Milieublog

Home > Milieublog > september 2011

Milieublog archief: september 2011

Share

Al is de gentechnoloog nog zo snel, Darwin achterhaalt hem wel

thema’sLandbouw

20/09
2011

Net nu het Vlaams Instituut voor de Biotechnologie uitpakt met de positieve resultaten van haar veldproef met genetisch gemanipuleerde aardappelen, duiken meer en meer berichten op die aantonen dat genetische manipulatie in de landbouw enkel goed is voor de paar bedrijven die de technologie in huis hebben. Als we inzetten op het streven naar supergewassen, dan betaalt de landbouw - en dus onze voedselproductie - op lange termijn altijd het gelag. 

Charles Darwin, de grondlegger van de biotechnologie, wist het al: alle levende wezens passen zich door genetische variaties aan aan hun omgeving. Enkel die nakomelingen die het best aangepast zijn aan de heersende milieudruk, kunnen overleven en zelf nakomelingen voortbrengen. Wanneer in een individu van een soort toevallig een effectief afweermechanisme ontwikkelt dat succesvol een vijand kan afhouden, zal dit mechanisme zich snel uitbreiden over de hele soort door genetisch selectie. Omgekeerd zal in de vijand weer een nieuwe eigenschap opduiken die het afweermechanisme van de eerste soort de baas kan, en dan is de vijand weer in het voordeel. Dit is de essentie van evolutie.

In de afgesloten omgeving van een laboratorium kan men evolutie onderdrukken. Anders wordt het wanneer het over voedingsgewassen op een veld gaat. In dit geval wordt Darwin's inzicht essentieel: in de natuur passen organismen zich steeds aan aan de heersende omstandigheden. Dat onze gentechnologen in staat zijn om aardappelsoorten te maken die resistent zijn tegen een bepaalde schimmel, hoeft niet te verwonderen. Dat de schimmel op termijn een nieuwe manier zal vinden om zijn doelwit - de resistente aardappelplant - te infecteren, evenmin. Dit werd recent pijnlijk aangetoond door een kever en een super-onkruid.

In Amerika wordt al tien jaar mais gekweekt die zo aangepast is dat hij een soort pesticide uitscheidt waardoor de kever die normaal mais aantast, sterft. Na jaren van massaal Bt-mais kweken (een product van Monsanto, pionier in genetische manipulatie van gewassen), is er - verrassing - een resistente vorm van de maiswortelkever opgedoken, die zich te goed doet aan de genetisch gemanipuleerde maisgewassen. Gelijkaardig verhaal met Roundup. Hier had Monsanto meer dan tien jaar geleden het geniale idee om voedingsgewassen te manipuleren zodat ze resistent worden tegen hun eigen herbicide, Roundup. Boeren konden dus lustig Roundup spuiten, de gewassen groeiden goed en onkruiden bleven weg. Tot de onkruiden terugsloegen. Meer en meer onkruidsoorten beginnen ook resistentie te vertonen tegen Roundup, met als gevolg dat er nu massaal Roundup gespoten moet worden, en het eigenlijk al niet meer helpt. Het is zelfs zo erg dat de Amerikaanse zakelijke pers de problemen van Monsanto belicht. 

Boeren in de VS verliezen massaal inkomsten, en zitten met de handen in het haar. Maar geen nood, de verzamelde agro-industrie heeft de oplossing. Bedrijven als Dow, Syngenta en Dupont (die door het succes van Roundup hun eigen pesticidenverkoop zagen dalen) maken nu ook ggo-gewassen, met ingebouwde resistentie tegen hun pesticiden. De landbouwers, wiens eerste zorg het uiteraard is om de volgende oogst te maximaliseren, hebben bijna geen andere keuze dan de grote multinationals te volgen. Ze vergeten dan wel dat er nu al onkruiden zijn die resistent zijn tegen verschillende van die pesticiden, omdat ze voor het Roundup-tijdperk gretig gebruikt werden in de landbouw. Op lange termijn leidt dit model dus tot een steeds groter gebruik van genetisch gewijzigde gewassen en pesticiden, met de gekende risico’s voor mens en milieu. In feite is deze discussie vergelijkbaar met deze over antibioticagebruik bij mens en dier. Op lange termijn kweek je enkel "super-bugs" die je niet meer onder controle krijgt, met slechts één zekerheid: de natuur haalt de technologie altijd in.

Dat grote bedrijven voor deze ggo-wedloop kiezen hoeft niet te verbazen. Er is namelijk grof geld mee te verdienen, als je landbouwers als het ware verslaafd kan maken aan je eigen producten. Dat intelligente wetenschappers de basiskennis van hun discipline negeren is op zich ook niet zo vreemd. De uitdaging om wetenschappelijke grenzen te verleggen, en in staat te zijn op korte termijn een antwoord op een complexe vraag te vinden, het zijn typische kenmerken van elke goede onderzoeker. De échte vraag die zich stelt, is waarom de overheid niet optreedt tegen deze praktijken en er zelfs veel geld aan uitgeeft. 

Dat er nood is aan een duurzame landbouw die voldoende voedsel produceert met respect voor mens en milieu, is een feit. Dat ggo's op lange termijn niet duurzaam kunnen zijn, wist Darwin al. In de aanloop naar de Rio+20 conferentie volgend jaar, zal het weer ronkende verklaringen regenen over duurzame ontwikkeling. Hopelijk maakt de overheid dan ook eens werk van een echt duurzaam beleid. Bijvoorbeeld door het inzetten van ggo's in de landbouw te verbieden. Of er minstens voor te kiezen om subsidies voor onderzoek naar ggo's in de landbouw in vraag te stellen, en te koppelen aan steun voor (onderzoek naar) echt duurzame alternatieven, zoals gepaste teeltrotaties, diversiteit in varieteiten, ... . We kijken er naar uit.

Jeroen Gillabel

reactiesreageer

aanpasdatum20 september 2011 | Jeroen Gillabel


De toekomst van zonnepanelen

thema’sKlimaat & energie

12/09
2011

Al meer dan een jaar vernemen we via de pers dat we heel veel betalen voor de zonnepanelen van de onze buren. Dat het vaak niet om de zonnepanelen van onze buren gaat, maar om de grootschalige installaties van zonnepanelen van bedrijven, vergroot de verontwaardiging nog meer. Terecht. Maar in onze grote verontwaardiging dreigen we het kind met het badwater weg te gooien.

Zonnepanelen kosten minder dan Eandis vertelt

Zonnepanelen zijn immers niet zo duur als we wel denken. Uit een berekening van Knack blijkt nu dat netbeheerder Eandis de cijfers voor de kost van zonnepanelen sterk overdrijft. De berekeningsnota is hemeltergend leugenachtig’, zo stelt het weekblad.  Eandis heeft sterk opgeklopte cijfers gebruikt om een verhoging van de distributienettarieven te motiveren. Hiermee wordt bevestigd wat de zonne-energiesector zelf ook al stelde. Volgens de sector betaalden we eind 2010 gemiddeld 16 euro per jaar aan zonnepanelen. In 2020 zal dat bedrag stijgen tot 24 euro per gezin per jaar, door de elk jaar dalende prijs van de groenestroomcertificaten. Heel wat minder dan de cijfers die Eandis naar voor schuift.

Kost steeds minder

De ondersteuning van zonnepanelen kost geld, dat valt niet te ontkennen. En ja, de ondersteuning van groenestroom kan nog efficiënter. De kostprijs van het systeem kan allicht nog gedrukt worden en ook de verdeling van die kost over gezinnen en bedrijven moet eerlijker gebeuren. Zo betaalt de kleine consument het leeuwendeel van de kost voor de zonnepanelen, terwijl de bedrijven de meeste zonnepanelen installeerden. Ook die anomalie moet rechtgezet worden.

Maar laten we niet vergeten dat de ondersteuning van hernieuwbare energie een uitdovend systeem is. In tegenstelling tot fossiele energie en kernenergie wordt zonne-energie, net als windenergie, immers alleen maar goedkoper. Zo geven recente cijfers van EPIA, een belangenverdediger van zonne-energie producenten, aan dat zonne-energie in 2020 goedkoper zal zijn dan steenkool. In diverse delen van Europa kan deze mijlpaal al in 2013 worden bereikt.

Bovendien vermijden we met wat we vandaag aan zonnepanelen betalen, een veel hogere energiefactuur later. Indien we niet massaal in de omschakeling naar een hernieuwbare energiebevoorrading zouden investeren, riskeren we op termijn pas een echt gepeperde rekening. Uit een rapport van Greenpeace blijkt dat de elektriciteitsvoorziening in Europa tegen 2050 bijvoorbeeld dubbel zo duur zou worden, van een 240 miljard/jaar vandaag tot 500 miljard in 2050, indien we afhankelijk blijven van de traditionele brandstoffen met steeds stijgende prijzen.

Hernieuwbare energie is noodzakelijk

Dat de klimaatverandering dramatische gevolgen kan hebben, dat weet ondertussen het kleinste kind. Toch kunnen de echt duurzame oplossingen voor de klimaatverandering zoals zonnepanelen op bijzonder weinig sympathie en steun rekenen. Mensen met zonnepanelen op hun dak zijn kop van jut en krijgen het verwijt de energiefactuur van de buurman de hoogte in te jagen. Dat investeren in een duurzame energievoorziening essentieel is om de klimaatverandering te milderen, lezen we echter zelden. De vele mensen die ondertussen aan het werk zijn gegaan in de sector van hernieuwbare energie komen weinig in beeld.

We horen weinig protest tegen de groene stroomcertificaten die we betalen aan de huidige energieproducenten voor het toevoegen van biomassa in vervuilende steenkoolcentrales en bij het verbranden van afval. Toch zijn dat geen echt duurzame oplossingen.

Kijken we naar de lange termijn, dan zijn zonnepanelen wel onderdeel van een echt duurzame oplossing. Samen met een doorgedreven energiebesparing en andere propere energiebronnen verzekeren ze ons van een zonnige energietoekomst.

reacties4 reacties

aanpasdatum12 september 2011 | Sara Van Dyck