Bijmengplicht biobrandstoffen: regering kiest voor gemakkelijksheidoplossing | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Bijmengplicht biobrandstoffen: regering kiest voor gemakkelijksheidoplossing

Bram Claeys

maandag 6 april 2009

De federale ministerraad zal producenten van benzine en diesel verplichten om, vanaf 1 juli, 4% biobrandstof te mengen. De Belgische biobrandstofproducenten, vrezen failliet te gaan omdat ze in België hun biodiesel of ethanol niet verkocht krijgen. BBL begrijpt dat de Belgische overheid zoekt naar mogelijkheden om de noodlijdende bedrijven te steunen, maar vindt de bijmengverplichting geen goede oplossing. Vooreerst zijn er op vandaag geen garanties voor de duurzame productie van biobrandstoffen. Bovendien is biomassa een waardevolle grondstof, die beter wordt ingezet in meer hoogwaardige toepassingen. Opstoken als transportbrandstof is daarbij de slechtst denkbare optie. De regering zou veel beter opleggen dat de producten van de Belgische producenten moeten gaan naar materiaalproductie, of de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte.

Minister Magnette wil dat de verplichte bijmenging zou gebeuren met biobrandstoffen die afkomstig zijn van één van de Belgische fabrieken die biodiesel of – benzine maken. Daarvoor wil België een uitzondering vragen aan Europa, dat waakt over de vrije markt van goederen. De Belgische fabrikanten van biobrandstof zijn geselecteerd op basis van de beste scores inzake CO2-balans en energie-efficiëntie, maar er zijn geen duurzaamheidsnormen opgelegd waaraan minimaal moet worden voldaan.

 

Aan de productie van biobrandstoffen zijn heel wat nadelen verbonden. Palmolie voor de productie van biodiesel, is afkomstig uit landen als Indonesië of Maleisië, en wordt in verband gebracht met het kappen van het tropisch regenwoud en het vrijkomen van opgeslagen koolstof uit turfgronden. In dergelijke gevallen leidt het gebruik van biobrandstof over de productieketen tot een stijging van de koolstofuitstoot in plaats van de bedoelde daling. Palmolieplantages worden in verband gebracht met landconflicten en de werkomstandigheden zijn er meestal verre van optimaal. Ook indien Europees koolzaad wordt ingezet, kan dit indirect een negatieve impact creëren. Er is dan minder koolzaadolie beschikbaar voor de voedingsindustrie, die dan naar alternatieven moet zoeken voor haar plantaardige voedingsoliën. Palmolie bijvoor beeld… 

Ook de nieuwe Europese richtlijn inzake hernieuwbare energie biedt onvoldoende garanties voor een duurzame productie van biomassa. De duurzaamheidcriteria van de richtlijn houden bijvoor beeld geen rekening met milieueffecten van biomassaproductie buiten Europa. Ook sociale criteria ontbreken. Criteria voor vaste biomassa zijn vooralsnog on bestaande. En voorlopig houdt de richtlijn evenmin rekening met de gevolgen van indirecte veranderingen in het landgebruik.

Biomassa kan maar gebruikt worden als de voorkeur gaat naar de meest efficiënte en CO2-besparende toepassingen. De biomassa gebruiken als basis voor de productie van allerlei materialen, in de plaats van petroleumafgeleiden, staat dan vooraan in het lijstje. Pas daarna komt energieproductie. En in de energieproductie gaat de voorkeur naar gecombineerde productie van warmte en elektriciteit. Want dat levert veel meer CO2-besparing op dan die biomassa gebruiken als transportbrandstof. Daarom is een verplichte bijmenging ongeveer de minst aangewezen maatregel die de federale regering nu kon nemen. Ze heeft er zich dan misschien wel snel vanaf gemaakt, maar het milieu is hiermee niet vooruit geholpen, integendeel.

De regering zou dus beter zorgen dat de 7 Belgische producenten eerst en vooral geen onduurzame biomassa gebruiken, en vervolgens dat hun producten zo goed mogelijk worden ingezet.