Biogassector haalt nu al doelstelling 2020: moeten we daar blij om zijn? | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Biogassector haalt nu al doelstelling 2020: moeten we daar blij om zijn?

Foto Gerald K.

Het voortgangsrapport 2017 van Biogas- E, de belangenvereniging van de biogassector in Vlaanderen, kopt dat de doelstelling 2020 voor de productie van groene stroom uit biogas vorig jaar al gehaald werd. Deze doelstelling werd vastgelegd op 760 GWh tegen 2020, terwijl de productie in 2016 al 789 GWh bedroeg. De vraag is of we daar blij om moeten zijn.

Vergisting neemt kop in biogasproductie

Bijna 90% van de productie van biogas is afkomstig van vergisting. De productie van groene stroom uit rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), industriële anaerobe afvalwaterzuivering (AWZI) en stortplaatsen is verwaarloosbaar. De grootste productiestijging (23,0 GWh) bevindt zich in de groep van de grote agro-industriële vergisters. Het aantal kleinschalige biogasinstallaties daalde in 2016 van 76 naar 61 installaties. Het aantal agro-industriële vergisters blijft gelijk ten opzichte van 2015, maar enkele installaties kenden een uitbreiding van hun capaciteit. 

Mestvergisting is boerenbedrog

Dunne mest, dat voor 90% uit water bestaat, levert weinig gas op. Om de rentabiliteit te verhogen, gaan industriële installaties co-vergisten: ze voegen energierijke organische afvalstoffen toe aan de mest, zoals resten uit de houtindustrie, bermgras, snoei- en dunningshout, of restproducten uit de voedselverwerkende industrie. Al te vaak worden ook voedingsgewassen zoals maïs toegevoegd. Op die manier neemt de biogasopbrengst aanzienlijk toe. In de praktijk komt het geproduceerde gas dus voornamelijk uit die toegevoegde stoffen en niet zozeer uit mest.

Bovendien houden deze gasfabrieken ook het mestoverschot in Vlaanderen in stand. De mestverwerking wordt zelfs gebruikt als argument bij aanvragen om de veestapel uit te breiden. Mestvergisters zijn ooit bedacht om het mestoverschot op te lossen, maar die belofte wordt dus niet waargemaakt. De kern van het mestprobleem bestaat namelijk uit stikstof- en fosfaatverbindingen. Maar in aardgas of methaan (CH4) komen geen stikstof of fosfor voor. Sterker nog: door producten aan de mestvergister toe te voegen, neemt de hoeveelheid stikstof en fosfaat net toe. Tot slot zorgen agro-industriële vergisters niet zelden voor geluids- en geuroverlast op het platteland. Om diezelfde redenen blijken biovergisters ook op het vlak van toerisme  en de bijhorende tewerkstelling vaak een negatieve impact te hebben.

Kies voor duurzaam landbouw- en energiebeleid

In Vlaanderen is een bio-energiesysteem gebaseerd op mest dus geen duurzame oplossing. Er is namelijk een mestoverschot door de grootschalige grondloze veeteelt die afhangt van massale import van veevoeder. Bovendien woedt er een stevige concurrentiestrijd om het gebruik van biomassa. Bij voorkeur gebruiken we biomassa als voedsel, op de tweede plaats als grondstof of materiaal en pas in de laatste plaats voor energetische toepassingen. Daarbij moet biomassa ingezet worden in toepassingen met een zo hoog mogelijk energetisch rendement. 

Daarom is het vergisten van energiegewassen geen goede oplossing. De teelt van energiegewassen op grote schaal zet druk op de voedselproductie door de inname van landbouwgrond. We zien nu al stijgende grondprijzen, waardoor veel kleine landbouwers geen toegang meer hebben tot landbouwgrond. 

Niet rendabel zonder stevige overheidssteun

Het financieel steunen van mestvergisters is een politieke keuze. De biogassector kan niet overleven zonder een hele reeks van subsidies: warmtekrachtcertificaten en groenestroomcertificaten voor de warmtekrachtkoppeling, maar ook investeringsaftrek en waarborgregelingen voor de co-vergisting. Zet daartegenover de steeds dalende kosten van productie uit zon en wind, zeker als de externe kost wordt meegenomen, en het valt te betwijfelen of mestvergisters rendabel zijn. Bovendien werden veel installaties opgestart in 2007 - 2008 en bereiken ze in 2017 - 2018 het einde van 10 jaar gegarandeerde steun via groenestroomcertificaten.

Groen alternatief voor aardgas

Bond Beter Leefmilieu concludeerde in een onderzoek in 2012 al dat het meest ideale systeem voor een bio-energieproject een systeem is dat gebaseerd is op GFT-afval als inputstroom. Hoewel het vanuit praktisch oogpunt niet overal in Vlaanderen even goed toepasbaar is, kunnen we misschien een voorbeeld nemen aan de Duitse bio-energiedorpen. Biogas kan via opwerking tot biomethaan dienen als groen equivalent voor aardgas. Het geproduceerde biomethaan kan rechtstreeks geïnjecteerd worden in het aardgasnet of gebruikt worden als transportbrandstof. 

De juiste randvoorwaarden nodig

De biogassector verwacht nu dat biogas opnieuw opgevist wordt in het energiepact en nieuwe steun krijgt via groenestroomcertificaten. Het klopt dat biovergisters een positieve bijdrage kunnen leveren aan de energiemix omdat biogasmotoren stuurbaar zijn en zo een aanvulling kunnen vormen op zonne- en windenergie. 

Maar de overheid zou er goed aan doen om de juiste randvoorwaarden te plaatsen. Land en biomassa worden bij voorkeur gebruikt voor de meest hoogwaardige toepassing die mogelijk is: eerst voor voeding, dan als grondstof en pas in de laatste plaats voor energie. Biogas mag geen hypotheek leggen op de afbouw van onze veestapel en moet een leefbaar platteland toelaten. Er zijn zeker duurzame kansen voor de biogassector, maar gasfabrieken op het platteland die ons mestoverschot in stand houden: nee bedankt.

Benjamin Clarysse

Beleidsmedewerker energie


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.