Home > Milieublog > oktober 2007
Milieublog archief: oktober 2007
Volgens satellietbeelden van het Europees Milieu Agentschap is
Vlaanderen de meest versnipperde en verkavelde regio van Europa. Verkavelingen
liggen als confetti verspreid in landbouwgebieden, verbonden door kilometers
lange lintbebouwing. De vorige twee decennia werden elk jaar meer dan 4000
voetbalvelden aan open ruimte ingenomen door nieuwe bebouwing. Dat is 5 ha per dag, of een halve m² per seconde…
De Vlaamse ruimtelijke wanorde zorgt er niet alleen voor dat open ruimte wordt versnipperd, maar ligt ook aan de basis van minder voor de hand liggende problemen. Denk in de eerste plaats maar aan de kosten voor allerlei nutsvoorzieningen, zoals waterzuivering, afvalophaling, postbedeling, gas- en elektriciteitsdistributie,… . Bij een meer aaneengesloten bebouwing kunnen dergelijke nutsvoorzieningen veel efficiënter en goedkoper worden georganiseerd.
Ter illustratie: de kostprijs voor één meter klassieke riolering bedraagt 1.000 euro. Volgens VMM moet er nog ongeveer 7.000 km gerioleerd worden, wat een totale kostprijs geeft van 7 miljard euro. We betalen ons gebrek aan ruimtelijke ordening dus cash aan rioleringen en andere nutsvoorzieningen. Een ander duidelijk gevolg van ruimtelijke versnippering zijn de toegenomen files. Omdat woon- en werkgebieden te ver van mekaar liggen, neemt het autoverkeer hand over hand toe. En samen met het autoverkeer neemt ook de luchtvervuiling verder toe. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Vlaanderen één van dé hot spots voor fijn stof is in Europa.
Het omkeren van de negatieve effecten van het ruimtelijk wanbeleid van de afgelopen decennia, is maar mogelijk als consequent gekozen wordt voor inbreiding en kernversterking. Door voorrang te geven aan het bebouwen van percelen in bestaande woonwijken en in de bebouwde kom, kan de groei van het autoverkeer in de hand gehouden worden, blijven kosten voor nutsvoorzieningen beheersbaar en wordt de laatste open ruimte gespaard. Op papier wordt ook een kernversterkend beleid gevoerd. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen – ondertussen al tien jaar van kracht – kiest resoluut voor een ‘open en stedelijk’ Vlaanderen. De praktijk is minder fraai.
Volgens de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) en het Milieurapport Vlaanderen gaat de versnippering van Vlaanderen nog steeds door. Nochtans blijkt uit datzelfde VRIND, nu ook bevestigd door de parlementaire vraag van Joke Schauvlieghe, dat er in onze woongebieden nog minstens 40.000 ha aan bouwgronden liggen. Dat overtreft vele malen de behoefte aan nieuwe bouwgrond. Daarbovenop zijn er nog eens 18.000 ha woonuitbreidingsgebieden beschikbaar. Die zijn in principe bedoeld als reservegrond, voor het geval er in de effectieve woonzones geen ruimte meer voorhanden is.
Ondanks het ruime aanbod in woongebieden, heeft Vlaams minister voor ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen er toch voor gekozen om deze reservegronden voor woningbouw sneller en soepeler te laten verkavelen. Omdat die woonuitbreidingsgebieden meestal buiten of aan de rand van steden en dorpskernen liggen, werkt dit beleid de versnippering en verkaveling van Vlaanderen nog verder in de hand.
Een probleem blijft wel dat een groot deel van de bouwgronden in woonzes niet te koop staat, het gaat dan om zgn. ‘slapende’ bouwgronden, of gewoon om speculatie. Dat kan opgevangen worden door met stimuli en heffingen onbebouwde bouwgronden in woonzones te activeren. Een dergelijk actief overheidsingrijpen op de bouwmarkt zou onze versnipperde samenleving heel wat problemen en kosten besparen.
16 oktober 2007 | Erik Grietens