Home > Milieublog > maart 2007
Milieublog archief: maart 2007
Klimaat & energie, Milieu & politiek
Ook de Vlaamse energiemarkt regulator sprak zich uit over
het rapport van de Commissie Energie 2030 – de commissie D’haeseleer. De Vreg
stelt dat D’haeseleer, door de gewestelijke maatregelen te negeren, het
potentieel voor hernieuwbare energie onderschat. Hij heeft te weinig aandacht
voor de werking van de elektriciteit- en gasmarkt, en berekent daardoor onder andere te hoge kosten. En het
PRIMES-model waarop de aanbevelingen gebaseerd zijn, is een zwarte doos. Verder
wil de Vreg toch meer ervaring opbouwen met CCS, het opslaan van CO2
onder de grond.
Opnieuw een zeer kritische analyse dus. Het wordt langzamerhand zo goed als onmogelijk voor de Commissie Energie 2030 om met een geloofwaardig finaal rapport te komen als dat – zoals minister Verwilghen natuurlijk wil – nog voor de verkiezingen af moet zijn.
Lees hier het advies van de VREG.
30 maart 2007 | Bram Claeys
België dient geen beroep in tegen de extra CO2-inspanningen die Europa vraagt. September vorig jaar diende België een plan in waarin
de bedrijven 63,3 miljoen ton CO2 per jaar zouden mogen uitstoten. Maar
volgens de Europese Commissie volstond dat plafond niet om de Belgische
doelstelling in het kader van het Kyoto-protocol te halen. De Commissie
legde België een nieuw plafond op van 58,5 miljoen ton. Dat was echter niet naar de zin van de Vlaamse en Waalse gewestregeringen. Onder druk van de industrie probeerden zij te onderhandelen met de Europese Commissie. Ze stuurden daarvoor - tegen beter weten in - een brief naar de Europese Commissie. Ondertussen verliep maandag 26 maart de deadline waarop België beroep kon aantekenen tegen het oordeel van de Commissie. België heeft geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid. Wij vinden dit een zeer terechte en rationele beslissing. Tijd om nu eindelijk werk te maken van een correct plan voor de verdeling van de emissierechten.
Dit betekent onder andere dat de industrie minder CO2-emissierechten zal krijgen, en dat ligt politiek gevoelig. De Vlaamse overheid heeft immers een convenant gesloten met de industrie. Daarin heeft die zich ertoe verbonden dat ze investeringen doet om inzake energie-efficiëntie de wereldtop te halen. In ruil heeft de overheid haar voldoende emissierechten voor CO2 ter beschikking gesteld. Het oordeel van de Commissie betekent dat de resultaten die uit de energieplannen van het convenant kwamen, zullen moeten worden herbekeken.
Het is ondertussen nog altijd wachten op het antwoord van de Europese Commissie op de Belgische brief. Dat antwoord wordt deze week verwacht, maar de kans is erg klein dat Europa ons land zal tegemoetkomen. Het nieuwe allocatieplan moet begin volgend jaar in werking treden. Dat betekent dat we geen tijd te verliezen hebben. Tot nu toe zijn er nog niet eens gesprekken begonnen tussen de gewesten over de verdeling van de bijkomende inspanningen. En dat terwijl we het oordeel van de Europese Commissie al hebben sinds 16 januari. Nederland, dat op dezelfde datum een vergelijkbaar oordeel kreeg, legde ondertussen zijn aangepast plan voor in de Tweede Kamer. En veranderde in tussentijd ook van regering. Daarmee is de procedure in Nederland rond, want een aangepast plan moet niet meer aan de Europese Commissie worden voorgelegd. In België zijn we twee maanden verloren met achterhoedegevechten.
27 maart 2007 | Bram Claeys
Het Europese milieubeleid is één van de
successen van de Europese Unie. De wetgeving voor water, lucht en natuur zijn
er de afgelopen vijftig jaar met rasse schreden op vooruitgegaan, grotendeels
dankzij de EU. Er is dus nood aan méér Europa. Spijtig genoeg vertoont de Europese Commissie momenteel een chronisch gebrek aan daadkracht, die heel wat verantwoordelijk laat voor de nationale regeringen. Waartoe
dat kan leiden, wordt momenteel volop in Vlaanderen aangetoond, vindt
Esmeralda Borgo.
Meer dan 70% van alle milieubeleid is rechtstreeks afkomstig van de Europese Unie. De EU heeft ervoor gezorgd dat er degelijke wetgeving bestaat over waterkwaliteit, zuivere lucht, klimaat en natuurbescherming, om maar enkele te noemen.
Op 24 en 25 maart zullen de leiders uit alle Europese lidstaten in Berlijn samenkomen om de vijftigste verjaardag van de Europese Unie. Daar zullen ze een “Verklaring van Berlijn” lanceren over de Europese waarden en ambities. Daarin zal worden teruggeblikt op wat de EU heeft bereikt en zal worden vooruitgekeken naar de volgende vijftig jaar.
Er valt wellicht veel te vertellen over vijftig jaar samenwerking tussen lidstaten. De discussie zal opnieuw oplaaien over het nut van Europa. Voor- en tegenstanders van een sterk politiek Europa zullen zich weer laten gelden.
De rol van Europa voor ons leefmilieu zal niet meteen in de centrale belangstelling staan. Toch is de EU hier zeer belangrijk. Tenminste 70% van onze milieuregelgeving vindt er zijn oorsprong. Dit is logisch: milieuproblemen stoppen niet aan de grenzen en dus kunnen ze niet louter op nationaal niveau worden aangepakt. En zeker niet in kleine lidstaten zoals België. Dankzij Europa is al veel vooruitgang geboekt. Zo wordt de luchtverontreiniging aangepakt (National Emissions Ceilings richtlijn), worden zeldzame soorten beschermd (vogel- en habitatrichtlijn) en zal in de toekomst het gebruik van chemische stoffen aan banden worden gelegd (reach-verordening). Dankzij Europa kunnen wij onze stem laten gelden in het internationale klimaatdebat. Dankzij Europa is milieugerichte productnormering in een steeds meer geglobaliseerde markt nog mogelijk.
Kortom, het milieu is gebaat bij een sterk politiek Europa. Zeker nu we in Vlaanderen te maken hebben met een Leefmilieuminister die vooral geen strenger milieubeleid wilt invoeren dan wat strikt wordt geëist door Europa. “We doen niet aan gold plating”, zo wordt het mooi en principieel verwoord. Dat dit principe strijdig is met het Vlaamse regeerakkoord wordt als een bijkomstigheid beschouwd. Dit even terzijde. Deze houding getuigt ook niet meteen van veel visie op het Vlaamse milieubeleid.
Vlaanderen heeft nu meer dan ooit behoefte aan een sterk Europa, die duidelijke milieuregels opstelt en opvolgt. Toch zien we ook hier de laatste jaren een tendens die niet meteen gunstig is. De uitbreiding van de Europese Unie maakt het veel moeilijker om éénduidige en voor elke lidstaat in gelijke mate geldende regels uit te tekenen. Een volledige harmonisatie van de wetgeving dreigt ten koste te gaan van de voorlopers op milieugebied.
Een oplossing via minimumrichtlijnen is niet ideaal. De algemeen geldende minimale verplichtingen zullen eerder zwak zijn, terwijl de concretisering en invulling sterk afhankelijk zal zijn van de goodwill en politieke moed van de nationale overheden. Wat bij ons - zoals reeds gezegd – momenteel geen evidentie is. Te veel beleidsruimte laten voor nationaal of regionaal milieubeleid doet trouwens de vraag rijzen naar de toegevoegde waarde van Europese milieuregelgeving.
We zien al helemaal geen heil in de steeds meer door de Europese Commissie naar voor geschoven zachte reglementering, zoals bijvoorbeeld de “open coördinatie” (open method of co-ordination, OMC). Bij OMC worden de prestaties van de verschillende lidstaten vergeleken aan de hand van een lijst indicatoren. Van zo’n “scorebord” gaat enkel een “morele” druk uit die op veel lidstaten geen enkele indruk maakt. En bovendien gaat deze aanpak volledig voorbij aan de realiteit van de vrije markt en de grensoverschrijdende milieuproblemen…
Als het niet meteen tot een harmonisatie kan komen, is het veel beter om op Europees niveau bindende afspraken te maken die gedifferentieerde verplichtingen opleggen aan de verschillende lidstaten. Zo kan rekening worden gehouden met de verschillende uitgangsposities van nieuwe versus oude lidstaten. Op die manier kunnen de oude lidstaten vooruitgang boeken, en kunnen overgangsperiodes worden voorzien voor nieuwe lidstaten die de handen vol hebben met het bijbenen van reeds bestaande regels.
22 maart 2007 | Esmeralda Borgo
Stel: u bent een intelligent wezen (gewoon een aanname, meer moet u er niet achter zoeken). En stel: u bent automobilist (ja, beide kenmerken zijn combineerbaar). Dan richt het volgende verhaal zich tot u.
Dankzij de ‘sensibiliseringsactie’ van milieuminister Peeters, moet ik het u niet meer uitleggen: fijn stof is een ernstig gezondheids- en milieuprobleem. Als u 90 km/u rijdt met uw dieselwagen, dan stoot u 50 % minder fijn stof uit dan aan 120 km/u. Waals milieuminister Lutgen weet dat ook. In tegenstelling tot Peeters, vond hij een officiële snelheidsbeperking niet nodig. Hij rekenende op de ‘intelligentie’ van de Walen om hun rijgedrag aan te passen.
De intelligentie van de Vlamingen stond de eerste dag van het smogalarm blijkbaar minder op scherp. 3000 snelheidsduivels geflitst. Maar dat was dus vooraleer Peeters’ boodschap was doorgedrongen. Gistermorgen daalde het aantal overtreders met 2/3e. De intelligentie neemt dus sprongsgewijs toe.
Reacties op info@bblv.be
Maar vanmiddag wordt het smogalarm alweer afgeblazen. Dat betekent dat bij constante intelligentie de snelheid dus weer met een ruk omhoog zal gaan. Tenzij u hebt gelezen wat nu volgt. Dan blijft u gegarandeerd 100 rijden. Let wel op voor de niet-lezer achter u, die nadert aan 130 km/u. U weet maar nooit.
Wat wil ik u vertellen om u van het gaspedaal weg te houden? Ten eerste: fijn stof is een gezondheidsprobleem, en niet van de minste. 70 % van de milieugerelateerde gezondheidsproblemen in Vlaanderen worden veroorzaakt door fijn stof. En ten tweede – en dit hebt u van minister Peeters niet gehoord – die problemen worden helemaal niet veroorzaakt door de ‘pieken’ die we de voorbije dagen kenden, maar voor 97 % door de constante aanwezigheid van fijn stof in onze leefomgeving. De vraag is dus wat de zin is van een snelheidsbeperking tijdens de pieken, als we de rest van het jaar gewoon het gaspedaal ingedrukt houden.
Nog steeds uitgaande van mijn eerste twee veronderstellingen, kom ik tot de slotsom dat u er voor zal kiezen om voortaan trager te rijden. Laten we zeggen: de meest economische oplossing: tussen 90 en de 100 km/u.
Na een tijdje gaat u toch het gevoel bekruipen dat de impact op de volksgezondheid groter zou zijn mocht iedereen doen als u. Het zou toch iets intelligenter zijn, mochten we nu met zijn allen afspreken dat we maximum 100 km/u gaan rijden op onze autosnelwegen. Zo’n afspraak wordt dan netjes in het verkeersreglement gegoten en klaar is kees.
Wat denkt u? Heb ik iets over het hoofd gezien? Ja, de testosteron natuurlijk. Ik weet ook dat voor Vlaamse mannen de wagen soms de functie inneemt die de peniskoker heeft voor de Maori. Zij willen indruk maken op hun omgeving. Aan hen zeg ik: als u mij aan 115 km/u voorbijrijdt, kan ik u langer bewonderen dan aan 130 km/u. U spaart er bovendien heel wat benzinekosten mee uit.
Lossen we daarmee het fijnstofprobleem op? Natuurlijk niet. We moeten er nog andere maatregelen aan toevoegen. Zoals minder kilometers afleggen met de wagen. Kiezen voor de fiets of het openbaar vervoer. Een intelligent wezen als u ziet dat wel in.
Ik neem dus de vrijheid te vloeken in de kerk. Aan de auto- en snelheidsverslaafde Vlaming vraag ik om een keuze te maken. Als u de snelheid op de autosnelwegen beperkt tot 100 km/u, dan vermijdt u niet enkel de aanmaak van fijn stof, maar vermindert u ook gevoelig de CO2-uitstoot (voornaamste bron klimaatverandering) en doe je de decibels dalen (tweede bron milieugerelateerde gezondheidsproblemen). Bovendien spaart u snel 20 tot 30 % uit op uw brandstofrekening (als u daarnaast ook nog ‘eco’ rijdt) en helpt u de ongevallenstatistieken gevoelig omlaag. Aan u de keuze.
Jan Turf
Beleidscoördinator Bond Beter Leefmilieu
(Deze open brief verschijnt op 16 maart in De Morgen)
15 maart 2007 | Jan Turf
Verkeer, Klimaat & energie, Lucht
Een paar dagen mooi lenteweer, weinig wind en veel autoverkeer. Dat is het perfecte recept voor een stevige portie fijn stof in de lucht. Volgens Europese regels moet de overheid in zo'n geval de bevolking via het radionieuws, de kranten en websites op de hoogte brengen van het feit dat het erg ongezond is buiten. En ook binnen, want fijn stof dringt zowat overal door. Sinds het ‘fijn stof’-plan van Vlaams minister voor Leefmilieu Kris Peeters in voege is, is er nog een nieuwe actie bijgekomen. Dreigt er ‘fijn stof’-gevaar, dan mag er op een deel van de autosnelwegen nog maar 90 km/u gereden worden op de autosnelwegen. Daartoe zijn een groot aantal bordjes geïnstalleerd, waarvan een groot aantal handmatig moet worden omgedraaid.
Al die communicatie heeft al heel wat stof doen opwaaien, maar de fijn
stof-concentraties zijn woensdag toch vooral lager dan verwacht
uitgevallen omdat het toch een beetje meer waaide dan verwacht. Ad hoc
maatregelen zoals die van vandaag hebben zo goed als geen invloed op de
luchtkwaliteit. Op lange termijn zal er enkel iets gebeuren als het
beleid een tandje bijsteekt. En zeer opvallend: minister Peeters
bekende woensdagavond in de Terzake studio, in gesprek met
BBL-beleidscoördinator Jan Turf, voorstander te zijn van het
gelijktijdig met Nederland invoeren van de slimme kilometerheffing!
Nederland plant dit tegen 2011-2012. Nu ook de sp.a in haar klimaatplan
aangaf gewonnen te zijn voor de slimme kilometerheffing, lijkt niks de
invoering nog in de weg te staan.
Enkel wanneer er minder kilometers worden gereden, kunnen de concentraties fijn stof worden teruggedrongen. Het is bijgevolg de hoogste tijd dat de Vlaamse regering werk maakt van een ‘slimme kilometerheffing’ om het aantal gereden kilometers in te dammen. Ook een permanente daling van de maximumsnelheid op de autosnelwegen is een belangrijke maatregel. En de installatie van roetfilters op bestaande en nieuwe dieselwagens is een must. Tegelijk moet het openbaar vervoer sterk worden uitgebouwd, onder andere door eindelijk serieus werk te maken van het Gewestelijk Expresnet rond en naar Brussel.
Ondertussen is het eerste fijnstofslachtoffer gevallen. In het radioprogramma van Tomas De Soete op Studio Brussel werd aan het licht gebracht dat de wagen met parlementaire nummerplaat P71 de 90-km/u-regel ruimschoots overschreed. Eigenaar van die wagen? Jean-Marie Dedecker, lijsttrekker van de gelijknamige partij. Dedecker was niet opgetogen met de onthullingen. Hij had het o.a. over de verklikkersmaatschappij en het Kyoto-kalf, een gouden kalf.
14 maart 2007 | Joris Gansemans
Het broeikaseffect is in. Zoveel is duidelijk. Niet alleen compensatiebedrijfjes zien hun kans schoon. Het
duikt hardnekkig op in de mediatoepassingen van het internet - Web 2.0. In filmpjes en blogs. Hippe vogels als Pharrell schrijven er teksten over (hoewel niet altijd even duidelijk...). Ubergroene Al Gore organiseert wereldwijde klimaatconcerten op 7 juli. Al moeten we daar niet voor onderdoen: op 15 maart organiseert greengigs het eerste klimaatconcert in Magasin 4 in Brussel. Het was een
kwestie van tijd. Als we er nu ook al op kunnen dansen en mee kunnen lachen, wat zegt dat over de inburgering van het thema?
Een selectie, alle aanvullingen zijn welkom.
Maar compenseer toch maar eerst uw misstappen. Alle info over het Brusselse klimaatconcert vind je op de myspace van greengigs.
Red onderweg een ijsbeer, maar bewaar vooral uw cool, die zoals we allemaal weten, vandaag opgetrokken is uit ecochic. Iets wat ze bij de Oscars en Diesel alvast goed begrepen heeft (check zeker de 10 tips voor Dieselmensen).
Probeer vervolgens zo snel mogelijk de nieuwe Cassius op
Want deze hebben we al gehad: Eric Prydz Vs Floyd : Proper Education
De effecten van de klimaatverandering zouden wel eens drastischer kunnen zijn dan we dachten: tenminste volgens the Onion Radio news.
Helemaal hilarisch is de poging die president Bush doet om
het broeikaseffect toch maar uitgelegd te krijgen.
Vergeet tenslotte niet waarom we tegen kernenergie zijn.
9 maart 2007 | Bram Claeys
Juridische zaken, Wetten en regels
Op 9 februari heeft de Vlaamse Regering het voorontwerp van milieuhandhavingsdecreet goedgekeurd. Het wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Dit decreet zou volgens Vlaams minister voor Leefmilieu Kris Peeters leiden tot betere milieuhandhaving op het terrein. Daarvoor voorziet Peeters de mogelijkheid om administratief te kunnen optreden bij milieu-inbreuken. Dat is een stap vooruit. In theorie althans, want we hebben heel wat bedenkingen bij de complexe en tijdrovende administratieve procedures die in het leven zijn geroepen. De vraag is of het milieu wel beter zal worden van dit handhavingsdecreet.
Even samenvatten. Minister Peeters maakt onderscheid tussen milieumisdrijven en milieu-inbreuken. De milieu-inbreuken komen niet (langer) in aanmerking voor een strafrechtelijke sanctionering, m.a.w ze moeten nooit worden voorgelegd aan de parketten (de zogenaamde “depenalisering”). Er moeten nog lijsten worden aangelegd van milieu-inbreuken en milieumisdrijven, maar grossomodo komt het onderscheid hierop neer dat milieu-inbreuken – in tegenstelling tot milieumisdrijven - op zich geen schade aan mens of milieu veroorzaken. Ze beperken zich tot het nalatig zijn ten aanzien van administratieve verplichtingen. Bijvoorbeeld, het laattijdig bezorgen van een milieujaarverslag, of het niet bijhouden van meetgegevens.
Op zich zijn deze nalatigheden niet schadelijk voor het milieu, maar ze belemmeren wel het milieubeleid en het toezicht op de uitvoering ervan. BBL is niet gekant tegen deze depenalisering. Integendeel, ze laat toe om de parketten te ontlasten, waardoor die zich over de belangrijkere milieudossiers kunnen buigen. Dit was nodig. Zo meldt het milieuhandhavingsrapport van 2004 dat van de prioritaire processen-verbaal er 70% geseponeerd werden. (Het laatste milieuhandhavingsrapport van 2005 neemt deze gegevens jammer genoeg niet meer op).
Milieu-inbreuken kunnen worden beteugeld via de oplegging van een administratieve boete tot 50.000 Euro. De oplegging gebeurt via een zeer zware en tijdrovende procedure. Een verslag moet worden opgemaakt door de toezichthouder en worden opgestuurd aan een nog op te richten gewestelijke entiteit die elk dossier afzonderlijk moet behandelen. Bovendien is er ook nog een beroepsprocedure voorzien. Van milieumisdrijven wordt een pv opgemaakt en naar de Procureur des Konings gestuurd. Vervolgens moet de Procureur beslissen of hij al dan niet strafrechtelijk wil vervolgen. Bij een negatieve beslissing kan de gewestelijke entiteit eventueel overgaan tot het opleggen van een administratieve boete. Indien de Procureur geen beslissing treft binnen de 12 maanden gebeurt er… niets. Peeters heeft belangrijke kansen laten liggen.
Vorig weekend nog legde de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) de vinger op de wonde: wat met sluikstorters, nachtlawaai, e.d. Moeten dergelijke kleine vergrijpen ook meteen de zware procedures doorlopen? Volgens de huidige definities in het handhavingsdecreet zou voor het achterlaten van hondepoep een pv moeten worden opgemaakt en overgemaakt aan het parket. Neem nu nog dat men bij het opmaken van de lijsten dit vergrijp toch zou klasseren onder de milieu-inbreuken, dan zal de nieuwe gewestelijke entiteit zich over het probleem moeten buiten en zich uitspreken over het al dan niet beboeten ervan. Dit zal uiteraard leiden tot een gelijkaardige flessenhals als dat nu het geval is bij de parketten.
VVSG stelt voor om dergelijke overtredingen administratief te sanctioneren volgens de algemene regels van de Gemeentewet. Deze wet voorziet dat de gemeentes administratieve boetes kunnen opleggen voor kleinere overlastfenomenen van diverse aard. Voordeel is dat de gemeenten hiermee vertrouwd zijn. Net zoals er nu een lijst wordt opgemaakt van milieu-inbreuken en milieumisdrijven, zou dan nog een derde lijst kunnen worden opgemaakt met kleinere milieu-overtredingen die volledig aan de gemeentes worden overgelaten via de gemeentewet.
Deze aanpak zou in elk geval een stap vooruit zijn. Nadeel ervan is dat gemeentelijke administratieve boetes niet geschikt zijn voor kleine overtredingen in bedrijven. Maar ook daar is het niet wenselijk om steeds opnieuw de zware administratieve procedure op gang te moeten zetten. Ook dat zou leiden tot overbelasting bij de nieuwe gewestelijke entiteit. Een pilootproject in Puurs heeft aangetoond dat het erg gesteld is met de opvolging van de wettelijke milieuverplichtingen in kleine bedrijven. 78 bedrijven werden er bezocht. Op één bedrijf na was er geen enkel technisch volledig in orde, en dat ene bedrijf was dan weer niet volledig vergund. Bij 45 bedrijven waren één of meerdere prioritaire voorwaarden niet in orde. Dit betreft nog maar één gemeente.
Wat valt te verwachten indien grondig toezicht zou worden georganiseerd over heel Vlaanderen? De nieuwe entiteit zou overstelpt worden met verslagen met het oog op het opleggen van bestuurlijke boetes. Ministers Peeters is van mening dat heel wat problemen opgelost kunnen worden via raadgevingen en aanmaningen. Zo’n aanpak staat synoniem voor een georganiseerde straffeloosheid. Het belemmert een pro-actieve houding bij de bedrijven. Die weten maar al te goed dat ze er in het slechtste geval met een aanmaning van af komen. Waarom nog moeite doen?
BBL is er voorstander van om gebruik te maken van de bestuurlijke transactie. De bestuurlijke transactie is een soort minnelijke schikking. Aan de overtreder worden één of meerdere voorwaarden gesteld ter voorkoming van vervolging. Zo’n voorwaarde kan zijn het betalen van een geldsom (vergelijk met een verkeersboete). De bestuurlijke transactie is een zeer eenvoudig instrument dat z’n effectiviteit en efficiëntie al heeft bewezen in de verkeersregelgeving. Het instrument is vooral geschikt voor minder belangrijke overtredingen en vooral voor toepassing door lokale handhavers. Het kan zowel worden gebruikt voor overlast als voor kleine ingrijpen in bedrijven.
Meer info: Esmeralda Borgo
7 maart 2007 | Esmeralda Borgo
De vaststellingen van de Commissie Energie 2030, die een rapport publiceerde over het energiebeleid in België tot 2030, staan vaak los van de resultaten van de studie zelf. Dat zeggen de drie belangrijkste federale maatschappelijke raden (de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en de Algemene Raad van de Commissie voor de regulering van de Elektriciteit- en Gasmarkt (Creg)) in recente adviezen. In de drie gevallen zijn de adviezen uiterst kritisch voor het rapport. Wat sterk opvalt is dat enkel de werkgevers het oorspronkelijke rapport blijven verdedigen. Alle andere maatschappelijke groepen (vakbonden, producenten van groene energie, consumenten-, milieu- en Noord-Zuidbewegingen) komen tot de gemeenschappelijke vaststelling dat er methodologisch heel wat aan te merken valt op de studie en dat 9 van de 10 ‘aanbevelingen’ van de commissie D’haeseleer niet zomaar kunnen worden gevolgd. Er wordt ook telkens vastgesteld dat de aanbevelingen die de Commissie Energie 2030 formuleert, vaak los staan van resultaten van de studie zelf.
BBL publiceerde vandaag een Beleidsb@BBeL over de drie adviezen.
6 maart 2007 | Bram Claeys
Vorige week stuurde de Nationale Klimaatcommissie een brief naar de Europese Commissie om te vragen haar beslissing over het Belgische voorstel van toewijzingsplan te “herbekijken”. Dit toewijzingsplan moet regelen hoe de grote bedrijven en de elektriciteitcentrales tussen 2008 en 2012 CO2-rechten krijgen, om deel te nemen aan de Europese emissiehandel. De Europese Commissie besliste op 16 januari dat België veel te gul was met het uitdelen van rechten, en dat een meer correcte verdeling ongeveer 7% lager lag. Vooral onder druk van Vlaanderen en Wallonië, probeert België nu te onderhandelen om toch wat soepeler te mogen zijn. Het ziet er echter niet naar uit dat de brief veel indruk zal maken op de Europese Commissie.
De brief stelt een compromis halverwege voor: België vraagt om toch 2,5 miljoen ton CO2 meer te mogen toekennen. Probleem is dat België eigenlijk geen poot heeft om op te staan. Ten eerste zijn de argumenten van de Europese Commissie zeer solide, en past ze deze voor alle lidstaten gelijk toe. Duitsland zag om die reden af van in beroep gaan tegen de – veel zwaardere – beslissing van de Commissie over het Duitse plan. En ten tweede voorziet de procedure helemaal niet meer in een mogelijkheid tot onderhandelen. Als het de Vlaamse en Waalse gewestregering menens is, dan moet ze naar het Europees Hof van Justitie stappen. En daar zal ze dan haar federale en Brusselse collega’s moeten van overtuigen. Die zijn in ieder geval niet laaiend enthousiast. In de brief van vorige week nemen zij uitdrukkelijk afstand van de vraag van Vlaanderen en Wallonië. De Europese Commissie reageerde nogal schamper op de brief. Ze neemt de brief niet serieus, en wijst erop dat geen haar op haar hoofd eraan denkt om de vraag in overweging te nemen. Ook Groen! en de sp.a reageerden ontstemd. Voor ons is het duidelijk: deze brief heeft de klimaatadministratie een maand tijd doen verliezen. Dit is onaanvaardbaar. We begrijpen niet hoe een regering aan de ene kant op Europese fora kan verkondigen hoe belangrijk dringende klimaatactie nodig is, en tegelijkertijd zich onledig kan houden met dergelijke achterhoedegevechten. In Nederland ligt het nieuwe toewijzingsplan ondertussen klaar. Nochtans kreeg Nederland op het zelfde moment als België, een vergelijkbare beslissing van de Commissie te verwerken. Hun reactie was echter: “ok, dan moeten we bekijken hoe we de beslissing implementeren”. We roepen de Belgische regeringen op dringend dit voorbeeld te volgen.
1 maart 2007 | Bram Claeys