Home > Milieublog > november 2009
Milieublog archief: november 2009
Mestbeleid moet effectiviteit in 2014 bewijzen
Mestbeleid moet effectiviteit in 2014 bewijzen
België voorlaatste Europese lidstaat voor milieu
Al is de gentechnoloog nog zo snel, Darwin achterhaalt hem wel
Al is de gentechnoloog nog zo snel, Darwin achterhaalt hem wel
De Europese Commissie heeft begin november haar toelating gegeven voor het op de markt brengen van drie genetisch gemodificeerde maïsrassen. Dat betekent dat de maïsvarianten de volgende tien jaar in voedingsmiddelen en diervoeders mogen worden verwerkt. De landbouwministers van de EU-lidstaten konden vorige maand geen gekwalificeerde meerderheid bereiken voor of tegen de toelating van de drie genetisch gemodificeerde gewassen (ggg’s) in kwestie. Daardoor kwam het dossier op de tafel van de Commissie terecht, die dus nu het licht op groen heeft gezet. Dit dossier toont nogmaals aan dat de meningen van de verschillende lidstaten over ggg’s vaak lijnrecht tegenover elkaar staan en dat de Commissie desondanks haar pro-ggg koers toch probeert verder te zetten.
Van Europees Commissaris voor landbouw Fischer Boel is al langer bekend dat ze de invoer van genetisch gemodificeerd veevoer wil vergemakkelijken. Ze zegt vast te stellen dat ‘steeds meer scheepsladingen met Amerikaans en Latijns-Amerikaans veevoer besmet blijken te zijn met ggg’s die in de EU niet zijn toegelaten’. Die vrachten worden dan geblokkeerd en terugg estuurd. Volgens Fischer Boel, en met haar vele industriële spelers, doet dit de prijs van het veevoer stijgen en zal Europa binnenkort met een tekort aan veevoer en uitgehongerd vee zitten. Fischer Boel wil aan dit ‘euvel’ verhelpen door ofwel de nultolerantie ten opzichte van in Europa niet-toegelaten ggg’s te versoepelen, ofwel de niet-toegelaten ggg’s toch toe te laten. Over de eerste optie woedt op dit moment de discussie binnen Europa, aangevuurd door exporterende landen zoals de VS en grote biotechbedrijven. De tweede optie werd nu toegepast voor de drie maïsrassen. Beide opties ondermijnen het voorzorgsprincipe dat de EU tot op heden hanteert ten opzichte van ggg’s en tonen aan dat handelsoverwegingen zwaarder wegen dan de bescherming van volksgezondheid en leefmilieu.
Toch is er geen reden om met ggg besmet veevoer binnen te laten – veehouders hebben het recht vrij te kiezen of ze al dan niet ggg-vrij veevoeder wensen te gebruiken -, of om de toelatingsprocedure voor nieuwe ggg’s te versnellen en versoepelen. Uit een studie van het Directoraat-generaal Landbouw uit 2007 over de economische impact van niet-toegelaten ggg’s op de Europese veeteeltsector blijkt dat er zich voor maïs weinig of geen problemen stellen. De EU is grotendeels zelfvoorzienend en dus slechts in beperkte mate afhankelijk van de invoer van maïs. Gecontamineerde maïs kan bijgevolg vervangen worden door eigen maïsproductie, andere voederbronnen of invoer uit andere landen.
Voor soja is de EU niet zelfvoorzienend. Jaarlijks importeren we zo’n 34 miljoen ton soja. Het merendeel daarvan is afkomstig uit Argentinië en Brazilië, terwijl zo’n 7 % uit de VS komt. Gesteld dat alle Amerikaanse soja besmet zou zijn met gg-soja, dan zou dat dus geen onoverkomelijk probleem vormen voor de Europese veesector. Als alle soja uit zowel de VS, als Brazilië als Argentinië besmet zou zijn, dan zou Europa wel met een tekort aan voeder zitten voor haar (te) omvangrijke veestapel. Dat laatste is echter een zeer onwaarschijnlijk scenario, omdat zowel Argentinië als Brazilië bij de toelatingsprocedure voor ggg’s rekening houden met de Europese markteisen, om zo hun export naar Europa veilig te stellen. Europa is immers een belangrijke afnemer van de Braziliaanse en Argentijnse soja die zij niet zomaar kwijt willen.
Bovendien gebeurt het geregeld dat maïs, soja en andere gewassen gecontamineerd zijn met ggg’s die ook in het land van herkomst niet toegelaten zijn. Dat was onlangs nog het geval met een lading lijnzaad uit Canada. In deze gevallen zou het werkelijk absurd zijn het voorzorgsprincipe te verlaten en de besmette ladingen veevoer toch binnen te laten en te voederen aan het vee.
Wanneer wordt gezegd dat het strenge ggg-beleid van de EU ervoor zorgt dat de veevoederprijzen de hoogte in gaan, lijkt men een aantal zaken over het hoofd te zien. Verschillende studies wijzen uit dat de stijging van de voedsel- en voederprijzen enkele jaren geleden, te wijten was aan verschillende factoren. Een toegenomen vraag, misoogsten, de productie van biobrandstoffen en speculatie hebben wereldwijd geleid tot stijgende prijzen, niet enkel in de EU, maar zelfs ook in de VS. Daar zit het Europese ggg-beleid dus voor niets tussen.
Het versnellen – lees: versoepelen – van de toelatingsprocedure tenslotte is ook geen optie. En dat zegt niet alleen de milieubeweging. In december vorig jaar nog besloot de Europese Raad van Milieuministers dat een striktere risicoanalyse in de toelatingsprocedure nodig is. De langetermijneffecten op milieu, volksgezondheid en niet-doelorganismen moeten volgens de Raad uitvoeriger geanalyseerd worden. Bovendien loopt er op dit moment een onderzoek naar het opnemen van socio-economische factoren in de toelatingsprocedure. Zolang niet met zekerheid kan g esteld worden dat het telen en gebruiken van ggg’s geen enkel risico inhoudt op sociaal, gezondheids- en milieuvlak, op korte noch op lange termijn, is het simpelweg ongehoord de teelt van en handel in deze gewassen toe te laten.
Linn Dumez
13 november 2009 | Linn Dumez