Baanwinkels aan banden | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Baanwinkels aan banden

Erik Grietens
Rafal Malinowski

De provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen slaan de handen in elkaar om baanwinkels langs steenwegen terug te dringen. De provincies willen no-go-zones voor baanwinkels aanduiden, bestaande baanwinkels groeperen op kleinhandelszones en sterker inzetten op kernversterking. Dat is nodig: de afgelopen tien jaar nam het aantal baanwinkels sterk toe, wat zorgt voor leegstaande winkels in stads- en dorpscentra, onveilige situaties voor fietsers, opstoppingen en verlies aan open ruimte.

Baanbrekend winkelen

Dankzij een Europees project konden de provincies gedurende twee jaar het probleem van baanwinkels in kaart brengen en een langetermijnvisie uitwerken. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal baanwinkels sinds 2008 met liefst 260% is toegenomen. Er ligt nu meer dan 1,6 miljoen m² aan winkelvloeroppervlakte langs onze steenwegen. En dan zijn de parkeerplaatsen of opslagruimte nog niet eens meegerekend.

Voor alle vierkante meters die erbij kwamen langs de steenwegen, gingen ongeveer evenveel vierkante meters aan handel verloren in de stads- en gemeentekernen. De leegstand van handelszaken in de centra van dorpen en steden is sterk toegenomen. Ook de gevolgen voor mobiliteit zijn duidelijk: meer files, maar ook meer ongevallen door een voortdurende menging van traag lokaal en snel doorgaand verkeer, als gevolg van de vele op- en afritten naar de baanwinkels. Ook als fietser is het langs deze steenwegen geen pretje.

Actieplannen

In het visiedocument van de provincies wordt de ruimte langs steenwegen herverdeeld in vier deelzones. De eerste is de ‘no-go-zone’. Hier krijgt het behoud en het herstel van open ruimte voorrang en worden geen nieuwe baanwinkels toegelaten. Als tweede komen de ‘winkelarme zones’. Bestaande winkels kunnen onder bepaalde voorwaarden behouden blijven, maar nieuwe worden niet toegelaten. Als derde is er de ‘clusterzone’. Bedoeling is om in deze zone baanwinkels te herlocaliseren en te bundelen. Zo moet bijvoorbeeld maar één op- en afrit voorzien worden, in plaats van aparte op- en afritten voor elke winkel. Dat komt de verkeersveiligheid ten goede. De vierde zone is de ‘winkelrijke zone’ in de stads- en dorpskernen. Hier wordt detailhandel gestimuleerd, in combinatie met andere functies zoals wonen, voorzieningen of werkplekken.

Deze onderverdeling werd vervolgens toegepast op twee typische Vlaamse steenwegen:  de N70 tussen Antwerpen en Gent en de N10 van Lier naar Aarschot. Vorige week tekenden alle betrokken gemeenten en provincies langs die steenwegen een engagementsverklaring om de toekomstbeelden van beide steenwegen uit te voeren. En omdat deze actieplannen ook toepasbaar zijn op tal van andere steenwegen in Vlaanderen, werd tevens een leidraad uitgegeven voor andere steden en gemeenten.

> Hier vind je de actieplannen en de leidraad

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Na 20 jaar kent ruimtelijke ordening geen geheimen meer voor Erik Grietens, maakt niet uit of het over betonstop, kernversterking of de kostprijs van onze versnipperde bebouwing gaat.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit