Groene Eisen voor het Belgisch EU-voorzitterschap | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Groene Eisen voor het Belgisch EU-voorzitterschap

Linn Dumez

donderdag 15 april 2010

Tijdens de tweede helft van 2010 wordt de Europese Unie voorgezeten door ons land. Dat houdt onder meer in dat België van juli tot december de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie zal leiden. België kan in die periode het politieke besluitvormingsproces enigszins sturen en prioriteiten bepalen. Vlaams minister van Leefmilieu, Minister Schauvliege, zal de Europese Raad van Leefmilieuministers voorzitten. Binnen het beleidsdomein leefmilieu schuift het voorzitterschap zelf biodiversiteit, klimaat, duurzame productie en consumptie en instrumenten voor beter bestuur als prioriteiten naar voren.

De milieubeweging (BBL, BRAL, Greenpeace, IEB, IEW, Natagora, Natuurpunt en WWF) werkte een uitgebreid memorandum uit met voorstellen en verwachtingen van het Belgisch voorzitterschap op vlak van leefmilieubeleid. Uit het memorandum werden 10 Groene Eisen gedestilleerd, concrete acties die we van onze beleidsmakers verwachten. Op basis van deze 10 Groene Eisen zullen we de resultaten van het voorzitterschap evalueren.

Klimaatopwarming blijft, zeker na de teleurstellende top van Kopenhagen, aan de top van de politieke agenda. Tijdens de internationale top in Cancun moet de EU een constructieve leidersrol spelen. Bovendien is 2010 het internationale jaar van de biodiversiteit. Zowel op mondiaal als op wereldniveau roepen we het voorzitterschap op om solide en ambitieuze biodiversiteitdoelstellingen voorop te stellen. We focussen bovendien op de budgetherziening, waarin het principe 'publieke middelen voor publieke diensten' voorop moet staan. Ook op vlak van landbouw, bos, visserij, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en afval vragen we om specifieke agendapunten op tafel te brengen.

10 GROENE EISEN VOOR HET BELGISCHE EUVOORZITTERSCHAP

 

We roepen het Belgische EU-voorzitterschap op om:

1. Te streven naar solide en ambitieuze biodiversiteitdoelstellingen op zowel globaal als Europees niveau. Tijdens de VN Conventie over Biologische Diversiteit moet het Belgische EU voorzitterschap, als leider van de Europese delegatie, verzekeren dat een nieuw Globaal Strategisch Plan voor 2020 en een Access and Benefit Sharing Protocol worden aangenomen. De EU 2020 Biodiversiteitstrategie dient officieel te worden aangenomen tijdens de Leefmilieuraad van 20 december.

2. Te verzekeren dat de EU zich actief engageert in voorbereiding op en tijdens de internationale klimaatonderhandelingen in Cancun, Mexico. De EU moet een leidende en constructieve rol spelen, door het aannemen van duidelijke en ambitieuze doelstellingen.

Voor 2020 moet de EU:

  • zich verbinden tot het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 40% t.a.v. 1990 (waarvan 30% dient bereikt te worden binnen de EU zelf);
  • andere landen aanzetten om gelijkwaardig ambitieuze doelstellingen te definiëren;
  • verzekeren dat vooruitgang wordt geboekt in belangrijke dossiers, zoals vermeden ontbossing (REDD) en post-2012 financiering voor ontwikkelingslanden.

Voor 2050 moet de EU:

  • een Zero-Carbon Action Plan ontwikkelen, waarin het zich verbindt tot het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met tenminste 95% t.a.v. 1990;
  • Andere geïndustrialiseerde landen aanzetten tot het aannemen van gelijkaardige Zero Carbon Action Plans;
  • Ontwikkelingslanden aanzetten om specifieke acties te ontwikkelen in lijn met hun nationale reductiedoelstellingen, uitgewerkt in een Low-Carbon Action Plan.

3. Te verzekeren dat de EU, binnen de globale arena, de leiding op zich neemt om actief te werken aan een duurzaam milieu (Milleniumdoel 7): dit veronderstelt het terugdringen van biodiversiteitverlies, reduceren van armoede over de lange termijn, en bijdragen tot algemene menselijke ontwikkeling.

4. Milieukwesties (biodiversiteitverlies, klimaatverandering, waterkwaliteit en –schaarste, enz.) te verankeren in de discussie rond het Financieel Perspectief (2014-2020). Deze 2 kwesties zijn namelijk cruciaal voor een duurzame ontwikkeling van de EU, en moeten daarom geïntegreerd worden in de centrale uitgavenposten, waaronder het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid. Daarenboven dienen voldoende fondsen te worden voorzien voor de implementatie van Natura 2000, de stroomgebiedbeheerplannen, en Life+.

5. Te verzekeren dat de Europese Raad ambitieuze wetgeving aanvaardt die illegale houtkap bant en de verkoop van houtproducten op de Europese markt reguleert.

6. In het kader van het te herziene EU Actieplan voor Energie-efficiëntie te pleiten voor een verplichte energiebesparing met 20% tegen 2020. De energieprestaties vangebouwen richtlijn en eco-design richtlijn vormen de sleutel om dit doel te bereiken.

7. De leiding te nemen in de ontwikkeling van een visie die beoogt om de EU tegen 2050 voor 100% van hernieuwbare energie te voorzien. Dit veronderstelt dat er substantiële vooruitgang wordt geboekt in de ontwikkeling van intelligente energiedistributienetwerken, en in het bijzonder van een geïntegreerd offshore windenergiedistributiesysteem in de Noordzee

8. Af te stappen van klassieke afvalverwerking, en te evolueren naar een “cradle-to-cradle”- aanpak: dit kan via de implementatie van de Kaderrichtlijn Afval, en door de Europese Commissie aan te sporen een Bioafval Richtlijn te initiëren. De informele leefmilieuraad (12-13 juli) moet, in het bijzonder, vermijden dat de implementatie van de Kaderrichtlijn Afval de-facto leidt tot de creatie van een pan-Europese vrije markt voor industrieel afval; omdat dit een belangrijk obstakel voor duurzame materiaalverwerking zou betekenen. 

9. Actie te ondernemen rond milieugerelateerde gezondheidvragen, in het bijzonder door het voorbereiden van een ambitieus tweede EU milieu-gezondheidsplan en het opvolgen van de Biocidewetgeving, met een specifieke focus op luchtvervuiling en chemicaliën.

10. De conclusies van de Europese Raad (4 december 2008) inzake Genetisch Gemanipuleerde Organismes (GGO’s) op te volgen. Deze conclusies benadrukken dat de Europese Commissie de controle op de milieu-impact van GGO’s zichtbaar dient te verstrengen: alle voorstellen van de Europese Commissie in verband met GGO’s moeten zowel de stem van de lidstaten als het voorzorgsprincipe respecteren.