posities bijvoorbeeld omdat Polen en Rusland geen afstand willen doen van hun ongebruikte emissierechten?
Jarenlang verkeerden de VN klimaatonderhandelingen in een patstelling. De twee grootste vervuilers wachtten op elkaar om in actie te schieten. De VS wilde niet al te veel doen als China niet meedeed. China en andere ontwikkelingslanden vonden dat het aan de rijkere landen toekwam om de klimaatcrisis op te lossen. China kon zich daarbij beroepen op de filosofie achter het Kyoto-protocol: het zijn de ontwikkelde landen die bindende reductieverplichtingen aangaan. Ze hebben de middelen en ze hebben in het verleden al meer dan genoeg vervuild.
China moet meedoen
Intussen is de wereld veranderd. China is de grootste vervuiler. Over een aantal jaar zal de uitstoot per hoofd van de bevolking er hoger liggen dan in de EU. Zelfs al ondernemen de rijke landen erg ambitieuze stappen om de vervuiling terug te dringen, ook China moet meedoen, willen we nog een kans hebben om gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Vanuit die logica is tijdens de klimaatonderhandelingen in Durban een fundamentele verandering van de politieke verhouding achter de basisfilosofie ingezet. Alle grote vervuilers zullen binnen het kader van een juridisch instrument emissiereducties moeten verwezenlijken, weliswaar op basis van verschillende gradaties in verantwoordelijkheden. Daarmee werd het strikte onderscheid tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen losgelaten.
Vertrouwen in eerlijkheid
Dat leidt natuurlijk tot heel wat weerstand en onrust. Voor je het weet is het globaal klimaatregime nog wat onrechtvaardiger, zeggen velen. Niet alleen hebben de rijke landen het grootste deel van de vervuiling op hun conto. Ze zouden ook nog eens hoog van de toren kunnen blazen en opkomende landen verplichten om werk te maken van emissiereducties. Hier in Doha moet er vooral veel vertrouwen gecreëerd worden. Partijen moeten het gevoel krijgen dat in de nieuwe structuur ieder land min of meer zal doen wat ‘eerlijk’ is. Maar in het creëren van dat vertrouwen lijkt het goed mis te lopen. Voor een eerlijk engagement van de rijke landen kijken de ontwikkelingslanden naar minstens twee dossiers: een tweede Kyoto-periode en klimaatfinanciering.
Ongebruikte emissierechten
De tweede Kyoto-periode kent stoorzenders: Rusland, Polen en mogelijk nog een paar staten. Ze beschikken over zo veel ongebruikte emissierechten dat elk engagement van Europa en enkele andere landen om de emissies met Kyoto 2 terug te brengen nauwelijks nog iets inhoudt. Concreet gaat het zo: Rusland en Polen willen de emissierechten die ze verwierven door de instorting van hun economieën begin jaren negentig, overdragen naar de volgende Kyoto-periode. Zelfs als ze niet bruikbaar zijn. Eventueel kunnen ze de rechten toch nog gebruiken na 2020 binnen het nieuwe globaal akkoord. Die hete lucht geeft het ‘recht’ om een duizelingwekkende 13 miljard ton CO2eq uit te stoten, of meer dan tweemaal zo veel als de jaarlijkse broeikasgasemissies van de hele EU. Al ligt de huidige prijs van die uitstootrechten onder de 5 euro per ton CO2eq, het gaat nog altijd over een rekening waarop miljarden euro’s staan. Dat verdient wel eens een diplomatiek gevechtje, hoor je de Polen en Russen denken. Alleen zijn de risico’s immens. Als de ontwikkelingslanden de indruk krijgen dat de tweede Kyoto-periode een lege doos is, omdat er heel wat Poolse en Russische hete lucht wordt overgedragen, dan wordt de deal van Durban niet gerespecteerd. Die zei: een geloofwaardige tweede Kyoto-periode in ruil voor het onderhandelen van een globaal akkoord. Twee landen met een sterke lobby vanuit de steenkool- en olie-industrie zijn dus bij machte om het nieuwe onderhandelingsproces hier al in Doha te laten ontsporen.
Het geld
Een ander belangrijk element om het vertrouwen bij de arme en opkomende landen te versterken is de klimaatfinanciering. In 2012 loopt de periode voor “Fast start financiering” af en er lijkt nog geen geloofwaardig vervolg op tafel te liggen. Het zou wel eens kunnen dat Europa en de VS op deze klimaattop gierig voor de dag komen. Niet alleen door de crisis, maar ook omdat ze denken dat ze nog pasmunt nodig hebben voor het akkoord in 2015. Alleszins, het feit dat sommige landen zoals België zelfs hun engagement van de “Fast start” tot nu toe nog niet is nagekomen, is buitengewoon lomp. Die paar miljoen euro’s zijn symbolisch een stuk belangrijker voor de klimaatonderhandelingen dan wat het aan moeite komt om ze op te hoesten.
Springen oliesjeiks?
Intussen gaan er geruchten dat de Golfstaten een eigen geste zouden doen om het vertrouwen te versterken. Ze zouden engagementen aankondigen op financieel of klimaatvlak in de vorm van steun aan de armere landen of eigen emissiereductiedoelstellingen. Als die engagementen voldoende ambitieus zijn, zou het de dynamiek toch nog kunnen keren. Als zelfs de oliesjeiks durven springen, weliswaar vooral om te bewijzen dat ze een ‘goede’ gastheer zijn, waarom kunnen Polen en Rusland dan niet volgen. Als de top toch nog mislukt, dan komt de pijnlijke waarheid van de klimaatstrijd nog eens bovendrijven. De landen met een sterke olie en steenkool belangen zijn nog altijd bij machte om de thermostaat van onze planeet een paar graden hoger te zetten.
Mathias Bienstman
Beleidsmedewerker Klimaat Bond Beter Leefmilieu
4 december 2012 | Mathias Bienstman
Verkeer, Duurzame ontwikkeling, Milieu & politiek
Eén op drie Vlamingen zit graag en vaak in zijn auto, zelfs om enkele honderden meters verderop naar de bakker te gaan. "Hallucinant" noemt Vlaams minister van Mobililteit en Openbare Werken Hilde Crevits deze trend. Het is inderdaad hallucinant, vooral als je ziet hoe de argumenten tegen veelvuldig autogebruik zich opstapelen en hoe onze politici nauwelijks aanstalten maken om daar structureel op te reageren. Integendeel zelfs, we zien vooral beslissingen die de andere kant uitgaan. Denk maar aan de beslissing van de Vlaamse regering om het megashoppingcenter Uplace in Machelen bij Vilvoorde goed te keuren of om maatregelen voor de verbetering van luchtkwaliteit uit te stellen tot 2016.
De problemen waarmee Vlaanderen kampt doordat we het autogebruik nog altijd als de norm voor ons verplaatsingsgedrag te hanteren, zijn niet min. De luchtkwaliteit in steden verslechtert zienderogen, fietsers en voetgangers worden weggedrukt, wachttijden in de files en de daarmee gepaard gaande economische kost nemen toe, de kosten voor infrastructuurwerken lopen op, evenals de kosten voor gezondheidszorg… .
Als kleine, compacte regio heeft Vlaanderen er alle belang bij om over te schakelen naar een ander verplaatsingsgedrag, waarbij stappen, fietsen en openbaar vervoer de norm zijn, zeker in en nabij de steden. Maar zolang de auto relatief goedkoop blijft en overal toegelaten wordt, zal er van een verandering in dat mobiliteitsgedrag weinig in huis komen. De paradigmashift die we dringend nodig hebben, zal dus wellicht nog lang op zich laten wachten.
Politieke partijen hebben op alle bestuursniveaus de opdracht om met structurele maatregelen werk te maken van minder autogebruik. Enkele voorbeelden:
- Schaf de fiscale voordelen voor bedrijfswagens af,
- Schaf de vrijstelling op accijnzen af,
- Investeer in openbaar vervoer,
- Investeer in en draag zorg voor fietsinfrastructuur,
- Zet buurtwegen opnieuw in voor korte verplaatsingen,
- Voer een strikt parkeerbeleid in de steden,
- Voer meer zones-30 in en zorg voor de handhaving ervan,
- Installeer fietsdeelpunten in de steden.
Kortom, voer een beleid dat meer inhoudt dan de aanleg van enkele fietspaden. Het draagvlak voor leefbare steden en betere mobiliteit bij de Vlaamse kiezer is al aanzienlijk. Het kan alleen maar groeien.
21 september 2012 | Patrick Leemans