Waarom

Waarom kiezen we voor het campagnethema gezins- en kindvriendelijke ruimtelijke ordening

Vlaanderen is de meest volgebouwde en verkavelde regio van Europa. Dat is voornamelijk het gevolg van een ondoordacht ruimtelijk ordeningsbeleid, dat de versnippering van open ruimte verder in de hand werkt en  te weinig investeert in speelbossen of wandelgebieden. De impact van het ruimtelijk beleid op speelruimte, verkeersveiligheid, natuur en bos of leefkwaliteit is nochtans niet te onderschatten. Er is daarbij te weinig aandacht voor de plaats en behoeften van kinderen en jongeren in ruimtelijke plannen.

Daarom ijveren we samen met de Gezinsbond voor een kindnorm, een set van na te sterven doelstellingen die vertrekken vanuit de behoeften van kinderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om ruimte voor kinderen, voldoende ruimte in de woonomgeving om buiten te kunnen spelen, maar ook voor voldoende ruimte op de stoep en in de straat om veilig en onbevangen naar een speelplek te kunnen wandelen of fietsen.

Met de Dag van de Aarde-campagne stellen we vier bouwstenen voor voor een gezins- en kindvriendelijke ruimtelijke ordening.

•    Gezinsvriendelijke steden en dorpskernen
•    Speelweefsel: bereikbaar en verkeersveilig
•    Meer stadsbossen, natuur en speelgroen
•    Groen in plaats van beton


Gezinsvriendelijke steden en dorpskernen

Elk jaar wordt in Vlaanderen meer dan 5.000 ha open ruimte ingenomen door nieuwe bebouwing. Een belangrijke reden daarvoor is uiteraard de stadsvlucht: stadsverlaters willen graag “groen” wonen en verkavelen daarvoor het platteland. Die nieuwe verkavelingen sluiten vaak niet aan bij bestaande dorpskernen, maar liggen als confetti verspreid in de omgevende landbouwgebieden. De gevolgen van die jarenlange uitspreiding van wonen en werken over het platteland zijn nefast: grote open gebieden worden zeldzaam, heel wat waardevolle groenzones of bossen zijn definitief verloren.

Gelukkig zijn er enkele nieuwe trends aan de gang die een ander beleid kunnen stimuleren. Stedelijk wonen is opnieuw in trek bij jongeren, wegens de nabijheid van allerlei stedelijke voorzieningen, cultuur, cafés… Eens jongeren een gezin vormen en kinderen krijgen, verlaten ze echter opnieuw de stad. Dat hoeft ook niet te verbazen. Kinderen hebben immers behoefte aan genoeg speelterreinen, die in de stad vaak niet voorhanden zijn, te klein zijn voor de hoge bevolkingsdichtheid of niet verkeersveilig bereikbaar zijn. Ook het gebrek aan betaalbare gezinswoningen in de stad of het te veel aan autoverkeer speelt gezinnen parten. In zowat alle onderzoeken naar stadsvlucht wordt de top drie van oorzaken voor gezinsvlucht aangevoerd door een gebrek aan groen, de verkeersdrukte en het tekort aan betaalbare gezinswoningen, met een tuin. Om jonge gezinnen in de stad te houden is dus een specifiek stedelijk beleid nodig gericht op grotere gezinnen met kinderen, dat onder meer voorziet in betaalbare woningen, meer openbaar groen, meer verkeersveiligheid...

Daartoe moet gezocht worden naar een beter evenwicht tussen bewoning en groen. Een doordacht ruimtelijk zoekt naar slimme combinaties tussen bijkomende bebouwing en vergroening. Door de beschikbare ruimte zuinig en intensief te gebruiken, blijft er meer ruimte over voor publiek groen. Het Duitse Freiburg toont aan dat een dergelijk evenwicht haalbaar is (zie kader Freiburg).

Sommige steden werken met groennormen, een minimale oppervlakte aan publiek toegankelijk groen, afhankelijk van de bevolkingsdichtheid of de afstand tot het groen. Zo heeft de stad Gent in haar bestuursprogramma opgenomen dat er minstens 10 m² groen per inwoner moet zijn in de stad. Om dat te bereiken werkt de stad aan het uitbouwen van buurt- en wijkparken doorheen de stad. Een kindnorm voor groen kan op die manier bijdragen aan een gelijke toegang voor alle kinderen tot groene publieke ruimte, of deze kinderen nu in een landelijke gemeente, een groene verkaveling, een achtergestelde stadsbuurt of een slecht gelegen woontoren wonen. Daarom zou in elke gemeente een minimumpercentage van de oppervlakte voorzien moeten worden voor speelruimte. Elk kind heeft het recht om buiten te spelen, waar het ook woont.


Speelweefsel: bereikbaar en verkeersveilig

Kinderen en jongeren spelen niet op één plaats. De ene dag fietsen of skaten ze in de buurt, op een warme zomerdag gaan ze zwemmen in een zwemvijver, ze voetballen in het park of gaan spelen in de speeltuin,… Met het concept speelweefsel wordt gedoeld op het geheel van voor de jeugd belangrijke plekken en de verbindingen hiertussen. Door dit geheel in kaart te brengen, kan de gemeente ontbrekende onderdelen van het speelweefsel invullen en zorgen voor kindervriendelijke en verkeersveilige verbindingen ertussen. In de provincie Limburg wordt dit instrument ondertussen in vier proefgemeenten uitgetest.

Ook bij de inrichting van straten en pleinen moet rekening gehouden worden met de behoeften van kinderen en jongeren. Dat vraagt om voldoende brede voetpaden, veilige oversteekmogelijkheden, goede zichtrelaties, fietspaden of fietssuggestiestroken,… Zo hoeven kinderen - en hun ouders - niet benauwd te zijn om te voet of met de fiets naar het park of de speeltuin te gaan.


Meer stadsbossen, natuur en speelgroen

De open ruimte in Vlaanderen behoort tot de bosarmste van Europa, ook natuurwaarden staan onder druk. Daarom  werd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen afgesproken dat er in Vlaanderen 10.000 ha bos en 38.000 ha natuur extra moet bijkomen. Voor bos focust de overheid in de eerste plaats op de nood aan stadsbossen, om zo de leefbaarheid van steden te vergroten. De beloftes voor bijkomende natuur en bos vlotten helemaal niet: slechts 1/3 van de beloofde oppervlakte natuur en amper 1/5 van de beloofde bossen is momenteel ingekleurd. Maar daarom nog niet gerealiseerd: er werden weliswaar nieuwe bosuitbreidingsgebieden ingekleurd op ruimtelijke uitvoeringsplannen, maar in veel van die gebieden moet de eerste boom nog worden geplant. Het aanplanten van nieuwe stadsbossen in Gent, Kortrijk of Turnhout bv. loopt bijvoorbeeld zeer traag en stroef. Uit de bosbarometer van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen blijkt bovendien dat we er nog steeds op achteruit gaan. Netto verdween in 2009 bijna 90 ha bos, dat is 1,5 voetbalveld per dag. Hier is dus dringend een inhaalbeweging nodig!


Groen in plaats van beton

Sommige leefbaarheidsproblemen worden veroorzaakt door overgedimensioneerde verkeerswegen die in de jaren zestig dwars door steden en woonwijken werden aangelegd. Sommige stadsontwikkelingsprojecten proberen deze barrières te doorbreken door de verkeersas te ondertunnelen of te overkappen en de ruimte boven en naast de verkeersinfrastructuur zo goed mogelijk te benutten.

Een bekend voorbeeld daarvan is “the big dig” in Boston, waar een viaduct dwars door de stad werd afgebroken en kilometers tunnels werden aangelegd. Hierboven verrezen een hele reeks nieuwe parken. Gelijkaardige voorbeelden vindt men in Barcelona, Madrid, Den Haag, Tokio… In eigen land is er bijvoorbeeld het plan “Ringpark De Knoop” in Antwerpen. Het plan werd uitgewerkt door de bewonersgroep BorgerhouDt van Mensen. Bedoeling is om de Antwerpse ring tussen Borgerhout en Deurne over een afstand van 1,8 kilometer te overkappen. Daardoor verdwijnt een hinderlijke en vervuilende barrière tussen twee dichtbevolkte stadsbuurten en komt er extra open ruimte vrij voor een park, sportvelden, evenementen… Het voorstel werd ondertussen opgenomen in het structuurplan van de stad en in het bestuursakkoord van het stadsbestuur.

Helaas gaat het vaak nog de andere kant uit en moeten bossen of open gebieden wijken voor nieuwe autowegen, bedrijventerreinen of andere harde bestemmingen. Soms is dat onvermijdelijk, maar vaak zijn er alternatieven mogelijk die beter rekening houden met de behoefte aan open ruimte. Zo moet het Sint-Annabos op de Antwerpse Linkeroever wijken voor een slibopslagplaats voor de Oosterweelverbinding. Dat slib kan ook mechanisch verwerkt wordt, zoals nu al gebeurt met het slib uit de haven. In dat geval kan het Sint-Annabos ook in de toekomst dienst blijven doen als druk gebruikte speel- en ontmoetingsruimte voor de vele jongeren uit de buurt. Een ander voorbeeld is het Laerbeekbos langs de Brusselse ring. Dat dreigt op de schop te gaan voor een uitbreiding van de ring, terwijl de uitbouw van het gewestelijk expresnet kan zorgen voor veel betere openbaar vervoerverbindingen naar de hoofdstad.

Het goede voorbeeld: Freiburg

Freiburg ligt in het zuidwesten van Duitsland, dichtbij de Franse en de Zwitserse grens. De stad is met zijn 220.000 inwoners, zijn universiteit en zijn historische kern vergelijkbaar met bv. Gent. Freiburg staat bekend als een duurzame stad. Nieuwe wijken zijn dichtbevolkt, autoluw, hebben veel groen en veel doorsteekjes. Je kan er heel wat inspirerende ideeën opdoen om je eigen stad of gemeente een stuk groener, aangenamer, veiliger en klimaatvriendelijker te maken.

Freiburg zorgt ervoor dat nieuwe woonwijken zo gezinsvriendelijk mogelijk zijn. Groepen van 5 à 10 bouwlustige gezinnen verenigen zich er in een “bouwgemeenschap” en realiseren samen met een architect een gezamenlijk woonblok van typisch een viertal bouwlagen, geheel naar hun eigen smaak en invulling. Dit resulteert in een mooie variatie in het straatbeeld.

Er wordt gebouwd aan een hoge bevolkingsdichtheid, op relatief kleine percelen met gemiddeld 4 bouwlagen. Er wordt gezorgd voor een frequente ontsluiting met een tram- of buslijn, auto’s worden alleen aan de rand toegelaten (tenzij voor laden en lossen), winkels en sociale voorzieningen worden gebundeld in de kernen. Er is een overvloed aan groene speel- en zitruimten, de wijk is in alle


richtingen doorsteekbaar voor voetgangers en fietsers. De wooneenheden zijn voorzien van overdekte fietsenstallingen. De stad is in de regel eigenaar van de gronden en bepaalt de voorwaarden waaraan het woonblok moet voldoen (bvb. perceelsgrootte, energie). Op gronden van het stadsbestuur mogen enkel passieve gebouwen gebouwd worden

Fiets, openbaar vervoer en deelauto’s zijn koning. Freiburg telt zo maar eventjes 400 km fietspad. Vanuit alle richtingen kan je de stad bereiken langs brede, comfortabele en conflictvrije fietsroutes. Bakfietsen en fietskarren zijn een gewone verschijning en hebben hun eigen fietsenstallingen. Alle trams hebben een hoge capaciteit en een lage vloer, waar je met een kinderwagen of rolstoel zo kan in rijden. Bovendien zijn alle palen van de tramleidingen zijn begroeid met wingerd en vormen prachtige groene zuilen. Alle eigen trambeddingen zijn van gras, wat 11 hectare groen oplevert én een duidelijk merkbaar stiller tramverkeer. Alle parkeerterreinen zijn uitgevoerd in grasdallen of tegels met brede grasvoeg, wat ook de infiltratie van regenwater bevordert. Geveltuinen krijgen een verlengstuk boven de straat, simpelweg door een kabel over de weg te spannen en klimplanten hun gang te laten gaan.

Tot slot is Freiburg doorspekt van groene en avontuurlijke speelruimtes. Deze ruimtes zijn niet weggestoken achter afsluitingen, neen, ze liggen mooi op de wandel- en fietsassen. Er zijn weinig formele speelterreinen met echte speeltoestellen, maar des te meer natuurlijke en avontuurlijke speelplekken.