U bent hier

Hoe minister Schauvliege haar eigen Beleidsplan Ruimte Vlaanderen ondergraaft

Erik Grietens

Met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen heeft de Vlaamse regering de ambitie om de bebouwde ruimte slimmer te gebruiken, zodat we geen nieuwe open ruimte moeten aansnijden. Toch vraagt minister Schauvliege (CD&V) nu aan alle 308 gemeentebesturen welke woonreservegebieden ze wel of niet willen bebouwen. Zo wil de minister komen tot een positieve en een negatieve lijst van reservegebieden, die nog wel of niet meer mogen verkaveld worden. En dreigt de ruimtelijke ordening in Vlaanderen verder te ontsporen. 

In Vlaanderen liggen meer dan 13.000 ha onbebouwde woonuitbreidingsgebieden. Die werden in de jaren 70 op de gewestplannen ingekleurd als reservegebieden voor woningbouw, voor het geval er te weinig plaats zou zijn in de echte woongebieden. Het gaat veelal om grote stukken open ruimte, van meerdere hectares. Door die open gebieden verder te bebouwen, maken we de ruimtelijke wanorde in Vlaanderen nog groter. Deze gebieden zouden dan ook beter bewaard blijven als open ruimte.

Niet nodig

We hebben de woonuitbreidingsgebieden helemaal niet nodig om voldoende woningen voor de verwachte bevolkingsgroei te bouwen. Door leegstaande woningen te recycleren, goed gelegen bouwgronden in de bebouwde kom te gebruiken, verlaten fabrieken opnieuw te ontwikkelen voor woningen, onderbenutte woningen op te delen of appartementen te bouwen boven op supermarkten. In steden en dorpen is er meer dan genoeg ruimte om de bevolkingsgroei op te vangen. 

Dat past helemaal binnen het idee van het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen: de bebouwde ruimte slimmer gebruiken, zodat we geen nieuwe open ruimte moeten aansnijden.

Betonstop

Toch wordt nog geregeld toelating gegeven om reservezones voor woningbouw - de zogenaamde woonuitbreidingsgebieden - te verkavelen. In het kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet het ruimtegebruik ernstig afnemen. Nu wordt er 6 hectare per dag verkaveld, tegen 2025 mag dat nog maximaal de helft zijn. Tegen 2040, wanneer de betonstop ingaat, mag helemaal geen nieuwe open ruimte meer worden aangesneden.

Geen woon- maar bosuitbreiding

Veel woonuitbreidingsgebieden kunnen zinvol ingezet worden voor bos- en natuurontwikkeling. Het gaat meestal om grotere, aaneengesloten stukken grond, vaak gelegen aan de rand van gemeenten, waardoor ze de grote vraag naar ‘natuur op wandelafstand’ kunnen invullen. Daarom stellen Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt al langer voor om de overbodige woonuitbreidingsgebieden om te zetten naar natuur- of bosuitbreidingsgebieden.

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Erik Grietens werkt al meer dan 20 jaar voor Bond Beter Leefmilieu en bouwde in die tijd een ruime expertise op over ruimtelijke ordening. Hij is ook auteur van het boek Vlaanderen in de knoop dat een uitweg beschrijft uit de ruimtelijke wanorde.


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.