Home > Grondstoffen > Schadelijke stoffen > Visietekst
Thema: Schadelijke stoffen
Als consument zijn we er ons meestal niet van bewust dat we dagdagelijks via de meest banale huishoudelijke producten in contact komen met diverse chemicaliën. Computers, meubelen, verf, vernis, textiel - noem maar op - bevatten chemische stoffen die soms schadelijke effecten kunnen hebben op onze gezondheid of op het leefmilieu. We nemen ze op en we ademen ze in zonder precies te weten welke effecten ze precies hebben op ons lichaam. Blootstelling op lange termijn aan lage dosissen van een cocktail van stoffen kan soms ernstige negatieve schade veroorzaken.
De totale productie van chemische stoffen wereldwijd is van 1 miljoen ton in 1930 gestegen tot 400 miljoen ton nu. Er zijn ongeveer 100.000 verschillende chemische stoffen geregistreerd in Europa. Zo’n 10.000 daarvan worden in volumes van meer dan 10 ton/jaar op de markt gebracht. Er bestaat weinig of geen informatie over de effecten voor leefmilieu en gezondheid voor meer dan 95% van de 30.000 tot 100.000 chemische stoffen op de markt. De meeste stoffen worden trouwens als mengsel op de markt gebracht: er zouden volgens de Europese Commissie zo’n miljoen chemische preparaten op de Europese markt zijn. Heel wat nevenproducten en onzuiverheden werden nooit geregistreerd. Men heeft er bijgevolg geen zicht op. De chemische industrie blijft steeds beweren dat hun producten veilig zijn, maar kan dit niet met degelijke wetenschappelijke gegevens hard maken.
Tot nog toe moest de overheid aan de hand van dure en tijdsverslindende risico-analyses aantonen dat een welbepaalde stof schadelijk is voor de gezondheid of voor het leefmilieu. BBL meent dat de rollen moeten worden omgekeerd: de bedrijven moeten aantonen dat een stof veilig is vooraleer ze op de markt wordt gebracht. In oktober 2003 lanceerde de Europese Commissie een voorstel dat op relatief korte termijn zou moeten leiden tot een betere regelgeving voor chemische stoffen. Via een nieuw systeem, REACH (registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen) zouden bedrijven die per jaar één ton of meer van een bepaalde chemische stof aanmaken of invoeren, die stof in een centrale databank moeten registreren. Voor de meest zorgwekkende stoffen zou er bovendien een vergunning noodzakelijk zijn om deze te mogen gebruiken. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om CMR-stoffen (stoffen die kankerverwekkend, mutageen of schadelijk voor de voortplanting zijn) en vPvB-stoffen (stoffen die zeer persistent zijn en dus moeilijk afbreken; of stoffen die zich opstapelen in het vetweefsel van dieren en mensen).
De industrie voert hard lobbywerk om REACH zoveel mogelijk af te zwakken, en komt te pas en te onpas aandraven met zgn. ‘wetenschappelijke’ studies (inderdaad uitgevoerd in opdracht van de industrielobby zelf) om aan te tonen dat REACH enorme kosten met zich zou meebrengen en nadelige effecten zou hebben op de werkgelegenheid. De gebruikte methodiek, de aannames en de oorsprong van de gegevens van dergelijke studies bleken tot nog toe steeds voor heel wat kritiek vatbaar. Er wordt bovendien door de chemische lobby bewust geen rekening gehouden met het feit de kosten moesten worden uitgesmeerd over verschillende jaren. En niet enkel de kosten voor de sector werden zwaar overschat, er werd ook geen rekening gehouden met de maatschappelijke en de economische baten bij de invoering van REACH.
Volgens de Europese Commissie zelf zouden de totale kosten voor de chemische sector en de downstreamgebruikers tussen de 2,3 en de 5,2 miljard euro bedragen, gespreid over een periode van 11 tot 15 jaar. De verwachte baten voor het milieu en de menselijke gezondheid zijn echter aanzienlijk. In een modelscenario werd alleen al voor de gezondheid gewag gemaakt van baten in de orde van 50 miljard euro in de komende dertig jaar. Daarbovenop komen de baten voor het leefmilieu. Die werden nog nieteens officieel becijferd.
Samen met de Europese milieubeweging vraagt BBL