Herziening Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voorziet vooral meer bedrijventerreinen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Herziening Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voorziet vooral meer bedrijventerreinen

Erik Grietens

vrijdag 9 januari 2009

Vlak voor de kerstvakantie besliste de Vlaamse regering dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) wordt aangepast. Dit RSV legt de grote krachtlijnen vast voor het gebruik en de inrichting van de ruimte in Vlaanderen en is bindend voor overheden bij de uitvoering van hun ruimtelijke ordeningsbeleid. Omdat het RSV ondertussen al dateert van 1997, besliste de regering over te gaan tot een actualisatie en herziening ervan. Die herziening loopt in twee fases: voor de korte termijn – de volgende vijf jaar – komt er een beperkte herziening, waarbij de grote uitgangspunten ongewijzigd blijven. In een tweede fase – na 2012 – wil de regering overgaan tot een volledige herziening en een nieuw RSV.

Het huidige voorstel gaat enkel over de herziening op korte termijn. Voor het korte termijn spoor wordt vooral meer ruimte voorzien voor harde activiteiten. Zo wordt vooropgesteld dat er nog eens 6.000 ha bedrijventerreinen bijkomen in Vlaanderen, hoewel er nog duizenden hectaren ongebruikt bijliggen. Bij de nieuwe voorstellen zitten ook een aantal wijzigingen à la tête du cliënt: plannen voor bedrijventerreinen die geschorst werden door de Raad van State worden gewoon terug opgevist. Daarnaast worden een tiental nieuwe missing links voorzien en blijft het huidige overaanbod aan woon- en woonuitbreidingsgebieden ongewijzigd. Verder wordt ruimte voorzien voor motorcrossterreinen, andere lawaaierige sporten en voor golfterreinen. Voor natuur en bos wordt enkel vastgesteld dat er een serieuze achterstand is opgelopen, die de volgende vijf jaar moet worden ingelopen. Het eindresultaat van deze herziening zal dan ook zijn dat Vlaanderen nog verder kan worden volgebouwd…

Het RSV bestaat uit vier grote luiken: ruimte om te wonen, met extra aandacht voor stedelijke gebieden, vrijwaren van open ruimte voor natuur, bos en landbouw, de inplanting van bedrijventerreinen en de structuur van het wegennet. Algemeen vertrekt het RSV van de doelstelling ‘open stedelijk Vlaanderen’: door nieuwe activiteiten zo veel mogelijk te bundelen in of aansluitend bij bestaande stedelijke gebieden en in bestaande economische knooppunten, kan de schaarse open ruimte gevrijwaard worden voor natuur, bos en landbouw. Zo wordt bv. voorzien dat minimaal 60% van de nieuw te bouwen woningen in de steden moeten ondergebracht worden. Ook het merendeel van nieuwe bedrijventerreinen moet gelokaliseerd worden in bestaande economische knooppunten.

Deze algemene doelstellingen blijven ongewijzigd. Toch worden met deze actualisatie en gedeeltelijke herziening een aantal wijzigingen voorgesteld die de algemene doelstellingen dreigen te ondergraven. Daarnaast blijven actuele problemen waarvoor ruimtelijke ordening een deel van de oplossing moet bieden, buiten beeld. Het gaat dan onder meer om het toenemende verkeersinfarct, de daarmee samenhangende luchtvervuiling en de klimaatimpact.

Wonen
Wat ruimte voor wonen betreft, wordt vastgesteld dat er door demografische ontwikkelingen de volgende vijf jaar een behoefte zal ontstaan aan ongeveer 100.000 bijkomende woongelegenheden. Tegelijk blijkt dat er in bestaande woonzones een aanbod is van ongeveer 900.000 woonmogelijkheden, nog los van de leegstand van woningen en bedrijfsgebouwen. Er is dus een duidelijk overaanbod aan woon- en woonuitbreidingsgebieden, ook op langere termijn. Dit overaanbod dreigt de bundelingsdoelstelling te ondergraven en de verdere versnippering van open ruimte in de hand te werken. Toch wordt dit overaanbod niet ingeperkt, bv. door het verkavelen van woonuitbreidingsgebieden te bevriezen. Er wordt enkel vastgesteld dat er voldoende ruimte voorhanden is in de stedelijke gebieden en de gemeenten van het buitengebied, om de behoefte op te vangen…

Bedrijventerreinen
Bijkomende bedrijventerreinen slokken de meeste ruimte op bij de herziening van het RSV. Er moeten ongeveer 6.000 ha bijkomen, wat een combinatie is van de verdere realisatie van de doelstellingen uit het huidige RSV, nieuwe behoeften voor de volgende vijf jaar en het opbouwen van een zgn. IJzeren Voorraad aan bedrijvenzones. Dit is een soort reserve die direct inzetbaar is bij vragen naar ruimte van nieuwe bedrijven. Tegelijk blijkt echter uit de cijfers dat er nog een groot aanbod aanwezig is op bestaande bedrijventerreinen van meer dan 5.000 ha.

Verder wordt deze herziening ook aangegrepen om een aantal ‘knelpunten’ op te lossen. Bij nader inzien blijkt het te gaan om plannen voor bedrijventerreinen die geschorst werden door de Raad van State. Deze plannen worden gewoon terug opgenomen, tegen de arresten van de Raad in. Een voorbeeld daarvan is logistiek terrein Meise-Westrode, langs de A12. Dit plan werd recent door de Raad van State vernietigd, omdat het gelegen is in een gemeente van het buitengebied en dus in strijd is met de doelstelling van het RSV om economische activiteiten te bundelen in bestaande economische knooppunten. In plaats van de logica van het RSV te volgen en dit terrein te schrappen, lost de regering dit ‘probleem’ op door van Meise een ‘bijzonder economisch knooppunt’ te maken. Dit is een spijtige zaak, want dit bedrijventerrein zal zorgen voor heel wat extra vrachtverkeer in een regio die nu al oververzadigd is en dagelijks te kampen heeft met veel congestie. Andere gelijkaardige ‘knelpunten’ zijn het bedrijventerrein Polderhoek in Zonnebeke en Konijnenbos in Gistel.

De gemeente Genk wordt met deze herziening aangeduid als ‘internationaal georiënteerd multimodaal logistiek park’. Deze keuze kadert in de uitwerking van het Economisch Netwerk Albertkanaal en de verdere uitbouw van Vlaanderen als logistieke draaischijf.

Mobiliteit
Wat mobiliteit betreft gaat de aandacht vooral naar de verdere uitbouw van het wegennet en - in mindere mate - naar het spoorwegnet. Zo worden een tiental bijkomende missing links voorzien, zoals bv. een verbinding tussen de A12 en de E19 ter hoogte van Mechelen, de doortrekking van de N42 te Geraardsbergen, een zuidelijke by-pass rond Poperinge, een zuidelijke ontsluiting van Sint-Truiden naar de E40, een verlenging van de ring rond Mechelen te Sint-Katelijne-Waver,… De sluiting van de ring rond Brussel onder het Zoniënwoud wordt als te onderzoeken piste naar voor geschoven.

Aanpakken van bestaande verkeerscongestie of voorkomen van bijkomende verkeersknelpunten komt bij deze herziening niet aan bod. Zo is het opvallend dat een duidelijk locatiebeleid volledig ontbreekt in deze herziening, hoewel dit volgens verschillende verkeersdeskundigen één van de grote mankementen is in het huidige RSV. Een juiste lokalisatie vanuit mobiliteitsoogpunt voor bedrijvenzones, kantoren of bijkomende woningen is immers noodzakelijk om de verdere groei van het autoverkeer in de hand te kunnen houden. Een locatiebeleid zal ook nodig zijn om (inter)nationale doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaatimpact te kunnen realiseren. Het toenemende autoverkeer is immers de belangrijkste bron van luchtvervuiling en komt op de tweede plaats voor de uitstoot van broeikasgassen. Deze problemen blijven echter volledig buiten beeld.

Open ruimte
Voor natuur, bos en landbouw verandert er in essentie weinig. Er wordt vastgesteld dat de huidige doelstellingen van het RSV – een uitbreiding van de schaarse bos- en natuurgebieden - niet gehaald werden en een serieuze achterstand werd opgelopen. De doelstellingen blijven dan ook hetzelfde en worden vijf jaar vooruit geschoven. Voor de problematiek van zonevreemde bossen - bossen in industrie- of woongebied, zoals bv. het Lappersfortbos – is er geen aandacht.

Wel zal er verder open ruimte opgeofferd moeten worden voor recreatie. De regering voorziet 2.000 ha, die ingevuld kunnen worden door golfterreinen, lawaaisporten en weekendverblijven.

Verdere procedure
Het voorstel tot herziening van het RSV wordt nu eerst voorgelegd aan de administratie voor natuur en bos, om na te gaan of er een zgn. passende beoordeling moet worden uitgevoerd voor de mogelijke impact van de voorstellen op Europees beschermde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Daarna gaat het voorstel naar diverse adviesraden, waarna de regering naar verwachting begin mei de herziening voorlopig kan vaststellen. In het najaar volgt dan een openbaar onderzoek voor de brede bevolking. Vervolgens wordt de herziening voorgelegd aan het Vlaams parlement, waarna de (nieuwe) regering het gewijzigde plan definitief kan vaststellen. Dat zal vermoedelijk in de eerste helft van 2010 het geval zijn.