De juridische kant van de watertoets
Het decreet
Die watertoets is opgenomen in het decreet integraal waterbeheer, artikel 8 en is van kracht sinds 24 november 2003.
Overheden die moeten beslissen over plannen, vergunningen en programma's moeten telkens nagaan of hetgeen gevraagd wordt geen schadelijke effecten heeft op het watersysteem. Worden er inderdaad schadelijke effecten verwacht, dan moeten voorwaarden of herstelmaatregelen worden opgelegd. Als dit niet mogelijk is moet het plan, programma of de vergunning worden geweigerd.
Het is niet altijd eenvoudig om te bepalen of er schadelijke effecten zullen zijn en welke voorwaarden men best oplegt om ze te vermijden, te beperken, te herstellen of te compenseren. Het decreet voorziet dan ook dat de Vlaamse regering een instantie kan aanwijzen die advies kan verlenen. De Vlaamse regering kan ook algemene richtlijnen of nadere regels voor de watertoets vaststellen. Het verschil tussen beiden is dat richtlijnen kunnen beschouwd worden als aanbevelingen terwijl regels bindend zullen zijn.
Uitvoeringsbesluit
Er is nog altijd geen uitvoeringsbesluit van kracht dat die regels en die adviesinstantie vastlegt. De Vlaamse regering heeft lang over gedaan om een voorstel klaar te hebben. Pas op 20 januari 2006 heeft de Vlaamse regering principieel een voorontwerp van uitvoeringsbesluit over de watertoets goedgekeurd. Het voorontwerp geeft de lokale, provinciale en gewestelijke overheden, die een vergunning moeten afleveren, richtlijnen voor de toepassing van de watertoets.
Op 8 maart 2006 hebben de SERV en de MiNa-raad gezamenlijk advies uitgebracht over dit uitvoeringsbesluit.
Naar verwachting zal het CIW (de administratie) het ontwerp-uitvoeringsbesluit aangepast hebben tegen begin mei. De interactieve kaarten die erbij horen zouden klaar moeten zijn tegen september.
Het ontbreken van duidelijke richtlijnen zorgt ervoor dat administraties hun eigen interpretatie gaan geven aan de watertoets. Die is soms heel zwak (zie bvb de interpratie van AROHM) en niet in overeenstemming met de invulling van andere administraties (vgl bvb met de visie van Aminal afdeling Water)
BBL vraagt dan ook dat de Vlaamse regering ten laatste eind september de definitieve regels voor de uitvoering van de watertoets vaststelt.
Rechtsspraak
Arbitragehof
Het Arbitragehof sprak zich op 9 februari 2005 uit over de watertoets (arrest nr. 32/2005). Het hof stelt dat een weigering om te bouwen als gevolg van de watertoets, geen recht doet ontstaan op een schadevergoeding. Volgens het Arbitragehof kan de overheid via de watertoets de rechten van een eigenaar inperken door in een vergunning beperkingen op te leggen of door de vergunning te weigeren. Het Arbitragehof argumenteert dat de watertoets maar in een beperkt aantal gevallen tot een absoluut bouw- of exploitatieverbod zal leiden. In die gevallen kan een beperking van het eigendomsrecht in overeenstemming zijn met zowel het algemeen belang van een goed waterbeheer als het individueel belang van de eigenaars. Die beperkingen kunnen niet tot gevolg hebben dat de overheid een schadevergoeding moet betalen.
Arrest Raad van State
Op 18 januari 2005 sprak de Raad van State een belangrijk arrest uit over de zgn. watertoets.
De Raad van State vernietigde een ruimtelijk uitvoeringsplan van de gemeente Nevele omdat geen watertoets werd uitgevoerd (arrest nr. 139.432). De gemeente wou met dit plan een verkaveling mogelijk maken in een gebied dat vroeger meer dan eens blank stond. Opvallend is dat de Raad van State ook geen genoegen nam met de ‘engagementen’ van het gemeentebestuur om de nodige maatregelen te treffen om wateroverlast tegen te gaan bij de vergunningverlening. De Raad van State is dus van mening dat dergelijke vage engagementen niet volstaan en steeds een watertoets conform het decreet moet worden uitgevoerd, vooraleer een ruimtelijk plan kan worden goedgekeurd.
>>Ga terug naar nattevoeten.be
