Milieublog

Home > Milieublog > april 2007

Milieublog archief: april 2007

Share

22 april 2007 - BBL-voorzitter Hans Bruyninckx: 'We moeten het ene probleem niet door het andere vervangen'

thema’sKlimaat & energie, Duurzame ontwikkeling

Op 22 april vieren we de Dag van de Aarde. Dit jaar staat de Dag van de Aarde in het teken van biobrandstoffen en duurzame landbouw. Voor Bond Beter Leefmilieu en de Vlaamse Noord-Zuidbeweging het moment om de aandacht te vestigen op het probleem van palmolieplantages in Zuidoost-Azië. Tijdens een actie aan de elektriciteitscentrale van SPE in Harelbeke vroeg BBL aan SPE te stoppen met het verbranden van niet-duurzame palmolie voor het opwekken van groene stroom. En met succes. De directie van SPE ondertekende een verklaring waarin ze stelt af te zien van het gebruik van niet-duurzame palmolie. 'Een goed signaal,' vindt BBL-voorzitter Hans Bruyninckx, "We moeten het klimaatprobleem niet door een ander probleem vervangen." Hier leest u de volledige speech.

Vandaag vieren we, naast Vlaanderendag, Erfgoeddag en het einde van de vaccinatieweek, de ‘Dag van de Aarde’. Ik wil u dan ook van harte bedanken om vandaag naar Harelbeke te zijn gekomen. In heel de wereld vragen mensen op Dag van de Aarde aandacht voor de toekomst van onze planeet. In meer dan 174 landen wordt actie gevoerd voor een propere, mooie, eerlijke en aangename wereld.

Ook in Vlaanderen vieren we de Dag van de Aarde. Thema dit jaar is ‘de intieme relatie tussen landbouw, natuur en eerlijke handel’. Dat is een lange titel, maar wel één die zegt waar het om draait. De manier waarop we de landbouw organiseren, heeft een enorme, moeilijk te onderschatten invloed op onze natuur, en op eerlijke handelsrelaties met landen uit het Zuiden.

Daarom werkt de milieubeweging mee met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging in het kader van Landbouw2015. Die campagne komt op voor duurzame landbouw en het recht op voedsel voor iedereen.

Dat recht op voedsel heeft ook een directe link met het milieu, met het klimaatprobleem. In het laatste IPCC-rapport wees de VN er nog op dat het vooral de armste landen zullen zijn die de zwaarste klappen zullen krijgen als de klimaatverandering onverminderd verdergaat. De landbouw in de ontwikkelingslanden zal sterk te kampen krijgen met extreme droogte, of met extreme regenval.

Biobrandstoffen kunnen een deel van de oplossing bieden voor het klimaatprobleem. Bij de verbranding van biobrandstoffen worden netto minder broeikasgassen uitgestoten dan bij fossiele brandstoffen. Het lijkt eigenlijk te mooi om waar te zijn. De broeikasgassen die de lucht worden ingeblazen bij de verbranding, worden weer opgenomen door de kweek van de gewassen voor biobrandstoffen. Een perfect verhaal, op het eerste gezicht.

Vandaag, hier aan de centrale van SPE, zetten we biobrandstoffen in de kijker. Dat is niet toevallig, want in het thema biobrandstoffen komen zowel natuur, landbouw als eerlijke handel samen.

In deze centrale wordt elektriciteit opgewekt, met warmteterugwinning, door de verbranding van palmolie, afkomstig uit Maleisië – in totaal zo’n 30.000 ton per jaar. Die 30.000 ton wordt gekweekt op ongeveer 6.000 hectare plantage.

Dat lijkt heel wat. Maar als je weet dat er hier in Harelbeke nog niet één duizendste van de wereldproductie van palmolie wordt verbrand, dan is de schaal waarop palmolie wordt gekweekt haast niet meer te vatten. Het gaat hier om ettelijke miljoenen hectaren, palmolie alleen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven.

De productie van palmolie gaat in te veel gevallen gepaard met onaanvaardbaar negatieve gevolgen op lokale bevolking en biodiversiteit.

De Orang-oetangs die hier vandaag rondlopen zijn niet willekeurig gekozen als mascotte voor deze actie. In Indonesië en Maleisië wordt massaal regenwoud vernietigd bij het aanleggen van oliepalmplantages. Dat vormt een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van deze mensaap. Als we niks doen, zal de orang-oetang binnen 12 jaar niet meer in het wild voorkomen.

Daarnaast is er ook het probleem dat de voedselprijzen wereldwijd omhoog schieten. Energiegewassen nemen de plaats in van voedingsgewassen.

Ook de arbeidsomstandigheden van de plantagearbeiders en de levensomstandigheden van de lokale bevolking zijn vaak ondermaats. Bij het aanleggen van palmolieplantages moet de lokale bevolking vaak wijken voor de belangen van de plantage-uitbaters.

Het onoordeelkundig oplossen van het klimaatprobleem dreigt heel wat andere problemen op te leveren. Dat kan niet de bedoeling zijn

Terug naar de elektriciteitscentrale van SPE waar we nu voor staan. Om te voldoen aan zijn doelstellingen voor de productie van groene stroom, verstookt SPE hier palmolie uit Maleisië. Het grootste probleem is dat het totaal onbekend is onder welke omstandigheden dat deze palmolie wordt gekweekt. Totnogtoe werd bij de aankoop van de olie geen rekening gehouden met de sociale omstandigheden in en rond de plantages, met het milieu, met biodiversiteit.

Ik zeg wel: tot-nog-toe. Want ik ben bijzonder opgetogen over het feit dat we hier vandaag mogen aankondigen dat SPE samen met ons een engagementsverklaring zal ondertekenen om in de toekomst wél rekening te houden met een aantal minimumcriteria bij de aankoop van biobrandstoffen. Die criteria zijn gebaseerd op de conclusies van de Nederlandse Commissie Cramer. Die heeft minimale garanties vastgelegd op vlak van sociale rechten, bescherming van de biodiversiteit en CO2-reductie.

Dit in afwachting dat er volledig gecertificeerde biobrandstof op de markt komt. Want vanaf dat moment zal SPE die inzetten. We verwachten de eerste gecertificeerde olie vanaf eind dit jaar, begin volgend jaar.

SPE zal, op vraag van Bond Beter Leefmilieu, stoppen met het verbranden van niet-duurzame palmolie. De deal die we vandaag afsluiten, toont dat zowel bij het bedrijfsleven als bij de milieubeweging een belangrijke wil tot samenwerken bestaat.

Het is bovendien een belangrijk signaal naar de overheid. We moeten niet wachten op Europa of de rest van de wereld om criteria op te stellen voor biobrandstoffen. We moeten zelf het heft in handen nemen. We hebben nood aan een sluitend systeem van certifiëring en duurzaamheidscriteria voor alle biobrandstoffen.

Het is de taak van de overheid zo’n systeem op te zetten. Ze moet dit doen in overleg met alle stakeholders en met open vizier. Het Vlaams energieagentschap heeft ten andere de verdienste dit debat aan te zwengelen.

Het kan ons, eens er een internationaal systeem komt, alleen maar voordelen opleveren. Als alle Vlaamse elektriciteitsproducenten enkel nog duurzame biobrandstoffen zouden gebruiken, dan bouwen we een voorsprong en expertise op die we later zeker zullen kunnen gebruiken. En het is niet meer dan onze ethische plicht om dat te doen.

Na de eerste oliecrisis in de jaren ’70 zette ons land zich op kop in het onderzoek naar propere en hernieuwbare energievormen. Door kortzichtigheid werd dit onderzoek in de loop van de jaren ’80 stilgelegd: de resterende middelen werden naar het nucleair onderzoek afgeleid. Laat ons vandaag dezelfde fout niet maken en ons onderzoek richten op de reële oplossingen voor het energieprobleem. Een Orang-oetang stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.
 

aanpasdatum22 april 2007 | Joris Gansemans




Plaats de eerste reactie

Bent u reeds geregistreerd, gelieve dan in te loggen.

Preview van uw reactie



Verplicht in te vullen velden
Voornaam     Naam  
(enkel uw voornaam en gemeente worden getoond)
Postcode     Gemeente  
Organisatie
E-mail adres  (wordt niet getoond)
Anti-spam

Abonnementen
milieub@BBeL
beleidsb@BBeL