IAASTD: Kleinschalige landbouw kan wereldbevolking voeden | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

IAASTD: Kleinschalige landbouw kan wereldbevolking voeden

vrijdag 3 april 2009

Wat het IPCC is voor het klimaat, moet het IAASTD worden voor de wereldwijde voedselproductie: een internationaal, wetenschappelijk en interdisciplinair forum waar alle kennis wordt samengebracht en verwerkt. Woensdag werd in het federale parlement het IAASTD rapport voorgesteld.

Vice-directeur dr. Hans Herren gaf een toelichting bij dit rapport, dat een breed gedragen visie geeft over de toekomst van de landbouw en hoe die de wereldbevolking kan voeden. Het rapport komt tot duidelijke conclusies: enkel een multifunctionele, duurzame, kleinschalige en agro-ecologische landbouw kan een antwoord kan bieden op de honger in de wereld en de stijgende vraag naar voedsel.

Het “International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development” (IAASTD) rapport is een initiatief van de Verenigde Naties, de Wereldbank, UNESCO en de Global Environmental Facility. In het rapport onderzoeken meer dan 400 experten uit meer dan 50 landen hoe we beter gebruik kunnen maken van landbouwwetenschap, -kennis en -technologie om honger en armoede te bestrijden en een evenwichtige en duurzame ontwikkeling te bevorderen. De totstandkoming van het rapport was een participatief, wereldwijd proces, waarbij zowel beleidsmakers als boeren, industrie, consumenten, wetenschap, ontwikkelings-NGO’s en andere middenveldorganisaties werden betrokken. Sinds de publicatie in april 2008 hebben reeds 59 landen, waaronder VSA, Brazilië en China, het rapport ondertekend.

Linn Dumez


De onderzoekers zijn vertrokken van de vaststelling dat ondanks de productiviteitsstijging in de landbouw de afgelopen decennia, het aantal ondervoede mensen wereldwijd toeneemt. Bovendien gaat de hogere productie gepaard met een onhoudbare druk op water, bodem, milieu, biodiversiteit en klimaat. De centrale onderzoeksvraag was dan ook hoe we met de huidige kennis en technologie de honger en armoede kunnen verminderen, de leefbaarheid op het platteland verbeteren, voeding en gezondheid kunnen bevorderen en gelijke en duurzame ontwikkeling kunnen faciliteren. Daarbij wordt rekening gehouden met de bijkomende uitdagingen van vandaag, zoals de klimaatverandering, de bevolkingstoename en veranderende voedselvraag, de energiecrisis en de financiële crisis.

De onderzoekers besluiten dat we moeten inzetten op gediversifieerde en kleinschalige landbouw, die volgens hen zowel op ecologisch, sociaal als economisch vlak de meest duurzame landbouwmethode is. Deze vorm van landbouw produceert immers het grootste deel van het voedsel op wereldvlak, levert de meeste milieudiensten, houdt biodiversiteit in stand en biedt het meeste garantie op het halen van de millenniumdoelstellingen door een hoge en duurzame productiviteitstoename. Landbouw moet gebruik maken van natuurlijke systemen om ziekte-uitbraken te controleren en om bodemvruchtbaarheid te herstellen en behouden. Gediversifieerde, agro-ecologische landbouw moet een bijdrage leveren aan het antwoord op de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Gesloten bedrijven, waarop akkerbouw en veeteelt gecombineerd worden, zijn de beste bedrijfsvorm om duurzame productie te garanderen.

Om deze kleinschalige landbouwvorm te stimuleren is er nood aan meer publiek onderzoek en investeringen, verbeterde toegang tot landbouwinputs en betere educatie van landbouwers, met speciale aandacht voor vrouwen in het zuiden.

Het rapport benadrukt met klem dat het huidige industriële landbouwmodel, gebasseerd op het gebruik van grote hoeveelheden kunstmest en pesticiden, geen oplossing is. “Business as usual is not an option” is de niet mis te verstane boodschap van de onderzoekers. We hebben daarentegen nood aan een lange termijn visie en plan, gebaseerd op agro-ecologische landbouwpraktijken.

Ook over genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) is het rapport duidelijk: onderzoek in biotechnologie is nodig en moet verder gezet worden, maar de GGO’s van vandaag hebben we niet nodig om de honger de wereld uit te helpen.

Dr. Herrren benadrukte het nog eens tijdens zijn betoog in het parlement. “De voordelen die vandaag de dag aan GGO’s worden toegeschreven –waaronder een hogere opbrengst en lager pesticidengebruik-  zijn nog steeds niet bewezen"

Er bestaan bovendien verschillende alternatieve agronomische technieken, waarmee die vermeende voordelen wél kunnen gerealiseerd worden.” Als voorbeeld gaf Herren de nood aan het verhogen van de bodemvruchtbaarheid aan om de productiviteit te doen stijgen. “Daarvoor zijn geen gemanipuleerde zaden nodig”, zo stelde Herren. “Niet alleen lossen GGO’s de beloften niet in, ze houden bovendien een niet-duurzame landbouwvorm met grootschalige monoculturen, exportgebaseerde productie en afhankelijkheid van chemicaliën in stand. De GGO-industrie is in handen van enkele grote multinationals, die de hele landbouw- en voedselketen zullen controleren”,  zo argumenteerde Herren. Een grotere tegenstelling met de door het rapport bepleite kleinschalige, duurzame landbouwvorm lijkt haast onmogelijk.

De vraag blijft nu wat er verder zal gebeuren met dit IAASTD rapport. Bedoeling is alvast om het rapport door zoveel mogelijk landen te laten ondertekenen. België heeft dat tot nu toe niet gedaan. Daarna komt het erop aan het rapport niet in de schuif te laten liggen, maar het ook werkelijk te implementeren in het beleid. De auteurs zelf onderhandelen intussen met FAO, CGIAR en andere om het IAASTD secretariaat te kunnen verder zetten. Laat er ons maar van uitgaan dat ze daarbij ook op enige tegenkanting zullen kunnen rekenen.