5 recepten voor duurzaam lokaal beleid in tijden van crisis | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

5 recepten voor duurzaam lokaal beleid in tijden van crisis

Persbericht Bond Beter Leefmilieu

donderdag 13 juni 2013

Lokale besturen staan voor grote uitdagingen. Er wordt steeds meer naar hen gekeken om het voortouw te nemen, bijvoorbeeld in de strijd tegen klimaatverandering. Bond Beter Leefmilieu stelt vandaag op een inspiratiedag voor lokale besturen in Leuven verschillende recepten voor om te investeren in duurzaamheid in tijden van schaarste.

Lokale besturen moeten zich tegen 2014 ook klaarstomen om met integrale beleidsplannen te werken voor een periode van zes jaar. Tegelijk worden hun financiële middelen steeds krapper. ‘We zien het lokale niveau als katalysator van een duurzaam beleid’, zegt Lieze Cloots van Bond Beter Leefmilieu. ‘We willen onze expertise en innovatieve ideeën inzetten om mee aan die kar te trekken.’ We lichten hier vijf recepten voor duurzaamheid toe.

Recept 1: Maak stadscentra en gemeentelijke kernen aantrekkelijk voor jonge gezinnen

Maak plaats voor meer bewoners in de kern van steden en gemeenten, in plaats van nieuwe verkavelingen aan te snijden die in het buitengebied liggen. Deze bewoners profiteren van de nabijheid van de plaatselijke middenstand, scholen, enz. Dankzij die korte afstand zullen de bewoners ook gemakkelijker op de fiets springen voor boodschappen of ontspanning. Dit verlicht de parkeerdruk en vermindert luchtvervuiling. De stad of gemeente zelf bespaart doordat de nutsvoorzieningen, zoals rioleringen, al aanwezig of zeer dichtbij zijn.

Hoe kunnen lokale besturen nu extra plaats creëren in de kern? Gent bijvoorbeeld kocht een reeks verkrotte panden aan en bouwde op die plek een nieuw cohousing project. Bij cohousing wonen verschillende gezinnen samen elk in hun eigen wooneenheid, maar ze delen ook een aantal gemeenschappelijke voorzieningen zoals een tuin, zaal of logeerkamer. Zo slagen ze er in wooneenheden te realiseren op een compactere oppervlakte, met meer comfort en sociale contacten voor de bewoners. Deze vorm van ‘samenwonen’ zit duidelijk in de lift. Ook Bostoen, partner van Bond Beter Leefmilieu, bouwt twee cohousingprojecten rond Gent.

Recept 2: Rol de rode loper uit voor fietsers

Meer inwoners op de fiets zorgt voor minder autoverkeer en vermindert dus ook de problemen die met druk verkeer gepaard gaan zoals luchtvervuiling door fijn stof en verzurende uitlaatgassen, geluidshinder, ongevallen, kinderen die niet buiten kunnen spelen,... Het gaat om veel meer dan enkel een slechtere bereikbaarheid door toenemende files. Bovendien is verkeersleefbaarheid een topprioriteit voor de Vlaming, zeker op gemeentelijk niveau. Ten slotte bespaart de gemeente ook geld. Een autoparkeerplaats kan jaarlijks tot 1.500 euro kosten voor dezelfde prijs kan je tien fietsen stallen.

Meer fietsers begint bij betere fietsinfrastructuur. Zo verminderde Mortsel het aantal auto’s drastisch door onder andere nieuwe fietspaden, bewegwijzering voor fietsers en een slimmewegenkaart in samenwerking met buurgemeenten. De stad geeft zelf het goede voorbeeld door het voorzien van dienstfietsen, douches en fietsenstallingen voor het stadspersoneel.

Recept 3: Spoor energieverspillend patrimonium op

Energiebesparing is de eerste prioriteit in de strijd tegen de klimaatverandering. Onze gebouwen verbruiken 72% meer energie dan het Europees gemiddelde. Daar is dus nog gemakkelijk winst te halen. Ook in de gebouwen die lokale besturen zelf bezitten brengt verregaande energiebesparing en duurzame renovatie snel geld op.

Zo installeerde Viessmann, na een grondige analyse van de site, een nieuwe verwarmingsinstallatie in de Antwerpse Karel de Grote hogeschool. Door deze investering wisten zo het brandstofverbruik terug te dringen met 46% en het energieverbruik voor verwarming zelfs met 95%. De hele investering was op 3 jaar terugverdiend. Gelijkaardige besparingen zijn ook haalbaar voor de rest van ons verouderd patrimonium.    

Recept 4: Gedeeld gebruik is de toekomst

De gemiddelde Vlaming consumeert jaarlijks 18 ton grondstoffen. Daar komen nog eens 120 ton grondstoffen per inwoner bij die verbruikt werden bij de productie van geïmporteerde grondstoffen. Onze ecologische voetafdruk ligt daarmee tien keer hoger dan de draagkracht van de aarde. Producten delen of ze een langer leven geven door ze te herstellen, bijvoorbeeld in een Repair Café, zorgt voor minder grondstofverbruik.

Lokale besturen kunnen een belangrijke ondersteunende rol spelen voor initiatieven rond gedeeld gebruik. De argumenten om deze trends voluit te ondersteunen gaan veel verder dan enkel het milieuvoordeel. Naast minder grondstoffengebruik en minder afval, zorgt gedeelde consumptie tegelijk voor meer gemeenschapsvorming. Een derde voordeel op iets langere termijn is dat er uit de vele initiatieven van onderuit nieuwe ondernemingen en lokale jobcreatie zal volgen.

Lokale besturen kunnen ook zelf deeldiensten ontwikkelen. De stad Antwerpen bijvoorbeeld verhuurt bouwgereedschappen aan een gunstige prijs. Zo vermijden ze dat elke klusser al zijn gereedschap zelf aankoopt en moeten er minder gereedschappen geproduceerd worden.

Recept 5: Red een bedreigde diersoort

Natuur en groen dichtbij doet leven. Natuur maakt mensen gezonder en creatiever, zorgt voor een aangename leefomgeving en zwengelt de lokale economie aan. Investeren in natuur is bovendien de beste en vaak goedkoopste bescherming tegen de klimaatverandering. Niet alleen de oppervlakte natuur is beperkt in Vlaanderen, ook de kwaliteit ervan is laag. Heel wat planten en dieren hebben het moeilijk om te overleven. De natuurindicatoren van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) voor Vlaanderen tonen dat 31% van alle geëvalueerde soorten regionaal uitgestorven of bedreigd zijn.

De gemeente Linter ondersteunt natuurpunt om de kamsalamander, ook wel de Getedraak genoemd, te redden. De kamsalamander is een beschermde soort onder de Europese habitatrichtlijn. Toch komt ongeveer 75% voor buiten de speciale beschermingszones die in Vlaanderen werden afgebakend. Zo ook in de Grote Getevallei. Om deze lokale populatie nieuwe kansen te geven, zorgde natuurpunt Linter voor twee nieuwe poelen in directe nabijheid van de bestaande. Ook geïsoleerde poelen waar de kamsalamander tot 2004 nog voorkwam, werden dankzij de beheerploeg van Natuurpunt voorzien van een raster. Zo wordt vertrappeling van de oevers tegengegaan. Stilaan verrijst een écht en functioneel verbonden poelennetwerk in de Grote Getevallei en herleeft de Getedraak.