Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Consument verdient betere informatie over biobrandstoffen

Sara Van Dyck

vrijdag 23 juli 2010

Consumenten hebben behoefte aan duidelijke informatie over biobrandstoffen. In haar doctoraatsonderzoek ging Liesbeth Van de Velde (Universiteit Gent) na wat het sociale draagvlak is voor biobrandstoffen. Zij stelde vast dat de consument wel overtuigd van de milieurelevantie van biobrandstoffen maar twijfelt over de kwaliteit en veiligheid. Verder waren de ondervraagden zich wel bewust van de maatschappelijke problemen die gepaard gaan met de productie van alternatieve brandstoffen, zoals het spanningsveld met voedselproductie. Maar over het algemeen lijken de consumenten weinig vertrouwd te zijn met biobrandstoffen als alternatieve energiebron.

Volgens de doctoraalonderzoekster is er daarom een efficiënte communicatiestrategie nodig om de publieke kennis en aanvaarding van biobrandstoffen te verhogen. Wetenschap, milieu- en consumentenorganistaties kunnen volgens het onderzoek een belangrijke rol vervullen binnen de informatiecampagne. Bond Beter Leefmilieu wil haar rol in dit debat zeker vervullen en geeft hierbij alvast een bescheiden bijdrage.

Tegen 2020 wil Europa 20% van haar verbruik opwekken met hernieuwbare energie en ook 10% hernieuwbare energie voor transport halen. Hoewel ook groene elektriciteitsproductie een rol kan spelen bij het invullen van deze doelstelling, wordt algemeen aangenomen dat de 10%-doelstelling een enorme impuls zal geven aan de productie van biobrandstoffen. Die biobrandstoffen moeten in Europa aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. Deze Europese duurzaamheidscriteria zijn echter absoluut onvoldoende om de duurzaamheid van biobrandstoffen te garanderen. Zo worden onder andere de indirecte effecten van veranderend landgebruik niet in rekening gebracht.

 

We schreven eerder al over dit probleem: biobrandstofgewassen vervangen in eerste instantie voedingsgewassen. Daardoor wordt de veodselproductie elders, op nieuw land, hernomen. Arme boeren in het zuiden kappen uit noodzaak dikwijls opnieuw een extra stukje regenwoud. Nieuw land in gebruik nemen zorgt in alle gevallen voor extra CO2-emissies. Verscheidene studies illustreren dat de remedie zo erger dreigt te worden dan de kwaal. Meer en meer wordt duidelijk dat biobrandstoffen hierdoor helemaal niet CO2-neutraal zijn maar dat ze zelfs de uitstoot van CO2 te doen stijgen. Er is dan ook dringend nood aan duurzaamheidscriteria die alle effecten correct in rekening brengen. Maar in een poging om haar beleid inzake biobrandstoffen te redden, blijkt de Europese Commissie belastende studies achter te houden.   

Biomassa is een schaars goed. Europa moet dan ook een denkproces opstarten over het zinvol inzetten van de beperkt beschikbare biomassa. Deze moet gebruikt worden in de sectoren waar de grootste ecologische winsten gerealiseerd kunnen worden. In eerste instantie moet het recht op gezond en voldoende voedsel voor iedere wereldburger gevrijwaard blijven. Daarnaast kan biomassa ingezet worden als grondstof voor materiaaltoepassingen (biogebaseerde economie). In derde instantie kan biomassa ook voor energetische doeleinden gebruikt worden. Als biomassa wordt ingezet voor de productie van energie, moet bovendien bekeken worden in welke sectoren die het meest efficiënt kan worden ingezet. Rechtstreeks gebruik van biomassa voor een lokale, energie-efficiënte, gedecentraliseerde productie van warmte of de gecombineerde productie van warmte en elektriciteit in centrales geniet dan ook de voorkeur. Qua energiepotentieel is de productie van vloeibare biobrandstoffen voor de transportsector net een minder efficiënte technologie. Voor transport biedt elektrische aandrijving op basis van zonne- en windenergie een veel beter alternatief dan biobrandstoffen. Maar bovenal zullen we in de eerste plaats met zijn allen minder autokilometers moeten afleggen.

Meer info: rapport 'Biofuels, handle with care' (Transport & Environment) over de gevaren van blind gebruik van biobrandstoffen.