Milieublog

Home > Milieublog > augustus 2008

Milieublog archief: augustus 2008

Share

Voor Touring kan het niet snel genoeg op de autowegen

thema’sVerkeer, Klimaat & energie, Consumenten

20/08
2008

Automobilistenclub Touring pleit ervoor om de maximumsnelheid op de autosnelwegen op te trekken tot 130 km/h. Dat liet de organisatie weten in een reactie op het voorstel van Etienne Schouppe, federaal staatssecretaris van Mobiliteit. Die wil de snelheid op autosnelwegen bij regenweer te verlagen tot 110 km/u. Dat zou tot een gevoelige daling van het aantal verkeersdoden moeten leiden. Maar bij Touring hebben ze het zo niet begrepen. Liever dan naar een evenwicht te streven tussen het (verantwoord) gebruik van de wagen en de belangen van gezondheid, veiligheid en milieu, maken zij van elke gelegenheid gebruik om de eigen autoreligie ‘mijn auto is mijn vrijheid’ maximaal en zonder omzien te bepleiten.

"Met welk soort minachting voor mens en milieu moet je begiftigd zijn om vandaag nog met dit soort voorstellen af te komen in tijden van algemene nood aan vermindering van CO2-emissies?," vraagt Jan Turf, beleidscoördinator van Bond Beter Leefmilieu zich af.

Touring heeft het idee van Schouppe niet openlijk afgeschoten (verzet tegen het verminderen van het aantal verkeersdoden ligt zelfs bij Touring wat moeilijk), maar gecounterd met een tegeneis. Bij droog weer moeten we dan wel aan 130 km/u over onze overvolle snelwegen kunnen razen. In praktijk betekent dit dat de pieksnelheden zouden stijgen tot tegen de 140 km/u. We weten immers dat iedereen net onder de radarlimiet rijdt, niet onder het officiële maximum.

Een algemene officiële snelheidsverlaging tot bvb 100 of 110 km/u (en dus in werkelijkheid tot 110 of 120 km/u) zou het verbruik van de wagens die tegen het plafond aanrijden met 10 tot 20 % doen dalen. Ook het aantal ongevallen zou dalen, en dus het aantal verkeersdoden. Tel daarbij nog je winst in fijnstofemissies, in geluidsoverlast en in congestie en je brengt met één snelheidsverlaging oplossingen aan voor minstens 4 prangende problemen.

Je zou er haast bij vergeten dat het ook Etienne Schouppe niet zo erg menens is om de snelheid bij regenweer effectief te verlagen naar 110 km/u. Hij wil enkel de ‘wegbeheerders’ de kans geven om dat te doen. Dat dreigt dan de richting uit te gaan van de 90 km/u bij ozonpieken die de Vlaamse regering invoerde: ‘hier wel, daar niet’ en geen kat die er nog haar jongen in terugvindt.

Laat ons dus maar pleiten voor een algemene en permanente snelheidsverlaging op de autosnelwegen. Dat is veruit de goedkoopste manier om onze CO2-emissies te reduceren. Het kost namelijk niets.

Op de ‘Lente van het Leefmilieu’ werd trouwens unaniem aan staatssecretaris Schouppe gevraagd om een studie op te zetten naar de impact van een algemene snelheidsverlaging op CO2-emissies, op congestie, en op verkeersveiligheid, … Het is één van de vele eenparige voorstellen die door de minister gewoon van tafel werden geveegd. En dan ging het nog maar om een studie.
 

reactiesreageer

aanpasdatum20 augustus 2008 | Jan Turf


Natte zomer, natte voeten

thema’sWater, Klimaat & energie, Landbouw, Hinder, Ruimte en natuur

11/08
2008

Elk jaar, en meestal tijdens de zomer, komen overstromingen in ons land uitgebreid in het nieuws. Het lijkt erop alsof we er ons nu maar bij moeten neerleggen. Ook nu weer. Als het stortregent, volgen er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overstromingen. “Niets van,” zegt Wim Van Gils, adviseur waterbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. “Enkele jaren geleden volstond een hevige regenbui om de straten van Sint-Truiden en Overpelt volledig te laten onderstromen. Maar de gemeenten hebben bewezen dat wateroverlast wel degelijk te bestrijden is, met een doorgedreven aanpak in landbouwgebied én in de bebouwde kern.”

Bond Beter Leefmilieu stelt een driesporenbeleid voor om de overstromingen te vermijden: erosiebestrijding, de sponsfunctie van de bodem herstellen en meer ruimte aan het water geven.

Dat zijn, toegegeven, geen gemakkelijke of goedkope oplossingen. Maar er is geen alternatief. Uit cijfers van het Rampenfonds blijkt dat het aantal natuurrampen gevoelig toeneemt in ons land. Het Rampenfonds betaalde in 2006, toen de overheid 10 natuurrampen heeft erkend, een recordbedrag van 19.618.156 euro uit voor 4.489 schadedossiers. Terwijl tussen 1976 en 2000 in België gemiddeld slechts 1,8 erkende rampen per jaar voorkwamen, zijn er dat sinds de eeuwwisseling gemiddeld 6 per jaar.

De bal ligt nu in het kamp van de Vlaamse overheid. Als die geen versnelling hoger schakelt, halen we ons de komende decennia veel problemen op de hals. Een goed begin zou zijn om werk te maken van de uitvoering van de bekkenbeheerplannen. Daarin staat dat Vlaanderen tegen 2014 dertien nieuwe overstromingsgebieden moet aanleggen. In totaal gaat het om ongeveer 616 hectare. Maar de plannen geraken niet goedgekeurd door de Vlaamse regering. Met de deelbekkenbeheerplannen, 103, is het nog slechter gesteld. Die zijn nog niet eens allemaal opgemaakt.

Er is blijkbaar geen akkoord over wie de kostprijs van de uitvoer van al die plannen moet dragen. Maar uiteindelijk moet er iemand opdraaien voor de kosten. Ofwel moet er geïnvesteerd worden in het vermijden van overstromingen, zoals in Sint-Truiden en Overpelt. Ofwel draaien de burgers, het Rampenfonds en de verzekeraars steeds opnieuw op voor het opruimen van de schade.

Benieuwd of de verzekeraars gaan blijven slikken dat de overheid nalaat de burger te beschermen tegen overstromingen. 

reactiesreageer

aanpasdatum11 augustus 2008 | Wim Van Gils


De wegwerp-gsm HOP 1800 is geen goed idee

thema’sAfval, Grondstoffen, Duurzame ontwikkeling, Consumenten

8/08
2008

Binnenkort zal in België de wegwerp-gsm Hop 1800 te koop worden aangeboden. De Amerikaanse producent Hop-on is er van overtuigd dat ze hiermee een gat in de markt kunnen aanboren, aldus een artikel in De Morgen.

Een wegwerp-gsm, dat is een slecht idee, vindt Kristof Debrabandere, adviseur afvalbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. Zo'n gsm bevat zware metalen en andere giftige stoffen, stoffen die beter niet in het milieu terechtkomen. Als die telefoon echt zo weinig kost, zullen consumenten snel geneigd zijn die gewoon in de vuilnisbak te gooien.

Een wegwerp GSM is op zich geen losstaand feit, maar een symptoom en onderdeel van een complex netwerk dat vérgaande economische, sociale en milieu consequenties heeft.

Als consument kopen we meer en meer (goedkope) elektrische en elektronische apparaten die eerder vervangen dan hersteld worden. Een afgedankt apparaat bevat toxische chemicaliën en edele metalen. Op globale schaal is het onduidelijk wat er met dit afval gebeurt.

Verontrustend genoeg om hier wat nader op in te gaan.

De fundamentele vraag bij elk wegwerp product is natuurlijk: waar is “weg”? “Weg” op de stortplaats? Of “Weg” in de verbrandingsoven? Of “Weg” in de kast? Of “weg” naar een recyclage firma (wat bedoeld men hier eigenlijk met “recyclage”)? Een recente studie van Greenpeace International, vermeld door BBC News) toont aan dat “Weg” eveneens een West-Afrikaans ontwikkelingsland (bv. Ghana) kan zijn waar afgedankte elektronische en elektrische apparaten (AEEA) gedumpt worden. Daar wordt het dan vaak door kinderen op primitieve wijze aangepakt om er de metalen uit te recycleren, zonder enige milieu -en beschermingsregulaties weliswaar. Deze stortplaatsen zijn dan ook zwaar vervuild met o.a. zware metalen, phtalaten, PCB´s en vlamvertragende toxische producten. Om over de lange termijn effecten op de gezondheid van de kinderen dan nog te zwijgen.

Tevens blijkt uit deze studie dat de Antwerpse haven de uitverkoren haven is om o.a. het Nederlandse elektrisch en elektronisch afval te verschepen. Op zich is het exporteren van dergelijk afval verboden via de Basel-conventie en EU-wetgeving). Wat echter wel kan is het exporteren van “tweedehandsartikelen”. Deze exporttrafiek misbruikt dus dit achterpoortje om effectief elektronische en elektrische producten te dumpen daar slechts een klein fragment van het geëxporteerde afval effectief ook herbruikbaar is. De ontoereikende controle op de Antwerpse haven laat dit dan ook toe.

Dit illustreert eveneens hoe het consumentengedrag van ieder van ons onrechtstreeks een serie consequenties kan hebben met desastreuze gevolgen voor mens en milieu.

Als we er van uit gaan dat het aanpakken van deze “afzetmarkten” in de Derde Wereld bijzonder moeilijk is, dan is de conclusie dat de aanvoer van dergelijk toxisch afval moet droog gelegd worden. Dit kan op verschillende manier gebeuren:

Het belang van preventie

Afval dat vermeden wordt, hoeft niet behandelt of verscheept te worden. De wegwerp GSM illustreert perfect dat de meeste wegwerp producten overbodige producten zijn. Laagkwalitatieve spullen met een korte levensduur kosten de consument vaak meer op lange termijn, hebben een grotere milieu-impact, kosten de maatschappij (indirect) meer geld en werken vaak innovatieremmend op een marktsegment.

Het vermijden van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten

In vele gevallen bestaan er reeds veiligere alternatieven voor de toxische materialen die momenteel gebruikt worden. Als deze toxische producten niet aanwezig zijn in de AEEA zullen ze ook mens en milieu niet vergiftigen. Anders gezegd: er horen geen toxische componenten thuis in courante gebruiksvoorwerpen die kind en volwassene meer en meer gebruiken.

Het belang van een transparante recyclageketen

Het feit dat AEEA toch nog de weg naar Ghanese toxische stortplaatsen vinden is o.a. het resultaat van een gebrek aan transparantie in de afvalketen. Sluiten van achterpoortjes is hierbij van essentieel belang. Zo wordt in het voorstel van Milieubeleidsovereenkomst (MBO) van AEEA dat momenteel voor advies bij de Minaraad is, net het tegenovergestelde voorgesteld. Niet alleen wordt afval preventie als maatregel de facto geschrapt (tegen de geest van de relevante Europese richtlijn in die product design als preventie maatregel als een sleutelobjectief ziet), men laat ook toe om AEEA te exporteren voor recyclage, weliswaar onder bepaalde voorwaarden. Bond Beter Leefmilieu vraagt zich echter af hoe controleerbaar en afdwingbaar deze voorwaarden zijn. V.z.w. Recupel (het beheersorganisme voor de ophaling en recyclage van AEEA in België) probeert zijn verantwoordelijkheid zo te omzeilen om commerciële redenen en dit zou onrechtstreeks kunnen leiden tot toestanden zoals beschreven in het Greenpeace report.

Verder zouden adequate controles op de haven van Antwerpen het sluitstuk moeten zijn om de aanvoer van toxisch afval naar de Derde Wereld stop te zetten.

Als puntje bij paaltje komt heeft de sector van elektrische en elektronische apparaten een verantwoordelijkheid voor hun producten die eveneens de afvalfase en aanwezigheid van bepaalde toxische componenten omvat (EU richtlijnen 2002/96/EC en 2002/95/EC). Die verantwoordelijkheid kan het best op het niveau van preventie en product design worden genomen. Op die manier wordt afvalverwerking geen gevaar voor mens en milieu, maar eerder een positieve economische activiteit die kostbare grondstoffen op een veilige en gezonde manier weet te recupereren. Op een fundamenteler niveau kunnen elektrische en elektronische apparaten dan zonder schuldgevoelens gekocht worden. Iedereen wint.
 

reactiesreageer

aanpasdatum8 augustus 2008 | Kristof Debrabandere