Themabeeld

Home > Economie > Visietekst

Thema: Economie

Hoewel er een brede maatschappelijke consensus bestaat over de noodzaak van een beleid dat gericht is op duurzame ontwikkeling, verloopt de concrete implementatie ervan problematisch. Het knelpunt is de wisselwerking tussen de economische (maatschappelijke) activiteiten en het milieu. De centrale vraag is: Hoe kan de economische ontwikkeling gestuurd worden binnen de draagkracht van de natuurlijke omgeving, rekening houdend met een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen. Economische ontwikkeling moet kunnen samengaan met vermindering van milieudruk. Enkele sleutels daartoe zijn:

  • milieusparende producten en diensten
  • duurzaam ondernemerschap in alle sectoren
  • milieu-efficiënte technologie in producten en productieprocessen, in mobiliteit en energiesector, en kennis als productiefactor
  • efficiënt ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit en investeringen in de infrastructuur voor een duurzame economische ontwikkeling
  • milieu in de prijzen, vergroening van de fiscaliteit
  • afbouwen van milieuschadelijke subsidies

BBL ijvert voor de heroriëntering van onze economie, zodat ze veel minder beslag gaat leggen op het milieu. Dat betekent dat er radicale gedragsveranderingen nodig zijn naar productie- en consumptiepatronen die veel minder grondstoffen en materialen gebruiken, minder energie-intensief zijn en minder afval en emissies produceren.

BBL pleit ervoor dat de overheid op verschillende wijzen de ontwikkeling naar een milieu-efficiënte economie bevordert, nl. met stimulansen, technologiebeleid, beïnvloeden van prijzen, investeringen en wet- en regelgeving. BBL wil ook acties van het bedrijfsleven aanmoedigen die leiden tot een duurzamer, meer milieu-efficiënte productie: het toepassen van nieuwe technologiën, integreren van milieu en economie in het management, milieugerichte productontwikkeling en slimmer omgaan met materiaal- en stofstromen. BBL ijvert er ook voor dat de milieu- en duurzaamheidsproblematiek op theoretisch/conceptueel niveau in de economische wetenschap wordt geïntegreerd.

Groene fiscaliteit

In samenwerking met en als lid van het Financieel Actie Netwerk en het Europees Milieubureau ijvert BBL voor een duurzamere economie en een rechtvaardige fiscaliteit.

Vergroening van de fiscaliteit kan een belangrijke hefboom zijn om het gedrag te veranderen. In de beleidsplanning werd het principe tijdens de vorige legislatuur reeds uitvoerig opgenomen, maar de praktische uitvoering stuit op veel verzet, vooral vanwege de meest vervuilende sectoren die wijzen op de economische impact ervan voor hun sector. Ook steken steeds meer sociale verdelingsaspecten de kop op in het debat. Het is dan ook een belangrijke taak van BBL om te verwijzen naar de ruimere context en te wijzen op het potentieel van een vergroening van de fiscaliteit voor de hele samenleving. Vergroening van de fiscaliteit kan leiden tot meer rechtvaardige prijzen. De prijsvorming op de markt is immers niet in staat om milieukosten voldoende te laten meewegen in de beslissingen van consumenten en producenten. Natuurlijke hulpbronnen en milieufuncties worden daardoor nog te veel beschouwd als overvloedig beschikbaar en gratis. De milieukosten die samengaan met het gebruik ervan worden voor een groot deel doorgeschoven naar andere maatschappelijke groepen , andere landen of toekomstige generaties. In die zin schuift BBL vergroening van de fiscaliteit naar voor om de prijzen te corrigeren, zodat milieukosten minder afgewenteld worden. 

BBL wil duidelijk maken dat duurzame producten en diensten de samenleving niet meer kosten dan gangbare, milieuvervuilende producten. Integendeel. De enorme milieukosten die gepaard gaan met pesticidengebruik, energieverspilling, transport … worden nu niet in de prijzen doorgerekend maar op de maatschappij afgewenteld. Dat is asociaal: ook zij die geen of slechts zeer spaarzaam gebruik maken van een wagen gaan mee gebukt onder de kosten die de veelrijders veroorzaken. Wie biologische producten koopt, draait mee op voor de zuiveringskosten van ons drinkwater dat verpest wordt door de pesticiden die in steeds grotere hoeveelheden worden toegepast in de gangbare landbouw … En zolang de enorme schade die de uitstoot van broeikasgassen met zich meebrengt niet in de energieprijzen wordt doorgerekend, blijft hernieuwbare energie te duur en blijven we met z’n allen nieuwe energievreters zoals airconditioners in huis halen.

Maar ondanks de succesvolle ontwikkelingen op het vlak van vergroening van de fiscaliteit in diverse Europese landen, ondanks de aanbevelingen van de OESO en ondanks de uitdaging waarvoor België staat om internationale milieuverplichtingen na te komen (o.a. Kyoto) is er in België totnogtoe nauwelijks vooruitgang te zien. BBL zet succesvolle ervaringen van landen die al verder gevorderd zijn met vergroening van de fiscaliteit dan ook in de kijker, pleit voor een coherent pakket van fiscale maatregelen in België, waarbij niet alleen belastingen op milieuonvriendelijk gedrag worden ingevoerd of verhoogd, maar waarbij in de eerste plaats bestaande fiscale gunstregimes (fiscale vrijstellingen, aftrekposten) voor milieuvervuilende producten en productieprocessen worden afgebouwd. Directe en indirecte subsidies die niet te rijmen zijn met duurzame ontwikkeling (b.v. accijnsvrijstellingen voor stookolie in de tuinbouw, fiscale aftrekbaarheid van bedrijfsvervoerwagens in de vennootschapsbelasting, subsidies aan nucleaire en fossiele energie …) gaan immers lijnrecht in tegen de beoogde doelstellingen.Anderzijds moet ook gekeken worden hoe voor milieuvriendelijk gedrag positieve fiscale prikkels kunnen worden ingevoerd.

BBL zal deze maatregelen steeds blijven kaderen in de bredere context van de verschuiving van de belastingbasis: van belasting op arbeid naar belasting op het gebruik van milieufuncties. We moeten immers belasten wat slecht is voor de maatschappij (b.v. energieverspilling en milieuverontreiniging), terwijl maatschappelijk wenselijke zaken zoals werkgelegenheid minder belast moeten worden. Bij een vergroening van de fiscaliteit hoeft de totale belastingdruk niet te stijgen. Het gaat slechts om een wijziging, een verschuiving van de belastingstructuur. Op die manier brengt de vergroening van de fiscaliteit twee keer winst: winst voor het milieu doordat milieuvriendelijke alternatieven eindelijk een kans krijgen en winst voor de werkgelegenheid omdat de opbrengsten van deze belastingen gebruikt kunnen worden voor het verlagen van de lasten op arbeid.Daarom wijst BBL de overheid erop dat ze in de beslissingen op fiscaal vlak een langetermijnperspectief moet inbouwen. BBL wil ook negatieve verdelingseffecten vermijden of compenseren, aangezien milieubelastingen vaak regressief van karakter zijn. BBL pleit ervoor dat een deel van de opbrengsten wordt teruggesluisd naar de lagere inkomens, o.a. via energiebesparingprogramma’s specifiek gericht op sociaal zwakkere groepen (b.v. isolatiepremies, derdepartijfinancieringssystemen voor investeringen in energiebesparingsmaatregelen …).

 


Maatschappelijk verantwoord ondernemen is bon ton geworden in politiek en bedrijfsleven. Ondernemingen worden meer en meer verondersteld rekening te houden met de zogenaamde ‘tripple bottom line’, de drie P’s van People, Planet, Profit. Milieucertificaten zoals het ISO 14001-certificaat of de EMAS-registratie moeten het management op weg zetten naar een continue verbetering van het milieuzorgsysteem. Op zich zeggen dergelijke certificaten niets over de milieuprestatie: twee bedrijven met een certificaat kunnen sterk verschillen op vlak van de milieuresultaten die ze bereiken. Heel wat bedrijven willen met hun milieuzorgsysteem enkel hun blazoen oppoetsen en politici schuiven met het discours van maatschappelijk verantwoord ondernemen een stuk van hun verantwoordelijkheid af op het bedrijfsleven. Bond Beter Leefmilieu vindt dat beleidsmakers zich niet blind mogen staren op het discours van vrijwillige codes en vrijblijvende certificaten. Alle mooie woorden rond duurzaam ondernemen ten spijt, is er op het terrein nog niet veel gerealiseerd. Als ook de kerncentrale van Doel en luchthavenexploitant BIAC een ISO 14001 in de wacht kunnen slepen, dan wordt duidelijk dat dergelijke certificaten niet garant kunnen staan voor duurzaam ondernemen. De overheid moet oppassen dat zij deze windowdressing van het bedrijfsleven niet actief ondersteunt door bijvoorbeeld bedrijven met een milieuzorgsysteem tal van voordelen of vrijstellingen te geven. Het debat inzake duurzaam ondernemen moet afstappen van loutere vrijwilligheid en zich expliciet oriënteren naar het verder ontwikkelen en toepassen van normen en naar een betere controle op het naleven daarvan. Ook het inzetten van een degelijke aansprakelijkheidsregeling voor milieuschade en van economische instrumenten zoals taksen, ecoboni, subsidies en belastingsvrijstellingen voor milieu-investeringen brengen effectieve gedragsveranderingen bij producenten en consumenten teweeg. Omgekeerd mogen milieuschadelijke investeringen niet langer worden gesubsidieerd.