Kilometerheffing, ja, maar niet zonder afbouwen bedrijfswagens | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Kilometerheffing, ja, maar niet zonder afbouwen bedrijfswagens

Rafal Jedrzejek

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) kwam deze week met een aantal voorstellen om de mobiliteitsknoop te ontwarren, waaronder een slimme kilometerheffing. De maatregel versnelt de evolutie van het wagenpark naar nuluitstoot, gaat files tegen en compenseert de wegvallende inkomsten uit brandstofaccijnzen. Toch kan rekeningrijden pas een succes worden wanneer buitenlanders mee betalen en het aantal bedrijfswagens met tankkaart wordt afgebouwd.

De vervuiler betaalt

De kilometerheffing (ook wel rekeningrijden) is een instrument dat de gebruiker laat opdraaien voor de kosten die hij zelf veroorzaakt: slijtage van de weginfrastructuur, files, geluidsoverlast en luchtvervuiling. Het is een eerlijkere manier om de kosten van het verkeer te dekken. Ook is het instrument een stimulans om de afstand tussen woon en werk te verkleinen, mobiliteit beter te plannen en minder kilometers af te leggen in de spits. Dat komt de files en de doorstroom op de Belgische wegen ten goede.

Vervanging van accijnzen

De kilometerheffing zorgt ook voor een vervanging van de accijnzen. De verschuiving van wagens op diesel en benzine richting elektrische wagens zorgt op termijn voor het wegvallen van de accijnzen op motorbrandstoffen. Dat slaat op termijn een gat in de begroting van verschillende miljarden euro’s. Een kilometerheffing kan dat gat dichten op een economisch zinnige wijze: het is beter vervuiling dan arbeid te belasten.

Slim sturen

Hoe pakken we die kilometerheffing precies aan? Het VBO stelt, net zoals BBL, voor dat de kilometerheffing het wagengebruik moet belasten op basis van voertuigkenmerken, de plaats en het tijdstip van de verplaatsing. De heffing zal zo een impuls zijn om met een minder milieubelastende wagen te rijden. Dat laatste effect werd al bewezen door de kilometerheffing voor vrachtwagens.

Buitenlanders betalen mee

Maar om van de kilometerheffing een succes te maken, moet aan enkele voorwaarden voldaan worden. Buitenlandse gebruikers van onze weginfrastructuur moeten meebetalen voor de reële en externe kosten. Daarnaast kan de regering bij de invoering overwegen om het woon-werkverkeer (tijdelijk) anders te behandelen. Daarbij worden de verschillende stelsels best op elkaar afgestemd: kilometerheffing, vergoedingen voor woon-werkverkeer met de privéwagen en de tankkaart bij salariswagens.

Gedaan met privékilometers subsidiëren

Het invoeren van een slimme kilometerheffing volgt logischerwijs op het afschaffen van de subsidies voor private kilometerkosten. Nu nog genieten honderdduizenden automobilisten via het stelsel van de bedrijfswagens en tankkaarten van (bijna) gratis privékilometers.

Als alternatief voor de bedrijfswagen stelt het VBO de invoering van het mobiliteitsbudget voor, dat werkgevers zelf kunnen invullen. Maar zo’n mobiliteitsbudget moet volgens VBO vrijblijvend zijn. Wil een werkgever zijn werknemers een bedrijfswagen geven in plaats van een fietsvergoeding, dan mag hij dat. Dirk Bauweleers, voorzitter van de Fietsersbond, stelde deze week in De Standaard terecht dat een dergelijk vrijblijvend budget geen doeltreffende mobiliteitsoplossing biedt wanneer het onderliggend probleem niet aangepakt wordt. Hij verwoordde het als volgt: “Zolang de sociale partners weigeren de bedrijfswagen als fiscaal systeem op te geven, spannen ze de mobiliteitsknoop elke dag strakker aan”.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit