Milieublog

Home > Milieublog > oktober 2009

Milieublog archief: oktober 2009

Share

Kiest Vlaanderen voor afval of voor duurzaam materialenbeheer?

thema’sAfval

22/10
2009

In Vlaanderen groeit de consensus over de noodzaak te evolueren van het traditionele afvalbeleid naar een duurzaam materialenbeleid. Het recente Vlaamse Regeerakkoord en de nieuwe Vlaamse minister voor Leefmilieu Joke Schauvliege trekken duidelijk de kaart van duurzaam materialenbeheer. Eenvoudig gezegd betekent duurzaam materialenbeheer dat we afvalstoffen meer als grondstoffen moeten gaan zien en minder als energiebronnen. Het gevolg van een volgehouden duurzaam materialenbeheer is dat de ‘nodige’ afvalverbrandingscapaciteit systematisch afneemt. Materialen die gerecycleerd worden, kunnen namelijk niet ook nog eens verbrand worden.

De OVAM heeft hier al verschillende jaren terug de eerste stappen rond gezet met de oprichting van Plan C, de transitiearena voor duurzaam materialenbeheer. Tegelijkertijd neemt zowel het gloednieuwe strategisch plan van OVAM als de Vlaamse omzetting van de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen verdere stappen richting duurzaam materialenbeheer.

Als bewijs dat dit denken rond duurzaam materialenbeheer ‘mainstream’ is geworden, is het voorstel van Minister  Schauvliege om tijdens het Europees voorzitterschap van België in de tweede helft van volgend jaar een informele raad te organiseren rond ‘cradle to cradle’. Het Cradle-to–cradle-concept is een visionaire invulling van duurzaam materialenbeheer, en dient dus eigenlijk als ‘duurzaam materialenbeheer voor gevorderden’ aanzien te worden. Bond Beter Leefmilieu vindt het schitterend dat de Minister dit initiatief neemt.

Maar … er is een ‘maar’.

We zitten namelijk nog opgescheept met het oude “Uitvoeringsplan Huishoudelijke afvalstoffen’, dat haaks staat op de nieuwe visie. Dit plan – dat dateert van voor de crisis, van voor de wijziging van de europese wetgeving en van voor de ontwikkeling van de nieuwe visie - staat haaks op het beleid dat Minister Schauvliege aankondigt. Meer nog: het dreigt het beleid fundamenteel te ondermijnen.  Het is zonder meer duidelijk dat het plan  het interne afvalaanbod overschat, terwijl de b estaande afvalverbrandingscapaciteit dan weer wordt onderschat. De combinatie van deze twee fouten leidde er toe dat er gedurende minstens de helft van dit jaar de b estaande verbrandinscapaciteit onderbenut bleef. Verscheidene afvalovens hadden moeite om genoeg afval te kunnen aantrekken… De crisis is geen excuus om het langetermijnbeleid om te gooien, maar ze heeft ons wel geleerd dat er – ook onder normale economische omstandigheden – minder afval beschikbaar is dan voordien werd ingeschat.

Achterhaald of niet, het Uitvoeringsplan blijft tot nader order wel de leidraad voor het huidige, traditionele afvalbeheer. Als resultaat zitten er projectvoorstellen voor drie nieuwe afvalovens in de pijplijn. Als daar maar één van zou goedgekeurd worden, zou Vlaanderen al meteen geconfronteerd worden met een tekort aan brandbaar afval . Het resultaat daarvan zou een aanzuigeffect zijn van recycleerbaar brandbaar afval richting afvalovens. Bye bye, duurzaam materialenbeheer.

Het eerste project voor bijkomende verbrandingscapaciteit dat voorligt is dat van Indaver. Dit Nederlandse bedrijf zou, indien zij goedkeuring krijgen voor de bouw van een nieuwe afvaloven te Beveren/Doel, een marktaandeel van ongeveer 50% van de Vlaamse afvalverbrandingsindustrie in handen hebben. De Oost-Vlaamse milieuvergunningscommissie heeft al beslist om de milieuvergunningsaanvraag goed te keuren, tegen het ongunstig advies van de OVAM in.. Vreemd genoeg weegt de stem van de OVAM in de milieuvergunningscommissie minder zwaar dan die van ‘experten’ of lokale ambtenaren. Nu is het aan de Oost-Vlaamse B estendige Deputatie om een beslissing te nemen. De Deputatie laat voorlopig nog niet in haar kaarten kijken.

Als de B estendige Deputatie het advies van de milieuvergunningscommissie volgt, dan zijn alle ogen gericht op de OVAM. Indien deze administratie zichzelf ernstig neemt, kan ze beroep aantekenen, en zo de weg vrij houden voor het toekomstgericht beleid  van duurzaam materialenbeheer. Doet ze dat niet, dan aanvaardt ze een overcapaciteit aan afvalovens in Vlaanderen. Het is dan ook het moment van de waarheid voor de administratie en haar minister.

De initiatieven in het kader van duurzaam materialenbeheer zijn lovenswaardig en getuigen van een visie. Het mag echter niet bij goede intenties blijven. “The proof of the pudding is in the eating”, zegt men bij onze Angelsaksische buren.

Lees ons dossier over de afvalverbrandingscapaciteit voor meer achtergrondinformatie. 

reactiesreageer

aanpasdatum22 oktober 2009 | Kristof Debrabandere