Home > Duurzame ontwikkeling > Visietekst
Thema: Duurzame ontwikkeling
Sinds Rio ’92, de milieuconferentie van de Verenigde Naties, duikt de term ‘duurzame ontwikkeling’ overal op – te pas én te onpas. Maar wat betekent die term eigenlijk? En wat is er volgens Bond Beter Leefmilieu nodig om er ten volle invulling aan te geven?
Rio 1992
Duurzame ontwikkeling is een concept en een proces dat gericht is op de samenhang tussen economische, sociale en milieukundige aspecten van de maatschappelijke ontwikkelingen, met bijzondere aandacht voor de mondiale en lange termijneffecten ervan. De term ‘duurzame ontwikkeling’ wordt sinds de UNCED-conferentie van Rio de Janeiro (1992) meer en meer gebruikt in beleidsprogramma’s en intentieverklaringen. Er kwamen op verschillende niveaus duurzaamheidplannen en strategieën tot stand, en de institutionele kaders voor duurzame ontwikkeling kregen vorm.
10 jaar later
Het implementeren van coherente maatregelen en het bereiken van concrete resultaten op het terrein blijkt meer dan 10 jaar na Rio echter een moeilijke oefening. In onze productie- en consumptiebeslissingen houden we nauwelijks rekening met de schade die aan het leefmilieu wordt toegebracht, met de effecten ervan op toekomstige generaties en groepen die niet direct betrokken zijn bij de beslissingen. In de internationale onderhandelingen gaat nog steeds het merendeel van de aandacht naar vrije handel ten koste van het milieu. Economische beslissingen worden vaak geleid door een kortzichtige interpretatie van economische ontwikkeling, waarbij het ecologische en sociale kapitaal niet in overweging worden genomen.
Koek eerlijker verdelen
Het is duidelijk dat België en de industrielanden in het algemeen een veel groter beslag op de milieugebruiksruimte leggen dan hen toekomt. Hun consumptiepatroon is niet voor veralgemening vatbaar. Het is daarom de taak van Bond Beter Leefmilieu de huidige niet-duurzame consumptie en productie blijvend in de kijker te zetten en te pleiten voor een maatschappelijk project waarbij het langetermijndenken centraal staat en onze economie zich ontwikkelt binnen de grenzen van de milieugebruiksruimte. Bond Beter Leefmilieu kiest immers voor een leefbare wereld, niet alleen voor deze generatie, maar ook voor later. Niet alleen in ons eigen dorp, stad, land of regio, maar ook ver over de grenzen. Een project duurzame ontwikkeling vereist dat er rekening wordt gehouden met een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen en van de veroorzaakte lasten van de ontwikkeling. Aan die rechtvaardige verdeling moet zowel op intra- als op intergenerationeel vlak gewerkt worden. Daarom wil Bond Beter Leefmilieu naast het probleem van de schaarse milieugebruiksruimte steeds ook de verdelingsproblematiek die ermee gepaard gaat onder de aandacht brengen.
Ombuigen productie- en consumptieprocessen
Bond Beter Leefmilieu wil er ook toe aansporen dat productie- en consumptieprocessen grondig worden omgebogen. Een project voor duurzame ontwikkeling veronderstelt dat milieubescherming een integrerend bestanddeel wordt van het ontwikkelingsproces. Daarbij worden niet alleen direct in geld waardeerbare goederen geacht bij te dragen aan de welvaart en ontwikkeling, maar ook milieugoederen als biodiversiteit, stilte, een mooi landschap, schone lucht enz. Het integreren van milieubekommernissen in alle beleidsdomeinen is een belangrijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en een voortdurend streefdoel van BBL. BBL waakt erover dat de duurzaamheidstrategieën en plannen die het beleid uittekent ambitieus zijn en op een participatieve wijze tot stand komen. Maar vooral moeten deze plannen ook uitgevoerd worden en moet er werk gemaakt worden van een coherent beleid tussen de verschillende beleidsniveaus.
Dematerialisatie
BBL voert bovendien het debat over de noodzakelijke dematerialisatie. Wanneer we iedereen de kans willen geven op een kwalitatieve ontwikkeling, moeten we diensten en producten met veel minder grondstoffen en energie voortbrengen. BBL wijst er daarbij op dat technologische verbeteringen maar een deel van de oplossing zijn, aangezien bijkomende consumptie de milieuwinst van innovatie kan tenietdoen. Naast het promoten van milieusparende technologieën, treedt BBL daarom met de maatschappelijke actoren in dialoog over de noodzakelijke cultuurveranderingen en gedragswijzigingen en speelt daarin een voorbeeld- en voortrekkersrol via projecten en campagnes.
Verenigde Naties versus Bretton Woods
Op mondiaal vlak tekent er zich in de internationale onderhandelingen een conflict af tussen enerzijds het model van de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en het IMF (de Bretton Woods-instellingen), en anderzijds het VN-model. In het eerste gaat alle aandacht naar het vrijmaken van handel, het openen van markten en de economische groei. De grote VN-conferenties anderzijds streven naar correcties op het economische systeem. De VN-top over duurzame ontwikkeling van Johannesburg 2002 maakte echter duidelijk dat de uitvoering van Agenda 21 (het document dat in Rio in 1992 tot stand kwam) nog ver weg is. Johannesburg was nochtans bedoeld om de uitvoering van Agenda 21 en het bereiken van de armoede- en milieudoelstellingen een nieuwe impuls te geven. Het Implementatieplan van Johannesburg beschrijft daartoe ook de doelen en noodzakelijke maatregelen. Maar de dominantie van het WTO-model maakt de uitvoering van het VN-model moeilijk uitvoerbaar. Ook al neemt de WTO sinds de ministeriële conferentie in Doha (2001) nu ook ‘duurzame ontwikkeling’ en milieu mee op in de onderhandelingsagenda, dit baat niet indien de WTO zich niet inschrijft in een breder VN-kader. Regeringen die niet-commerciële belangen proberen voorrang te geven worden door de WTO-disciplines immers steeds meer en meer aan banden gelegd.
Multilateralisme
Bond Beter Leefmilieu blijft dan ook samen met de noordzuidbeweging en vakbonden de centrale boodschap verkondigen dat de WTO en de handelsliberalisering niet boven, maar in functie van sociale, ecologische en ontwikkelingsbekommernissen moet functioneren. Daarom ijvert BBL voor een versterking van het multilateralisme en van de Verenigde Naties in het bijzonder. BBL pleit voor een wereldbestuur waarin de Verenigde Naties (NEP, Wereldgezondheidsorganisatie, UNDP, FAO …) en de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) niet langer het zwakke broertje zijn van de WTO, het IMF en de Wereldbank, maar daarentegen het sociale, ecologische en maatschappelijke kader aanreiken waarbinnen de wereldeconomie zich moet ontwikkelen.
BBL en het Belgisch Sociaal Forum
BBL wijst erop dat de WTO zich eerst en vooral moet schikken naar de bestaande multilaterale milieuakkoorden. Maar het is duidelijk dat dit niet voldoende kan zijn, er moeten ook inspanningen geleverd worden om tot meer en sterkere multilaterale milieuakkoorden te komen. Voor de milieubeweging kan echter niet alle heil verwacht worden van multilaterale milieuakkoorden. Milieu- en gezondheidsbescherming en het bevorderen van dierenwelzijn via het toepassen van het voorzorgsprincipe en van productnormen en vooral ook van productie- en procesnormen door een land, mogen door de WTO niet langer als handelsbelemmerend worden beschouwd. In het kader van de GATS-onderhandelingen moet er ook over gewaakt worden dat de vrijmaking van diensten geen druk op het milieu en op de ontwikkelingslanden teweegbrengt, dat publieke diensten uitgesloten worden van de GATS en dat behoud van interne regelgeving mogelijk blijft. BBL zal er in het kader van de WTO-onderhandelingen ook blijven voor pleiten dat visserij en landbouwsubsidies die schade berokkenen aan het milieu worden afgebouwd.
Bij de werking rond deze thema’s pleegt BBL overleg met de diverse bewegingen die deel uitmaken van het Belgisch Sociaal Forum (BSF). Voor concrete dossiers rond de ecologische schuld, de sturing van de financiële sector, de WTO-agenda, de negatieve effecten op mens en milieu van activiteiten van multinationals ... vindt BBL het belangrijk concrete coalities te vormen binnen het BSF.
Opvolging implementatieplan Johannesburg
De VN-top over duurzame ontwikkeling in Johannesburg leverde een politieke verklaring op, een implementatieplan en toezeggingen voor samenwerkingsverbanden van overheden, bedrijfsleven én maatschappelijke organisaties. BBL ijvert ervoor dat het implementatieplan geen dode letter blijft en dat de doelen en maatregelen uit het implementatieplan als een absolute bottom-line gehanteerd worden doorheen alle beleidsniveaus. Hierover wordt gewaakt bij het werk in de adviesraden (Federale Raad Duurzame Ontwikkeling, MiNa-Raad) en in de samenwerkingsverbanden met partners van het BSF en de Staten-Generaal van het Middenveld.
Duurzame ontwikkeling op de internationale handelsagenda – WTO-regels en milieu
De vierde ministeriële conferentie van de WTO die eind 2001 in Doha plaatsvond vormde het startschot voor een nieuwe wereldhandelsronde, de zgn. ‘Doha Development Round’. De onderhandelingsronde moet voor het einde van 2005 afgerond zijn. Enkele cruciale dossiers voor het milieu zijn het vastleggen van de modaliteiten voor de toekomstige vrijmaking van de handel in landbouwproducten en beslissingen over de vrijmaking van de handel in diensten (GATS). Hierrond voert BBL samen met partners van het BSF actie om het beleid te beïnvloeden. Verder dienen de discussies binnen het comité voor handel en milieu opgevolgd te worden over de verhoudingen tussen de regels van de WTO en de impact van milieuwetgeving op markttoegang, op aspecten van het TRIPS-akkoord (over de intellectuele eigendomsrechten) en over etikettering met het oog op de bescherming van het milieu. De milieubeweging bouwt zijn visie terzake verder uitbouwen, en koppelt die tegelijk aan de noordzuidproblematiek. Via campagne- en projectmatige samenwerking met b.v. Broederlijk Delen en VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling) wordt het thema van de ecologische schuld in relatie tot handel verder uitgediept.
Göteborg 2001
Op Europees vlak is het de uitdaging om met het Europa van morgen , met 25 lidstaten, een ambitieus duurzaamheidbeleid te kunnen voeren, met daarbij voldoende aandacht voor het Zuiden. BBL vestigt daarbij in eerste instantie de aandacht van onze beleidsmakers op de doelstellingen uit de Europese duurzaamheidstrategie die op de Europese raad van Göteborg (2001) werd vastgelegd. Deze strategie voegde de milieudimensie toe aan het proces van Lissabon voor werkgelegenheid, economische hervorming en sociale samenhang. De strategie voorziet in een jaarlijkse evaluatie telkens tijdens de Europese voorjaarstoppen. BBL grijpt deze gelegenheid aan om de EDS hoog op de agenda te houden. In 2004-2005 zal BBL meewerken aan de gezamenlijke campagne van EEB, Europese vakverbond en Europese sociale NGO’s om de Europese duurzaamheidsstrategie in concrete beleidseisen om te zetten voor wat betreft sociale huisvesting en transport.
Europees Milieubureau
BBL ijvert er samen met zijn Europese koepelorganisatie, het Europees Milieubureau (European Environmental Bureau - EEB), ook voor dat de nieuwe Europese grondwet die in de maak is voldoende garanties biedt voor een duurzameontwikkelingsbeleid. BBL pleit ervoor dat het principe van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid op alle onderwerpen van het beleidsdomein milieu wordt toegepast, ook voor milieufiscaliteit, zoniet wordt vooruitgang in het milieubeleid voor het uitgebreide Europa bijzonder moeilijk. BBL pleit ook voor het herformuleren van de achterhaalde doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, transportbeleid, energiebeleid en internationaal beleid. De principes en doelstellingen die belangrijk zijn voor milieu en duurzame ontwikkeling en die reeds onderschreven werden door de Conventie moeten ook toegepast worden op de verschillende beleidsdomeinen. Duurzame ontwikkeling is ook maar mogelijk indien er garanties worden geboden voor tijdige en gepaste consultatie van de samenleving over voorstellen voor wetgeving of inhoudelijke programma’s in alle fases van de besluitvorming. BBL bevordert en bewaakt deze participatie in de Europese beleidsprocessen. BBL wijst de beleidsmakers ook voortdurend op de Europese ontwikkelingen, zodat ons land het Europese beleid meer vorm kan geven en ook tijdig kan inspelen op de Europese dossiers die op de agenda staan.
Op federaal vlak is duurzame ontwikkeling in België reeds sterk geïnstitutionaliseerd. De milieubeweging wordt binnen de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling geconsulteerd over belangrijke beleidsontwikkelingen en voorstellen m.b.t. duurzame ontwikkeling. In 2004 verschijnt het tweede Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling (2004-2008), waarbij de milieubeweging zal ijveren voor een ambitieus plan, dat tegelijk ook realistisch genoeg is om daadwerkelijk te worden geïmplementeerd.
De milieubeweging in de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling
BBL is vertegenwoordigd in de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, waar de milieubeweging, vakbonden, werkgeversorganisaties, ontwikkelingsorganisaties en consumentenorganisaties hun advies uitbrengen over het federaal beleid duurzame ontwikkeling.
Het tweede Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling (2004-2008): consultatie, advisering en opvolging van uitvoering
Begin 2004 loopt volop de publieke consultatie over het voorontwerp van tweede federaal plan duurzame ontwikkeling (2004-2008). BBL organiseert in samenwerking met haar lidorganisaties en de andere milieufederaties en in overleg met VODO een consultatieronde bij haar lidorganisaties over het voorontwerp, wat moet uitmonden in een bezwaarschrift-advies van de milieubeweging. Tegelijk zal er ook binnen de FRDO meegewerkt worden aan een advies rond het voorontwerp. In een tweede fase zal BBL het definitieve plan kenbaar maken aan haar lidorganisaties en ervoor ijveren dat het plan wordt geïmplementeerd.
Op Vlaams niveau zoekt Bond Beter Leefmilieu mee naar manieren om duurzame ontwikkeling te institutionaliseren en een Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling uit te tekenen die past binnen een nationale strategie en/of coherent is met het federale plan duurzame ontwikkeling. Het Implementatieplan van Johannesburg stelt immers dat tegen 2005 alle landen een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling moeten hebben. Door de moeilijke bevoegdheidsverdeling in België tussen de verschillende beleidsniveaus is dit geen gemakkelijke opdracht.
BBL zal in 2004 en 2005 mee vorm geven aan een Vlaamse duurzaamheidsstrategie. In 2004 wordt er in het kader van de MiNa-raad gezocht naar een aantal principiële politieke krachtlijnen voor de Vlaamse strategie die dan in het nieuwe regeerakkoord bevestigd moeten worden. Samen met het tweede federaal plan duurzame ontwikkeling moet dit uitmonden in een nationale strategie 2005. In de loop van 2005 zal er dan verder gewerkt worden aan een volwaardige Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling.
Via de samenwerkingsovereenkomst 'Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling' krijgen lokale besturen de jongste jaren meer stimulansen om te werken aan een duurzaam geïntegreerd milieubeleid en aan een lokale agenda 21. BBL ondersteunt deze ontwikkeling en zet zich in om ze een sterke invulling te geven. BBL wil zo veel mogelijk samenwerking tot stand te brengen tussen de (georganiseerde) bevolking en lokale besturen. Milieu- en natuurverenigingen worden gestimuleerd om samen projecten uit te werken en samenwerkingsverbanden met lokale besturen te smeden. Deze lokale acties en samenwerkingsverbanden zijn essentieel omdat ze de participatie bevorderen en dicht bij de burgers een voorbeeldfunctie hebben. Concreet neemt BBL het voortouw door zelf projecten en sensibilisatiecampagnes op lokaal niveau op te zetten of te begeleiden. Het aanbod van BBL en zes andere Vlaamse milieuverenigingen naar lokale besturen en verenigingen is gebundeld in het steunpunt 'Tandem'.
Tandem
Tandem wil gemeenten, intercommunales en provincies ondersteunen en wegwijs maken binnen het aanbod van NGO’s om de engagementen die zij zijn aangegaan in het kader van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst waar te maken. Daarom biedt de NGO-sector inhoudelijke en procesmatige ondersteuning rond duurzaam lokaal milieubeleid. Zo kunnen NGO’s binnen en buiten de milieu- en natuursector op lokaal niveau een volwaardige werking rond duurzaam lokaal milieubeleid uitbouwen en er op die manier voor zorgen dat zij aan de toenemende maatschappelijke verwachtingen en aan de opgelegde taken en verantwoordelijkheden kunnen voldoen (ivooral op het vlak van adviesverlening, draagvlakcreatie, participatief medebestuur en beleidsevaluatie) om partnerships rond duurzaam lokaal milieubeleid aan te gaan met lokale besturen.
Klik hier om het campagne- en projectaanbod van BBL rond duurzame lokale ontwikkeling te bekijken.
Lokale Agenda 21 Leuven
Het project LA21 Leuven loopt sinds 1998 en bundelt allerlei concrete projecten rond duurzame ontwikkeling. Dat gebeurt zowel intern binnen het stadsbeleid – in het kader van het doelgroepenbeleid, als bij gebiedsgerichte acties waarbij verschillende beleidsdomeinen en maatschappelijke actoren samenwerken (b.v. afvalarme wijk, geboortebos …). Het stadsbestuur vormde in 2003 samen met lokale actoren, bedrijven en verenigingen een lokaal platform LA21. Het Platform werkt aan draagvlakverbreding en stimuleert via werkgroepen projecten en activiteiten rond de thema’s duurzaam aankopen, energie, noordzuidsamenwerking en fietsen/mobiliteit.
Projectbureau duurzaam bouwen en wonen in Limburg
De provincie Limburg zet een samenwerkingsovereenkomst op met Bond Beter Leefmilieu met als opdracht een nieuw, onafhankelijk projectbureau duurzaam bouwen op te zetten. Dat heeft als hoofddoel een breed platform duurzaam bouwen te creëren met een waaier aan actoren die vrijwillige maar duidelijke engagementen nemen rond duurzaam bouwen en wonen. Het projectbureau zal als inhoudelijke basis voor deze engagementsverklaringen een meetlat duurzaam bouwen en wonen opstellen, mee geadviseerd door VIBE. De meetlat anticipeert op toekomstig Europees en Vlaams beleid op vlak van energie, water en afvalbesparing in het bouwproces.