Europese Commissie zet babystapjes richting circulaire economie - deel 2 | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Europese Commissie zet babystapjes richting circulaire economie - deel 2

Rob Buurman

donderdag 14 april 2016

Eind 2014 schrapte eerste vicevoorzitter Frans Timmermans van de Europese Commissie het voorstel voor een pakket voor de circulaire economie en beloofde binnen een jaar een ambitieuzere strategie te lanceren. Die deadline haalde hij, maar zijn belofte kwam hij niet na. Hoe dat zit, leggen we in twee keer uit. Vorige week ging het over de ‘circulaire markt’ en de ambitie van het plan. Dit keer hebben we het over de verantwoordelijkheid van de producent en over recyclage en hergebruik.

Op naar betrouwbare recyclagecijfers

Hoewel er elk jaar lijstjes worden opgemaakt van de recyclagecijfers in Europa, gebruiken lidstaten niet allemaal dezelfde berekeningsmethodes. Sommige Europese landen beschouwen een afvalstroom bijvoorbeeld als gerecycleerd wanneer ze aankomt bij een sorteercentrum, ongeacht of ze ook daadwerkelijk wordt gerecycleerd. Het betekent dat sommige landen slechter presteren dan de cijfers ons willen doen geloven.

De nieuwe afvalstoffenrichtlijn (onderdeel van het pakket voor de circulaire economie) pakt bovenstaand probleem aan. De richtlijn specificeert namelijk dat iets pas als gerecycleerd mag tellen op het moment dat materiaal ook daadwerkelijk wordt gerecycleerd en niet eerst nog verder wordt gescheiden. Maar er zijn toch ook enkele nieuwe elementen die de recyclagecijfers kunstmatig verhogen.

Hergebruik van materialen is beter dan recyclage, want zo worden waardevolle grondstoffen en energie bespaard. De Commissie vermengt in de nieuwe afvalstoffenrichtlijn hergebruik met recyclage. Dat is niet alleen in strijd met de Vlaamse afvalstoffenwetgeving, maar ook met de Europese, en het leidt bovendien tot kunstmatig hoge recyclagecijfers.

Het zit zo: om hergebruik te stimuleren laat de Europese Commissie hergebruik meetellen in de recyclagecijfers van landen. Zeker bij verpakkingen is dit een probleem. Wanneer herbruikbare verpakkingen worden meegeteld – denk dan bijvoorbeeld aan de glazen bierflessen – zal één enkele fles bij ieder hergebruik opnieuw als gerecycleerd mogen meetellen. Wanneer een bierfles tien keer wordt hergebruikt voordat ze wordt gerecycleerd, dan zal het in de totale berekening de recyclagecijfers sterk verhogen, zonder dat er ook effectief meer wordt gerecycleerd.

Hoewel deze berekeningsmethode de potentie heeft om hergebruik te versterken, is er vooral ook het risico dat de kunstmatig hoge recyclagecijfers leiden tot stilstand of zelfs achteruitgang bij recyclage. Zelfs als alle eenmalige plastic verpakkingen naar de verbrandingsoven gaan, zou het recyclagecijfer voor verpakkingen toch zeer hoog kunnen liggen. Zeker als we bedenken dat de berekeningen gebaseerd zijn op gewicht en glazen herbruikbare flessen significant zwaarder wegen dan plastic wegwerpflessen. Wij zijn vragende partij om hergebruik te stimuleren door middel van statiegeldsystemen, fiscale stimuli en concrete doelstellingen voor hergebruik, maar recyclage en hergebruik vermengen, is niet de juiste weg.

Ook voor het hergebruik van tweedehands goederen is het geen goed idee om recyclage en hergebruik door elkaar te halen. In Vlaanderen stimuleren we hergebruik van tweedehands goederen via de Kringwinkels die ruim vijfduizend mensen tewerkstellen. We hebben daarvoor ook een doelstelling van 5kg per jaar dat voor 2022 wordt opgetrokken naar 7kg per jaar. Een dergelijke doelstelling respecteert de belangrijke rol die hergebruik speelt en zou ook in andere Europese lidstaten kunnen helpen om de sociale economie te bevorderen.

10% gratis recyclage

In principe mag enkel materiaal dat daadwerkelijk wordt gerecycleerd, worden opgeteld bij de recyclagecijfers. In de voorgestelde afvalstoffenrichtlijn wordt dan ook wel gesproken over het ‘eindproces van recyclage’, wat betekent dat het vanaf dan echt wordt gerecycleerd en er geen verdere sortering meer is.

De afvalstoffenrichtlijn maakt hier een uitzondering op. Zo mag ook de output van een sorteerproces worden opgeteld bij de recyclagecijfers, mits die output alsnog naar het ‘eindproces van recyclage’ gaat. Van die output mag niet meer dan 10% worden verbrand of gestort.

Wanneer 10% van het materiaal naar een verbrandingsoven of stortplaats wordt gestuurd en toch wordt beschouwd als ‘gerecycleerd’, is er sprake van bedrog. Dit ondergraaft de betrouwbaarheid van de recyclagecijfers. Bovendien benadeelt deze uitzondering die landen en bedrijven die wel correct werken ten opzichte van zij die dit achterpoortje maximaal willen uitbuiten.

Er is trouwens ook iets eigenaardigs aan de hand. Als 10% van de output van een sorteerproces alsnog wordt verbrand of gestort, dan komt dit doordat het afval nog een keer extra is gesorteerd voorafgaand aan ‘eindproces van recyclage.’ Maar de richtlijn zegt nou juist dat het gesorteerde afval direct naar dat eindproces (dus zonder nog eens een sorteerstap) moet worden gestuurd, wil de 10%-regel kunnen gelden. De richtlijn is dus in conflict met zichzelf.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) moet ervoor zorgen dat bedrijven meer verantwoordelijkheid nemen voor de producten die zij op de markt brengen. Het idee is vooral populair bij de inzameling en verwerking van afvalstoffen. In Vlaanderen hebben we verschillende van dergelijke systemen voor de selectieve inzameling van onder meer elektrische apparaten, batterijen en verpakkingen. Deze systemen worden gefinancierd met bijdragen van de producenten en indirect dus ook de consument.

Het nieuwe voorstel voor een afvalstoffenrichtlijn formuleert een aantal bepalingen waar UPV-systemen aan moeten voldoen. Wij maken ons vooral zorgen over twee aspecten daarvan. Zo staat erin dat de financiële bijdrage van de producenten alle kosten van afvalbeheer dekken van hun producten. Er staat dat hierbij de volgende kosten zijn inbegrepen:

  • de kosten van de gescheiden inzameling, sortering en verwerking;
  • de kosten van het verstrekken van passende informatie;
  • de kosten van het verzamelen en rapporteren van gegevens.

Begrijp ons niet verkeerd: het is een zeer grote stap vooruit wanneer producenten aangesloten bij UPV ook effectief alle kosten van afvalbeheer moeten bekostigen. Maar dat gaat veel verder dan wat hierboven wordt opgesomd. Het afval dat niet selectief maar via de restafvalzak wordt ingezameld, brengt natuurlijk kosten met zich mee. Ook het inzamelen en verwerken van het afval dat in de berm van de straat ligt, is niet gratis. Wanneer enkel de kosten voor de selectieve inzameling door producenten worden opgehoest, is er in feite een sterk ontmoedigend effect om meer in te zamelen en te recycleren.

Geen wonder dat de verantwoordelijke organisatie voor de selectieve inzameling van verpakkingen Fost Plus al sinds 2009 blijft steken op een recyclagepercentage van ongeveer 38% voor plastic verpakkingen. Meer inzamelen en recycleren is namelijk minder voordelig voor de voedingsbedrijven en supermarkten die zetelen in de Raad van Bestuur van Fost Plus. Door de bedrijven ook te laten betalen voor datgene wat ze juist nalaten in te zamelen en verwerken, ontstaat er een veel sterkere dynamiek om de recyclage te verhogen.

Een tweede punt van bezorgdheid betreft de bepaling in de nieuwe afvalstoffenrichtlijn dat de bijdragen van de producenten aan het systeem gedifferentieerd moeten worden volgens de reële verwerkingskosten van de specifieke producten. Hoewel wij groot voorstander zijn van gedifferentieerde tarieven, moeten die er vooral toe leiden dat milieuvriendelijke verpakkingen en verwerkingsopties aantrekkelijker worden. Als een milieuvriendelijke verpakking toevallig meer kost om te verwerken dan zijn tegenhanger of wanneer de verbranding van een verpakking goedkoper is dan de recyclage, dan moet het systeem daarvoor corrigeren.

De onderhandelingen zijn begonnen

In twee artikelen hebben we een inkijkje gegeven in enkele van de interessantste aspecten van het CE-pakket. Vanwege de niet geringe scope van het plan en de beperkte lengte van deze babbels, hebben we ons beperkt tot de essentiële aspecten van het pakket en de elementen die voor België relevant zijn. Inmiddels is het Europese spel begonnen: de onderhandelingen tussen de lidstaten zijn in volle gang en voor verschillende partijen is zelfs het matige ambitieniveau van dit pakket al een stap te ver. Voor België wacht samen met de andere koplopers in Europa de belangrijke taak om het pakket te versterken. Het zal niet gemakkelijk zijn.