Themabeeld

Home > Grondstoffen > Visietekst

Thema: Grondstoffen

Geïntegreerd productbeleid is een relatief nieuw begrip in het kader van duurzame ontwikkeling. Volgens BBL is geïntegreerd productbeleid de mate waarin verschillende instrumenten zo optimaal mogelijk worden ingezet en op elkaar afgestemd om tot een duurzaam productbeleid te komen. Bij een duurzaam productbeleid wordt niet enkel rekening gehouden met economische principes, maar dienen deze gekaderd te worden binnen de mogelijkheden van de milieugebruiksruimte en moet ook rekening worden gehouden met sociale randvoorwaarden. Concrete doelstellingen worden vooropgesteld en vervolgens dient onderzocht met welke mix van beleidsinstrumenten deze doelstellingen het beste bereikt kunnen worden.

Bij een ecologisch geïntegreerd productbeleid staat niet het product centraal, wel de functie (de behoefte) die vervuld moet worden. Ecologisch geïntegreerd productbeleid mag zich niet enkel focussen op bestaande productsystemen, maar dient ook het product zelf in vraag te stellen. Alternatieve producten of diensten kunnen mogelijks een betere invulling geven aan de behoefte, en wel met een lagere milieubelasting. Zo worden materiaalintensieve productsystemen vervangen door product- en dienstensystemen die minder materiaalintensief zijn (dematerialisatie). Als de functie centraal staat, dan zal meer belang moeten worden besteed aan gedeeld gebruik en hergebruik. Antwoordapparaten kunnen bijvoorbeeld op termijn van de markt verdwijnen door operators binnen de telefonie te verplichten gratis (of goedkoop) voice mail diensten aan te bieden. Dan kan één computer bij pakweg Belgacom tienduizenden antwoordapparaten vervangen. Hersteldiensten moeten fiscaal bevoordeeld en zelfs gesubsidieerd worden zodat consumenten kapotte producten laten herstellen in plaats van deze te vervangen door nieuwe producten. Ook uitleendiensten of lease diensten moeten door de overheid worden gestimuleerd.

Tevens moet aandacht worden besteed aan het productdesign: zowel kwalitatief (minimaal gebruik en zo mogelijk bannen van schadelijke stoffen) als kwantitatief (eco-efficiëntie zowel op vlak van grondstoffengebruik als energiegebruik), en dit over de volledige levensloop van het product.

Een brongerichte aanpak is essentieel. Er mag geen afwenteling van milieuproblemen plaats vinden, noch tussen de verschillende milieucompartimenten (lucht, water), noch tussen de verschillende fasen van de levensloop van het product (ontginning van grondstoffen, productie, distributie, gebruik, afvalbehandeling). Eco-dumping moet uiteraard in al zijn vormen worden vermeden. Producentenverantwoordelijkheid en de aanvaardingsplicht mogen niet worden ontlopen via bv. dumping van autowrakken, autobanden en elektroschroot als zogenoemde tweedehandse producten in ontwikkelingslanden.

Een geloofwaardig productbeleid veronderstelt ook transparantie inzake samenstelling en milieukenmerken van producten. Het is onaanvaardbaar dat in een aantal gevallen zelfs de producenten, laat staan de overheid of de consument, nauwelijks over informatie hierover beschikt. Het eeuwige argument ‘vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie’ mag niet langer primeren boven leefmilieu en volksgezondheid, noch binnen de productketen, noch ten aanzien van de overheid en de consument.

Beleidsmatig komt een geïntegreerd productbeleid maar niet van de grond. Tijdens de schuchtere poging van de federale administratie leefmilieu om, in uitvoering van één van de acties uit het federale plan duurzame ontwikkeling, een richtplan producten op te maken, is gebleken dat vooral op politiek vlak nog onvoldoende goodwill is om te komen tot een geïntegreerd productbeleid. Blijkbaar gaan ook hier weer de economische belangen van de industriële lobby primeren op duurzaamheid. Maar ook de Europese initiatieven geven weinig reden tot optimisme. Zo lijkt Europa eerder te kiezen voor ‘productderegulering’, waarbij de concrete invulling van het product'beleid' vooral wordt overgelaten aan de bedrijven zelf. Europa ziet immers ook een belangrijke rol weggelegd voor de normalisatie-instellingen, die vooral worden gestuurd door de betrokken bedrijfssectoren. BBL hoopt via haar lidmaatschap bij het BIN (Belgisch Instituut voor Normalisatie) enerzijds en haar betrokkenheid bij ECOS anderzijds, deze processen op te kunnen volgen. Concrete beleidsinitiatieven rond productbeleid en de diverse KB’s die verschijnen in uitvoering van de algemene kaderwet op productnormen, zal BBL kritisch becommentariëren en adviseren. BBL legt, samen met lidorganisaties, regelmatig concrete dossiers op tafel. Ook wordt toegezien op een betere handhaving van het (beperkte) bestaande productbeleid. En uiteraard zal BBL blijven pleiten voor een meer planmatige aanpak van het productbeleid in het algemeen, zoals tenslotte was voorzien in het vorige federale plan duurzame ontwikkeling (2000-2004).