Milieublog

Home > Milieublog > februari 2009

Milieublog archief: februari 2009

Share

Klimaatkampioen

thema’sKlimaat & energie, Duurzame ontwikkeling

23/02
2009

Eind december vindt in Kopenhagen de 15de VN-klimaattop plaats. Deze cruciale top moet na jaren van moeizame onderhandelingen resulteren in een globale overeenkomst ter opvolging van het Kyoto-protocol. Europa dreigt deze afspraak met de geschiedenis te missen.

Nog een luttele 10 maanden rest de wereldleiders om een ambitieus, mondiaal en rechtvaardig akkoord te bereiken. Vereist resultaat: concrete maatregelen die de slachtoffers van de klimaatverandering beschermt én een koolstofarme ontwikkeling in noord én zuid mogelijk maakt. De houding van Europa zal opnieuw bepalend zijn voor het slagen of falen van de onderhandelingen. Tijdens de volgende top in maart beslissen de Europese staatshoofden over hun politieke strategie voor Kopenhagen. De Europese Commissie deed eind januari een aantal voorstellen. Die worden nu besproken in de Europese Raden. Ook onze eigen ministers moeten dringend kleur bekennen.

 

Europa profileert zichzelf graag als klimaatkampioen en claimt een leidersrol in de internationale onderhandelingen. Na het Europese klimaat- en energiepakket blijkt opnieuw dat er vooral lippendienst wordt bewezen aan een ambitieus en rechtvaardig klimaatbeleid. In de huidige economische context wordt de opwarming van de aarde graag gebanaliseerd, hoewel deze een veel grotere bedreiging vormt voor de wereldbevolking dan de economische crisis. Dit klimaatakkoord biedt de enorme opportuniteit om het roer om te gooien en definitief te kiezen voor een duurzame en koolstofarme economie die niet afhankelijk is van steeds schaarsere, vervuilende en geïmporteerde hulpbronnen.

Zowel voor de eigen reductiedoelstellingen als voor de ondersteuning van ontwikkelingslanden moeten betere voorstellen op tafel komen. Het rijke en vervuilende Europa moet samen met de andere industrielanden het voortouw nemen. Europa heeft zich bereid verklaard om zijn emissie te reduceren met 20% tegen 2020 (in vergelijking met 1990) en indien er een globaal akkoord bereikt wordt zelfs met 30%. Wetenschappelijke studies tonen aan dat om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden het cruciaal is dat deze reductie binnen de Europese grenzen gerealiseerd wordt. De Europese doelstelling wordt immers ondermijnd door de grote mate van ingebouwde flexibiliteit. Een groot deel van de reducties kan zo elders gerealiseerd worden via de aankoop van externe maar vaak onbetrouwbare emissiekredieten. Ons land kan op deze manier meer dan de helft van zijn reducties uitbesteden.

Een ernstig emissiereductiebeleid moet in de eerste plaats in ons eigen land plaatsvinden en gericht zijn op energiebesparing, energie-efficiëntie en omschakeling naar groene energie binnen de eigen grenzen. Dit schept namelijk jobs, is goed voor onze economie, natuurlijke omgeving en gezondheid. Een aanzienlijke vermindering van de energieconsumptie blijft prioritair. Belastinggeld en fiscale maatregelen moeten gebruikt worden om een duurzame transitie te stimuleren en niet om het voortbestaan van vervuilende industrieën te vrijwaren.

Ontwikkelingslanden hebben historisch gezien het minst bijgedragen aan het veroorzaken van de opwarming van de aarde, maar worden wel het zwaarst getroffen door de gevolgen ervan. De impact van de klimaatopwarming op landbouw, watervoorziening, biodiversiteit, bossen, gezondheid en infrastructuur maken nu al vooral in het zuiden miljoenen slachtoffers. Naast de interne emissiereducties moeten de industrielanden de ontwikkelingslanden ondersteunen om zich aan te passen aan de klimaatopwarming en voor te bereiden op hun transitie naar een koolstofarme en duurzame ontwikkeling, inclusief het vermijden van ontbossing en bosdegradatie. Gezien de historische verantwoordelijkheid voor de koolstofuitstoot en de technische en financiële capaciteit van het noorden, is het logisch dat de geïndustrialiseerde landen deze kosten dragen. De vervuiler moet betalen. Voorlopig blijft het echter oorverdovend stil aan de Europese kant van de onderhandelingstafel.

Er moeten dringend cijfers geplakt worden op de noodzakelijke geldstromen voor emissiereductie en aanpassing in ontwikkelingslanden, mét geloofwaardige voorstellen voor mechanismen om dergelijke financiële stromen te beheren. Dit geld moet bovenop de bestaande engagementen voor ontwikkelingssamenwerking komen (additioneel aan de 0,7% van het BNP dus). Voorlopige cijfers tonen aan dat de totale financieringsbehoefte voor ontwikkelingslanden boven 110 miljard dollar per jaar zal liggen tegen 2020. Europa moet daarvan een eerlijk aandeel betalen op basis van zijn historische emissies en zijn financiële capaciteit.

Zonder garanties voor internationale steun van dit niveau is het weinig waarschijnlijk dat ontwikkelingslanden mee zullen stappen in een globaal klimaatakkoord. Kopenhagen dreigt op een mislukking uit te draaien indien de industrielanden niet bereid zijn om dergelijke garanties te bieden. De onderstaande milieu- en ontwikkelingsorganisaties willen de Belgische en Europese leiders oproepen om een geloofwaardige impuls te geven aan de klimaatonderhandelingen en ambitieuze cijfers op tafel te leggen. Enkel zo kan Europa een constructieve rol spelen tijdens de cruciale onderhandelingen over de toekomst van onze aarde.

Deze tekst is een initiatief van VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling) en wordt ondersteund door 11.11.11, BBL, Broederlijk Delen, Groenhart, Oxfam in België, Protos, Vereniging voor Bos in Vlaanderen, Natuurpunt enWWF België.

 

reactiesreageer

aanpasdatum23 februari 2009 | Bram Claeys


Wind genoeg in België

thema’sKlimaat & energie

2/02
2009

Cijfers die voor zich spreken. Als je naar vermogen kijkt, groeide windenergie in 2008 meer dan om het even welke andere energietechnologie. Aardgas, steenkool en olie groeien minder sterk. Kernenergie gaat zelfs sterk achteruit. Dat blijkt uit de jaarresultaten van EWEA, de Europese windfederatie.

Ook in België worden nog mooie groeicijfers opgetekend: een derde windenergie erbij in vergelijking met 2007. Vooral te danken aan de groei in Wallonië, en het eindelijk starten van de bouw op de Thorntonbank in het Belgisch deel van de Noordzee. Bovendien levert de windsector in België 2000 directe werkplaatsen op, in bedrijven als Hanssen Transmissions en Pauwels Trafo. België komt daarmee qua tewerkstelling in het peloton vlak na de kopgroep Denemarken, Duitsland en Spanje.

Alleen blijven we zeer zwak scoren met de plaats die windenergie inneemt in onze totale energieproductie. Een beschamende 18de plaats in absolute cijfers, en schamele 16de plaats als je de rangschikking van geproduceerde windenergie per inwoner maakt. De Vlaamse regering lijkt daaruit af te leiden dat het potentieel in ons land bijzonder beperkt is, en dat we eigenlijk maar beter de hernieuwbare energie van landen als Spanje mee betalen. Een standpunt dat prof. Johan Albrecht vandaag in de Standaard ook nog eens mocht brengen. Sta me toe dat toch wat vreemd te vinden. Eerst en vooral roept de Vlaamse regering altijd als eerste hoe belangrijk energieonafhankelijkheid is, hoe we ons veel minder afhankelijk moeten maken van de import van energie. Dat geldt blijkbaar niet als het over hernieuwbare energie gaat. Die mag wel vooral uit het buitenland komen.

Ik denk eigenlijk dat sommigen nog altijd niet beseffen dat hernieuwbare energie de toekomst is. Zolang ze blijven denken in de grootteorde van enkele procentjes, lijkt het inderdaad minder belangrijk om die bij ons te produceren. Zo kunnen ze ook de energiesector in eigen land ongemoeid laten. Maar dat is dus extreem kortzichtig denken.  

De toekomst is aan de hernieuwbare energie, en we realiseren het potentieel in België dus maar beter zo snel mogelijk.

Want dat potentieel is er wel degelijk. ODE berekende dat hernieuwbare energie in België tegen 2020 14% van alle energie kan leveren, om nadien verder te stijgen. Ook de windkaart van Europa is duidelijk: België, en zeker Vlaanderen, ligt in de meest geschikte zone om windenergie te exploiteren.

Ik denk dus dat we niet zozeer last hebben van actiecomités, maar wel van een te slappe politieke wil, te stroeve procedures en te gevestigde belangen. Vorige week ondertekende  België de oprichtingsakte van het internationaal hernieuwbare energieagentschap (IRENA) niet, en sleepte bij de verdeling van de Europese middelen voor energie-investeringen maar 10 miljoen euro in de wacht voor de offshore wind. De toekomst is meer waard.

Bram Claeys

Persbericht EWEA

reactiesreageer

aanpasdatum2 februari 2009 | Kris Van Rossem