Milieublog

Home > Milieublog > september 2008

Milieublog archief: september 2008

Share

Hongaarse hete lucht voor België

thema’sKlimaat & energie

30/09
2008

Minister Magnette koopt 2 miljoen ton CO2-rechten van de Hongaarse regering. Dat gebeurt via een investering in het Hongaarse 'Green Investment Scheme'. De focus van dit project ligt op de promotie van energiebesparende investeringen in woningen en overheidsgebouwen en het bevorderen van hernieuwbare energie. Een belangrijke stap vooruit om de federale verplichtingen in de Belgische klimaatlastenverdeling van 2004 in te vullen. Maar ook een stap vooruit om de klimaatverandering aan te pakken? BBL heeft er zo zijn twijfels bij, want de Hongaren garanderen niet dat er effectief 2 miljoen ton CO2-reducties plaats zullen vinden. En daar zou het toch eigenlijk over moeten gaan…

 Begrijp ons niet verkeerd: de investeringen in Budapest en omgeving zijn zeker bewonderenswaardig. Een voorbeeld van investeringen in energiezuiniger gebouwen, waar onze Belgische regeringen nog lessen zouden kunnen uit trekken. Dat is overigens een nogal wrange ironie in het verhaal. De energieverspilling in onze eigen gebouwen is groot genoeg om hier dergelijke investeringen ook meer dan te rechtvaardigen.

Maar! De federale regering zet hiervoor een bijzondere techniek in, die ons weer wat verder af brengt van het goede voorbeeld dat ze eerder gaven. Ze koopt hete lucht, waar geen echte emissiereducties tegenover staan. Omdat dit eigenlijk de boel belazeren is, probeert ze via het renovatieprogramma toch een zekere hoeveelheid emissiereducties te realiseren. Maar hoeveel precies, is moeilijk hard te maken, en zal vooral een zaak van afwachten zijn. We kopen dus hete lucht met een groen wolkje.

De nood om CO2-rechten te pakken te krijgen is hoog, dat zult u ons niet horen bestrijden. De mensen binnen de administratie doen keihard hun best om zo goed mogelijke kredieten te pakken te krijgen. Wat ontbreekt is de politieke beslissing om meer middelen vrij te maken om niet te hoeven afglijden naar minder kwalitatieve rechten. De Gold Standard heeft bijvoorbeeld een hele trein nieuwe projecten op komst – deze zijn bij uitstek geschikt om de Belgische verplichtingen in te vullen.

En laat ons wel wezen, er is in België zelf meer dan genoeg potentieel om CO2 te besparen. Laat ons daar eindelijk eerst een serieus werk van maken. 

reactiesreageer

aanpasdatum30 september 2008 | Bram Claeys


Stadion Club Brugge: oordeel zelf - De studie van de bouwmeester versus de plannen van U-Place

thema’sRuimte en natuur, Milieu & politiek

26/09
2008

De perikelen over een nieuw stadion voor Club Brugge naderen stilaan de ontknoping. Minister Van Mechelen liet vorig weekend in De Zevende Dag weten dat de regering binnenkort zal beslissen en de keuze zal gaan tussen een nieuw stadion in Loppem of een vernieuwing van het bestaande Jan Breydelstadion. De minister gaf  meteen mee dat zijn persoonlijke voorkeur uitgaat naar een nieuw stadion annex shoppingcenter in Loppem. 'Het Jan Breydelstadion is niet het stadion van de toekomst', aldus de minister. Nochtans blijkt uit een overtuigende haalbaarheidsstudie onder leiding van de Vlaamse Bouwmeester, dat een uitbreiding van het bestaande stadion perfect haalbaar is, zowel op stedenbouwkundig, mobiliteits- als financieel vlak. Oordeel zelf!

Vanuit de milieubeweging vinden we het niet zo’n verstandig idee om in een waterziek gebied, pal naast de afrit van de E40, een nieuw shoppingcenter van 40.000 m² met een voetbalstadion en 9.000 parkeerplaatsen te bouwen. Dit gaat in tegen zowat alle principes van een goede ruimtelijke ordening en een duurzaam mobiliteitsbeleid. De laatste open ruimte rond Brugge wordt opgeofferd, er zullen problemen zijn met wateroverlast en op piekmomenten zal er een enorme autostroom ontstaan, met files tot op de autosnelweg als gevolg.

Omgekeerd blijkt de opwaardering van het Jan Breydelstadion wel degelijk een haalbare kaart te zijn. Reeds in de zomer van 2007 werd op vraag van de stad Brugge en onder leiding van de Vlaamse Bouwmeester een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de opwaardering van het bestaande Jan Breydelstadion. Uit dit onderzoek blijkt dat het stedenbouwkundig perfect mogelijk is om het bestaande stadion uit te breiden van 30.000 naar 40.000 zitplaatsen, met de nodige Bussiness Seats en Skyboxen, zoals Club het wil. In Utrecht werd reeds aangetoond dat het opwaarderen van een verouderd stadion op een gefaseerde manier mogelijk is, zonder capaciteits- of rendementsverlies. Dat lukte door de tribunes één na één aan te pakken in de tussenseizoenen. En wat ze in Nederland kunnen, moet in Brugge ook lukken.

Door de lege hoeken in het stadion in te vullen, de tribunes één voor één te vernieuwen en - als kers op de taart - een nieuwe, transparante dakstructuur te voorzien bovenop het uitgebouwde Jan Breydelstadion, ontstaat een echt ‘arena-gevoel’ met uitstraling en allure, een topclub waardig.

Ook bij het bestaande stadion zijn combinaties mogelijk met commerciële en indoor sportactiviteiten. De integratie in het stedelijk gebied maakt het mogelijk om de opwaardering van het stadion te gebruiken als hefboom voor een bredere stedelijke vernieuwing. 'Club' kan zo de band met de stad aanhalen en zijn imago van gezinsvriendelijke voetbalclub sterker promoten.

In de studie werd tevens de mobiliteitsproblematiek onder de loep genomen. Door een betere benutting van de ruim aanwezige parkeerplaatsen op wandelafstand, het inleggen van pendeldiensten en het verder promoten van de reeds succesvolle bus-combi-tickets, is het perfect mogelijk om ook de piekbelasting bij wedstrijden op een vlotte en veilige manier op te vangen.   

Tot slot werd in het onderzoek ook de financiële haalbaarheid bekeken. Opnieuw blijkt dat dit inbreidingsconcept rendabel ontwikkelbaar is. Een eerste raming van de kosten komt uit bij 83 miljoen euro, wat vergelijkbaar is met de kosten voor de bouw van een nieuw stadion in Loppem (79 miljoen). Een eerste bevraging leverde alvast constructieve reacties op vanuit de immobiliënwereld.

Om u de mogelijkheid te bieden zelf een mening te vormen, publiceert BBL voor u twee links: één naar de studie van de Vlaamse Bouwmeester en één naar het voorstel van U-Place.

Oordeel zelf:  Studie bouwmeester vs. Voorstel U-Place

Erik Grietens

reacties3 reacties

aanpasdatum26 september 2008 | Erik Grietens


België plots toch in staat klimaatdoelen te halen

thema’sKlimaat & energie

18/09
2008

Bij wijze van spreken, natuurlijk. Maar toch. Vanmorgen verzamelde de Belgische klimaatwereld voor een presentatie van de langverwachte studie van het Federaal Planbureau, over de klimaat- en hernieuwbare energiedoelstellingen voor België, voor 2020. Daaruit blijkt dat België zelfs bij gelijke financiële inspanningen tussen de verschillende Europese lidstaten, uitkomt bij de doelstellingen die de Europese Commissie begin dit jaar voorstelde. Opmerkelijk, want vooral de hernieuwbare energiedoelstelling ligt vanuit sommige hoeken nogal onder vuur.

 

De studie van het Planbureau is al maanden klaar, maar mocht niet vrijgegeven worden. Tot nu, dus. De belangrijkste conclusies vallen eenvoudig op te sommen. Ten eerste daalt de uitstoot van broeikasgassen vooral in de niet-industriële sectoren, bij de gezinnen en de transportsector dus. Met 14 tot 19%, afhankelijk van de globale Europese doelstelling. In de industrie neemt ze respectievelijk toe met 10%, en af met 8%. Belangrijkste oorzaak van de toename in de industrie, is de verwachte nieuwe hoogoven bij staalreus Arcelor in Gent. Die stoot zodanig veel CO2 uit dat we dat serieus voelen aan onze rekening.  

Door de opbrengst van de verkoop van uitstootrechten en van energieheffingen te recycleren in de sociale zekerheid, creëren we bovendien 26.000 extra jobs!  

Ten tweede kan België binnen de eigen grenzen 12,3% hernieuwbare energie realiseren, als we uitgaan van gelijke kosten. De Europese Commissie stelde 13% voor, de studie stelt dus dat we een klein beetje bij de buren zullen moeten gaan lenen. Een mogelijkheid die de Commissie voorziet.  

Toch schreeuwt het VBO – vanmorgen nog bij de voorstelling – moord en brand over de ongelooflijke kosten die aan die ontwikkeling van hernieuwbare energie vasthangt. Daarin worden ze gevolgd door Vlaams minister Crevits, die vorige vrijdag in de Tijd citeerde uit de zogenaamde GreenX-studie die aan moet tonen dat het België beter niet te hard inzet op hernieuwbare energie. De kosten zouden niet te dragen zijn. Vreemd, want uit de studie van het Planbureau komt naar voor dat heel dit klimaatpakket voor een vertraging van de economische groei zorgt van 0,006 tot 0,04 procentpunten per jaar. Met andere woorden: we bereiken het verwachte economische groeipeil een paar maanden later dan anders.  

Vreemd overigens ook dat minister Crevits net een paar dagen voor het presenteren van de Planbureau resultaten met de GreenX studie kwam, die ook al maanden in de schuif ligt, net als die van het Planbureau.  

Waar maken VBO en minister Crevits zich druk om? Ziet Vlaanderen het niet zitten om vragende partij te zijn ten opzichte van Wallonië, dat een hoger potentieel heeft voor hernieuwbare energie? Willen de bedrijven echt beknibbelen op elke bijkomende kost op hun elektriciteitfactuur? Maar waarom maken ze dan niet meer problemen over de woekerwinsten die Electrabel/Suez boekt met de afgeschreven kerncentrales? En zijn investeringen in hernieuwbare energietechnologie niet net wat onze bedrijven kunnen gebruiken om innovatie en winst te realiseren? Vreemd…  

Nee, als er één ding duidelijk is na vanmorgen, dan is het dat klimaatbeleid vooral een opportuniteit is. Verstandige beleidsmakers en bedrijfsleiders grijpen zoiets met beide handen.

reactiesreageer

aanpasdatum18 september 2008 | Bram Claeys


SOS Piet

thema’sKlimaat & energie, Landbouw, Ruimte en natuur

11/09
2008

Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche heeft Bond Beter Leefmilieu op een inconsequentie betrapt, laat hij weten via het onvolprezen vakblad ‘Boer en Tuinder’. 

Wat is het dat Piet zo dwars zit, vraagt Jan Turf, beleidscoördinator bij Bond Beter Leefmilieu zich af.

Bond Beter Leefmilieu dreigt stokken in de wielen te steken van de mestverwerking. Meer nog: Bond Beter Leefmilieu heeft een handleiding gemaakt voor lokale groepen die bezwaar willen aantekenen tegen de inplanting van grootschalige mestverwerkingsinstallaties op het platteland, buiten de voorziene industriezones. Welnu, redeneert Piet, mestverwerking wordt vaak gecombineerd met vergisting, waarmee groene stroom wordt geproduceerd. En dus, denkt Piet, moet BBL daar niet tegen, maar juist voor zijn.

BBL klaagt immers dat er te weinig groene stroom wordt geproduceerd in Vlaanderen. Piet heeft een punt. Groene stroom is voor ons erg belangrijk. Maar ruimtelijke planning is dat ook. Er is in Vlaanderen meer dan plaats genoeg om vergistingsinstallaties en andere groenestroominstallaties in te planten. Kleinere installaties kunnen voor ons in landelijk gebied. Grote installaties pal naast de dorpskern, vinden wij daarentegen bijzonder misplaatst. Letterlijk en figuurlijk. Je moet, om groene stroom op te wekken, onze dorpskernen niet belasten met tientallen vrachtwagens die dagelijks tonnen groenafval aanvoeren. Dat draagt niet bij tot het draagvlak voor groene stroom. Ook inzake groene stroom moet je de juiste locaties uitkiezen. Op bedrijventerreinen waar bestaande wegen en waterwegen voor de aanvoer zorgen.
 
En dus hebben we er bij BBL voor gekozen om onze principes over een leefbaar platteland en een doordachte ruimtelijke ontwikkeling te combineren met ons streven naar (veel) meer groene stroom.

Maar we begrijpen Piet wel. Het gaat hem natuurlijk niet om die groene stroom.

Het gaat hem om de impact van onze aanbevelingen op de mestverwerking zelf. Mestverwerking is immers de achillespees van het Vlaams mestbeleid. Mislukt de mestverwerking, dan stuikt het mestbeleid ineen. En dus vindt Piet elke kritische noot over mestverwerking er één te veel. Dat is jammer. Het betekent immers dat de Boerenbond er niet in slaagt haar principes over een leefbaar platteland te combineren met haar streven naar (veel) meer mestverwerking. Toch een beetje onrustwekkend.

reactiesreageer

aanpasdatum11 september 2008 | Joris Gansemans


Die ochtend in Fleurus

thema’sKlimaat & energie

8/09
2008

Ons land is een van de meest genucleariseerde landen ter wereld. Dat wisten we al. Sinds vorige week weten we ook dat we tot de minst beveiligde landen horen. Bijna een volle week duurde het eer het nieuws van de lozing van radioactiviteit in de omgeving van de nucleaire site het IRE van Fleurus tot bij de getroffen bevolking raakte. Op alle niveaus werd gefaald, zegt Jan Turf, beleidscoördinator bij Bond Beter Leefmilieu.

Minister van milieu Paul Magnette werd uitgestuurd om te melden dat alles in orde was. Pas daarna gaf men toe dat er wel degelijk een risico was voor de omwonenden. We zouden het onder de noemer onbekwaamheid kunnen vatten, maar er is meer aan de hand. Ons land heeft een lange traditie van geheimhouding en verdraaiing van de feiten als het op de nucleaire veiligheid aankomt. Na de kernramp in Chernobyl werd op de nationale zender verkondigd dat er op Belgisch grondgebied geen gevaarlijke radioactieve fall out was. Achteraf moest men toegeven dat het hier om een bewuste leugen ging ‘om de bevolking niet ongerust te maken’. De Belgische traditie inzake openheid in nucleaire zaken leunt zo nog het dichtst aan bij de Russische. Voor de Chernobyl-ramp bekend raakte gingen ook kostelijke dagen verloren. De vraag dringt zich op: ‘Wat er zal gebeuren de dag dat zich een ernstig probleem voordoet in Doel of Tihange?’ 

 


Jan Vande Putte van Greenpeace België schreef voor de krant De Morgen van 6 september 2008 volgende opinietekst over het ongeval in Fleurus 

Een nucleaire autoriteit op lemen voeten

Ondanks wat reorganisaties en een nieuwe directeur slaagt de nucleaire waakhond FANC er nog steeds niet in de nucleaire veiligheid af te dwingen, besluit Jan Vande Putte na het incident bij IRE in Fleurus.

Het 'incident' bij het Instituut voor Radio-elementen IRE in Fleurus heeft naast de uitstoot van radioactief jodium ook een politieke fall-out veroorzaakt. Sinds het begin van het incident hebben zowat alle betrokkenen nagelaten te doen wat van hen verwacht werd: de bevolking beschermen. Twee weken later lijken de gevolgen voor de volksgezondheid gelukkig (erg) beperkt te zijn. Toch blijft waakzaamheid geboden. De belangrijkste uitdaging is nu om na te gaan hoe het gesteld is met de nucleaire controle in dit land en welke maatregelen zich opdringen.

Op vrijdag 22 augustus is alles begonnen met een chemische reactie in een vat radioactief afval, waardoor radioactief jodium in het ventilatiesysteem terechtkwam. Volgens de versie van het IRE werd dat pas maandagochtend vastgesteld, een uitleg die vandaag nog moeilijk vol te houden is. Vervolgens heeft het IRE pas tegen de avond de controleautoriteit FANC (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) op de hoogte gebracht, al had het tijdens de dag wel een berichtje achtergelaten op de gsm van een inspecteur die afwezig was.

Het duurde dan nog tot donderdagnacht vooraleer er binnen het Crisiscentrum een 'crisiscel' werd opgericht die de al bekende beschermende maatregelen nam, zoals het afraden van de consumptie van bladgroenten in de gemeenten nabij het IRE.

De weinige informatie die de crisiscel op de bevolking losliet kwam niet alleen te laat, ze was ook onvolledig of misleidend. Zo had de cel tot vorige vrijdag nog niet eens een inschatting gemaakt van de specifieke risico's voor kinderen, die bijzonder gevoelig zijn voor de opname van radioactief jodium in de schildklier. Reden genoeg om verwarring te creëren bij de lokale bevolking.

Intussen waren het IRE en de autoriteiten achter gesloten deuren vooral bezig hun eigen hachje te redden. Gelukkig was er nog de Franse nucleaire autoriteit IRSN, die intussen veel uitgebreidere informatie over het Fleurusincident op haar website plaatste. Je moet het natuurlijk wel weten te vinden.

Een gedetailleerde reconstructie van de voorbije twee weken zou erg verhelderend zijn. Maar toch kunnen we nu al enkele belangrijke conclusies trekken. Uit een audit van het IRE die vorig jaar door het FANC werd uitgevoerd, bleek al overduidelijk dat het IRE het niet altijd zo nauw nam met de veiligheid. Een reeks maatregelen werd voorgesteld. Een klein jaar later moeten we vaststellen dat men drie dagen nodig heeft om het FANC te bellen.

De nalatigheden van het IRE bij dit incident springen natuurlijk eerst in het oog. Maar de draagwijdte reikt veel verder. Waarom is de nucleaire autoriteit niet bij machte om de veiligheid bij het IRE af te dwingen? Waarom is minister Patrick Dewael, die sinds 2003 verantwoordelijk is voor nucleaire veiligheid, er niet in geslaagd het noodlijdende agentschap snel operationeel te maken? Zijn voorganger Antoine Duquesne had er al niet naar omgekeken en toenmalig directeur Jean-Pol Samain maakte intussen goede sier op internationale congressen en veronachtzaamde de situatie in België. Er moest in 2003 dus snel gehandeld worden.

Maar pas in 2006 werden de puntjes op de i gezet door een speciale parlementaire commissie Nucleaire Veiligheid. Achter gesloten deuren kwamen de verhalen over de incompetentie van de directie van het FANC naar boven. Intussen had minister Dewael niet stilgezeten. Directeur Samain werd ontslagen, maar als beloning voor bewezen diensten door de minister benoemd tot voorzitter van de Wetenschappelijke Raad, een erg belangrijke functie voor het verlenen van nucleaire vergunningen. Het ministerieel besluit van 11 mei 2006 leest als een lofzang op de betrokkene. Vandaag moeten we vaststellen dat ondanks wat reorganisaties en een nieuwe directeur het FANC er nog steeds niet in slaagt de nucleaire veiligheid af te dwingen.

Hoe zit het intussen met de veiligheid van de kerncentrales? Terwijl een ongeval bij het IRE tot een lokale crisis kan leiden, zou een ernstig ongeval in Doel of Tihange een ramp van Europees formaat betekenen. Reden genoeg voor bezorgdheid. Gelukkig zijn Electrabel-Suezmanagers niet op een hoopje te gooien met hun collega's bij het IRE. Maar met de liberalisering van de elektriciteitsmarkt heeft Electrabel een reeks besparingsprogramma's gestart.

Wellicht het meest verontrustende is de besparing op personeel: steeds minder personeel, minder opleiding en minder ervaring. Er wordt wel eens vergeten dat de veiligheid van een centrale staat of valt met arbeiders die de bouten vastdraaien. Zo kan de miljardenwinst van Suez nog wat aangedikt worden, ten koste van de samenleving.

De kerncentrales zijn het voorbeeld bij uitstek van het principe: privatisering van de winsten en socialisering van de lasten. Voor de enorme risico's is Electrabel nauwelijks verzekerd. Kernafval wordt overgedragen aan de Belgische staat voor een habbekrats. In ruil heeft de consument sinds 1971 van de duurste tarieven in Europa betaald om die dure kerncentrales te financieren. En de nucleaire autoriteit? Die beschikt over een handvol inspecteurs om ze te controleren.

reactiesreageer

aanpasdatum8 september 2008 | Jan Turf