Themabeeld

Home > Milieu & gezondheid > Visietekst

Thema: Milieu & gezondheid

Milieuverontreiniging en milieuhinder hebben een belangrijke invloed op onze gezondheid. Ziektes als gevolg van sommige vormen van luchtverontreiniging behoren in industrielanden tot de top tien van doodsoorzaken. De maatschappelijke kost verbonden aan milieuverontreiniging is enorm hoog. Dat werd nog eens onder de aandacht gebracht door een studie van de Wereldgezondheidsorganisatie die voor Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk berekende dat luchtverontreiniging verantwoordelijk was voor 6% van de totale sterfgevallen. De helft daarvan werd op conto van het wegvervoer geschreven. Er sterven met andere woorden meer mensen aan de luchtvervuiling die het verkeer veroorzaakt dan in ... verkeersongevallen. Volgens het ‘Milieu- en Natuurrapport - Thema’s 2003’ van de Vlaamse Milieumaatschappij zorgt de luchtkwaliteit ervoor dat elke Vlaming gemiddeld een half gezond levensjaar verliest, voornamelijk te wijten aan de aanwezigheid van fijn stof (PM10). De schade die door milieuverontreiniging aan de gezondheid wordt aangericht, wordt geraamd op minstens 2,3 miljard € per jaar, of zo’n 1,5% van het BBP van Vlaanderen.

In Vlaanderen blijven kwetsbare bevolkingsgroepen zoals bejaarden en jonge kinderen tijdens mooie zomerdagen nog altijd tot binnenblijven verbannen door de te hoge ozonvervuiling. Samen met fijn stof zijn de hoge ozonconcentraties op leefniveau (in aanwezigheid van zonlicht gevormd door stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen) een van de belangrijkste bronnen van allerlei aandoeningen aan de luchtwegen. Polluenten zoals stikstofoxiden, formaldehyde en isocyanaten werken rechtstreeks in op de luchtwegen of bevorderen de sensibilisatie of overgevoeligheid voor allergenen die onder meer kunnen leiden tot het ontstaan van astma. De aanwezigheid van kankerverwekkende stoffen in het milieu zorgt er mee voor dat het risico op kanker in Vlaanderen ontzettend hoog ligt. In de provincie Limburg – die over een goede kankerregistratie beschikt – krijgt 23% van de vrouwen en 37% van de mannen voor zijn 75ste te maken met kanker. Tot de kankerverwekkende stoffen behoren onder meer asbestvezels, sommige bestrijdingsmiddelen en producten van onvolledige verbranding zoals polyaromatische koolwaterstoffen en dioxines die nu wel minder worden uitgestoten maar nog lang in het milieu aanwezig zullen blijven. Hormoonverstorende stoffen – waaronder veel gechloreerde en gebromeerde organische verbindingen – ontregelen onze hormoonhuishouding met negatieve effecten op onze vruchtbaarheid, afweersysteem en ontwikkeling … Verontrustend is dat de risico’s voor mens en milieu van de tienduizenden chemische stoffen die op onze markt aanwezig zijn, grotendeels onbekend zijn terwijl er steeds meer stoffen bijkomen. Heel veel van die stoffen zijn ook aanwezig in op het eerste zich onschuldig lijkende producten, zoals b.v. televisies, tapijten ... BBL vraagt dan ook samen met de Europese milieu-organisaties naar een degelijke nieuwe strategie voor de aanpak van chemische stoffen, met ondermeer aandacht voor de toepassing van het substitutiebeginsel en het uitfaseren van de allerschadelijkste stoffen binnen één generatie. Daarnaast vraagt de milieubeweging ook extra inspanningen voor een kwalitatieve en kwantitatieve preventie van bestrijdingsmiddelen.

In Vlaanderen met zijn grote bevolkingsdichtheid, groot ecologisch passief (vervuilde bodems), intensieve landbouw, dicht wegennet en hoge concentratie aan energie-intensieve industrie zullen de gezondheidseffecten veroorzaakt door milieuverontreiniging vermoedelijk nog veel aanzienlijker zijn dat in andere industrielanden.

BBL vindt nochtans dat iedereen recht heeft op een schoon leefmilieu. Tegen 2030 willen wij dat zelfs de meest kwetsbare bevolkingsgroepen (ouderen, kinderen …) geen gezondheidseffecten meer ondervinden die veroorzaakt worden door milieuvervuiling. Tegen 2010 wil BBL de ‘doelafstand’ met 2/3de verkleind zien. Dat vereist onder meer een correcte omzetting en toepassing van Europese dochterrichtlijnen op de kaderrichtlijn luchtkwaliteit en van de richtlijn met nationale uitstootplafonds voor ozonvormende en verzurende stoffen. BBL zal erover waken dat het nationaal emissiereductieprogramma dat op basis van deze richtlijn moet worden opgemaakt voldoende oplevert. Verder pleit BBL voor een ambitieuze evaluatie van deze richtlijn in 2004 die moet leiden tot veel verdergaande emissiereducties in de periode na 2010.

De taken van BBL binnen het domein milieu & gezondheid zijn de volgende:

  • erop toezien dat goed onderbouwde blootstellings- en milieukwaliteitsdoelstellingen worden uitgewerkt opdat tegen 2030 zelfs de meest kwetsbare bevolkingsgroepen (ouderen, kinderen …) geen gezondheidseffecten meer ondervinden die veroorzaakt worden door milieuvervuiling; de risico’s van polluenten waarvoor geen veilige dosis kan worden bepaald, moeten tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau worden teruggedrongen

  • erop toezien dat het gevoerde en te voeren milieubeleid op een efficiënte en rechtvaardige manier de gestelde doelstellingen binnen bereik brengt en handhaaft

  • aandringen op een nieuw beleid inzake chemische stoffen binnen de EU waarbij de bewijslast moet worden omgekeerd: het is niet de overheid die moet bewijzen dat bepaalde stoffen of producten schadelijk zijn en dus verboden moeten worden, maar de producenten moeten aantonen dat ze niet schadelijk zijn. Het voorzorgsbeginsel en substitutiebeginsel moeten hier maximaal spelen.

  • het vervullen van een signaalfunctie (‘early warning’) rond nog niet of onvoldoende erkende gezondheidsproblemen die (mogelijk) zijn toe te wijzen aan milieufactoren

  • het leveren van objectieve informatie aan mensen en groepen die geïnteresseerd zijn in of vragen hebben rond de relatie tussen milieu & gezondheid

  • het bewust maken van publieke opinie en overheid van de (potentiële) effecten verbonden aan bepaalde vormen van milieuverontreiniging; het op die manier aanzetten tot uitgebreid onderzoek en het creëren van een draagvlak voor beleidswijziging