Home > Milieublog > februari 2008
Milieublog archief: februari 2008
Professor
Dirk Inzé, hoofd plantentechnologie van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB), heeft deze week geweigerd aan een dubbelinterview
deel te nemen in het magazine ‘Gevilt’ met Karen Janssens van Greenpeace. Zijn
argument: Greenpeace baseert zich niet op wetenschap. Los van het feit dat dit
uiteraard onwaar is en dat professor Inzé dat ook wel weet, werpt zijn houding
een schaduw over het VIB, dat (zeer veel) overheidsgeld krijgt onder meer om te
communiceren over gentechnologie.
Het VIB is een eerbiedwaardig instituut. Ik zeg dit zonder zweem van ironie. Het VIB groepeert het kruim van onze biotechnologen. Het heeft de verdienste over de muren van de universiteiten te kijken en kennis en communicatie te groeperen rond een belangrijk onderzoeksdomein dat van onschatbare waarde is voor (onder meer) de medische wetenschap. Het wordt daarin actief gesteund door de Vlaamse overheid. Er zijn niet zoveel technologische polen waarin Vlaanderen een vooraanstaande rol speelt. En biotechnologie is er duidelijk één van.
Het VIB is er gekomen onder impuls van professor Marc Van Montagu. Hij is – samen met professor Shell - een van de grondleggers van de DNA-recombinant technologie, bij ons beter bekend als genetische manipulatie of genetische wijziging. Van Montagu is niet alleen een van de grondleggers van de biotechnologie. Hij was er ook een van de grote verdedigers van. Zo heb ik hem een tiental jaar geleden leren kennen als een man die met grote overtuiging zijn gelijk verdedigde.
Zijn overtuiging was dat de technologie waar hij de vader van was, zou bijdragen tot het verbeteren van de wereld. Er zouden gewassen groeien in de woestijn. Er zou een einde komen aan de honger. Van Montagu meende het en meent het nog steeds. Hij zette projecten op op Cuba en stichtte het Instituut Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden (IPBO).
Hij vocht voor zijn zaak. En ik vocht er tegen. Want ik was – en ben – er van overtuigd dat de technologie enorme risico’s inhoudt. Veeleer dan een oplossing te zijn voor de honger, zie ik er een bedreiging in voor de biodiversiteit. En dus ging ik met hem in debat. Niet alleen over de technologie zelf, maar ook over de concrete toepassingen ervan in de praktijk. Want de eerste GGO’s die in Europa werden ingevoerd droegen niet bij tot het bestrijden van de honger, noch tot het heroveren van de woestijn. Ze waren in handen van ondernemingen die zich tot enige doel stelden markten te veroveren. Monsanto en Cargill gingen daarbij niets ontziend te werk.
In 1996, nog voor er in Europa een begin van regelgeving tot stand was gekomen om GGO’s te controleren op hun impact op mens en milieu, voerden zijn GGO’s in in onze havens. 3 % GGO-soja, gemengd door 97 % traditionele soja. Plots was er geen niet-vermengde soja meer te krijgen. Het was er de bedrijven om te doen het ‘fait accompli’ te vestigen: het in één keer en definitief wegnemen van de keuzevrijheid. Europa zou voortaan – als het aan beide bedrijven lag – voorgoed GGO’s eten. Punt.
Het was zonder Greenpeace gerekend. De eerste GGO-schepen die Europa aandeden – Antwerpen en Gent hadden de twijfelachtige eer – werden door Greenpeace van de wal gehouden. Fysiek lukte dat maar enkele uren. Ik kan het getuigen, ik was aan boord. Maar de publieke impact was enorm. Plots moest de politiek zich uitspreken over GGO’s. Er kwam een breed maatschappelijk debat. En als gevolg daarvan consistente Europese regels. De consumenten keerden zich massaal tegen GGO-voeding. De distributiesector volgde. GGO’s verdwenen even snel uit de rekken als ze er gekomen waren.
Tijdens dat brede maatschappelijke debat heb ik enkele malen de (spreekwoordelijke) degens met Marc Van Montagu gekruist. De bewogen wetenschapper tegen de bewogen milieuactivist. Niet één keer insinueerde Van Montagu dat Greenpeace de wetenschap geweld aandeed. Van Montagu argumenteerde inhoudelijk. En die houding was in die jaren ook de houding van het VIB.
In februari 2001 opende in de Gentse Sint Pietersabdij een groots opgezette tentoonstelling ‘eet es genetisch’, georganiseerd door de VIB. Het was een tentoonstelling om de weldaden van de planten-gentechnologie onder de aandacht te brengen. Maar de tentoonstelling behandelde ook de risico’s voor het milieu. Het was voorzichtige geformuleerd – uiteraard - maar het was correct. De tekst was trouwens met Greenpeace doorgenomen. Meer nog. Op de tentoonstelling kreeg Greenpeace de kans om de eigen visie weer te geven.
Tien jaar later lijkt het obscurantisme het bij de plantentechnologen van het VIB te halen. In tegenstelling tot Van Montagu, kiest Inzé er voor onder te duiken in het eigen grote gelijk. Nu er steeds meer bewijzen opduiken GGO-teelten schade aanrichten en nu er steeds luider getwijfeld wordt aan de bewering dat gentechnologie een belangrijke bijdrage kan leveren in de strijd tegen de honger, kiest Inzé voor het verdacht maken van de tegenstander, eerder dan voor het weerleggen van diens argumenten. Hij discrediteert daarmee het VIB. Foei.
Jan Turf
Beleidscoördinator
Bond Beter Leefmilieu
14 februari 2008 | Jan Turf
Verkeer, Klimaat & energie, Lucht, Milieu & gezondheid
Het is goed weer, er waait een oostenwind en de zon schijnt fel.
Dat is, hoe spijtig wij dat ook vinden, bijzonder slecht nieuws. De luchtverontreiniging die zulk weer met zich meebrengt, is bijzonder onvriendelijk voor uw gezondheid.
Als reactie op het goede weer organiseerde Brussel extra snelheidscontroles, en uitte de Leuvense neuroloog Benoît Nemery de Bellevaux zijn bezorgdheid over de 10.000 vervroegde overlijdens door de zware luchtverontreiniging in ons land (zie Le Soir en Het Laatste Nieuws).
BBL-mobiliteitsexpert Bram Claeys gaf op FM-Brussel deze reactie.
De cijfers die Nemery de Bellevaux aanhaalt zijn shockerend, maar al langer bekend. In het Vlaamse Milieurapport (MIRA-T) wordt al jaren de balans opgemaakt van het aantal gezonde levensjaren dat verloren gaat door de verontreiniging van het milieu. Elke Vlaming speelt ongeveer een volledig jaar van zijn gezond leven kwijt. Vooral fijn stof, grotendeels afkomstig van het wegverkeer, is de grote boosdoener.
12 februari 2008 | Joris Gansemans
Klimaat & energie, Milieu & politiek
Vrijdag 1 februari sloten de federale en gewestelijke regeringen een akkoord over de verdeling van de CO2-emissierechten voor de bedrijven. ArcelorMittal zette daarvoor de overheid het mes op de keel: zonder rechten, geen heropening van de ovens, en dus geen jobs.
Een typisch Belgisch akkoord is het resultaat (het kan blijkbaar nog).
Het werd dan ook tijd. We zijn een jaar en een maand te laat. Het
belangrijkste knelpunt was de vraag van Arcelor Mittal om extra rechten
te krijgen voor de hoogovens in Luik.
En die strategie had succes: twee derden van de gevraagde hoeveelheid krijgt het bedrijf. Een derde moeten ze zelf kopen. Het is een goeie zaak dat het bedrijf tenminste voor een deel zelf moet instaan voor de oplossing van het probleem. Al zou het ons niet verwonderen als ze al een heel eind geraken met de gekregen rechten, en het deel dat moet worden gekocht achteraf een overschatting zal blijken geweest te zijn.
In de beste Belgische traditie loont het zeer de moeite om goed op de details te letten. De federale overheid springt bij door uit het Kyotofonds CO2-kredieten van buiten Europa aan de Waalse overheid te bezorgen. Dat komt neer op het versoepelen van de Waalse binnenlandse reductiedoelstellingen. Verder vraagt de regering vriendelijk aan meneer Mittal om te beloven zeker tot 2012 de ovens open te houden. Zonder dat uiteraard hard te kunnen afdwingen.
De federale regering engageert zich om de elektriciteitprijs niet te laten stijgen. Net zoals ze dat ten tijde van de Pax Electrica deed. Om voldoende rechten over te hebben voor Arcelor, en om in te gaan op de vraag van de Europese Commissie om minder rechten uit te delen, besliste men om zowel in Vlaanderen als Wallonië de steenkoolcentrales, klassieke gascentrales en mazoutcentrales geen rechten meer te geven. Op zich een zeer goede beslissing, die ons ook voorbereidt op de periode na 2012. Maar dat zou de elektriciteitprijs wel eens kunnen laten stijgen. Iets wat de federale overheid liever niet ziet gebeuren. Alleen heeft ze niet zo gek veel middelen om het te verhinderen. Eigenlijk is alleen drukken op de BTW of de heffingen op de elektriciteitprijs mogelijk. Heffingen die onder andere gebruikt worden om klimaatbeleid, energiepremies en sociale maatregelen mee te financieren. Als gevolg van een tekort aan emissierechten het sociaal en ecologisch energiebeleid onder druk zetten, dat is een cirkel die wij onder geen beding rond willen maken.
Tenslotte nog een aspect dat volledig buiten beeld bleef in de berichtgeving. Omdat er zowel in Vlaanderen als Wallonië meer wordt bespaard in de elektriciteitsector, komt de Vlaamse industrie hier met een lichtere inspanning weg, dan in het door de Vlaamse regering voorgestelde plan van net voor kerstdag. Dankjewel, meneer Mittal.
Eerdere berichten over Arcelor Mittal
2 februari 2008 | Bram Claeys