Home > Milieublog > september 2007
Milieublog archief: september 2007
Tegenstrijdige berichten gisteren in de pers naar aanleiding van de autoloze zondag. Was de actie nu wel of niet goed voor de luchtkwaliteit? De metingen van IRCEL brengen gelukkig duidelijkheid: uit het verloop van de NOx en de CO concentraties, vooral in de verkeersgerichte stations (Kunst/Wet, Elsene), blijkt dat er tussen 09:00 en 17:00 een gevoelige daling was van de concentraties van deze polluenten. Aan de Wetstraat lag de concentratie NO de helft en de concentratie NO2 een derde lager dan een "gemiddelde" zondag. Opvallend is ook dat de concentraties spectaculair dalen vanaf 09:00 (begin autovrije periode) en terug spectaculair stijgen vanaf 19:00 (einde). In de minder verkeersgerichte stations is het verschil natuurlijk minder spectaculair.
Fijn stof is een lastiger verhaal. Dat wordt om technische redenen om te beginnen niet gemeten op die plaatsen die te dicht bij de weg liggen. Iets wat wij overigens altijd al vreemd vinden. De politiemannen die ’s morgen het verkeer regelen op het kruispunt van de kleine ring en de Wetstraat moeten zowat de hoogste concentraties fijn stof binnen krijgen, op 10 meter van een meetpost, maar die meetpost registreert hun blootstelling niet.
Een andere complicatie ligt aan onze positie als land met een sowieso hoge blootstelling aan fijn stof. Omdat we hier in België hoge "achtergrond"concentraties hebben, onder meer veroorzaakt door de uitstoot buiten de stad en in het buitenland, is het aandeel van het verkeer in de stad zelf, relatief beperkt. Dit betekent echter niet dat de autoloze zondag geen positief "gezondheidseffect" zou hebben. De kleinste stofdeeltjes (dieselroet), die in de totale fijn stof massaconcentratie een klein aandeel hebben, behoren tot de meest gevaarlijke fractie (omdat ze heel diep in de longen kunnen doordringen). De autoloze zondag zal deze roetdeeltjes verminderd hebben, maar dat weerspiegelt zich niet automatisch in een gevoelige daling van de totale stof concentratie.
Kijk het zelf nog eens na op de site van Ircel.
Overmand door het succes van de zondag, kondigde Brussels minister Pascal Smet overigens aan dat vanaf volgend jaar Brussel 2 maal per jaar verkeersvrij wordt. Eerst in het voorjaar, en een tweede keer in het najaar. Positief uiteraard, al zouden we nog veel liever de dag aangrijpen als aanmoediging voor structurele maatregelen voor de zachte weggebruiker, en ter ontmoediging van de auto in de stad. Daarvoor organiseerde Placeovélo vorige vrijdag nog een kritische massa door de Brusselse lanen.
24 september 2007 | Bram Claeys
Sinds 1 januari van dit jaar is het nieuwe mestdecreet van kracht. Vorige
vrijdag heeft de Vlaamse regering een reeks uitvoeringsbesluiten goedgekeurd,
die het decreet handen en voeten moeten geven.
Een eerste goedgekeurde besluit slaat op de organisatie van het systeem van nutriëntenemissierechten (NER) en op “bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking”. De NER (vroeger nutriëntengehalte) worden toegekend door de Mestbank per diersoort en zijn vrij verhandelbaar.
Belangrijk is dat bij de overname van de NER in principe 25 % van de rechten afgeroomd wordt, om op lange termijn het aantal NER (en dus het aantal dieren) te verminderen.Maar het decreet laat een grote achterpoort open. Mits voldoende mestverwerking mag een bedrijf verder groeien.
De Vlaamse regering heeft nu beslist dit ook meteen toe te laten, los van de vraag of er vooruitgang wordt geboekt op milieuvlak. Wij hebben reeds vaak gewaarschuwd dat het grote geloof in mestverwerking de achilespees van het mestbeleid vormt. We zullen ook met argusogen volgen tot welke resultaten op het terrein de nieuwe regelgeving leidt.
In een tweede besluit gaf de Vlaamse regering aan dat mest in de polders mag worden uitgereden tot 15 oktober (ipv tot 1 september). Dit is wel een zeer ruime interpretatie van het nieuwe decreet, dat voorziet in een verlengde uitrijperiode op zware kleigrond. Zware kleigrond vormt slechts een beperkt deel van de poldergrond.
Vraag is dan ook of dit een verstandige zet is van de Vlaamse regering. Dit zou de gewenste verbetering van de waterkwaliteit gevoelig kunnen hinderen.
Maar vooral is het een reden tot bezorgdheid omdat het aangeeft dat de (bovendien eerder kortetermijn-) landbouwbelangen weer zwaarder doorwegen dan de zorg om het milieu. Hopelijk wordt dit geen constante.
14 september 2007 | Jan Turf
De tussentijdse VN klimaatconferentie sloot vrijdagavond 31 augustus in Wenen af met een akkoord met cijfers en veel voorzichtigheid. Tot de laatste minuut onderhandelden de ondertekenaars van het Kyotoprotocol over de punten en komma's van een tekst die de eerste aanzet moet zijn voor het vervolg op dat Kyotoprotocol. De onhandelingen over dat vervolg zijn 2 jaar geleden gestart in Montreal, Canada. In Wenen moesten er eindelijk concrete doelstellingen op tafel komen. En die zijn er nu: de uitstoot van de industrielanden moet dalen met 25 tot 40% tegen 2020 in vergelijking met de uitstoot in 1990. Misschien nog belangrijker: de tekst stelt ook dat tegen 2050 de wereldwijde uitstoot "well below" de helft van de uitstoot in 2000 moet liggen. Zo'n verwijzing naar "wereldwijde" reducties was niet evident, omdat ze erkent dat ook in andere landen dan de industrielanden de uitstoot moet zakken.
De vergadering in Wenen was de laatste bijeenkomst voor de topconferentie in Bali, eind dit jaar. Daar moet eindelijk een akkoord komen over een “mandaat” om formele onderhandelingen te beginnen over het vervolg op het Kyotoprotocol. Dat moet er zijn tegen 2009 om de partijen tijd genoeg te laten het nieuwe akkoord om te zetten zonder dat er een kloof valt na het Kyotoprotocol.
De reductiedoelstellingen die nu op tafel liggen, komen overeen met wat wij naar voor schuiven als noodzakelijk om de klimaatverandering tegen te houden. Alleen geeft de ontzettende traagheid waarmee men over dergelijke voorzichtige principiële uitgangspunten een voorwaardelijk akkoord bereikt, te vrezen voor het effectieve klimaatbeleid. Het moet echt veel en veel sneller gaan. Er is een draagvlak bij de bevolking, maar veel regeringsleiders lijken zich daar niet in het minst van bewust. Het akkoord moet nu dringend verfijnd worden. De landen moeten erkennen dan de opwarming van de temperatuur onder 2°C moet blijven. Adaptatie moet een duidelijke plaats krijgen in het akkoord, de financiële stromen moeten vastgelegd worden, de flexibele mechanismen moeten worden verbeterd... En dichter bij huis: de industrielanden, en dus ook België moeten concreet aangeven welke reductie zij op zich nemen tegen 2020. Landen als Duitsland deden al een voorzet. Op België blijft het wachten. Hopelijk verliezen onze regeringsonderhandelaars niet uit het oog dat er nog een wereld buiten de landsgrenzen ligt.
De gesprekken in Wenen liepen eigenlijk over 2 parallelle sporen. Aan de ene kant heb je de groep landen die het Kyotoprotocol ondertekenden, en die discussieerden over het klimaatbeleid na 2012 van de landen die in het protocol doelstellingen opgelegd kregen. Voor de liefhebbers: de "AWG", of ad hoc working group on further commitments for Annex 1 countries. Aan de andere kant heb je de grotere groep landen die enkel het Klimaatverdrag ondertekenden, maar niet noodzakelijk het Kyotoprotocol ondertekenden. Zij hebben een veel bredere discussie over doelstellingen voor iedereen, en over nieuwe onderwerpen die in het internationaal klimaatbeleid moeten worden opgenomen, zoals bijvoorbeeld aanpassing aan de klimaatverandering. Bij die landen ook de USA. Dit zijn nog veel moeilijkere gesprekken dan die in de AWG. Men verwijst er dan ook naar als de "dialoog", en spreekt niet van formele onderhandelingen.
Resultaten na een week zware onderhandelingen? Voor de zomer publiceerde het internationaal expertenpanel, het IPCC, haar rapport over welke uitstootvermindering nodig is om de concentratie van broeikasgassen te stabiliseren. In Wenen raakte de politieke wereld het er over eens dat deze rapporten een goede basis zijn voor de doelstellingen na 2012. Twee concrete verwijzingen nam men over: tegen 2020 zou de uitstoot van de industrielanden 25 tot 40% lager moeten liggen dan in 1990, en de wereldwijde uitstoot zou tegen 2050 een heel eind onder de helft van de uitstoot in 2000 moeten liggen. Men erkent ook dat de wereldwijde uitstoot binnen 10 tot 15 jaar zou moeten pieken. Het is de eerste keer dat concrete cijfers in een gedragen tekst staan, het is ook de eerste keer dat er verwezen wordt naar wereldwijde actie. Geen gering resultaat dus. Ware het niet dat de tekst nog veel te voorwaardelijk is. De eerste tekstversie was al heel erg voorzichtig, maar is in de loop van de week nog verder afgezwakt, onder druk van landen als Japan, Canada, Nieuw-Zeeland. Het resultaat is dat deze eerste heel voorzichtige cijfers nu nog eens bevestigd moeten worden in de conferentie in Bali, eind dit jaar. Terwijl we eigenlijk vooral snel stappen vooruit zouden moeten zetten om deze eerste tekst veel concreter te maken.
In de loop van de week kwam het secretariaat van het Klimaatverdrag met een zeer interessant, en belangrijk document: een inschatting van de financiële stromen die nodig zijn in de strijd tegen de klimaatverandering. Hun conclusie is dat de additionele investeringen om de klimaatverandering tegen te houden in 2030 tussen 0,3 en 0,5% van het wereld binnenlands product zouden bedragen, of 1,1 tot 1,7% van de wereldwijde investeringen. Dit is veel als je het vergelijkt met wat er vandaag aan fondsen beschikbaar is onder het Kyotoprotocol en het Klimaatverdrag, maar weinig in vergelijking met globale cijfers. De les hieruit? We hebben vooral dringend een radicale heroriëntering van de bestaande investeringen nodig. Het document zet verder de noden voor aanpassing aan klimaatverandering duidelijk op de kaart. En nog opvallend: de landen moeten nu natuurlijk met geld over de brug komen, en kunnen dat geld op verschillende manieren genereren. Bij de mogelijke financiële instrumenten citeert het secretariaat ook de koolstoftaks.
Climate Action Network volgde de onderhandelingen op de voet, en berichtte in de Eco over de vorderingen en analyses van de milieubeweging. Op de website van het ENB stonden ook dagelijkse zakelijke berichten te lezen.
1 september 2007 | Bram Claeys