Begijn Le Bleu, 2020. Fwiet! Fwiet!, De passie van het vogelkijken

Johan Van den Broek verliest zich graag in boeken, en stapelt die liefst zo hoog mogelijk. Hij houdt van de natuur en is, zoals elk weldenkend mens, bezorgd om zijn omgeving. Hij is wetenschapper (bioloog), milieukundige en ruimtelijk planner. Hij werkt ruim 35 jaar in de Vlaamse natuur- en milieuwereld. Daarnaast werkte hij ook als freelance auteur voor diverse uitgeverijen en voor Argus (voorheen Stichting Leefmilieu). Regelmatig bespreekt hij een boek voor Bond Beter Leefmilieu.

“De passie van het vogelkijken” luidt de subtitel. Inderdaad, een juiste omschrijving, maar onvolledig. Velen onder ons kijken immers graag naar vogels, meestal gepassioneerd. Dit is dus geen exclusief kenmerk van Le Bleu. Waar hij zich wel in onderscheidt, is de manier waarop hij zijn passie overbrengt en iedereen laat delen in zijn ervaring. Le Bleu vertelt verhalen en laat lezers meegenieten.

Elk verhaal heeft eenzelfde aanknopingspunt, een vogelsoort. De namen van de vogels zijn de titels van de korte verhalen van 2 tot 6 pagina’s. Je leest dus over de merel, rietzanger, kemphaan, wouw, kerkuil, blauwe kiekendief, wulp, kwartel, groene specht… Le Bleu gebruikt niet enkel de naam als kapstok om zijn verhaal aan op te hangen, het zijn ook telkens verhalen waarin vogels een centrale rol bekleden. De verhalen overspannen tegelijk bijna zijn hele leven. Als kind op ontdekking in de nabije omgeving, geleidelijk de halve wereld verkennen en dan zelf met kroost op pad. De inhoud van zijn verhalen is erg afwisselend: zo vertelt hij over een vakantie met zijn familie in Zeeland en de ontdekking van de kerkuil, plaagspelletjes met een collega, maar ook over het trotseren van het nakende tij in Engeland.

Over een oranjeborst

De verhalen bevatten fragmenten uit café-gesprekken en reisverhalen, maar regelmatig diept hij ook culturele, historische (zoals bv. de verklaring voor de naam “roodborst” in plaats van “oranjeborst") of biologische weetjes op. Le Bleu analyseert haarfijn het gedrag van anderen en geeft er zijn ongezouten mening over, zoals je kan verwachten van een cabaretier. En uiteraard ontbreekt ook de zelfreflectie niet.

Hij heeft ook aansluiting met wetenschappers, journalisten, vogeltellers, de natuurbehoudswereld, de Vlaamse administratie. En hij vertelt daarover. Zo houdt hij ook een pleidooi voor de waardering van vogels. Over de grauwe gorzen vertelt hij hoe ze worden bedreigd, welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen en hoe ze gemonitord worden. Hij doet dit zeer concreet, en belicht onder meer de activiteiten van het Regionale Landschap, Natuurpunt, ANB, INBO, VLM en KBIN. Ook de roofvogeltrek in Batumi (Georgië), het aards paradijs voor de ‘roofvogelaars’, doet hij uit de doeken. Elders vertelt hij dan weer hoe hij groepen schoolkinderen op sleeptouw neemt, of over de angst om de bal mis te slaan tussen ervaren vogelaars.

Het boek is een verhalenbundel. En in verhalen vertellen is Le Bleu sterk. Door zijn vertelstijl lijkt het wel alsof je met hem mee op pad bent.

Kanttekeningen van een meesterverteller

De lay-out is ronduit prachtig. Verwacht geen overdonderende foto’s, wel subtiele details. Op diverse plaatsen in het boek staan kleine tekeningen van (een deel) van een vogel, een takje, een blad. Speels, bijna letterlijk als een kanttekening, net zoals Le Bleu dat ook met zijn verhalen doet. Elk verhaal is gescheiden van het vorige en het volgende door een aparte bladzijde met enkel de naam van de volgende vogel. De lay-out is niet enkel aangenaam en overdacht, hij is zeer goed afgestemd op de inhoud. Achteraan in het boek staan 30 QR-codes van 30 verschillende podcasts. De cabaretier vertelt, en de podcasts waren de aanleiding om het boek te schrijven.

Het boek bevat geen vernieuwend concept, haalt het beleid niet onderuit, brengt geen spectaculair wetenschappelijke inzicht, nee, het boek is een verhalenbundel. En in verhalen vertellen is Le Bleu sterk. Door zijn vertelstijl lijkt het wel alsof je met hem mee op pad bent. Je ziet hetzelfde, en beleeft hetzelfde. Zalig. Nadeel is dat het boek niet leest als een boek. Na elk verhaaltje valt het stil. Er is geen verlangen om verder te lezen. Het boek is een, weliswaar evenwichtige, stapel faits divers. En dus laat je het als lezer regelmatig liggen. En toch is het ook een boek dat je graag in je boekenkast wil, en waarin je regelmatig enkel stukjes wil herlezen, vooral die met de intrigerende slotzin.  

Het boek is uitgegeven en te koop bij Bornmeer & Noordboek.