Home > Klimaat & energie > Visietekst
Thema: Klimaat & energie
We zien ons klimaat veranderen. Vooral in het Zuiden, maar ook bij ons raken het weer en de natuur ontregeld. Bovendien weten we dat onze manier van energie gebruiken, en de broeikasgassen die we daarmee de lucht in blazen, de reden is voor de klimaatverandering. De klimaatverandering stoppen is dan ook een van de belangrijkste uitdagingen waar onze maatschappij voor staat. Het goede nieuws is dat we ook alle middelen hebben om de uitdaging aan te pakken.
Energiebesparing en hernieuwbare energie zijn vandaag voldoende beschikbaar. BBL wil dat we ze eindelijk laten doorbreken. Al wat we daarvoor nodig hebben is politiek doorzettingsvermogen en de juiste beleidsinstrumenten.
We beleven interessante tijden: niet alleen de klimaatverandering, ook de naderende uitputting van de aardolie- en aardgasvoorraden en de toenemende bezorgdheid over de energiebevoorrading van onze economieën dwingen ons op zoek te gaan naar duurzame oplossingen. Dit is een kantelmoment in onze geschiedenis. Wij moeten zorgen dat ze in de juiste richting kantelt.
De uitstoot van broeikasgassen hangt vooral samen met ons massaal gebruik van fossiele energiebronnen: steenkool, aardolie en aardgas. Ingrijpen op dit energiegebruik betekent dus ingrijpen op alle aspecten van onze maatschappij. Klimaatbeleid is een zaak van alle sectoren, en een brede waaier aan beleidsinstrumenten. We hebben niet minder dan een revolutie nodig, maar dan wel een goed geplande en gestructureerde revolutie. Een revolutie die bovendien ook sociaal rechtvaardig moet zijn, hier bij ons, en zeker op internationaal vlak.
Het is de taak van BBL om beleidsverantwoordelijken, media en maatschappelijke groepen op deze lijn te krijgen. We nemen deze rol op in onze beleidswerking, en tonen met concrete projecten en campagnes dat de oplossingen voorhanden zijn.
Hieronder bespreken we dit allemaal meer in detail:
Om actie te kunnen ondernemen tegen de klimaatverandering, moeten we eerst en vooral goed weten waar we precies naartoe willen. De wetenschap leert ons dat de temperatuur niet meer dan 2°C mag stijgen, ten opzichte van het niveau waar we zaten toen de industriële revolutie begon. Boven 2°C zijn de gevolgen van de klimaatverandering te groot, en dreigen we ook onomkeerbare processen in gang te steken, zoals bijvoorbeeld het afsmelten van de ijskappen van Groenland. Als we dan berekenen hoeveel CO2 en andere broeikasgassen we de lucht in mogen blazen, komen we op een uitstoot in de industrielanden die 10 keer lager ligt dan vandaag.
Het Kyotoprotocol was een goede, maar beperkte eerste stap. Na 2012 hebben we een vervolg nodig dat stelselmatig alle landen mee aan boord trekt. Met duidelijke en continu afbouwende uitstootplafonds voor de industrielanden (inclusief de US), met afspraken met de snel ontwikkelende economieën als China en India om hun economie koolstofarmer te maken, en met massale steun voor de minst ontwikkelde landen om zich te verdedigen tegen de impact van de klimaatverandering. De strijd tegen de ontbossing zal in de strijd tegen de klimaatverandering een cruciale rol spelen.
De uitbreiding van het aantal deelnemende landen in het vervolg op het Kyotoprotocol is nodig om de klimaatverandering onder controle te krijgen. De industrielanden kunnen zorgen dat de andere landen ook aan boord stappen, door hun eigen uitstoot aantoonbaar te laten zakken, en door het Zuiden veel meer te helpen te investeren in koolstofarme technologie.
In de Vlaamse energiesector zijn drie belangrijke parallelle evoluties aan de gang. Sinds 2003 is de elektriciteit- en gasmarkt in Vlaanderen volledig vrij. Deze moest meer concurrentie, en betere prijzen opleveren. Tot nog toe geen onverdeeld succes. Ook sinds 2003 is de wet over de uitstap uit de kernenergie van kracht. Tegen 2015 moet er voldoende vervangcapaciteit zijn om de eerste reactoren te sluiten. De investeerders staan ondertussen klaar, maar mede door het blijvende overwicht van Suez-Distrigas-Electrabel, en politieke stemmingmakerij over de wet over de kernuitstap, hoeden investeerders zich ervoor verdere stappen te zetten. En in uitvoering van onze engagementen in het kader van het protocol van Kyoto, is Vlaanderen bezig met een zeer schuchtere poging om zijn achterstand in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in te halen. Van België, met een van de hoogste uitstoten van broeikasgassen per hoofd ter wereld, mag de wereld op dit vlak een bijzondere inspanning verwachten. Omdat België niet over eigen fossiele of nucleaire bronnen beschikt en dus voor zo goed als 100% afhankelijk is van import van energie, heeft het ook sociaal en economisch belang bij een duurzamere energievoorziening. Het is hoog tijd dat België aansluit bij de groeiende groep landen en regio’s die wel al de duurzame richting inslaan.
Om aan al deze verwachtingen tegelijk te voldoen ziet de milieubeweging twee belangrijke pistes: energiebesparing en hernieuwbare energie.
Allerbelangrijkst blijft de beheersing van de vraag. We moeten naar een absolute vermindering van het energiegebruik. Dat kan door veel slimmer energie te gebruiken om onze behoeften te voldoen.
Van
gebouwen weten we uit ervaring in Vlaanderen en elders in Europa dat je door correct te isoleren en ventileren, 50 tot 70% kunt besparen op verwarming. Bij verregaande renovatie van gebouwen is zelfs 90% haalbaar. Aangezien de gebouwde omgeving goed is voor ongeveer een kwart van het energieverbruik en verwarming daarvan ruim drie kwart opslorpt zou een “e-novatie” van gebouwen een belangrijke energiebesparing opleveren. Degelijk en correct geïsoleerde en geventileerde gebouwen leveren naast energiebesparing, bovendien ook een gevoelige verbetering van het comfort op. Energiebesparing in woningen en energiezuinige woningen zijn tenslotte de beste remedie tegen energiearmoede, en onvoorspelbare facturen door fluctuerende energieprijzen. Een punt waaraan BBL sinds enkele jaren samen met armoede- en noord-zuidbeweging aan werkt.
Het energiegebruik in de
transportsector kan drastisch omlaag door veel meer in te zetten op openbaar vervoer, goederentransport via spoor en water, door transportstromen ook te sturen met een slimme ruimtelijke ordening. Verder willen we dat onze wagens op korte termijn dubbel zo zuinig worden dan ze vandaag zijn. De technologie daarvoor is er, het komt er op aan ze in te zetten. En uit eigen projectervaring hebben we kunnen aantonen dat je tot 10% op je benzineverbruik kunt besparen door zuiniger te rijden. Alternatieve brandstoffen kunnen op termijn een rol spelen, maar biobrandstoffen zien we voorlopig veel liever in centrale energieproductie dan in automotoren, want die laatste hebben een veel lager energetisch rendement.
Aangespoord door een drang naar kostenoptimalisatie, leverden (met name de energie-intensieve)
bedrijven de afgelopen jaren inspanningen om hun energiegebruik efficiënter te maken. Ook in de Vlaamse industrie vallen interessante succesverhalen te noteren. De milieubeweging wil de industrie op dit ingeslagen pad verder zien gaan. Maar misschien nog de op termijn belangrijkste rol voor de industrie, is om de producten op de markt te zetten die veel minder energie vergen bij hun productie, en tijdens hun gebruik. Ook daar vallen succesverhalen te noteren, bijvoorbeeld bij Vlaamse producenten van zonnecellen of isolatiemateriaal. Ook de kennisopbouw in Vlaamse onderzoeksinstellingen op het vlak van witte biotechnologie (waarvan bioplastics de voorlopers zijn), kan een belangrijke factor zijn in de omslag naar een koolstofarme samenleving.
In de gecentraliseerde
energieproductie willen we een veel grotere inzet van warmtekrachtkoppeling, waarbij de restwarmte van elektriciteitsproductie nuttig wordt gebruikt. Deze warmte op lage temperatuur is bijvoorbeeld geschikt voor wijk- of stadsverwarmingsnetten zoals in de centrale aan de Ham in Gent gebeurt. Meer gedecentraliseerde productie, in kleinere centrales, vergroot die mogelijkheden nog. Tegelijk verminderen de transportverliezen in hoogspanningsnetten, hebben we minder hoogspanningsleidingen nodig, verkleint het risico op grote stroompannes en kan flexibeler worden ingespeeld op de vraag naar stroom en op de meer weersgebonden stroomproductie op basis van zon, wind en water.
De tweede piste is de omschakeling van bestaande energieproductie naar een energievoorziening gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen. In België levert de zon in de vorm van zonne-instraling, wind, neerslag, biomassa, golfslag en getijden, voldoende energie om ruim veertig keer het volledige huidige Belgische energieverbruik te dekken, de uitdaging is om die zonne-energie ook om te zetten in voor ons bruikbare energie. De uitbouw van onze energievoorziening op basis van hernieuwbare bronnen vermindert niet alleen sterk onze uitstoot, maar vergroot tegelijk onze onafhankelijkheid van import van energie. Op korte termijn zien we het grootste potentieel in wind en biomassa. Op langere termijn zal zonnewarmte en -stroom het belangrijkste aandeel voor zijn rekening nemen.
In afwachting daarvan kunnen we zeer veel CO2 besparen door de verouderde
steenkoolcentrales te vervangen door efficiënte gascentrales. Dit zal ons niet alleen winst voor het klimaat, maar ook veel voordelen voor de luchtkwaliteit opleveren. Kernenergie is geen oplossing voor de klimaatverandering. De risico’s op catastrofes, proliferatie van kernwapens, en het onopgeloste afvalprobleem maken kernenergie niet verzoenbaar met duurzame ontwikkeling. In België moet de uitstap uit de kernenergie dan ook onverkort worden uitgevoerd. Het aandeel van kernenergie in de wereldwijde energievoorziening is vandaag overigens eerlijk gezegd te klein om er een meer dan marginale bijdrage van te kunnen verwachten.
De
landbouwsector neemt ongeveer 7% van de Belgische uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening. Ook in de landbouwsector is een verdere verbetering van de energie-efficiëntie, door bijvoorbeeld kleinschalige WKK, dan ook op zijn plaats. Daarnaast zal de landbouwsector een belangrijke bijdrage leveren door minder intensieve akkerbouw en veeteelt. Die zijn vandaag de grootste bronnen van methaan en lachgas, die veel sterkere broeikasgassen zijn dan CO2. De landbouwsector is ook een leverancier van oplossingen, via duurzame energieteelten en op termijn ook de bouwstenen voor witte biotechnologie.
We moeten de komende jaren en decennia niet alleen veel inspanningen doen om de klimaatverandering tegen te gaan, we moeten ons ook voorbereiden op de gevolgen ervan. Want zelfs als we nu alle uitstoot stoppen zal de gemiddelde temperatuur – en het zeeniveau - de komende jaren blijven stijgen. Omdat de aarde met vertraging reageert op de samenstelling van de atmosfeer. Ook voor het natuurbeleid heeft dit drastische implicaties. Klimaatsverandering laat de natuur niet onberoerd. Tegelijkertijd wordt het ook elk jaar duidelijker dat we meer dan ooit nood hebben aan de natuur om ons te bufferen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De toename van het aantal overstromingen door het gebrek aan bufferende overstromingsgebieden is hiervan een het meest sprekende voorbeeld. We hebben dus meer natuur nodig, net op een moment dat de natuur onder druk staat als nooit te voren. Dat is een belangrijke maar vaak vergeten uitdaging in het klimaatverhaal.
We hebben dus allemaal een rol te spelen. Om de omslag te realiseren zien wij een palet aan beleidsinstrumenten: productnormen, financiële stimuli, communicatie en sensibilisering… en een correcte CO2-prijs. Vooral op dit laatste vlak blijft het beleid niet thuis geven. Terwijl economische instrumenten in onze visie juist cruciaal zijn. De episodes van diesel- en benzineprijsstijgingen hebben duidelijk getoond, wat de impact van de prijs kan zijn. Wij willen een sociaal rechtvaardige, maar drastische en volgehouden toepassing van economische instrumenten.
België is een sterk bebouwd, slecht ruimtelijk geordend, zwaar geïndustrialiseerd land. Studies van het Planbureau, het Wuppertal Institut en DLR (in opdracht van Greenpeace) tonen aan dat we ook hier drastische reducties van onze uitstoot van broeikasgassen kunnen realiseren. Bovendien zal het op raken van de fossiele en nucleaire brandstofvoorraden, en de noodzaak onze energie-onafhankelijkheid te vergroten, ons dwingen snel vooruitgang te boeken met duurzame energievoorziening.
De milieubeweging wil dat Vlaanderen tegen 2050 80% minder broeikasgassen uitstoot, door 50% minder energie te gebruiken, de resterende energie voor 50% op te wekken met hernieuwbare energie, en de niet-CO2 broeikasgassen verder te verminderen. Als tussentijdse doelstelling stellen we voor Vlaanderen een doelstelling van -30% broeikasgasuitstoot tegen 2020. Op langere termijn - na 2050 - gaan we naar een energievoorziening die volledig op hernieuwbare energie is gebaseerd, en zal onze uitstoot van broeikasgassen nog verder verminderen.