Milieubeweging en socio-economische partners adviseren samen over hernieuwbare energiebeleid | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Milieubeweging en socio-economische partners adviseren samen over hernieuwbare energiebeleid

Sara Van Dyck

donderdag 24 november 2011

MINA-raad en SERV brachten vorige week een advies uit over het Vlaamse hernieuwbare energiebeleid. Het advies neemt niet alleen het huidige groenestroomcertificatensysteem onder de loep, maar geeft ook aanbevelingen over het bredere hernieuwbare energiebeleid.

Een beleid voor hernieuwbare energie gaat immers over veel meer dan het ondersteunen van groene stroom alleen. Zo moet er ook aandacht zijn voor andere beleidsinstrumenten en is er nood aan een doordachte ruimtelijke planning van hernieuwbare energie. Dit bepaalt in belangrijke mate hoever we met hernieuwbare energiebronnen kunnen springen.

SERV en MINA-raad vragen de Vlaamse Regering daarom om via een transitieaanpak in breed overleg een overkoepelende energiesysteemvisie voor Vlaanderen te ontwikkelen en van hethernieuwbare energiebeleid een daadwerkelijk speerpunt te maken in de vereiste vergroening van de economie en de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Essentieel is om hierbij vanuit een breed en langetermijnperspectief te vertrekken. Volgens de raden zijnde doelstellingen voor 2020 immers slechts een opstap naar nog veel meer hernieuwbare energie.

Het advies drukt ook op het belang van een doordachte biomassa inzet. De raden vragen om werk te maken van een beleidsdomeinoverschrijdende visie voor het gebruik van biomassa. Duurzaamheidscriteria moeten aangeven welke toepassingen in het Vlaams economisch systeem ingezet kunnen worden. Een duidelijke hiërarchie moet hierbij voorrang geven aan biomassatoepassingen voor voeding, gevolgd door biomassagebruik als grondstof of als materiaal en ten slotte de inzet voor (zo efficiënt mogelijke) energetische valorisatie. Bovendien moet ook rekening gehouden worden met de directe en indirecte CO2-uitstoot van biomassa.

De raden stellen dat het huidige groenestroomcertificatensysteem zeker zijn verdiensten heeft, maar dat het veel effectiever, efficiënter en rechtvaardiger kan. De raden zetten het huidige en alternatieve certificatensystemen met pro’s, contra’s en aanbevelingen naast elkaar en kaderen die binnen een brede, langetermijnvisie op hernieuwbare energie.

Ze pleiten er voor om bewust en met een open vizier te beslissen over het al dan niet behoud van de quotumplicht voor leveranciers. Het huidige systeem, dat al herhaaldelijk werd bijgesteld, biedt volgens MINA-raad en SERV investeerders te weinig investerings- en exploitatiezekerheid. Omdat het nog onduidelijk is waar we naartoe willen na 2020, komen sommige investeringen niet van de grond of vallen ze stil. Bovendien kost het systeem meer dan nodig, wat het draagvlak voor hernieuwbare energie ondergraaft. Bovenal mist het hernieuwbare energiebeleid kansen om de maatschappelijke baten voor milieu, economie en werkgelegenheid te optimaliseren.

Tot slot benadrukken de raden de nood van een beter uitgebouwde energie-administratie. Momenteel is die sterk onderbemand. Binnen de 40.000 koppige overheid zijn er binnen VEA en VREG samen slechts 14 mensen die dit beleid vorm moeten geven. Gezien de gigantische uitdaging waar we voor staan is dit ruim onvoldoende.