De nieuwe afvaloven van ISVAG: het is niet al goud wat blinkt | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

De nieuwe afvaloven van ISVAG: het is niet al goud wat blinkt

Olivier Beys
Benoit De Freine

Afvalintercommunale ISVAG wil tegen 2022 een nieuwe afvaloven neerplanten in Wilrijk.  De ambities zijn groot. ISVAG wil de verbrandingscapaciteit opdrijven van 159.000 ton naar 190.000 ton en een warmtenet aanleggen om de restwarmte beter te benutten. Prijskaartje: 175 miljoen euro. Dat lijkt mooi, maar schijn bedriegt. Naast tal van andere bezwaren, blijkt dat Vlaanderen helemaal geen nieuwe oven nodig heeft op die plek. Daarom dient Bond Beter Leefmilieu een bezwaarschrift in.

3 redenen waarom de vergunning een slecht idee is

Bond Beter Leefmilieu is daarin niet alleen. Al 1000 anderen dienden een bezwaarschrift in tegen de vergunningsaanvraag van ISVAG voor de huidige verbrandingsoven in Wilrijk.

Maar waarom is het een slecht idee om ISVAG een omgevingsvergunning van onbepaalde (!) duur toe te kennen? We gaan dieper in op drie belangrijke redenen.

1. Extra verbrandingscapaciteit is overbodig

Door de jaren heen daalde de verbrandingscapaciteit in Vlaanderen. Er wordt dus steeds minder afval verbrand. In een circulaire economie is dat ook logisch; we willen zo weinig mogelijk afval verbranden en grondstoffen zoveel mogelijk hergebruiken of recycleren. Dit principe krijgt een vertaling in de doelstellingen in het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval (HAGBA) uit 2016.

Die doelstellingen zijn erg duidelijk: minder afval produceren. Tellen we de doelstellingen voor huishoudelijk en bedrijfsafval samen, dan wil het plan tegen 2022 zo’n 200.000 ton minder afval produceren: van 1,9 miljoen ton naar 1,7 miljoen ton.

Tegen 2022, wanneer ISVAG de nieuwe oven wil klaar hebben, zal de hoeveelheid restafval dus sterker gedaald zijn dan de totale capaciteit (190.000 ton) van de geplande ISVAG-installatie. Gelet op de sluiting van de verbrandingsoven in Knokke in 2016 (van 35.000 ton), eindigen we met de extra 31.000 ton van ISVAG op een quasi nuloperatie.

Dat is een probleem. Het HAGBA hanteert namelijk een belangrijk principe; dat er een evenwicht moet zijn tussen het aanbod brandbaar afval geproduceerd in Vlaanderen, en de verwerkingscapaciteit op Vlaams niveau. Maar komt er een nieuwe oven, dan zitten we in 2022 opgezadeld met meer dan 100.000 ton overschot aan verbrandingscapaciteit ten opzichte van de hoeveelheid beschikbaar afval. Er kan dus 100.000 ton meer afval verbrand worden dan er beschikbaar is. Dat is niet oké.

Het HAGBA stelt dat “een vergunning voor nieuwe capaciteit of een uitbreiding van bestaande daarom alleen mogelijk [is] als binnen Vlaanderen een deel van de beschikbare capaciteit wordt afgebouwd,” waarvan op dit moment geen sprake is. Kortom, niet alleen is de nieuwe oven overbodig, ze is dus ook in strijd met het capaciteitsbeleid in het uitvoeringsplan en het Vlaamse regeerakkoord.

2. Juridische achterpoortjes zet overheid voor voldongen feiten

ISVAG is zich bewust van het bovenstaande probleem, maar heeft een juridisch achterpoortje gevonden. De ingediende aanvraag draait namelijk enkel rond het vroegtijdig hernieuwen voor onbepaald termijn van de bestaande installatie, die tot dusver vergund is tot 2020, naar aanleiding van een ‘belangrijke verandering’, namelijk de aanleg van een warmtenet en de integratie ervan in de bestaande oven. Het gaat in deze démarche helemaal niet om de bouw van de nieuwe oven van 190.000 ton waarvan al sprake. Officieel gaat het dus niet om een verhoging aan verbrandingscapaciteit.

ISVAG motiveert die keuze omdat er nog geen garanties zijn voor de toekenning van de bouw van die nieuwe oven. Maar door nu een vergunning aan te vragen voor een warmtenet plaatst ISVAG de Vlaamse overheid voor voldongen feiten. Als ze dit warmtenet al op voorhand aanleggen, is de oven voor lange tijd verankerd. We creëren op die manier namelijk een financiële en fysieke ‘lock-in’. Een toekomstige afbouw van de verbrandingscapaciteit, nochtans nodig in de toekomst, is dan niet mogelijk.

De kans is erg groot dat de intercommunale dit warmtenet vervolgens gebruikt als argument om de nieuwe, grotere oven te laten vergunnen. Kortom: ISVAG opteert er bewust voor om in beide projecten een afzonderlijk vergunningstraject te volgen, ook al zijn beide projecten onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals overigens ook duidelijk in de aanvraag wordt erkend.

Deze aanpak is niet legitiem. Ten eerste omdat de aanvraag voor hernieuwing van een milieuvergunning slechts vervroegd kan wanneer het gaat om een overname of als er belangrijke aanpassingen gebeuren. Dat geldt niet voor een warmtenet, aangezien de kernactiviteit blijft: namelijk de verwerking van afval via verbranding. De energierecuperatie is in deze bijkomstig.

Los daarvan staat deze aanpak effectieve inspraak van omwonenden en betrokkenen in de weg. We weten namelijk niet goed in welke context de aanvraag moet beschouwd worden. Deze onzekerheid laat de betrokken overheid niet toe om op heldere wijze een oordeel te vellen over een vergunning. Bovendien is het niet duidelijk waarom een vergunning voor onbepaalde tijd aan de orde is, wanneer het toch om een overbruggingsmaatregel gaat.

3. Alternatieven zijn niet goed onderzocht

ISVAG heeft op eigen initiatief enkele studies uitbesteed en in de aanvraag verwerkt. Op basis daarvan besloot ISVAG eind 2016 om een nieuwe (rooster)verbrandingsoven te bouwen. Maar het is duidelijk dat het resultaat daarvan op voorhand vast lag.

De studies voldoen niet aan de kwaliteitsvereisten van de wetgeving rond milieueffectenrapportage. Nog belangrijker is dat die studies uit 2010 niet meer actueel zijn door de inmiddels gewijzigde omstandigheden, zoals nieuwe opportuniteiten in de Haven van Antwerpen. Bovendien worden alternatieve locaties op geen enkel moment beoordeeld in functie van de volksgezondheids- en milieueffecten.

Een voorbeeld: de locatie-alternatieven worden grotendeels afgeschreven door extra logistieke kosten (transportkost + emissiekost) of reistijd. Toch laat de locatie Indaver-Doel slechts een extra emissiekost zien van 0,31 euro per ton en een totale extra logistieke kost van 2,71 euro per ton. Voor de locatie Hoge Maey is dat respectievelijk 0,20 euro per ton en 1,62 euro per ton.

De zeer minieme toename van de logistieke kost van deze alternatieve locaties in het havengebied valt volledig in het niets tegen de veel kleinere verwerkingskost (‘gate fee’) van een installatie in een havengebied. Bij een installatie in het havengebied zijn geen dure monumentale architectuurkosten nodig, terwijl – belangrijk – permanente stoomlevering aan proceschemie veel meer oplevert.

Om die reden kan de grotere oven van Bionerga in Beringen (die stoom levert aan Borealis) gebouwd worden aan een investeringskost die minstens 75 miljoen euro lager ligt, terwijl de vooropgestelde ‘gate fee’ 30 euro per ton lager is.

De extra ‘omrijkost’ (transport+emissies) naar een locatie in de haven bedraagt dus minder dan een tiende van wat kan worden uitgespaard aan verwerkingskost. De huidige locatie in Wilrijk is wat kosten betreft dus veel slechter dan de Haven.

Tot slot: wat betreft energierecuperatie haalt men in het stoomnet van Ecluse, dat stoom levert aan proceschemie in de Haven van Antwerpen, een rendement van wel 80-90%, terwijl dat bij de installatie van ISVAG maximaal 30% bedraagt. De reducties in CO2-emissies zijn dan ook navenant.

Conclusie: ISVAG moet visie radicaal omgooien

Ons pleidooi van enkele jaren terug is nog even relevant: ISVAG heeft een groot potentieel om volledig verbrandingsovenvrij te worden. Op dit moment is het een van de minder presterende intercommunales op vlak van hoeveelheid afval. In plaats van 175 miljoen euro te investeren in een verbrandingsoven, zou de intercommunale beter radicaal inzetten op het verminderen van de hoeveelheid restafval.

Veel steden in Europa hebben zich al aangesloten bij het idee van zero waste en zetten in op een vergevorderde scheiding van het afval en het ontmoedigen van de productie van restafval. Er ligt een enorme kans voor Antwerpen en omliggende gemeenten om die voortrekkersrol in de circulaire economie op te nemen.

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie

Olivier zoekt naar oplossingen om onze grondstoffen optimaal te benutten, te hergebruiken, te delen en afval te vermijden. Verder staat hij met twee voeten in de praktijk van de deeleconomie als oprichter van gereedschapsbibliotheek Tournevie.

Meer over Verbrandingsovens

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit