Bionerga Bis: betere energie-efficiëntie, maar nog steeds te veel afvalverbranding | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Bionerga Bis: betere energie-efficiëntie, maar nog steeds te veel afvalverbranding

Jeroen Gillabel

vrijdag 7 juni 2013

Bionerga, de Limburgse intercommunale die in 2011 een milieuvergunning kreeg van Minister Schauvliege voor de bouw van een grotere afvalverbrandingsoven in Houthalen-Helchteren, wil de geplande installatie nu verhuizen naar Beringen, omdat daar niet alleen elektriciteit, maar ook warmte kan afgeleverd worden aan de industrie. Hoewel de energetische efficiëntie van het project hierdoor toeneemt, heeft Bond Beter Leefmilieu toch een bezwaarschrift ingediend tegen deze nieuwe plannen. Het belangrijkste argument dat we in 2010 hadden tegen het originele project, blijft immers overeind: er is al te veel verbrandingscapaciteit in Vlaanderen, en de overcapaciteit zal enkel nog toenemen op langere termijn.

Eerst en vooral: dat Bionerga op zoek is gegaan naar een meer hoogwaardige toepassing van de energie die vrijkomt bij het verbrandingsproces, vinden we een positieve zaak. Door in Beringen warmte te leveren aan een naburig chemiebedrijf, ziet het energie-plaatje er een stuk beter uit dan voor het originele project in Houthalen-Helchteren. Maar het standpunt van Bond Beter Leefmilieu over restafvalverbranding blijft hetzelfde: het gaat in de eerste plaats over het verwijderen van restafval, en pas in de tweede plaats over energie-productie. Een afvalverbrandingsoven is geen energiecentrale die zoveel mogelijk killowattuur moet produceren, maar een installatie die afval verwijdert en daarbij zoveel mogelijk van de energie in dat afval recupereert.

Capaciteit in proportie met wat nodig is

Met de huidige overcapaciteit voor afvalverbranding in Vlaanderen (volgens de meest recente cijfers van de OVAM bedraagt die reeds 140 000 ton) is er gewoon geen nood aan extra capaciteit. Daarom vraagt BBL in haar bezwaarschrift dat de capaciteit van het nieuwe project in Beringen zou teruggeschroefd worden van 200 000 ton naar 100 000 ton. Hierdoor wordt het structurele overschot aangepakt, terwijl de efficiëntie van de energierecuperatie behouden blijft.

Het is aan de provincie Limburg om te beslissen over deze milieuvergunning. Nochtans zouden beslissingen die de verbrandingscapaciteit beïnvloeden beter genomen worden op Vlaams niveau. Het is immers op dit niveau, samen met het Europese niveau, waarop beleidsbeslissingen genomen worden over duurzaam materialenbeleid. Een betere selectieve inzameling bij bedrijven, het stapsgewijs afbouwen van het verbranden van recycleerbaar afval, het bevorderen van grondstoffen-efficiëntie,... zijn allemaal maatregelen die de hoeveelheid restafval kunnen doen dalen. Een overcapaciteit maakt verbranding goedkoper dan deze duurzame oplossingen. Dit dossier toont dus nog maar eens dat het dringend tijd is voor een sturend beleid op Vlaams niveau om de nodige verbrandingscapaciteit af te stemmen op het duurzaam materialenbeleid.

Multimodaal transport ernstig nemen

In het milieueffectenrapport haalt Bionerga als een van de positieve punten van de locatie in Beringen aan dat er mogelijkheden zijn voor transport van afval via spoor of water, maar vervolgens gebruikt het bedrijf die mogelijkheden niet. Daarom vraagt BBL dat de vergunningverlenende overheid Bionerga aanspoort om de mogelijkheden voor transport via water en spoor ernstig te onderzoeken, zoals dit recent ook gebeurd is bij de hervergunning van Indaver in Doel.