Home > Milieublog > januari 2007
Milieublog archief: januari 2007
Vlaamse woonfiscaliteit gouden kans voor betere ruimtelijke ordening
Vlaamse meerderheid verbetert milieusturing vernieuwde autobelasting
Touring wil het mobiliteitsdebat blokkeren
Uplace kost Vlaamse begroting minstens 60 miljoen euro
Touring wil het mobiliteitsdebat blokkeren
Milieukosten van vrachtwagens veel hoger dan trein of binnenvaart
Water, Verkeer, Ruimte en natuur, Economie
Afgelopen weekend liep het Britse vrachtschip de MSC Napoli vast in Lyme Bay aan de Engelse kust. De Nederlandse firma Smit is aangesteld voor de berging van het schip en de containers. Hopelijk kunnen zij voorkomen dat de 3500 ton olie aan boord van het schip en de containers (met 17.000 ton giftige stoffen) verder in het water terechtkomen. Maar de geschiedenis van de Napoli toont dat dit misschien niet zomaar een ongeluk is. Lakse wetgeving, goedkope reparaties en het slechte design van het schip zouden er wel eens heel wat mee te maken kunnen hebben.
Het lijkt er bijna op dat scheepsrampen onvermijdelijk zijn. Zinkende schepen lijken onlosmakelijk verbonden met het transport over zee. Maar is dat wel zo? Was dit ongeluk niet te vermijden? Het lijkt erop van wel. De storm boven de Atlantische Oceaan van afgelopen weekend was hevig, maar zeker niet uitzonderlijk voor deze tijd van het jaar. Het spreekt voor zich dat schepen zulke weersomstandigheden moeten aankunnen. Ergens in de keten van ontwerp, bouw, onderhoud en herstelling van dit schip is er een cruciale fout gemaakt. De vraag is waar.
Det Norske Veritas, classificatiemaatschappij van de Napoli, waarschuwt al enige tijd voor materiaalmoeheid in schepen van dit type. Het is inherent aan lange, smalle schepen dat zij gevoelig zijn voor torsiekrachten – het feit dat voor- en achterkant op volle zee ‘gewrongen’ worden ten opzichte van elkaar. Dat kan leiden tot barsten en andere structurele problemen. DNV biedt haar klanten een doe-het-zelf handleiding aan om de materiaalmoeheid te herkennen. Het is nog onduidelijk of de bemanning van de Napoli weet had van de mogelijke problemen, maar het is wel al zeker dat ze het slachtoffer is geworden van een bekend, en goed onderzocht probleem – een probleem dat de regulerende instanties hebben nagelaten op te lossen.
De langetermijnoplossing is uiteraard dat nieuwe schepen sterker en robuuster moeten worden geconstrueerd. Dat is de basis van de ‘clean ship’ aanpak, onder meer gepromoot door Seas At Risk. Op korte termijn moeten de classificatiemaatschappijen, de autoriteiten en de havencontroleurs schepen als de Napoli extra in de gaten houden.
Indien zou blijken dat de Napoli ten onder is gegaan aan een constructiefout, dan zou het wel eens kunnen dat haar lot een aantal jaar geleden al werd bezegeld. In maart 2001 – toen de Napoli nog voer onder de naam Normandie – liep het vast op koraalriffen in de Straat van Malacca (in Maleisië). Het schip bracht enkele weken door op het rif, en werd toen gedurende een viertal maanden hersteld in een Vietnamese scheepswerf. De romp van het schip was ernstig beschadigd. Meer dan 3000 ton staal was nodig om de herstellingen uit te voeren.
Enkel een gedetailleerd onderzoek zal uitwijzen of het zinken van Napoli te maken heeft met de averij opgelopen in 2001 en de daaruit voortvloeiende herstelwerkzaamheden. Blijkt dat het geval te zijn, dan is dat de niet te onderschatten verantwoordelijkheid van de classificatiemaatschappij die het schip indertijd certificeerde.
Heel wat ongelukken op zee zijn te wijten aan de commerciële druk in de zeevaartsector. De marges voor de reders zijn klein en dat leidt makkelijk tot lage veiligheidsstandaarden, minimaal onderhoud en zo goedkoop mogelijke herstellingen.
Voorlopig is de schade aangericht door het zinken van de Napoli nog beperkt – er zijn geen levens verloren gegaan, en de schade aan het milieu blijft binnen de perken – maar zonder een grondige verandering van de cultuur in de zeevaartsector, zullen er ongetwijfeld nog meer tragische incidenten voorkomen. En die kunnen, en moeten, voorkomen worden.
23 januari 2007 | Joris Gansemans