De klok tikt voor de grote oliebedrijven, berekende BNP Paribas | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

De klok tikt voor de grote oliebedrijven, berekende BNP Paribas

Olivier Beys
Foto Markus Spiske

De olie-industrie zit op vlak van mobiliteit in een doodlopend straatje. Dat is de ophefmakende boodschap van BNP Paribas in zijn rapport Wells, Wires and Wheels, eerder deze maand. De Franse bank ontdekte dat kapitaalsinvesteringen in hernieuwbare energie zes tot zeven keer meer nuttige energie, of ‘mobiliteit’, opleveren dan investeringen in de oliesector. Dat inzicht is van kapitaal belang voor investeerders, en voor de grote klimaatvervuilers die blijven inzetten op olieproductie.

Een nieuw concept

Om te achterhalen welke energiebron meer mobiliteit oplevert, gebruikt BNP het concept ‘Energy return on capital invested’ (EROCI). Daarmee vergelijkt de bank hoeveel nuttige energie door verschillende energiebronnen over de hele cyclus geleverd wordt voor eenzelfde kapitaalsinvestering.
Met nuttige energie bedoelt BNP de energie die effectief wordt overgedragen aan de wielen van een wagen op benzine of diesel enerzijds, en elektrische wagens op basis van elektriciteit afkomstig van wind- en zonne-energie anderzijds.

De resultaten

De conclusie: je kunt 6 tot 7 keer meer energie produceren via wind en zon dan wanneer je datzelfde bedrag zou investeren in olie voor benzinemotoren, voor dieselmotoren is dat 3 à 4 keer meer. De berekeningen van BNP gelden voor een olieprijs van $60 per vat (in 2018 was de gemiddelde prijs $68). Een visuele vergelijking maakt de idee duidelijker.

Onderstaande figuur geeft de EROCI weer voor benzine:

In de volgende figuur zien we de veel hogere EROCI voor zon (PV). Het rapport komt uit op vergelijkbare resultaten voor on/offshore-wind.

Om evenveel energie te leveren voor dezelfde kapitaalsinvestering zou de olieprijs moeten zakken tot $10 (voor diesel komt het neer op ongeveer $20). De berekeningen van BNP houden bovendien rekening met een erg conservatieve (dure) kostprijs van hernieuwbare energie. Tegelijk is men genereus ten aanzien van benzinewagens. Zo schatten ze de thermische efficiëntie van een verbrandingsmotor op 20 procent. 

Gevolgen

Olieproducenten staan voor een onmogelijke opdracht. De onderstaande kostencurve van zeven iconische oliebedrijven geeft aan dat slechts een fractie van de olieprojecten break-even kan draaien aan $10 per vat.

Dat maakt meteen duidelijk dat ruim 40 procent van de olievraag (36 procent aan transport en 5 procent uit de energiesector) op afzienbare tijd zal ingevuld worden door elektrificatie, weliswaar op voorwaarde dat energie uit wind en zon voldoende schaal bereiken – en daar is nog werk aan de winkel. Hoe dan ook betekent dit voor de oliebedrijven de komende decennia een enorm risico op gestrande activa.

Het is voor hen de facto een race tegen de klok, aangezien grote oliebedrijven gemiddeld reserves aanhouden voor tien jaar productie. Door het opkopen of exploreren van reserves vullen ze die voortdurend aan. Hoe langer ze blijven investeren in het vervangen van die reserves door nieuwe oliereserves, hoe groter het risico op gestrande activa. Tenzij ze het geweer van schouder veranderen.

Duidelijke conclusie

Stel dat we de totale uitgaven aan benzine in 2018 extrapoleren naar de komende 25 jaar, dan zouden we in die tijdsspanne wereldwijd $25 biljoen uitgeven aan mobiliteit. Voor hetzelfde niveau aan mobiliteit bedragen de uitgaven voor hernieuwbare energie, inclusief de netwerkinfrastructuur, slechts $4,6 tot $5,2 biljoen. Gelet op verwachte kostendalingen in de nabije toekomst zal de vergelijking alleen maar positiever uitvallen voor hernieuwbare energie.

Bovendien zijn de menselijke en financiële voordelen van een betere gezondheid voor mensen, een properder milieu, minder grondstofconflicten enzovoort niet eens meegerekend. We kunnen die investering overigens fors verlagen door nog veel sterker in te zetten op de modal shift en het versneld afbouwen van subsidies voor fossiele brandstoffen (zoals WWF België eerder dit jaar in een rapport onderstreepte).

Het rapport van BNP Paribas komt niet alleen op een goed moment voor investeerders, maar ook voor beleidsmakers in België. We hopen dat de nieuwe regeringen kiezen voor de winnaars van morgen, en de verliezers uit het verleden niet blijven meeslepen aan een veel te dure en vruchteloze reddingslijn.

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie

Olivier zoekt naar oplossingen om onze grondstoffen optimaal te benutten, te hergebruiken, te delen en afval te vermijden. Verder staat hij met twee voeten in de praktijk van de deeleconomie als oprichter van gereedschapsbibliotheek Tournevie.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit